Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Economische ZakenStaatscourant 2016, 45142Besluiten van algemene strekking

Besluit van de Minister van Economische Zaken van 19 augustus 2016, nr. WJZ/16125436, inzake wijziging van het Nationaal Frequentieplan 2014 in verband met het verlengings- en digitaliseringsbeleid voor niet-landelijke commerciële radio voor de FM-band en commerciële radio voor de AM-band (pakket 2016 – 4)

De Minister van Economische Zaken,

Gelet op artikel 3.1 van de Telecommunicatiewet;

Besluit:

ARTIKEL I

Annex 3 van het Nationaal Frequentieplan 2014 wordt als volgt gewijzigd:

A

Nationale voetnoot HOL002A komt als volgt te luiden:

HOL002A

De volgende frequentiebanden vormen onderwerp van studie:

Frequentieblok

Frequentieband (MHz)

6A

181.000 – 182.792

6D

186.216 – 188.000

7B

189.784 – 191.496

7D

193.208 – 195.000

8B

196.792 – 198.504

8D en 9A

200.216 – 203.784

9C*

205.496 – 207.208

* Het frequentieblok 9C vormt onderwerp van studie voor zover het dekkingsgebied van dit frequentieblok niet grotendeels samenvalt met de provincie Limburg dan wel met de provincie Brabant.

B

De kop van nationale voetnoot HOL004 komt als volgt te luiden:

HOL004

C

Na de kop van HOL004 wordt de volgende subkop ingevoegd:

Bestemming voor de periode vanaf 1 september 2011 tot 1 september 2017

D

Na de tekst behorende bij de subkop Bestemming voor de periode vanaf 1 september 2011 tot 1 september 2017 in HOL004 wordt de volgende subkop met bijbehorende tekst ingevoegd:

Bestemming voor de periode 1 september 2017 tot 1 september 2022

Vanaf 1 september 2017 tot 1 september 2022 is de frequentieruimte behorend bij een commerciële middengolfvergunning telkens gekoppeld met 1/18 deel van de capaciteit van een bijbehorend digitaal frequentieblok overeenkomstig de onderstaande tabel ten behoeve van in elk geval het ongewijzigd en gelijktijdig digitaal uitzenden van de radioprogramma’s die op grond van de commerciële middengolfvergunningen worden uitgezonden. Daarbij is de in de vorige volzin bedoelde frequentieruimte in de middengolfband bestemd voor commerciële omroepen die voor elke commerciële middengolfvergunning tevens een ingevolge de rechterkolom van de onderstaande tabel daarbij behorende vergunning voor 1/18 deel van het gekoppelde frequentieblok houden of gaan houden.

Analoge vergunningen voor commerciële middengolfomroep

Frequentieblok (digitaal allotment)

Kavel C01

allotment 6B (182.880 MHz – 184.416 MHz) komt uit DVB allotment HOL0902H en betreft de provincies Groningen, Drenthe, Overijssel, Gelderland en het grootste deel van de provincie Flevoland

Kavels C02 en C12

allotment 8A (195.168 MHz – 196.704 MHz) komt uit DVB allotment HOL0903H en betreft de provincies Zuid Holland, Utrecht, en een deel van de provincies Noord-Holland en Flevoland

Kavel C10

allotment 9D-N (207.296 MHz – 208.832 MHz) komt uit het DVB allotment HOL0906H en betreft de provincie Friesland en een deel van de provincie Noord-Holland.

De frequentieruimte die behoort bij de vergunning voor kavel C06 is bestemd voor commerciële omroepen die een vergunning voor landelijke commerciële radio-omroep in de frequentieband 87.5 MHz tot 104.9 MHz en tevens een vergunning voor 1/9 deel van de capaciteit van het frequentieblok 11C, bedoeld in nationale voetnoot HOL007A, houden of gaan houden.

