TOELICHTING
1. Algemeen
De Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren (hierna: de Regeling beloning)
is op 1 januari 2015 in werking getreden.1 De onderhavige regeling bevat een drietal wijzigingen van de Regeling beloning.
Combinaties met een persoon in de leeftijd van 18–23 jaar die jeugdhulp heeft gehad
De Regeling beloning houdt er rekening mee dat er combinaties van beschermingsmaatregelen
voorkomen. Met een combinatie van beschermingsmaatregelen wordt bedoeld dat één vertegenwoordiger
twee personen bijstaat die in gemeenschap van goederen zijn getrouwd of op andere
wijze een economische eenheid vormen. In deze gevallen is sprake van efficiencyvoordelen,
bijvoorbeeld doordat de contactmomenten voor de behartiging van materiële en immateriële
belangen kunnen worden gecombineerd. Voor nagenoeg alle mogelijke combinaties van
beschermingsmaatregelen geeft de Regeling beloning een ‘combinatiebeloning’. Combinatiebeloningen
ontbreken alleen voor vrijwel alle combinaties waarin mentorschap voorkomt van een
persoon in de leeftijd van 18 tot en met 23 jaar die jeugdhulp heeft gehad in verband
met een psychisch of psychosociaal probleem, psychische stoornis, gedragsproblemen
of verstandelijke beperking (hierna: ‘een persoon in de leeftijd van 18–23 jaar die
jeugdhulp heeft gehad’). Het gaat om de volgende mogelijke combinaties: curatele en
curatele, curatele en bewind, en curatele en mentorschap. De combinatiebeloning in
geval van twee mentorschappen met personen in de leeftijd van 18–23 jaar die jeugdhulp
hebben gehad is wel opgenomen in de Regeling beloning (zie art. 8, vierde lid). Op
basis van de berekeningssystematiek in de toelichting op de Regeling beloning kunnen
de combinatiebeloningen voor de niet in de regeling weergegeven combinaties worden
berekend. Naar aanleiding van verzoeken uit de praktijk worden deze ontbrekende combinaties
aan de Regeling beloning toegevoegd (zie Artikel I, onderdelen A-E).
Budgetbeheer bij combinaties
In sommige gevallen gaat budgetbeheer vooraf aan beschermingsbewind c.q. curatele.
Een aantal stappen dat bij aanvang en tijdens het budgetbeheer is genomen hoeft niet
meer bij de aanvangswerkzaamheden ten behoeve van het ingestelde bewind c.q. de ingestelde
curatele te worden uitgevoerd. Er hoeft bijvoorbeeld geen kennismaking meer plaats
te vinden en het verzamelen van stukken heeft (deels) al plaatsgevonden. De Regeling
beloning houdt hiermee rekening (zie hierover de toelichting op de Regeling beloning,
p. 13–14). Bij de combinaties van curatele en curatele, bewind en bewind, en curatele
en bewind geeft de Regeling beloning reeds weer op welke beloning voor aanvangswerkzaamheden
aanspraak kan worden gemaakt indien in beide gevallen wel of geen budgetbeheer heeft
plaatsgevonden (resp. artt. 6, vijfde lid, onderdeel a, 7, vijfde lid, onderdeel a,
en 9, zesde lid, onderdeel a).2 Vooralsnog ontbreekt het geval waarin in één van beide gevallen budgetbeheer heeft
plaatsgevonden en in het andere niet. Ook ontbreekt het geval waarin budgetbeheer
heeft plaatsgevonden voorafgaand aan de curatele bij de combinatie van curatele en
mentorschap (art. 10, tiende lid, onderdeel a).3 De beloningen in deze gevallen worden aan de Regeling beloning toegevoegd (zie Artikel
I, onderdelen B–E).
