De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Economische Zaken;
Gelet op artikel 7.2.4, zesde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
Besluit:
BIJLAGE 1 BEHORENDE BIJ DE REGELING VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETESCHAP
HOUDENDE WIJZIGING VAN DE REGELING VASTSTELLING MODELLEN KWALIFICATIEDOSSIER EN KEUZEDEEL
EN TOETSINGSKADER KWALIFICATIESTRUCTUUR MBO 2016 IN VERBAND MET HET WIJZIGEN VAN HET
ONDERDEEL WETTELIJKE BEROEPSVEREISTEN IN DE INSTRUCTIE
Paragraaf 4.5 Beroepsvereisten
Geef aan of er sprake is van (wettelijke) beroepsvereisten. En zo ja, licht die toe.
Onder (wettelijke) beroepsvereisten verstaan we volgens artikel 7.2.6 van de WEB (geparafraseerd)
het volgende:
-
a. Het gaat om vereisten bij of krachtens een wet, verdrag of bindend besluit van een
volkenrechtelijke organisatie, die toetreding tot een beroep of het uitvoeren van
bepaalde beroepshandelingen reglementeren;
-
b. Die vereisten betreffen kwaliteiten onder meer op het gebied van kennis, inzicht en
vaardigheden of beroepshoudingen;
-
c. waarover degenen die een opleiding gericht op een beroep hebben voltooid moeten beschikken.
Er is sprake van beroepsvereisten wanneer is voldaan aan het volgende:
-
a. Het gaat om vereisten bij of krachtens een wet (anders dan een onderwijswet), verdrag
of bindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie;
-
b. Deze vereisten zijn verbonden aan voorwaarden waaraan moet worden voldaan om een bepaald
beroep uit te mogen oefenen of om bepaalde beroepshandelingen te mogen uitoefenen
als beginnend beroepsoefenaar;
-
c. Deze vereisten hebben betrekking op kennis, inzicht, vaardigheden en/of beroepshoudingen
welke door en in een beroepsopleiding op basis van de WEB kunnen worden verworven;
-
d. Het voldoen aan deze vereisten kan en moet worden ‘bewezen’ met een op grond van de
WEB afgegeven diploma of certificaat, indien de onderwijsinstelling zelf de beroepsvereisten
kan examineren; en
-
e. Het gaat niet om eisen aan de persoon of werkplek, zoals leeftijd, verklaring omtrent
gedrag of Arbo-eisen.
Met name criterium c en d behoeven enige toelichting: voor het uitoefenen van bepaalde
beroepen of handelingen is door het betreffende vakdepartement in de wet- of regelgeving
vastgelegd dat het behalen van een extern certificaat, examen en/of diploma de enige
manier is om aan te tonen dat aan de eisen hiervoor is voldaan. Als bepaald is dat
het externe certificaat, het externe examen of externe diploma een wettelijke beroepsvereiste
is zoals bedoeld in de WEB, dan is het externe certificaat, examen of diploma daarmee
onderdeel van het kwalificatiedossier en daarmee van de mbo-opleiding. Het betreffende
vakdepartement heeft een eigen vorm van kwaliteitsborging op deze examens. De onderwijsinstelling
is dan ook niet verantwoordelijk voor de kwaliteit van een extern af te leggen examen
of extern te behalen diploma of certificaat. De kosten van een extern certificaat,
examen en/of diploma zoals hiervoor bedoeld, maken op voorhand geen deel uit van de
bekostiging zoals die door het ministerie van OCW aan de onderwijsinstellingen wordt
verstrekt. In voorkomende gevallen zijn partijen (onderwijs, bedrijfsleven, student
en vakdepartement) aan zet om hierover afspraken te maken. In een dergelijke constructie
kan de onderwijsinstelling een deel van de kosten dragen. Dit vanuit de aanname dat
zij anders ook examenkosten zou hebben.
Voor de toelichting op de (wettelijke) beroepsvereisten gelden de volgende instructies:
-
• Selecteer het verantwoordelijke vakdepartement.
-
• Geef concreet aan wat de (wettelijke) beroepsvereisten inhouden. Dat betekent:
-
○ Benoem de specifieke wet en het wetsartikel waaruit de vereiste voortvloeit, danwel
het verdrag of het bindend besluit. Verwijs naar een link waarin de meest recente
versie van de wettelijke beroepsvereisten wordt weergegeven en andere bronnen waarin
de beroepsvereisten beschreven staan;
-
○ Beschrijf de (aard van de) kennis, vaardigheden en beroepshouding die de wet verlangt
van de beginnend beroepsbeoefenaar;
-
○ Beschrijf (indien relevant) het certificaat en / of een extern examen en / of een
extern diploma dat gekoppeld is aan de beroepsvereisten.