E

In HOL005 wordt na de tekst behorende bij de subkop Bestemming landelijke commerciële radio-omroep voor de periode 1 september 2017 tot 1 september 2022 de volgende subkop met bijbehorende tekst ingevoegd:

Bestemming niet-landelijke commerciële radio-omroep voor de periode vanaf 1 september 2017 tot 1 september 2022

Vanaf 1 september 2017 tot 1 september 20221 is de frequentieruimte behorend bij een FM-vergunning voor niet-landelijke commerciële radio-omroep overeenkomstig de onderstaande tabel telkens gekoppeld met 1/18 deel van de capaciteit van een bijbehorend digitaal frequentieblok ten behoeve van in elk geval het ongewijzigd en gelijktijdig digitaal uitzenden van de radioprogramma’s die op grond van niet-landelijke commerciële FM-vergunningen worden uitgezonden. Daarbij is de in de vorige volzin bedoelde frequentieruimte in de FM-band bestemd voor commerciële omroepen die voor elke vergunning voor niet-landelijke commerciële radio-omroep tevens een ingevolge de rechterkolom van de onderstaande tabel daarbij behorende vergunning voor 1/18 deel van het gekoppelde frequentieblok houden of gaan houden.

Analoge vergunningen voor niet-landelijke commerciële radio-omroep in de FM-band

Frequentieblok (digitaal allotment)

Kavels B13, B14, B15, B18, B19, B20, B26 en B29

allotment 6B (182.880 MHz – 184.416 MHz) komt uit DVB allotment HOL0902H en betreft de provincies Groningen, Drenthe, Overijssel, Gelderland en het grootste deel van de provincie Flevoland.

Kavels B01 t/m B09 en B36

allotment 8A (195.168 MHz – 196.704 MHz) komt uit DVB allotment HOL0903H en betreft de provincies Zuid Holland, Utrecht, en een deel van de provincies Noord-Holland en Flevoland.

Kavel B24

allotment 9D-Z (207.296 MHz – 208.832 MHz) komt uit het DVB allotment HOL0901H en betreft de provincie Zeeland.

Kavels B10 t/m B12, B16, B27, B33 en B35

allotment 9D-N (207.296 MHz – 208.832 MHz) komt uit het DVB allotment HOL0906H en betreft de provincie Friesland en een deel van de provincie Noord-Holland.

Kavels B21 t/m 23, B25, B31 en B38

allotment 7A (188.160 MHz – 189.696 MHz) komt uit DVB allotment HOL0905H en betreft de provincies Brabant en Limburg

Kavels B17, B28, B30, B32, B34 en B37

allotment 6B (182.880 MHz – 184.416 MHz) komt uit DVB allotment HOL0902H en betreft de provincies Groningen, Drenthe, Overijssel, Gelderland en het grootste deel van de provincie Flevoland, of

allotment 6C (184,592 – 186,128 MHz) komt uit DVB allotment HOL0902H en betreft de provincies Groningen, Drenthe, Overijssel, Gelderland en het grootste deel van de provincie Flevoland.

F

De kop van nationale voetnoot HOL006 komt als volgt te luiden:

HOL006

G

Na de kop van HOL006 wordt de volgende subkop ingevoegd:

Bestemming voor de periode vanaf 1 september 2011 tot 1 september 2017

H

In HOL006 wordt na de tekst behorende bij de subkop Bestemming voor de periode vanaf 1 september 2011 tot 1 september 2017 de volgende subkop met bijbehorende tekst ingevoegd:

Bestemming voor de periode 1 september 2017 tot 1 september 2022

Vanaf 1 september 2017 tot 1 september 2022 is 1/18 deel van de capaciteit van de frequentieruimte van een frequentieblok als bedoeld in de rechterkolom van de tabellen in de nationale voetnoten HOL004 en HOL005, gekoppeld met de frequentieruimte behorend bij de analoge commerciële vergunningen, bedoeld in de bij die rechterkolom behorende linkerkolom van de tabellen in de nationale voetnoten HOL004 en HOL005, ten behoeve van in elk geval het ongewijzigd en gelijktijdig digitaal uitzenden van de radioprogramma’s die op grond van de analoge commerciële vergunningen worden uitgezonden. Daarbij is de in de vorige volzin bedoelde frequentieruimte in de allotments 8A, 6B, 6C, 7A, 9D-N en 9D-Z bestemd voor commerciële middengolfomroepen of niet-landelijke commerciële radio-omroepen die voor elke vergunning voor 1/18 deel van de capaciteit van een frequentieblok als bedoeld in de rechterkolom van de tabellen in de nationale voetnoten HOL004 en HOL005, tevens een vergunning voor commerciële middengolfomroep onderscheidenlijk niet-landelijke commerciële radio-omroep houden of gaan houden.

