Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Autoriteit PersoonsgegevensStaatscourant 2016, 39557Interne regelingen

Besluit van de Autoriteit Persoonsgegevens, houdende verlening van mandaat en machtiging aan de voorzitter en de andere collegeleden van de Autoriteit Persoonsgegevens en aan functionarissen, werkzaam bij het secretariaat van de Autoriteit Persoonsgegevens (Besluit mandaat en machtiging Autoriteit Persoonsgegevens)

Autoriteit Persoonsgegevens,

Gelet op afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht en op artikel 5 van het bestuursreglement van de Autoriteit Persoonsgegevens;

Besluit:

Paragraaf 1. Organisatie en taakverdeling

Artikel 1

In dit mandaat- en machtigingsbesluit wordt verstaan onder Autoriteit Persoonsgegevens: het college van het College bescherming persoonsgegevens zoals ingesteld op grond van artikel 51 van de Wet bescherming persoonsgegevens.

Artikel 2

Het secretariaat van de Autoriteit Persoonsgegevens is samengesteld uit:

  • a. de directeur;

  • b. de afdeling Toezicht Publieke sector;

  • c. de afdeling Toezicht Private sector;

  • d. de afdeling Juridische Zaken;

  • e. de afdeling Communicatie.

Artikel 3

De afdelingen Toezicht zijn belast met:

  • a. de bevoegdheden die zijn vervat in de artikelen 23, 25, 32, 34a, 47, 51, 60, 61 (met uitzondering van het vierde lid) en 77 van de Wet bescherming persoonsgegevens;

  • b. verzoeken tot het aanwenden van de bevoegdheden neergelegd in of samenhangend met artikel 60 van de Wet bescherming persoonsgegevens;

  • c. de bevoegdheden die zijn vervat in artikel 35 van de Wet politiegegevens, artikel 27 (in samenhang bezien met artikel 39r) van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, artikel 4.1 van de Wet basisregistratie personen en artikel 11.3a van de Telecommunicatiewet;

  • d. het afhandelen van verzoeken om informatie onder meer gebaseerd op de Wet openbaarheid van bestuur, ten aanzien van aangelegenheden behorend tot het werkterrein van de afdelingen Toezicht;

  • e. toezichtsbeleid;

  • f. reglementen, beleidsregels en zienswijzen;

  • g. afhandelen van meldingen gegevensverwerkingen en datalekken;

  • h. voorlichting.

Artikel 4

De afdeling Juridische Zaken is belast met:

  • a. handhavingsbevoegdheden, formuleren beleid, adviseren en ondersteunen; voorfase en opleggen van sancties (in de zin van artikelen 61, vierde lid, 65 en 66 van de Wet bescherming persoonsgegevens, artikel 35, tweede lid, van de Wet politiegegevens, artikel 27, tweede lid, (in samenhang bezien met artikel 39r) van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, artikel 4.1, tweede lid, van de Wet basisregistratie personen en de artikelen 15.2, derde lid, en 15.4, vierde lid, van de Telecommunicatiewet) en de bevoegdheid die is vervat in artikel 51a van de Wet bescherming persoonsgegevens;

  • b. het opstellen van een invorderingsbeschikking in de zin van artikel 5:37, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht;

  • c. het opstellen van een beschikking in geval van niet tijdig beslissen in de zin van artikel 4:18 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • d. verzoeken tot het aanwenden van de bevoegdheden neergelegd in of samenhangend met artikel 60 van de Wet bescherming persoonsgegevens;

  • e. het afhandelen van verzoeken om informatie onder meer gebaseerd op de Wet openbaarheid van bestuur;

  • f. rechtsbescherming: bezwaarschriften en gerechtelijke procedures;

  • g. het doen van aangifte/ contact OM;

  • h. het afhandelen van klachten als bedoeld in titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 5

De afdeling Communicatie is belast met de externe communicatie: waaronder (inter)nationale contacten met collega-toezichthouders op het gebied van communicatie, persvoorlichting, persrelaties en public affairs.