-
• Formuleer de eisen in een actieve vorm: ‘De beginnend beroepsbeoefenaar...’
Regelingen die betrekking hebben op de persoon als geformuleerd bij criterium e of
die door branches zijn geformuleerd, komen aan de orde in de verantwoordingsinformatie
onder het kopje ‘Bijzondere vereisten’ (6.5).
De WEB vereist bij wettelijke beroepsvereisten een goedkeurende verklaring van het
betrokken vakdepartement. Zonder goedkeurende verklaring kan een dossier de eindtoets
niet passeren. Zie hiervoor paragraaf 6.4 bij de verantwoordingsinformatie.
Paragraaf 4.5.1 Verbijzondering beroepsvereisten
Sommige beroepsvereisten gelden niet voor iedereen die wordt opgeleid tot een beroep,
maar zijn afhankelijk van de invulling binnen de beroepscontext. Het is in dat geval
toegestaan om beroepsvereisten met een keuzemogelijkheid in een kwalificatie te verwerken.
Er zijn twee varianten mogelijk, waarvoor de onderstaande specifieke instructies gelden.
-
1) Er is sprake van beroepsvereisten, geldend voor alle beginnend beroepsbeoefenaren,
en voor deze beroepsvereisten zijn verschillende specifieke invullingen mogelijk.
Alle invullingen worden opgenomen in de kwalificatie. De eisen moeten worden verwerkt
als beschreven in paragraaf 4.5. De deelnemer is verplicht een keuze te maken uit
tenminste één van de invullingen van de benoemde beroepsvereisten. Uit de beschrijving
moet blijken hoeveel (niet welke!) invullingen met goed gevolg moeten zijn afgelegd
om in aanmerking te komen voor diplomering. Een voorbeeld daarvan is het Besluit Houders
van dieren, waaruit beroepsvereisten voortvloeien die verschillen per diersoort.
In aanvulling hierop kunnen de specifieke invullingen ook worden opgenomen in afzonderlijke keuzedelen.
Voorwaarde is dat er voldoende studieomvang (240 studiebelastingsuren) geprogrammeerd
moet worden om aan de vereisten te voldoen.
-
2) De beroepsvereiste is niet verplicht voor alle deelnemers. De beroepsvereiste kan
worden opgenomen in de kwalificatie indien de omvang ervan substantieel kleiner is
dan 240 studiebelastingsuren. De eis moet worden verwerkt als beschreven in paragraaf
4.5. Uit de beschrijving moet blijken dat de beroepsvereiste niet voorwaardelijk is
voor de diplomering. Indien de onderwijsinstelling het aanbiedt, de deelnemer ervoor
kiest aan de beroepsvereiste te willen voldoen en het behaalt, wordt de beroepsvereiste
vermeld op het diploma. Voorbeelden van dergelijke beroepsvereisten zijn het Vleeskuikenbesluit
en Gewasbescherming A, B en C.
Als deze beroepsvereisten van voldoende studieomvang zijn en niet voorwaardelijk voor
de diplomering zijn, dan kunnen deze beroepsvereisten worden verwerkt in een keuzedeel.
Paragraaf 6.4 Beroepsvereisten
In de verantwoordingsinformatie wordt een toelichting gegeven op de (wettelijke) beroepsvereisten
indien die van toepassing zijn op de kwalificatie.
Zoals beschreven in paragraaf 4.5. spreken we van beroepsvereisten wanneer die voldoen
aan de volgende criteria:
-
a. Het gaat om vereisten bij of krachtens een wet (anders dan een onderwijswet), verdrag
of bindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie;
-
b. Deze vereisten zijn verbonden aan voorwaarden waaraan moet worden voldaan om een bepaald
beroep uit te mogen oefenen of om bepaalde beroepshandelingen te mogen uitoefenen
als beginnend beroepsoefenaar;
-
c. Deze vereisten hebben betrekking op kennis, inzicht, vaardigheden en/of beroepshoudingen
welke door en in een beroepsopleiding op basis van de WEB kunnen worden verworven;
-
d. Het voldoen aan deze vereisten kan en moet worden ‘bewezen’ met een op grond van de
WEB afgegeven diploma of certificaat, indien de onderwijsinstelling zelf de beroepsvereisten
kan examineren;
-
e. Het gaat niet om eisen aan de persoon of werkplek, zoals leeftijd, verklaring omtrent
gedrag of Arbo-eisen.