I

Nationale voetnoot HOL006A komt als volgt te luiden:

HOL006A

Het deel van de frequentieruimte, bedoeld in de rechterkolom van de tabellen in nationale voetnoten HOL004 en HOL005, dat gekoppeld is aan vergunningen voor commerciële middengolfomroep onderscheidenlijk commerciële niet-landelijke FM-omroep, wordt in afwijking van de kolom Verdeelmechanisme van de in hoofdstuk 10 opgenomen Frequentietabel op volgorde van binnenkomst verleend.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.

’s-Gravenhage, 19 augustus 2016

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp

Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken binnen 6 weken na de dag van dagtekening van deze Staatscourant een gemotiveerd beroepschrift indienen bij de rechtbank Rotterdam, Bestuursrecht, Postbus 50951, 3007 BM, Rotterdam. U kunt ook digitaal beroep instellen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op genoemde site voor de precieze voorwaarden.

TOELICHTING

1. Het Nationaal Frequentieplan

Bij besluit van 3 november 2014 is op grond van artikel 3.1, eerste lid, van de Telecommunicatiewet het Nationaal Frequentieplan 2014 (hierna: NFP), vastgesteld. In het NFP licht de Rijksoverheid de systematiek van de ordening van het frequentiespectrum toe, en beschrijft de doelstellingen van het frequentiebeleid en frequentiebeheer; het vermijden van interferentie (storing) tussen frequentiegebruikers is hierbij de hoofddoelstelling.

Het belangrijkste onderdeel van het NFP is de frequentietabel waarin per frequentieband wordt aangegeven voor welk type gebruik deze band bestemd is en volgens welk verdeelbeleid het gebruik daarvan wordt toegewezen. In feite is het NFP een bestemmingsplan voor het radiospectrum. Op basis van dit plan wordt de vergunningverlening, het gebruik en het beheer van het spectrum uitgevoerd. Het Nationaal Frequentieregister (hierna: NFR) geeft nadere informatie omtrent laatstgenoemde zaken.

2. De wijziging van het Nationaal Frequentieplan

2.1 Behoud koppeling

Deze NFP-wijziging heeft betrekking op de frequentieruimte voor niet-landelijke commerciële radio-omroep in de FM-band en commerciële middengolfomroep alsmede op digitale radio-omroep. Analoge radio (middengolf en FM) is de laatste grote techniek waarvan de distributie via de ether hoofdzakelijk analoog plaatsvindt. Bij mobiele communicatie (bijvoorbeeld 4G) en televisie (DVB-T) profiteert de consument al volop van de voordelen die digitalisering biedt: een digitale, betere geluidskwaliteit, meer capaciteit (minder schaarste), een groter bereik en significant lagere (distributie)kosten.

In 2009 is de basis gelegd voor het bevorderen van de digitalisering door de bestaande commerciële FM-vergunningen en middengolfvergunningen te verlengen, onder de verplichting om (analoge) radioprogramma’s in 80% van Nederland ook digitaal uit te zenden. Hiertoe werd in 2011 in het NFP2 een koppeling aangebracht tussen onder meer de commerciële analoge frequentieruimte en de frequentieruimte voor digitale radio-omroep (DAB+). Deze koppeling is thans vastgelegd tot 1 september 2017 en heeft tot gevolg dat de FM-band alleen bestemd is voor commerciële radio-omroepen die tevens investeren in digitale radio, onder meer door hun radioprogramma ook digitaal uit te zenden via de ether (DAB+).

De koppeling in combinatie met de verlenging in 2011 heeft ervoor gezorgd dat digitale radio van de grond is gekomen. De landelijke commerciële en publieke radio-omroepen hebben eerst een DAB+-netwerk uitgerold en daarna zijn de niet-landelijke/regionale publieke en commerciële radio-omroepen en de middengolfomroepen met de uitrol gevolgd. Deze laatste zenden hun analoge programma’s nu ook digitaal via de ether uit. De koppeling wordt dan ook over het algemeen breed gedragen door de Nederlandse radiosector.

