Beleidsregels ter verdeling besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2015 voor zorgkantoren

De Raad van Bestuur van Zorginstituut Nederland,

Gelet op artikel 91, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen, artikel 4.4 van het Besluit Wfsv, juncto 4.2.4, tweede lid van de Wet langdurige zorg en de Aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2015,

heeft in zijn vergadering van 16 maart 2015 besloten:

§ 1 Algemeen

Artikel 1

Dit besluit verstaat onder:

a. Wlz:

Wet langdurige zorg;

b. Aanwijzing:

Aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2015;

c. regio:

één van de regio’s zoals genoemd in artikel 1 van het Besluit van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 10 december 2014, houdende de aanwijzing van de zorgkantoren, Staatscourant 2014 nr. 36313, 18 december 2014;

d. budgethouder:

verzekerde aan wie door het zorgkantoor een persoonsgebonden budget is verleend op grond van artikel 3.3.3, eerste lid van de Wlz;

e. nieuwe budgethouder:

een budgethouder aan wie op of na 1 januari 2015 een persoonsgebonden budget voor de eerste keer wordt verleend;

f. zorgkantoor:

een zorgkantoor als bedoeld in het Besluit van de Staatssecretaris van VWS van 10 december 2014, houdende de aanwijzing van zorgkantoren;

g. het Zorginstituut:

Zorginstituut Nederland.

Artikel 2

  • 1. Het Zorginstituut keert het voorlopig vastgestelde, het nader vastgestelde en het definitief vastgestelde beheerskostenbudget voor het jaar 2015 uit met inachtneming van de Regeling voorschotverlening op uitkeringen Wlz 2015.

  • 2. Het Zorginstituut verdeelt in het jaar 2015 een totaalbedrag van 69,281 miljoen euro aan besteedbare middelen beheerskosten over de zorgkantoren.

§ 2 Voorlopige vaststelling beheerskostenbudget 2015

Artikel 3

Het Zorginstituut stelt in februari 2015 voor ieder zorgkantoor een voorlopig beheerskostenbudget vast ter bepaling van de besteedbare middelen voor de beheerskosten ten laste van het Fonds langdurige zorg.

Artikel 4

Het Zorginstituut verdeelt het in de Aanwijzing voor de zorgkantoren bestemde totaalbedrag als volgt over de zorgkantoren:

  • a. voor de uitvoeringskosten van het persoonsgebonden budget een bedrag van € 196,20 per budgethouder, vermenigvuldigd met het aantal budgethouders per regio waarvoor het zorgkantoor is aangewezen;

  • b. een bedrag van € 260,04 voor het voeren van bewuste keuze gesprekken, vermenigvuldigd met het aantal nieuwe budgethouders per regio waarvoor het zorgkantoor is aangewezen indien bij een budgethouder één of meer huisbezoeken zijn afgelegd;

  • c. een bedrag van 500 euro per budgethouder voor elke budgethouder bij wie één of meer huisbezoeken zijn afgelegd;

  • d. een bedrag van 5,374 miljoen euro verdeeld op basis van een gelijk bedrag per zorgkantoor;

  • e. een bedrag van 3,224 miljoen euro voor vier zorgkantoren die in 2015 geen deel uitmaken van een concern;

  • f. een bedrag van 0,100 miljoen euro voor één zorgkantoor dat een pilot uitvoert om de mogelijkheden te onderzoeken van opschaling van bestaande zorgkantoorregio’s.

Artikel 5

Het Zorginstituut verdeelt het na toepassing van artikel 4 resterende bedrag als volgt:

  • a. 15% op basis van een vast bedrag per zorgkantoor, vermeerderd met een zelfde bedrag per regio waarvoor het zorgkantoor is aangewezen in het in artikel 1, onderdeel b genoemde Besluit;

  • b. 85% op basis van het aantal inwoners per 1 januari 2014 in de regio’s, waarvoor het zorgkantoor als zodanig is aangewezen, waarbij inwoners die op die datum vijfenzestig jaar of ouder zijn, dubbel tellen. Voor de bepaling van het aantal inwoners, waaronder die van vijfenzestig jaar en ouder, gebruikt het Zorginstituut de gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Artikel 6

  • 1. De resultaten van de berekeningen volgens de artikelen 4 en 5 herberekent het Zorginstituut per regio.

  • 2. Ter verkrijging van het voorlopige beheerskostenbudget Wlz per zorgkantoor sommeert het Zorginstituut het herberekende bedrag per regio voor de regio’s waarvoor het zorgkantoor is aangewezen.

  • 3. Het Zorginstituut rondt het voorlopige beheerskostenbudget af op hele euro’s, waarbij het Zorginstituut bedragen van een halve euro en hoger afrondt naar boven en overige bedragen naar beneden.