Indexeringsbepaling
De indexeringsbepaling in artikel 13 van de Regeling beloning wordt gewijzigd. Kort
gezegd houdt de wijziging in dat de indexering niet meer standaard jaarlijks plaatsvindt,
maar eens per drie jaar, tenzij het indexeringspercentage met betrekking tot één jaar
hoger is dan 1% of lager is dan –1% (zie Artikel I, onderdeel F).
De conceptversie van deze regeling is gepubliceerd op www.internetconsultatie.nl van 3 juni tot en met 4 juli 2016. Hierop zijn zes reacties ontvangen, waarvan drie
openbaar. De regeling zoals deze in de Staatscourant wordt gepubliceerd wijkt niet
af van de geconsulteerde versie.
De Vereniging Wettelijke Vertegenwoordigers (VeWeVe) heeft gemeld dat haar leden de
wijziging van de indexeringsbepaling ondersteunen. Het bestuur van de Branchevereniging
voor Professionele Bewindvoerders en Inkomensbeheerders (BPBI) heeft opgemerkt dat
de wijzigingsregeling geen aanleiding geeft tot het maken van opmerkingen.
De Raad voor de rechtspraak heeft een blanco advies uitgebracht.
De reacties hebben geen aanleiding gegeven tot wijziging van de conceptregeling.
2. Artikelsgewijs
Artikel I
Om afrondingsverschillen te voorkomen tussen de beloningen zoals deze reeds zijn opgenomen
in de Regeling beloning en de door middel van onderhavige regeling daaraan toe te
voegen beloningen, wordt gerekend met de oorspronkelijke (niet geïndexeerde) bedragen
uit de Regeling beloning. Deze bedragen worden vervolgens geïndexeerd aan de hand
van het indexeringspercentage uit de Regeling indexering beloning curatoren, bewindvoerders
en mentoren 2016,4 te weten –0,1163% (afgerond). Telkens zal eerst de beloning op basis van de oorspronkelijke
bedragen uit de Regeling beloning worden weergegeven, gevolgd door de geïndexeerde
beloning.
Onderdeel A
In onderdeel A worden twee onderdelen toegevoegd aan artikel 2, tweede lid, waarin
de beloning van de curator is geregeld. In de onderdelen a en b van het tweede lid
zijn reeds de beloningen opgenomen voor respectievelijk een standaardcuratele en een
curatele met problematische schulden.
Hieraan wordt in onderdeel c toegevoegd de beloning in geval van een curator van een
persoon in de leeftijd van 18 tot en met 23 jaar die jeugdhulp heeft gehad. De beloning
wordt als volgt berekend: 90% van 1) de jaarbeloning voor standaardwerkzaamheden van
een bewindvoerder en 2) de jaarbeloning van een mentor in geval van een persoon in
de leeftijd van 18 tot en met 23 jaar die jeugdhulp heeft gehad. De jaarbeloning bedraagt
in dit geval: (0,9 * € 1.103 + 0,9 * € 1.430 =) € 2.281,50; na indexering € 2.278,80.
In onderdeel d wordt de beloning van een curator toegevoegd in geval van problematische
schulden, van een persoon in de leeftijd van 18–23 jaar die jeugdhulp heeft gehad.
De beloning wordt als volgt berekend: 90% van 1) de jaarbeloning in geval van problematische
schulden van een bewindvoerder en 2) de jaarbeloning van een mentor in geval van een
persoon in de leeftijd van 18 tot en met 23 jaar die jeugdhulp heeft gehad. De jaarbeloning
bedraagt in dit geval: (0,9 * € 1.430 + 0,9 * € 1.430 =) € 2.574; na indexering € 2.571.
Onderdeel B
Combinaties curatelen met personen in de leeftijd van 18–23 jaar die jeugdhulp hebben
gehad
Artikel 6 van de Regeling beloning bevat de beloning voor het geval dat de vertegenwoordiger
curator is van twee personen die in gemeenschap van goederen zijn getrouwd of op andere
wijze een economische eenheid vormen. In de eerste wijziging in onderdeel B worden
aan artikel 6 de combinaties toegevoegd waarin sprake is van één of twee personen
in de leeftijd van 18–23 jaar die jeugdhulp heeft of hebben gehad.