De oorspronkelijke duur waarvoor de eerdere verlenging van de analoge vergunningen en de daarmee gecreëerde koppeling gold, was zes jaar (september 2011–september 2017). Deze periode van zes jaar heeft geleid tot een goede start van de digitalisering. Maar deze periode is te kort gebleken om het gecreëerde momentum te bestendigen en uit te bouwen. Voorkomen moet worden dat dit momentum verloren gaat.

Na weging van alle betrokken belangen en de overlegging van voldoende robuuste digitaliseringsplannen, is besloten om de niet-landelijke commerciële FM-vergunningen en de meeste commerciële middengolfvergunningen nogmaals te verlengen ten behoeve van de digitalisering. Hiertoe is het noodzakelijk om de koppeling met vijf jaar extra te continueren (tot 1 september 2022). In de verlengingsbesluiten voor de niet-landelijke commerciële FM-vergunningen en de commerciële middengolfvergunningen is de keuze voor een verlenging nader toegelicht.

Hierbij acht het kabinet het van belang dat ook twee externe onderzoeken het belang van de koppeling tussen FM en digitale etherradio onderstrepen en het ingezette beleid ondersteunen.

De Kwink-groep (hierna: Kwink) heeft een terugblik verricht op het verlengings- en digitaliseringsbeleid voor de periode 2011–2017 en een vooruitblik voor de komende periode.3 Voor zover hier relevant concludeert Kwink dat het aannemelijk is dat zonder koppeling de markt niet, pas later of niet in hetzelfde tempo had geïnvesteerd in digitalisering van de etherradio. Voor de toekomst concludeert Kwink dat de verwachting dat digitalisering van de etherradio op termijn bijdraagt aan een doelmatiger frequentiegebruik overeind blijft. Het onderzoek van Kwink onderstreept derhalve het belang om de koppeling te continueren.

Telecompaper verwacht in haar onderzoek, dat de groei van digitale radio doorzet, mits aan een aantal voorwaarden is voldaan. De doorgroei van DAB+ naar het bredere Nederlandse luisterpubliek is volgens haar mede afhankelijk van een verbeterde dekking binnenshuis, en van autoproducenten, importeurs en dealers. Onder die condities krijgt DAB+ een sterke basis voor haar positionering ten opzichte van digitale alternatieven. Ook geeft Telecompaper aan dat de rol van de overheid cruciaal is. Telecompaper onderstreept derhalve ook de koppeling tussen FM-radio en DAB+.4

Ervaringen in het buitenland, bijvoorbeeld Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk, maken duidelijk dat een transitie naar digitale etherradio daadwerkelijk mogelijk is. Noorwegen heeft al een afschakeldatum voor de FM bepaald. In het Verenigd Koninkrijk is circa 75% van de nieuwe auto’s al uitgerust met een DAB+ ontvanger en in Londen en sommige andere regio’s in het Verenigd Koninkrijk was de DAB-penetratie in 2015 al hoger dan 50%.5 Dit onderstreept de beleidskeuze om de eerste periode van zes jaar te verlengen met een periode van vijf jaar in combinatie met de instandhouding van de koppeling tussen enerzijds de niet- landelijke FM en digitale etherradio en anderzijds de middengolfomroep met hoogvermogen en digitale etherradio. Op deze wijze draagt dit besluit bij aan het scheppen van de randvoorwaarden om de groei van digitale radio door te zetten. De totale periode van elf jaar acht het kabinet ruimschoots voldoende om robuuste stappen op dit vlak te kunnen zetten.

Juist voor de middengolf en niet-landelijke commerciële radio-omroepen biedt de digitalisering grote voordelen. Voor de middengolfomroepen zorgt de transitie van analoog naar digitaal voor een grote verbetering van de geluidskwaliteit. Voor de niet-landelijke commerciële radio-omroep zorgt de digitalisering vaak voor een groter bereik.

De vergunning voor kavel B27 (Ameland) ligt braak. Deze vergunning wordt geveild. Ook de vergunning voor kavel B31 (Cuijk) zal worden geveild. Deze vergunning kan niet verlengd worden als gevolg van de uitspraak van het CBb van 12 september 2013.6 Deze NFP-wijziging is zowel bij een verlenging als bij een veiling aan de orde, met dien verstande dat als vergunningen voor niet-landelijke radio-omroep eerder worden verdeeld dan 1 september 2017, de nieuwe bestemming (die dit besluit regelt) eerder werking heeft. Het gevolg hiervan is dat ook voor die vergunningen de koppeling per vergunning plaatsvindt en niet per vergunninghouder. In de volgende paragraaf zijn de verschillen met betrekking tot de wijze waarop de koppeling plaatsvindt tussen de huidige periode en de nieuwe periode nader toegelicht.