In de verantwoording wordt aangeven in welke kerntaken en werkprocessen de wettelijke
vereisten zijn verwerkt. Immers wettelijke beroepsvereisten – indien van toepassing
– moeten volledig zijn geëxamineerd met examens die qua inhoud en toetsvorm passend
zijn. Als de wettelijke vereisten wél eisen aan de kwaliteiten op het gebied van kennis,
inzicht, vaardigheden of beroepshoudingen van de beroepsbeoefenaar betreffen, maar
niet in kerntaken en/of werkprocessen verwerkt zijn, dient aangegeven te worden hoe
en waar de eisen dan wel in het kwalificatiedossier tot uiting komen.
Verklaring vakdepartement
In de regeling is aangegeven dat, als er sprake is van wettelijke beroepsvereisten,
er een goedkeurende verklaring van het betrokken vakdepartement aangeleverd moet worden.
Het vakdepartement toetst of en verklaart dat de beroepsvereisten correct in het kwalificatiedossier
zijn verwerkt. Deze verklaring moet voor indiening van het kwalificatiedossier naar de Toetsingskamer worden gestuurd.
Sectorkamers die al een goedkeurende verklaring van het vakdepartement in hun bezit
hebben die betrekking heeft op een oudere versie van het kwalificatiedossier én die
geen inhoudelijke wijzigingen in het kwalificatiedossier hebben doorgevoerd, hebben
slechts een verklaring van het vakdepartement nodig dat er geen relevante wijzigingen
zijn geweest in de wetgeving.
TOELICHTING
Algemeen
In Staatscourant nr. 10123 van 29 februari 2016 zijn het door de minister vastgestelde model kwalificatiedossier,
de daarbij behorende instructie en het toetsingskader kwalificatiestructuur mbo 2016
gepubliceerd.
In Staatscourant nr. 10144 van 29 februari 2016 zijn de door de minister vastgestelde kwalificatiedossiers in
het kader van de herziening van de kwalificatiestructuur vastgesteld. In de Toelichting
op deze ministeriële regeling is ook een hoofdstuk over Status Quo dossiers opgenomen.
Het gaat om 12 met naam genoemde dossiers waarbij de opname van de wettelijke beroepsvereisten
problemen oplevert en waarvoor langer de tijd wordt genomen om tot gerichte oplossingen
te komen. Het gaat hier dan met name om verplichte examens die op grond van andere
wet- en regelgeving dan de onderwijswetgeving, bij een externe instantie afgenomen
moeten worden.
In een breed gedragen werkgroep bestaande uit vertegenwoordigers van MBO Raad, AOC
Raad, SBB, EZ, OCW en de regieorganisatie zijn deze dossiers geanalyseerd en is een
oplossingsrichting verkend. Uit deze analyse is gebleken dat de Instructie behorende
bij het model kwalificatiestructuur aanpassing behoeft op het onderdeel wettelijke
beroepsvereiste. Dit geldt overigens niet voor het model kwalificatiedossier en het
toetsingskader kwalificatiestructuur mbo.
Met deze wijzigingsregeling worden die onderdelen van de instructie behorende bij
het model kwalificatiedossier 2016 gewijzigd die specifiek handelen over wettelijke
beroepsvereisten. Met deze wijzigingsregeling wordt derhalve de basis gelegd voor
nieuw te ontwikkelen kwalificatiedossiers waar wettelijke beroepsvereisten aan de
orde zijn.
Het streven is erop gericht (een aantal van) de status quo dossiers zo mogelijk nog
voor 01-08-2016 (hernieuwd) vast te stellen. Om dat te realiseren is het noodzakelijk
dat eerst de voorliggende Instructie wordt aangepast.
Administratieve lasten
Onderhavige wijzigingsregeling leidt niet tot een toename van de administratieve lasten,
omdat met de regeling geen nieuwe informatieverplichtingen worden opgelegd aan burgers,
bedrijven of instellingen.
Vaste verandermomenten
Er wordt in deze wijzigingsregeling afgeweken van de vaste verandermomenten en de
minimale invoeringstermijn van twee maanden. De reden hiervoor is dat het onderwijsveld
en de student gebaat zijn bij snelle inwerkingtreding.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
M. Bussemaker