Paragraaf 2. Mandaat en machtiging

Artikel 6

Aan de voorzitter en de andere collegeleden van de Autoriteit Persoonsgegevens wordt mandaat en machtiging verleend om namens de Autoriteit Persoonsgegevens besluiten te nemen of andere handelingen te verrichten ten aanzien van aangelegenheden die, blijkens de via de website van de Autoriteit Persoonsgegevens bekendgemaakte ‘Regeling taakverdeling en onderlinge vervanging Autoriteit Persoonsgegevens’ en de daarbij behorende bijlage, tot hun werkterrein behoren, tenzij deze naar aard of inhoud door de Autoriteit Persoonsgegevens dienen te worden afgedaan, zoals de hoofdlijnen van het door de Autoriteit Persoonsgegevens te voeren beleid, de daarbij te stellen prioriteiten, het vaststellen van te hanteren beleidsregels, het besluiten tot het entameren van breed opgezette opinieonderzoeken of andere onderzoeken, die betrekking hebben op onderwerpen die het taakgebied en het daarmee samenhangende werkterrein van de afzonderlijke collegeleden overstijgen.

Artikel 7

  • 1. Aan de in de bijlage bij dit besluit genoemde functionarissen, werkzaam bij het secretariaat van de Autoriteit Persoonsgegevens, wordt mandaat en machtiging verleend om namens de Autoriteit Persoonsgegevens besluiten te nemen of andere handelingen te verrichten ten aanzien van de aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van de afdeling waarin zij werkzaam zijn.

  • 2. De bedoelde functionarissen hanteren de aan hen, krachtens het verleende mandaat of de verleende machtiging, toekomende bevoegdheid voor zover dat past in de normale taakuitoefening van de functionaris.

  • 3. De mandaat- en machtigingsverlening als bedoeld in het eerste lid heeft geen betrekking op:

    • a. aangelegenheden, die naar aard of inhoud een zodanig gewicht hebben dat zij door de Autoriteit Persoonsgegevens dienen te worden afgedaan, zoals bedoeld in artikel 6 dan wel door de voorzitter of één van de andere collegeleden van de Autoriteit Persoonsgegevens in mandaat op basis van de ‘Regeling taakverdeling en onderlinge vervanging Autoriteit Persoonsgegevens’ dienen te worden afgedaan;

    • b. richtinggevende beslissingen/zienswijzen over de inhoud van regelgeving, met name nieuwe interpretatie van normen;

    • c. besluiten betreffende het opleggen van een bestuurlijke sanctie;

    • d. besluiten op bezwaar naar aanleiding van een besluit genomen door de Autoriteit Persoonsgegevens of in mandaat genomen door de voorzitter, zijn plaatsvervanger dan wel door één van de andere collegeleden van de Autoriteit Persoonsgegevens;

    • e. het indienen van hoger beroepschriften naar aanleiding van een besluit namens de Autoriteit Persoonsgegevens.

Artikel 8

Ten aanzien van aangelegenheden die tot het werkterrein van de Autoriteit Persoonsgegevens, de voorzitter of van elk van de andere collegeleden van de Autoriteit Persoonsgegevens behoren, kunnen de in de bijlage bij dit besluit genoemde functionarissen alle andere handelingen verrichten, die nodig zijn voor het nemen van een (tussen)beslissing.

Paragraaf 3. Vertegenwoordiging

Artikel 9

Aan de functionarissen van de afdeling Juridische Zaken, bekleed met de functie senior adviseur en het hoofd van deze afdeling, wordt machtiging verleend de Autoriteit Persoonsgegevens te vertegenwoordigen bij gerechtelijke procedures.

Paragraaf 4. Vervangingsregeling

Artikel 10

Bij afwezigheid of ontstentenis van één van de hoofden van de afdeling als bedoeld in artikel 2, sub b, c, d en e zijn de overige hoofden en de directeur bevoegd deze te vervangen.