2.2 Regionale publieke omroepen

De regionale publieke media-instellingen digitaliseren eveneens via het zogenaamde bovenregionale kavel. Ook na 1 september 2017 wordt aan hen de mogelijkheid geboden om via het bovenregionale kavel hun analoge FM-programma digitaal uit te zenden. Hiervoor is geen wijziging van het NFP nodig, omdat reeds uit artikel 3 van de Regeling extra vergunningen publieke mediadienst volgt dat zij op deze frequentieruimte aanspraak kunnen maken en uit de hoofdregel in het NFP (zie de frequentietabel onder paragraaf 10 van het NFP) volgt dat deze frequentieruimte aan de regionale publieke omroepen kan worden verleend. De hoeveelheid spectrum dat beschikbaar is voor de regionale publieke media-instellingen blijft in de periode 1 september 2017 tot 1 september 2022 gelijk.

2.3 Uitgiftebeleid

2.3.1 Uitgifte gekoppelde frequentieruimte voor digitale radio-omroep

De vergunningen voor digitale radio-omroep die gekoppeld zijn aan de niet-landelijke commerciële FM-vergunningen en middengolfvergunningen worden op volgorde van binnenkomst verleend (1/18 deel van de capaciteit). Op dit moment is de koppeling van de FM-vergunning aan de vergunningen voor DAB+ noodzakelijk voor de commerciële radio-omroepen om de digitalisering van de grond te krijgen. Het verdienmodel van commerciële radio is primair de verkoop van reclametijd. Het aantal luisteraars dat thans luistert naar digitale radio (DAB+) is nog beperkt (circa 6% van de Nederlanders heeft een DAB+-ontvanger7), waardoor er onvoldoende commerciële prikkels zijn om zonder koppeling te investeren in digitale radio. De koppeling blijft derhalve noodzakelijk om digitale radio van de grond te krijgen en verder te laten groeien. Het verdeelinstrument ‘op volgorde van binnenkomst’ is derhalve het geëigende instrument om commerciële niet-landelijke en middengolf radio-omroepen te laten voldoen aan hun digitaliseringsverplichting.

De te verlengen vergunningen voor niet-landelijke commerciële radio-omroep en commerciële middengolfomroep zullen, net als thans het geval is, gekoppeld worden aan het zogenaamde bovenregionale kavel. Het bovenregionale kavel is een samenstel van de allotments 6B, 7A, 8A en 9D (respectievelijk 182.880–184.416 MHz; 188.160–189.696 MHz; 195.168–196.704 MHz; 207.296–208.832 MHz). Het bovenregionale kavel is daarnaast ook bestemd voor de regionale publieke omroep. Dit blijft ook na 1 september 2017 voor de komende vijf jaar het geval.

Bij de verlenging in 2011 (niet-landelijk en middengolf) vond de koppeling per vergunninghouder en niet per vergunning plaats. Dit betekent dat als een vergunninghouder meerdere analoge vergunningen houdt die in hetzelfde allotment van het bovenregionale kavel liggen, die vergunninghouder één vergunning voor digitale radio-omroep (1/18 deel van de capaciteit) verkreeg. Deze koppeling per vergunninghouder gold alleen indien (de opstelpunten van) de analoge vergunningen in hetzelfde allotment lagen en dus niet indien de analoge vergunningen gekoppeld dienden te worden aan een ander allotment van het bovenregionale kavel. Young City Media B.V. is bijvoorbeeld thans houder van de kavels B01, B06 en B09. Deze drie analoge kavels liggen binnen allotment 8A. De koppeling per vergunninghouder zorgde ervoor dat Young City Media B.V. één vergunning in dat allotment heeft gekregen bij de verlenging ten behoeve van het voldoen aan de digitaliseringsverplichting.

