Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 19 januari 2016, nr. WJZ/861175(6665), houdende wijziging van de Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten in verband met het verlengen van de geldigheidsduur, alsmede enige technische wijzigingen

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 34, zesde en zevende lid, van de Monumentenwet 1988;

Besluit:

ARTIKEL I

De Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 7, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Voor de subsidieverstrekking op grond van dit hoofdstuk is per subsidietijdvak telkens een bedrag van € 1,7 miljoen beschikbaar.

B

Artikel 19, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Voor de subsidieverstrekking op grond van dit hoofdstuk is per subsidietijdvak telkens een bedrag van € 0,7 miljoen beschikbaar.

C

In artikel 33a wordt ‘1 oktober 2016’ vervangen door: 1 oktober 2021.

D

Artikel 33b vervalt.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2016.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. Bussemaker

TOELICHTING

Inleiding

In de beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg (Kamerstukken II 2009–10, 32 156, nr. 1) werd aangekondigd dat een aantal maatregelen genomen zou worden waardoor eigenaren van beschermde monumenten beter in staat zouden zijn om tot tijdige en duurzame herbestemming van cultureel erfgoed te komen. In 2011 heeft de Staatssecretaris van OCW daar invulling aan gegeven door de Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten (hierna: herbestemmingsregeling) in het leven te roepen (Stcrt. 2011, nr. 19007, 21 oktober 2011). De herbestemmingsregeling ondersteunt eigenaren en andere belanghebbenden bij het verrichten van haalbaarheidsonderzoeken naar herbestemming van monumenten. De fase van planvorming is gezien de complexiteit van de onderneming cruciaal voor het doen slagen van herbestemmingen. De regeling is daarnaast bestemd voor het treffen van tijdelijke maatregelen gedurende deze beginnende fase, ter voorkoming van verval van het monument.

Uit de evaluatie in 2014 (Kamerstukken II 2015–16, 32 156, nr. 68) blijkt dat de regeling een belangrijke rol speelt in het succes van een herbestemming. In 30% van de gevallen waarvoor in 2012 en 2013 een onderzoek is gesubsidieerd, is inmiddels een herbestemming gerealiseerd of is de stap gezet naar planuitwerking. Daarnaast wijst de evaluatie uit dat in nog eens 30% van de gevallen de verwachting is dat de stap tot herbestemming op korte termijn gezet zal worden. Bijna driekwart van de respondenten op de enquête geeft aan dat het haalbaarheidsonderzoek niet zou zijn uitgevoerd zonder subsidie. Ook waarderen initiatiefnemers het laagdrempelige karakter van de regeling.

De herbestemmingsregeling heeft een einddatum van 1 oktober 2016. Daarmee zou er vanaf dat moment vanuit het Rijk geen financiële stimulans meer zijn voor herbestemming van cultureel erfgoed. Het belang van herbestemming van monumenten (en vastgoed in het algemeen) is maatschappelijk steeds meer aan de orde en herbestemming is een complexe opgave voor een eigenaar. De herbestemmingsregeling is een belangrijk instrument om herbestemmingen te bewerkstelligen. In de Erfgoedwet is daarom ook een grondslag opgenomen voor een subsidieregeling voor herbestemming.

Met deze regeling wordt de geldigheidsduur van de herbestemmingsregeling met vijf jaar verlengd, tot 1 oktober 2021. Daarnaast bevat de regeling enige technische wijzigingen in de bestaande regeling, waarmee geen inhoudelijke wijziging is beoogd.

Verlenging en vervaldatum

Op grond van artikel 24a, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2001 dient elke subsidieregeling een tijdstip te bevatten waarop de regeling vervalt. Dit tijdstip mag niet later gelegen zijn dan vijf jaren na de inwerkingtreding van de desbetreffende regeling.

Hoewel deze regeling een vervaldatum bevat die meer dan vijf jaren na het moment van inwerkingtreding is gelegen, is in dit geval geen sprake van strijd met artikel 24a, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2001. In de herbestemmingsregeling is voorzien in de vervaldatum 1 oktober 2016. Het wijzigen van deze vervaldatum leidt er toe dat de subsidieregeling met vijf jaar wordt verlengd, waarbij het vroege moment van inwerkingtreding er met name op is gericht dat degenen die op de regeling een beroep willen doen zich tijdig van de regeling op de hoogte stellen en voldoende tijd hebben om hun eventuele subsidieaanvraag voor te bereiden.

Schrappen uitgewerkte bepalingen

Met artikel I, onderdelen A, B en D, wordt een aantal uitgewerkte bepalingen uit de herbestemmingsregeling geschrapt. Uit de artikelen 7 en 19 van de herbestemmingsregeling wordt de eenmalige plafondverhoging voor het tijdvak 2012/2013 geschrapt. Artikel 33b, dat voor datzelfde tijdvak voor organisaties voor monumentenbehoud een overgangsregeling bevatte, vervalt.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. Bussemaker

Naar boven