Paragraaf 5. Klachtencoördinator

Artikel 11

  • 1. Er is een klachtencoördinator die klachten behandelt als bedoeld in titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 2. In geval van afwezigheid of ontstentenis wordt de klachtencoördinator vervangen.

  • 3. Aan de klachtencoördinator en zijn vervanger wordt mandaat en machtiging verleend voor de handelingen in het kader van het behandelen van klachten als bedoeld in titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht, met uitzondering van het toepassen van artikel 9:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 4. Het toepassen van artikel 9:12, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht blijft voorbehouden aan de voorzitter van de Autoriteit Persoonsgegevens, de directeur en de hoofden van de afdeling als bedoeld in artikel 2, sub b, c, d en e.

Paragraaf 6. Ondertekening

Artikel 12

  • 1. De ondertekening van documenten die door de voorzitter van de Autoriteit Persoonsgegevens krachtens het in artikel 6 verleende mandaat of de verleende machtiging, worden afgedaan, geschiedt als volgt:

    ‘Autoriteit Persoonsgegevens,

    Voor deze,

    De Voorzitter,

    (Gevolgd door de handtekening en de naam van de voorzitter)’.

  • 2. De ondertekening van documenten die door de aangewezen plaatsvervanger van de voorzitter van de Autoriteit Persoonsgegevens worden afgedaan, geschiedt als volgt:

    ‘Autoriteit Persoonsgegevens,

    Voor deze,

    De vicevoorzitter,

    (Gevolgd door de handtekening en de naam van de vicevoorzitter)’.

  • 3. De ondertekening van documenten die door een van de andere collegeleden van de Autoriteit Persoonsgegevens, krachtens het in artikel 6 verleende mandaat of de verleende machtiging, worden afgedaan, geschiedt als volgt:

    ‘Autoriteit Persoonsgegevens,

    Voor deze,

    (Gevolgd door de handtekening, de naam van het lid en de vermelding van de functie)’.

Artikel 13

De ondertekening van documenten die krachtens daartoe verleende mandaat of verleende machtiging door een functionaris van het secretariaat worden afgedaan, geschiedt als volgt:

‘Autoriteit Persoonsgegevens,

Namens deze,

(Gevolgd door de handtekening, de naam en de vermelding van de functie van de betrokken ambtenaar van het secretariaat)’.

Paragraaf 7. Ondertekeningsmandaat

Artikel 14

Aan de directeur en de hoofden van de afdeling als bedoeld in artikel 2, sub b, c, d en e komt de bevoegdheid toe documenten te ondertekenen ten aanzien van aangelegenheden, die door de Autoriteit Persoonsgegevens dan wel door de voorzitter of door één van de andere collegeleden van de Autoriteit Persoonsgegevens krachtens het in artikel 6 verleende mandaat of de verleende machtiging zijn afgedaan, tenzij de aard van de aangelegenheid zich hiertegen verzet.

Paragraaf 8. Slotbepalingen

Artikel 15

Het Besluit mandaat en machtiging CBP (Stcrt.2012, 19496) wordt ingetrokken.

Artikel 16

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na publicatie in de Staatscourant en werkt terug tot en met 1 januari 2016.

Artikel 17

Dit besluit wordt aangehaald als Besluit mandaat en machtiging Autoriteit Persoonsgegevens.

Dit besluit zal, met de toelichting en de bijlage, in de Staatscourant en op de website van de Autoriteit Persoonsgegevens worden geplaatst.

Den Haag, 25 mei 2016

Autoriteit Persoonsgegevens, J. Kohnstamm, voorzitter,

W.B.M. Tomesen, vicevoorzitter.

Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken binnen zes weken na de dag van de dagtekening van de Staatscourant waarin dit besluit is bekendgemaakt een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Autoriteit Persoonsgegevens, postbus 93374, 2509 AJ Den Haag.

TOELICHTING:

Algemeen

In deze mandaatregeling staat welke bevoegdheden het secretariaat van de Autoriteit Persoonsgegevens heeft in naam van het bestuursorgaan, zijnde de Autoriteit Persoonsgegevens.