Met de voorliggende wijziging van het NFP zal de koppeling niet meer plaats vinden per vergunninghouder, maar per vergunning. Dit betekent dat houders van meerdere niet-landelijke FM-vergunningen en middengolfvergunningen die gekoppeld zijn aan hetzelfde allotment meer frequentieruimte beschikbaar krijgen voor digitale radio. De redenen hiervoor zijn de volgende. In de eerste plaats dienen de niet-landelijke radio-omroepen hun radioprogramma voor het door henzelf geboden percentage (in de verdelingen in 2003 en 2007/8) te richten op het FM-bereik dat behoort bij hun FM-vergunning. Deze verplichting maakt het voor vergunninghouders lastiger om één programma uit te zenden via meerdere vergunningen voor digitale radio-omroep. Nu er per vergunning gekoppeld wordt, kunnen meer FM-programma’s via de digitale ether worden ontvangen. Dat was eerst anders. In de tweede plaats belemmert een koppeling de overdracht van bestaande vergunningen. Hierdoor kunnen bijvoorbeeld nieuwkomers moeilijker via overdracht toegang tot de markt verkrijgen. Door te koppelen per vergunning kan elke analoge vergunning overgedragen worden. In de derde plaats is een koppeling per vergunning meer toekomstbestendig. Bij een veiling vindt er immers een koppeling per vergunning plaats omdat de winnaar van de veiling niet op voorhand bekend is. Door nu reeds bij de verlenging te koppelen per vergunning kunnen terugvallende vergunningen eenvoudig opnieuw uitgegeven worden. In de vierde en laatste plaats draagt een koppeling per vergunning meer bij aan doelmatig frequentiegebruik omdat alleen partijen een aanvraag zullen willen indienen die voor elke analoge vergunning de overstap naar DAB+ willen maken.

In allotment 6B van het bovenregionale kavel is te weinig ruimte om de regionale publieke omroepen te accommoderen en tevens een koppeling per vergunning te realiseren voor de niet-landelijke FM-vergunninghouders en de commerciële middengolfvergunninghouders. Om die reden wordt hier extra capaciteit beschikbaar gesteld in allotment 6C uit laag 7. Laag 7 is thans nog niet in gebruik. Om uitgifte van laag 7 mogelijk te maken wordt ook voetnoot HOL002A gewijzigd en worden de allotments in laag 7 niet langer aangemerkt als ‘onderwerp van studie’.

Voor allotment 6B en de ‘overloop’ naar allotment 6C uit laag 7 is nog het volgende van belang. Vanwege het belang van de digitalisering en continuïteit van dienstverlening is de koppeling hier zo vorm gegeven dat analoge vergunningen die nu één-op-één gekoppeld zijn aan vergunningen voor 1/18 deel van de capaciteit van allotment 6B aan dat allotment gekoppeld blijven. Dit is geregeld in de tabel in nationale voetnoot HOL005.

Indien meerdere analoge vergunningen in 2011 gekoppeld waren aan één vergunning voor 1/18 deel van de capaciteit van allotment 6B, blijft dit voor ten minste één kavel van de huidige vergunninghouder het geval. Hiertoe is het grootste kavel gekoppeld aan allotment 6B. De overige analoge vergunningen worden hetzij gekoppeld aan allotment 6B (het bovenregionale kavel) hetzij aan 6C (laag 7). In de toelichting op de nader vorm te geven aanvraagregelingen voor de vergunningen voor digitale radio-omroep zal hierop nader worden ingegaan.

De aanvraagprocedure zal op een vergelijkbare wijze als in 2011 worden vormgegeven. Door middel van één aanvraag kan zowel de verlenging van de FM-vergunning dan wel de middengolfvergunning als de vergunning voor digitale radio-omroep aangevraagd worden. Bij ministeriële regeling zal bepaald worden wanneer een aanvraag kan worden ingediend en wat de uiterste termijn is voor de indiening. Bij de veiling van de kavels B27 en B31 wordt een vergelijkbare systematiek gehanteerd.