Bij de berekening van deze combinatiebeloningen wordt gerekend met de jaarbeloningen
in de verschillende onderscheiden categorieën curatele, te weten:
-
− standaardcuratele: € 1.989; na indexering € 1.986,70 (art. 2, tweede lid, onderdeel
a);
-
− curatele met problematische schulden: € 2.281,50; na indexering € 2.278,80 (art. 2,
tweede lid, onderdeel b);
-
− curatele betreffende een persoon in de leeftijd van 18–23 jaar die jeugdhulp heeft
gehad: € 1.696,50; na indexering € 1.694,50 (art. 2, tweede lid, onderdeel c (nieuw));
-
− curatele betreffende een persoon in de leeftijd van 18–23 jaar die jeugdhulp heeft
gehad en met problematische schulden: € 1.859; na indexering € 1.856,80 (art. 2, tweede
lid, onderdeel d (nieuw)).
Om de combinatiebeloningen te berekenen dienen vooreerst de beloningen voor de verschillende
categorieën curatele te worden berekend in geval van de combinatie van twee curatelen.
Daarbij dienen verschillende efficiencyvoordelen te worden meegewogen, zoals opgemerkt
in het algemene deel van deze toelichting. Voor de berekeningssystematiek zij verwezen
naar de toelichting op de Regeling beloning.
De beloning in geval van een standaardcuratele bedraagt: ((0,9 * € 1.105 + 0,9 * € 1.105)
– (0,4 * € 1.105) – (0,1 * € 1.105) =) € 1.436,50.
De beloning in geval van een curatele met problematische schulden bedraagt: ((0,9
* € 1.430 + 0,9 * € 1.105) – (0,4 * € 1.430) – (0,1 * € 1.105) =) € 1.599.
De beloning in geval van een curatele betreffende een persoon in de leeftijd van 18–23
jaar die jeugdhulp heeft gehad bedraagt: ((0,9 * € 1.105 + 0,9 * € 1.430) – (0,4 *
€ 1.105) – (0,1 * € 1.430) =) € 1.696,50.
De beloning in geval van een curatele betreffende een persoon in de leeftijd van 18–23
jaar die jeugdhulp heeft gehad en met problematische schulden bedraagt: ((0,9 * € 1.430
+ 0,9 * € 1.430) – (0,4 * € 1.430) – (0,1 * € 1.430) =) € 1.859.
Het nieuw in te voegen vierde lid van artikel 6 betreft de combinatie van een standaardcuratele
en een curatele betreffende een persoon in de leeftijd van 18–23 jaar die jeugdhulp
heeft gehad. De jaarbeloning bedraagt in dit geval: (€ 1.436,50 + € 1.696,50 =) € 3.133;
na indexering € 3.129,40.
Het vijfde lid betreft de combinatie van een standaardcuratele en een curatele betreffende
een persoon in de leeftijd van 18–23 jaar die jeugdhulp heeft gehad, en met problematische
schulden. De jaarbeloning bedraagt in dit geval: (€ 1.436,50 + € 1.859 =) € 3.295,50;
na indexering € 3.291,70.
Het zevende lid betreft de combinatie van een curatele met problematische schulden
en een curatele betreffende een persoon in de leeftijd van 18–23 jaar die jeugdhulp
heeft gehad. De jaarbeloning bedraagt in dit geval: (€ 1.599 + € 1.696,50 =) € 3.295,50;
na indexering € 3.291,70.
Het achtste lid betreft de combinatie van een curatele met problematische schulden
en een curatele betreffende een persoon in de leeftijd van 18–23 jaar die jeugdhulp
heeft gehad, en met problematische schulden. De jaarbeloning bedraagt in dit geval:
(€ 1.599 + € 1.859 =) € 3.458; na indexering € 3.454.