Paragraaf 1. Organisatie en taakverdeling

  • Artikelen 1 t/m 5

Het secretariaat van de Autoriteit Persoonsgegevens bestaat uit verschillende onderdelen. Elk onderdeel is belast met verschillende taken.

Paragraaf 2. Mandaat en machtiging

Toepassing wordt gegeven aan de in artikel 5van het bestuursreglement van de Autoriteit Persoonsgegevens tot uitdrukking gebrachte bevoegdheid van de Autoriteit Persoonsgegevens om aan de voorzitter, de andere collegeleden en bepaalde ambtenaren werkzaam bij het secretariaat van de Autoriteit Persoonsgegevens mandaat en machtiging te verstrekken om namens de Autoriteit Persoonsgegevens besluiten te nemen of andere handelingen te verrichten.

  • Artikel 6

De verleende mandaten en verleende machtigingen zijn begrensd tot aangelegenheden die volgens de Regeling taakverdeling en onderlinge vervanging Autoriteit Persoonsgegevens en bijlage tot het werkterrein van de betrokken gemandateerde of gemachtigde kunnen worden gerekend.

Zij hebben geen betrekking op aangelegenheden die als zodanig tot het werkterrein van de Autoriteit Persoonsgegevens zelf behoren. Daarbij gaat het onder meer om de hoofdlijnen van het door de Autoriteit Persoonsgegevens te voeren beleid, de daarbij te stellen prioriteiten en het vaststellen van te hanteren beleidsregels. Ook het besluiten tot het entameren van breed opgezette opinieonderzoeken of andere onderzoeken, die betrekking hebben op onderwerpen die het taakgebied en het daarmee samenhangende werkterrein van de afzonderlijke collegeleden overstijgen, kunnen daartoe worden gerekend.

Daarnaast geldt de beperking dat, ook al betreft het een zaak die behoort tot het werkterrein van een gemandateerde of gemachtigde, het niettemin een aangelegenheid kan betreffen van een zodanig gewicht dat afdoening daarvan krachtens mandaat of machtiging niet aan de orde kan zijn. In dat geval zal de zaak door de Autoriteit Persoonsgegevens zelf moeten worden afgedaan.

  • Artikel 7

Enkel aan de ambtenaren die werkzaam zijn bij het secretariaat van de Autoriteit Persoonsgegevens en van wie de functies zijn vermeld in de bij dit besluit behorende bijlage komt de bevoegdheid toe om namens de Autoriteit Persoonsgegevens besluiten te nemen en/of andere handelingen te verrichten ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van de afdeling waarin zij werkzaam zijn. Deze bevoegdheid moet passen in zijn normale taakuitoefening.

Daarnaast geldt als leidraad dat de aard en/of het gewicht van de handeling maatgevend zijn voor de soort functionaris die de handeling dient te verrichten.

Bij het verlenen van het mandaat en de machtiging aan de in de bijlage genoemde ambtenaren is nog een verdere beperking aangebracht. Deze houdt in dat de betrokken ambtenaren ten aanzien van een bepaalde aangelegenheid geen gebruik mogen maken van de aan hen toekomende bevoegdheden in het geval de bevoegdheid tot nemen van besluiten of tot het verrichten van andere handelingen ten aanzien van die aangelegenheid voorbehouden blijft aan de Autoriteit Persoonsgegevens, de voorzitter dan wel aan één van de andere collegeleden.

  • Artikel 8

In zaken, die zijn voorbehouden aan de Autoriteit Persoonsgegevens, de voorzitter of één van de andere collegeleden van de Autoriteit Persoonsgegevens, hebben de in de bijlage genoemde ambtenaren de bevoegdheid om alle handelingen te verrichten, die nodig zijn voor het nemen van een (tussen)beslissing.