2.3.2 Uitgifte van niet-gekoppelde frequentieruimte voor digitale radio-omroep

Extra spectrum voor digitale radio dat niet nodig is voor de koppeling en de digitaliseringsverplichting wordt via een veiling verdeeld. Voor laag 7 vergt dit eveneens een wijziging van nationale voetnoot HOL002A. Door laag 7 niet aan te merken als ‘onderwerp van studie’, is de hoofdregel in het NFP van kracht, hetgeen betekent dat de vergunningen, voor zover niet beschikbaar gesteld voor de koppeling met de FM en commerciële middengolfvergunningen, geveild kunnen worden. Uitgaande dat, vanwege de koppeling tussen de FM- en DAB+-vergunningen die reeds heeft plaatsgevonden en nu verlengd zal worden, de digitalisering verder wordt bevorderd, is het aannemelijk dat er belangstelling zal zijn voor extra spectrum voor digitale radio. Daarbij wordt opgemerkt dat, mocht een DAB+ vergunning in een veiling een positieve waarde hebben, dit nog niet betekent dat de met deze NFP-wijziging voorziene koppeling overbodig moet worden geacht. De verplichte koppeling en met name de investeringen in digitale radio creëren een momentum waardoor belangstelling voor het te veilen extra digitale spectrum aannemelijk wordt. Echter als die koppeling zou wegvallen zullen waarschijnlijk de investeringen in DAB+ tot stilststand komen. Zoals hierboven toegelicht, is de markt voor digitale radio nog niet voldoende ontwikkeld om zonder koppeling verder te groeien.

Indien middengolfvergunningen die via een veiling of vergelijkende toets zijn verleend terugvallen aan de overheid, zullen zij – anders dan niet-landelijke FM-vergunningen – niet opnieuw met digitaliseringsplicht worden uitgegeven. Dit volgt uit het besluit van de Minister van Economische Zaken van 22 april 2016 houdende wijziging van het Nationaal Frequentieplan 2014 (pakket 2016-1).8 Deze frequentieruimte zal dan voor laagvermogen omroep zonder digitaliseringplicht worden uitgegeven overeenkomstig het nieuwe beleid zoals beschreven in de toelichting op het hiervoor genoemde besluit. Eén partij heeft tegen dat besluit beroep ingesteld bij de rechtbank Rotterdam.

3. Voorschriften en beperkingen

Om storing te voorkomen en doelmatig gebruik van het frequentiespectrum te bevorderen worden in het algemeen aan het gebruik van frequentieruimte voorschriften en beperkingen verbonden. In de regel worden deze voorschriften en beperkingen in de vergunning opgenomen. Dit zal ook het geval zijn voor de vergunningen voor frequentieruimte waarop dit besluit betrekking heeft.

Daarnaast worden in de niet-landelijke commerciële FM vergunningen en in de middengolfvergunningen en de bijbehorende digitale radiovergunningen de nodige voorschriften opgenomen om te bewerkstelligen dat de koppeling tussen het gebruik van de analoge FM-frequentieruimte en de digitale frequentieruimte in band III gedurende de looptijd van de vergunningen in stand wordt gehouden en een verdere versnelling in de omschakeling naar digitale radio bewerkstelligd wordt.

4. Openbare voorbereidingsprocedure

Dit besluit is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Dit houdt in dat het voorgenomen besluit zes weken, namelijk van 5 juli 2016 tot en met 15 augustus 2016, publiekelijk ter inzage heeft gelegen zodat een ieder zijn of haar zienswijze hierop kon geven. Hieronder wordt op de ingebrachte zienswijzen ingegaan, voor zover deze van toepassing zijn op dit besluit. Zienswijzen met betrekking tot onderwerpen die dit besluit niet raken, blijven onbesproken.

Eén respondent heeft opmerkingen geplaatst bij de wijze waarop telkens aan elke kavel een (regionaal) digitaal frequentieblok wordt toegewezen, namelijk op grond van de locatie van de middengolfzender van een bepaald kavel. Volgens de respondent worden op deze manier de mogelijkheden voor verplaatsing van een middengolfzender naar een andere locatie beperkt, omdat een mogelijke nieuwe locatie buiten het gekoppelde allotment zou kunnen liggen. Respondent stelt dat dit vervolgens ook van invloed is op de overdrachtsmogelijkheden.

Het voorliggende besluit reguleert de verlenging van de koppeling van de te verlengen vergunningen voor niet-landelijke commerciële radio in de FM-band en de te verlengen middengolfvergunningen aan vergunningen voor digitale radio-omroep. Die verlenging gaat uit van de huidige situatie en houdt geen rekening met toekomstige, hypothetische scenario’s. Dit zou een onevenredig beslag leggen op de beschikbare frequentieruimte en ondoelmatig frequentiegebruik in de hand werken.