Het negende lid betreft de combinatie van twee curatelen betreffende twee personen
in de leeftijd van 18–23 jaar die jeugdhulp hebben gehad. De jaarbeloning bedraagt
in dit geval: (€ 1.696,50 + € 1.696,50 =) € 3.393; na indexering € 3.389,10.
Het tiende lid betreft de combinatie van een curatele betreffende een persoon in de
leeftijd van 18–23 jaar die jeugdhulp heeft gehad en een curatele betreffende een
persoon in de leeftijd van 18–23 jaar die jeugdhulp heeft gehad, en met problematische
schulden. De jaarbeloning bedraagt in dit geval: (€ 1.696,50 + € 1.859 =) € 3.555,50;
na indexering € 3.551,40.
Het elfde lid betreft de combinatie van twee curatelen betreffende twee personen in
de leeftijd van 18–23 jaar die jeugdhulp hebben gehad, en met problematische schulden.
De jaarbeloning bedraagt in dit geval: (€ 1.859 + € 1.859 =) € 3.718; na indexering
€ 3.713,70.
Budgetbeheer
De beloning voor aanvangswerkzaamheden indien de curator voorafgaand aan één van beide
curatelen budgetbeheer heeft gevoerd bedraagt: ((0,9 * € 520 + 0,9 * € 520) – (0,4
* € 520) – (0,1 * € 520) + (0,9 * € 390 + 0,9 * € 520) – (0,4 * € 390) – (0,1 * € 520)
=) € 1.287; na indexering € 1.285,50. Deze beloning wordt toegevoegd aan artikel 6,
twaalfde lid (nieuw),5 onderdeel a.
Onderdeel C
De beloning voor aanvangswerkzaamheden indien de bewindvoerder voorafgaand aan één
van beide bewinden budgetbeheer heeft gevoerd wordt in Artikel I, onderdeel C, toegevoegd
aan artikel 7, vijfde lid, onderdeel a. Deze beloning bedraagt: (0,6 * € 520 + 0,6
* € 390 =) € 546; na indexering € 545,40.
Onderdeel D
Combinaties curatele en bewind met personen in de leeftijd van 18–23 jaar die jeugdhulp
hebben gehad
Artikel 9 van de Regeling beloning bevat de beloningen voor het geval dat de vertegenwoordiger
curator respectievelijk bewindvoerder is van twee personen die in gemeenschap van
goederen zijn getrouwd of op andere wijze een economische eenheid vormen. In de eerste
wijziging in onderdeel D worden aan artikel 9 de combinaties toegevoegd waarin bij
de curatele sprake is van een persoon in de leeftijd van 18–23 jaar die jeugdhulp
heeft gehad.
Bij de berekening van deze combinatiebeloningen wordt gerekend met de jaarbeloningen
in de verschillende onderscheiden categorieën curatele en bewind. De categorieën curatele
en de bijbehorende beloningen zijn reeds genoemd bij de toelichting op Artikel I,
onderdeel B, eerste wijziging. De categorieën bewind zijn:
-
− standaardbewind: € 1.105; na indexering € 1.103,70;
-
− bewind met problematische schulden: € 1.430; na indexering € 1.428,30.
Bij de berekening van de combinatiebeloningen dienen verschillende efficiencyvoordelen
te worden meegewogen. Voor de berekeningssystematiek zij verwezen naar de toelichting
op de Regeling beloning.
Het nieuw in te voegen zesde lid van artikel 9 betreft de combinatie van een curatele
betreffende een persoon in de leeftijd van 18–23 jaar die jeugdhulp heeft gehad en
een standaardbewind. De jaarbeloning bedraagt in dit geval: (0,9 * € 1.105 + 0,9 *
€ 1.430) + (0,6 * € 1.105) – (0,4 * € 1.105) =) € 2.502,50; na indexering € 2.499,60.