Paragraaf 3. Vertegenwoordiging

  • Artikel 9

Het treffen van een algemene regeling voor de vertegenwoordiging bij gerechtelijke procedures, voorkomt dat per zaak door de Autoriteit Persoonsgegevens een individuele machtiging moet worden verleend. De bevoegdheid wordt verleend aan het hoofd van de afdeling Juridische Zaken en de medewerkers van deze afdeling, bekleed met de functie senior adviseur.

Paragraaf 4. Vervangingsregeling

  • Artikel 10

In geval van afwezigheid of ontstentenis van één van de hoofden van de afdelingen Toezicht, de afdeling Juridische Zaken en de afdeling Communicatie zijn de overige hoofden en de directeur bevoegd deze te vervangen.

Paragraaf 5. Klachtencoördinator

  • Artikel 11

Binnen de Autoriteit Persoonsgegevens is een klachtencoördinator aangesteld die de bevoegdheid heeft om klachten te behandelen over de wijze waarop de Autoriteit Persoonsgegevens zich in een bepaalde aangelegenheid jegens de klager of een ander heeft gedragen. Het doen van een uitspraak over de klacht (ingevolge artikel 9:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht) blijft voorbehouden aan de voorzitter, de directeur en de afdelingshoofden.

Paragraaf 6. Ondertekening

  • Artikelen 12 en 13

Documenten die krachtens daartoe verleende mandaat of verleende machtiging zijn afgedaan, dienen op een uniforme wijze te worden ondertekend.

Paragraaf 7. Ondertekeningsmandaat

  • Artikel 14

Toepassing wordt gegeven aan de in artikel 10:11 van de Algemene wet bestuursrecht tot uitdrukking gebrachte mogelijkheid van ondertekeningsmandaat. Besluiten of beslissingen genomen door de Autoriteit Persoonsgegevens, de voorzitter dan wel de andere collegeleden van de Autoriteit Persoonsgegevens kunnen worden ondertekend door de directeur, de hoofden van de afdelingen Toezicht, de afdeling Juridische Zaken en de afdeling Communicatie. Deze ondertekeningsbevoegdheid geldt niet indien de aard van de aangelegenheid zich hiertegen verzet. Daarbij gaat het onder meer om het ondertekenen van beleidsregels en richtsnoeren.

Paragraaf 8. Slotbepalingen

  • Artikelen 15 t/m 17

Het besluit wordt, met de toelichting en de bijlage, gepubliceerd in de Staatscourant en op de website van de Autoriteit Persoonsgegevens. Het eerdere mandaat- en machtigingsbesluit wordt ingetrokken.

BIJLAGE, BEHOREND BIJ HET BESLUIT MANDAAT EN MACHTIGING AUTORITEIT PERSOONSGEGEVENS

  • I. Aan de volgende functionarissen, werkzaam bij de genoemde afdelingen van het secretariaat van de Autoriteit Persoonsgegevens, wordt, gelet op de aard van de met hun functie verband houdende werkzaamheden, mandaat en machtiging verleend:

    • 1. De Directeur

    • 2. De afdelingen Toezicht

      • i. het hoofd van de afdeling;

      • ii. de senior inspecteur;

      • iii. de senior adviseur.

    • 3. De afdeling Juridische Zaken

      • iv. het hoofd van de afdeling;

      • v. de senior adviseur;

      • vi. de adviseur.

  • II. Aan de volgende functionarissen, werkzaam bij de genoemde afdelingen van het secretariaat van de Autoriteit Persoonsgegevens, wordt, gelet op de aard van de met hun functie verband houdende werkzaamheden, machtiging verleend:

    • 1. De afdelingen Toezicht

      • i. de coördinator front-office;

      • ii. de medewerker Toezicht.

    • 2. De afdeling Juridische Zaken

      • iii. de medewerker administratie.

    • 3. De afdeling Communicatie

      • iv. het hoofd van de afdeling;

      • v. de senior woordvoerder/communicatieadviseur;

      • vi. de woordvoerder/communicatieadviseur;

      • vii. de redacteur/tekstschrijver;

      • viii. de informatiespecialist.