Dit geldt ook voor kavel C06. Voor dit kavel is geen eenheid in een allotment in het bovenregionaal kavel gereserveerd, omdat de huidige vergunninghouder zijn digitaliseringsplicht vervult door zijn programma in het, voor landelijke commerciële omroepen bestemde, frequentieblok 11C uit te zenden. Rekening houden met de hypothetische omstandigheid dat dit kavel overgedragen zou worden, zou er op neer komen dat alsnog ruimte gereserveerd wordt in het bovenregionale kavel. Wanneer overdracht echter niet plaats zou vinden, zou dat gereserveerde digitale kanaal gedurende de gehele vergunningsperiode braak blijven liggen. Een dergelijke werkwijze is niet doelmatig.

Met betrekking tot het verplaatsen van middengolfzenders merk ik nog ten overvloede op dat de mogelijkheden om een middengolfzender te verplaatsen beperkt zijn. Vanuit internationale coördinatieafspraken zijn er grenzen aan het verplaatsen van middengolfzenders. Daarnaast zijn er verschillende technische omstandigheden waar mee rekening moet worden gehouden bij het verplaatsen van een middengolfzender, zoals de elektrische eigenschappen van de grond (de mate van geleidbaarheid), de bebouwing en de begroeiing. Een verplaatsing over een beperkte afstand kan, afhankelijk van de elektrische eigenschappen van de grond al leiden tot wezenlijke verschillen in het propagatiepad van de zender ten opzichte van de internationaal gecoördineerde locatie van het opstelpunt. Het is dan ook niet aannemelijk dat verplaatsingsverzoeken over een grotere afstand (met een vergelijkbaar vermogen) gehonoreerd kunnen worden. Daarbij komt nog dat in verband met de bestaande samenwerkingsovereenkomsten verplaatsingen waarbij een wisseling van bijbehorend allotment noodzakelijk is, minder wenselijk zijn. Ook hiervoor geldt dat digitaal spectrum beschikbaar houden, terwijl uiterst onzeker is of dit gebruikt zal worden, geen doelmatig frequentiegebruik is. Alles overwegende zie ik dan ook geen grond om bij deze wijziging van het NFP, waarin slechts een verlenging van de huidige koppeling is beoogd, frequentieruimte te reserveren voor mogelijke verplaatsingen en overdrachtsverzoeken in de toekomst.

Een andere respondent stelt dat het bereik van de vergunningen voor digitale radio-omroep te groot is voor niet-landelijke commerciële radio-omroep. Hierover merk ik op dat er met de buurlanden reeds afspraken zijn gemaakt over de indeling van het zogenaamde bovenregionale kavel. Er zijn op dit moment ook geen andere frequenties beschikbaar met een kleinere geografische dekking. Reeds hierom kan in deze zienswijze niet worden meegegaan.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp


X Noot
1

Voor vergunningen voor niet-landelijke commerciële radio-omroepen die vóór 1 september 2017 verdeeld worden gaat deze bestemming niet per 1 september 2017 in, maar op de dag waarop het besluit als bedoeld in artikel 3.10, derde lid, van de Telecommunicatiewet houdende de keuze van de verdelingsprocedure van de betreffende vergunning voor niet-landelijke commerciële radio-omroep in werking treedt. Voor de periode vanaf de inwerkingtreding van dat besluit geldt voor die te verdelen vergunningen niet de bestemming die met het besluit van 18 februari 2011 tot wijziging van het NFP 2005 is bepaald (Stcrt. 2011, nr. 2948).

X Noot
2

Besluit van 16 februari 2011, nr. ETM/IT10180293, houdende wijziging van het Nationaal Frequentieplan 2005 in verband met het verlengings- en digitaliseringsbeleid commerciële radio (Stcrt. 2011, 2948).

X Noot
3

Rapport ‘Onderzoek naar digitale etherradio (DAB+)’ van 20 april 2016. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2016/04/20/onderzoek-naar-digitale-etherradio-dab

X Noot
6

ECLI:NL:CBB:2013:158