Het zevende lid betreft de combinatie van een curatele betreffende een persoon in
de leeftijd van 18–23 jaar die jeugdhulp heeft gehad en een bewind met problematische
schulden. De jaarbeloning bedraagt in dit geval: (0,9 * € 1.105 + 0,9 * € 1.430) +
(0,6 * € 1.430) – (0,4 * € 1.105) =) € 2.697,50; na indexering € 2.694,40.
Het achtste lid betreft de combinatie van een curatele betreffende een persoon in
de leeftijd van 18–23 jaar die jeugdhulp heeft gehad, en met problematische schulden
en een standaardbewind. De jaarbeloning bedraagt in dit geval: (0,9 * € 1.430 + 0,9
* € 1.430) + (0,6 * € 1.105) – (0,4 * € 1.430) =) € 2.665; na indexering € 2.661,90.
Het negende lid betreft de combinatie van een curatele betreffende een persoon in
de leeftijd van 18–23 jaar die jeugdhulp heeft gehad, en met problematische schulden
en een bewind met problematische schulden. De jaarbeloning bedraagt in dit geval:
(0,9 * € 1.430 + 0,9 * € 1.430) + (0,6 * € 1.430) – (0,4 * € 1.430) =) € 2.860; na
indexering € 2.856,70.
Budgetbeheer
De beloning voor aanvangswerkzaamheden indien de vertegenwoordiger voorafgaand aan
ofwel de curatele, ofwel het bewind budgetbeheer heeft gevoerd, wordt in Artikel I,
onderdeel D, toegevoegd aan artikel 9, tiende lid,6 onderdeel a.
Indien voorafgaand aan de curatele budgetbeheer heeft plaatsgevonden, bedraagt de
beloning voor aanvangswerkzaamheden: ((0,9 * € 390 + 0,9 * € 520) + (0,6 * € 520)
– (0,4 * € 390) =) € 975; na indexering € 973,90.
Indien voorafgaand aan het bewind budgetbeheer heeft plaatsgevonden, bedraagt de beloning
voor aanvangswerkzaamheden: ((0,9 * € 520 + 0,9 * € 520) + (0,6 * € 390) – (0,4 *
€ 520) =) € 962; na indexering € 960,90.
Onderdeel E
Combinaties curatele en mentorschap met personen in de leeftijd van 18–23 jaar die
jeugdhulp hebben gehad
Artikel 10 van de Regeling beloning bevat de beloningen voor het geval dat de vertegenwoordiger
curator respectievelijk mentor is van twee personen die in gemeenschap van goederen
zijn getrouwd of op andere wijze een economische eenheid vormen. In de eerste wijziging
in onderdeel E worden aan artikel 10 de combinaties toegevoegd waarin bij de curatele
en/of het mentorschap sprake is van een persoon of personen in de leeftijd van 18–23
jaar die jeugdhulp heeft of hebben gehad.
Bij de berekening van deze combinatiebeloningen wordt gerekend met de jaarbeloningen
in de verschillende onderscheiden categorieën curatele en mentorschap. De categorieën
curatele en de bijbehorende beloningen zijn reeds genoemd bij de toelichting op Artikel
I, onderdeel B, eerste wijziging. De categorieën mentorschap zijn:
-
− standaardmentorschap: € 1.105; na indexering € 1.103,70;
-
− mentorschap betreffende een persoon in de leeftijd van 18–23 jaar die jeugdhulp heeft
gehad: € 1.430; na indexering € 1.428,30.
Bij de berekening van de combinatiebeloningen dienen verschillende efficiencyvoordelen
te worden meegewogen. Voor de berekeningssystematiek zij verwezen naar de toelichting
op de Regeling beloning.
Het nieuw in te voegen derde lid van artikel 10 betreft de combinatie van een standaardcuratele
en een mentorschap betreffende een persoon in de leeftijd van 18–23 jaar die jeugdhulp
heeft gehad. De jaarbeloning bedraagt in dit geval: (0,9 * € 1.105 + 0,9 * € 1.105)
+ (0,9 * € 1.430) – (0,1 * € 1.105) =) € 3.165,50; na indexering € 3.161,80.
Het vijfde lid betreft de combinatie van een curatele met problematische schulden
en een mentorschap betreffende een persoon in de leeftijd van 18–23 jaar die jeugdhulp
heeft gehad. De jaarbeloning bedraagt in dit geval: (0,9 * € 1.430 + 0,9 * € 1.105)
+ (0,9 * € 1.430) – (0,1 * € 1.105) =) € 3.458; na indexering € 3.454.
Het zesde lid betreft de combinatie van een curatele betreffende een persoon in de
leeftijd van 18–23 jaar die jeugdhulp heeft gehad en een standaardmentorschap. De
jaarbeloning bedraagt in dit geval: (0,9 * € 1.105 + 0,9 * € 1.430) + (0,9 * € 1.105)
– (0,1 * € 1.430) =) € 3.133; na indexering € 3.129,40.
Het zevende lid betreft de combinatie van een curatele betreffende een persoon in
de leeftijd van 18–23 jaar die jeugdhulp heeft gehad en een mentorschap betreffende
een persoon in de leeftijd van 18–23 jaar die jeugdhulp heeft gehad. De jaarbeloning
bedraagt in dit geval: (0,9 * € 1.105 + 0,9 * € 1.430) + (0,9 * € 1.430) – (0,1 *
€ 1.430) =) € 3.425,50; na indexering € 3.421,50.
Het achtste lid betreft de combinatie van een curatele betreffende een persoon in
de leeftijd van 18–23 jaar die jeugdhulp heeft gehad, en met problematische schulden
en een standaardmentorschap. De jaarbeloning bedraagt in dit geval: (0,9 * € 1.430
+ 0,9 * € 1.430) + (0,9 * € 1.105) – (0,1 * € 1.430) =) € 3.421,50; na indexering
€ 3.421,50.
Het negende lid betreft de combinatie van een curatele betreffende een persoon in
de leeftijd van 18–23 jaar die jeugdhulp heeft gehad, en met problematische schulden
en een mentorschap betreffende een persoon in de leeftijd van 18–23 jaar die jeugdhulp
heeft gehad. De jaarbeloning bedraagt in dit geval: (0,9 * € 1.430 + 0,9 * € 1.430)
+ (0,9 * € 1.430) – (0,1 * € 1.430) =) € 3.718; na indexering € 3.713,70.
Budgetbeheer
De beloning voor aanvangswerkzaamheden indien de vertegenwoordiger voorafgaand aan
de curatele budgetbeheer heeft gevoerd wordt in Artikel I, onderdeel E, toegevoegd
aan artikel 10, tiende lid (nieuw),7 onderdeel a. Deze beloning bedraagt: ((0,9 * € 390 + 0,9 * € 520) + (0,9 * € 520)
– (0,1 * € 520) =) € 1.235; na indexering € 1.233,60.
Onderdeel F
Artikel 13, eerste en tweede lid
Ingevolge het oorspronkelijke artikel 13 van de Regeling beloning worden de beloningen
met ingang van 1 januari 2016 jaarlijks met ingang van 1 januari geïndexeerd. Na de
eerste indexering8 meldden brancheverenigingen van vertegenwoordigers dat het doorvoeren van een indexering
veel werk met zich brengt. Dat geldt niet alleen voor vertegenwoordigers. Ook gemeenten,
die ervoor kiezen om de eventuele bijzondere bijstand voor de beloning van de vertegenwoordiger
voor meerdere jaren te verlenen, moeten de geïndexeerde beloningen – jaarlijks – verwerken.
Hierover is in het voorjaar van 2016 overleg gevoerd met de BPBI, de Nederlandse Branchevereniging
voor Professionele Bewindvoerders (NBPB), de Nederlandse Branchevereniging voor Bewindvoering
en Inkomensbeheer (NBBI), de VeWeVe, de Nederlandse Beroepsvereniging voor Professionele
Mentoren (NBPM), Mentorschap Nederland en de expertgroep curatele, bewind en mentorschap
van het Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel en Kanton (LOVCK).
Na overleg met de branche wordt de indexeringsbepaling als volgt gewijzigd. De beloningen
worden in beginsel jaarlijks geïndexeerd (zie eerste lid). Indexering vindt echter
niet plaats indien het indexeringspercentage met betrekking tot één jaar ligt tussen
de -1% en 1% (zie tweede lid). De invoering van deze bandbreedte bewerkstelligt dat
de beloningen niet bij elke minieme wijziging aangepast hoeven te worden, zodat lasten
bespaard blijven voor vertegenwoordigers en gemeenten in geval van minieme wijzigingen.
Tegelijkertijd wordt gewaarborgd dat substantiëlere wijzigingen wel leiden tot aanpassing
van de beloningen en dat de indexering in elk geval na drie jaar geschiedt, waarmee
rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering van vertegenwoordigers.
Gepoogd wordt het indexeringspercentage elk jaar uiterlijk in oktober te berekenen,
zodat zo vroeg mogelijk kan worden bezien of de beloningen voor het volgende kalenderjaar
geïndexeerd dienen te worden. Op de website www.rijksoverheid.nl zal elk jaar zo spoedig mogelijk worden aangekondigd of de beloningen voor het volgende
kalenderjaar worden geïndexeerd.
Voor de volledigheid zij het volgende opgemerkt. De verwijzing in artikel 13 naar
artikel 2, vijfde lid, van het Besluit vergoeding bewindvoerders schuldsanering (Stb. 2013, 308) wordt gehandhaafd. Voor de berekening van het indexeringspercentage wordt de formule
in laatstgenoemd artikel gehanteerd. In het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders
wordt overigens dezelfde formule gebruikt. De formule is: 0,6 * (A-B) + (0,4 * C).
A is kort gezegd gelijk aan het procentuele verschil tussen het indexcijfer van het
bruto uurloon, inclusief de bijzondere beloningen. B staat kort gezegd voor het procentuele
verschil tussen het indexcijfer van de arbeidsproductiviteit in alle sectoren. Kort
gezegd staat C voor het procentuele verschil tussen de consumentenprijsindexcijfers
voor alle huishoudens. De factoren A en C worden jaarlijks door het Centraal Bureau
voor de Statistiek (hierna: CBS) bekend gemaakt. Na overleg met het CBS is gebleken
dat een passender factor dan de huidige factor B kan worden gehanteerd. Daarom wordt
de factor B in de formule vervangen. De indexeringsbepaling in de Regeling beloning
behoeft op dit punt geen aanpassing, omdat deze verwijst naar de formule in het Besluit
vergoeding bewindvoerders schuldsanering, die op voornoemde wijze zal worden aangepast.
Deze wijziging treedt naar verwachting uiterlijk op 1 januari 2017 in werking.
Artikel 13, derde lid
Bij indexering van de beloningen worden de indexeringspercentages voor de jaren waarin
niet is geïndexeerd in acht genomen. Na indexering van de beloningen start een nieuwe
termijn.
Artikel 13, vierde lid
De geïndexeerde beloningen worden afgerond op hele cijfers. Bij de volgende indexering
wordt echter gerekend met de onafgeronde beloningen.
De beloningen die in de onderhavige regeling worden toegevoegd aan de Regeling beloning
zijn overigens afgerond op één cijfer achter de komma, overeenkomstig de beloningen
die al in de Regeling beloning zijn opgenomen.
Artikel II
Deze regeling treedt op 1 oktober 2016 in werking. Hiermee wordt de hand gehouden
aan de vaste verandermomenten voor ministeriële regelingen (aanwijzing 174, tweede
lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving (Ar)).
De Minister van Veiligheid en Justitie,
G.A. van der Steur