§ 3 Nadere vaststelling beheerskostenbudget 2015

Artikel 7

  • 1. Uiterlijk op de eerste werkdag van mei 2016 stelt het Zorginstituut het beheerskostenbudget over het jaar 2015 nader vast. Het Zorginstituut doet dit op basis van:

    • a. de werkelijke inwonersaantallen per regio per 1 januari 2015, waarbij inwoners die op die datum vijfenzestig jaar of ouder zijn, dubbel tellen. Voor de bepaling van het aantal inwoners baseert het Zorginstituut zich op de gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek;

    • b. de werkelijke aantallen budgethouders per 1 juli 2015;

    • c. de werkelijke aantallen nieuwe budgethouders per 31 december 2015;

    • d. de werkelijke aantallen bewuste keuze gesprekken per 31 december 2015;

    • e. de werkelijke aantallen huisbezoeken per 31 december 2015.

  • 2. De vaststelling, bedoeld in het eerste lid, geschiedt met inachtneming van de Nadere aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2015 van de Staatssecretaris voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

  • 3. Het Zorginstituut brengt op het nader vastgestelde beheerskostenbudget de door het Zorginstituut uitgekeerde voorschotten in mindering.

§ 4 Definitieve vaststelling beheerskostenbudget 2015

Artikel 8

  • 1. Uiterlijk in 2017 stelt het Zorginstituut het beheerskostenbudget over het jaar 2015 definitief vast, met inachtneming van de beoordeling en correcties van de Nederlandse Zorgautoriteit.

  • 2. Het Zorginstituut betaalt het verschil tussen het bedrag van het definitief vastgestelde en het voorlopig vastgestelde beheerskostenbudget ingeval van een positief saldo voor het zorgkantoor uit. Indien het verschil tot een negatief saldo voor het zorgkantoor leidt, vordert het Zorginstituut het verschil in.

§ 5 Slot

Artikel 9

Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin deze worden geplaatst, en werken terug tot en met 1 januari 2015.

Artikel 10

Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregels ter verdeling besteedbare middelen beheerskosten zorgkantoren Wlz 2015.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Plv. Voorzitter Raad van Bestuur, A. Boer

Goedgekeurd door de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport bij brief van 25 maart 2015, kenmerk 744434-134748-Z.

TOELICHTING

Met ingang van 1 januari 2015 is de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) vervangen door de Wet langdurige zorg (Wlz). In de Wlz is in artikel 4.2.4 een onderscheid gemaakt tussen de taken van de Wlz-uitvoerders in de hoedanigheid van zorgkantoor en de overige taken. In aansluiting hierop is in de Aanwijzing van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voor 2015: kenmerk 702090-131223-Z, (hierna de Aanwijzing) een splitsing aangebracht in de budgetten voor de taken die de zorgkantoren uitvoeren en de overige taken van de Wlz-uitvoerders. Deze overige taken worden formeel uitgevoerd door de Wlz-uitvoerders maar in de praktijk geheel of gedeeltelijk uitbesteed aan de zorgkantoren.

Jaarlijks stelt het Zorginstituut de beleidsregels ter verdeling van de besteedbare middelen beheerskosten Wet langdurige zorg (Wlz) vast naar aanleiding van de Aanwijzing. In de onderhavige beleidsregels is de volledige budgetcyclus van de beheerskosten Wlz opgenomen. Het Zorginstituut heeft separaat voor beide taken beleidsregels opgesteld. Voor de taken van de Wlz-uitvoerders heeft de Staatssecretaris een bedrag van 75,140 miljoen euro besteedbaar gesteld. Voor de taken van het zorgkantoor is 69,281 miljoen euro besteedbaar gesteld. Hieronder worden de taken van de zorgkantoren nader toegelicht.

Elke cyclus begint met de Aanwijzing voor het kalenderjaar waarop de toegekende middelen betrekking hebben (jaar t). Vervolgens stelt het Zorginstituut beleidsregels op waarin het vaststelt hoe het de besteedbare middelen verdeelt. In februari van jaar t stelt het Zorginstituut het voorlopige beheerskostenbudget per zorgkantoor vast. In de Regeling voorschotverlening op uitkeringen Wlz 2015 van het Zorginstituut is geregeld op welke wijze het Zorginstituut de voorschotten uitkeert, dat het Zorginstituut de voorschotten verrekent met de nadere vaststelling en op welke wijze het rente berekent.

Als in het jaar t+1 de staatssecretaris een Nadere aanwijzing voor het jaar t heeft afgegeven en het Zorginstituut daarop een wijziging van de beleidsregels voor het jaar t heeft vastgesteld, stelt het Zorginstituut het beheerskostenbudget nader vast. In deze nadere vaststelling stelt het Zorginstituut ook de rente over het beheerskostenbudget vast.

Ten slotte stelt het Zorginstituut in het jaar t+3 het beheerskostenbudget definitief vast. Het Zorginstituut houdt bij de definitieve vaststelling rekening met de correcties van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en constateert of aan de voorwaarden is voldaan bij voorwaardelijk beschikbaar gestelde middelen.

De staatssecretaris heeft de besteedbare middelen beheerskosten Wlz voor het jaar 2015 vastgesteld op 144,421 miljoen euro.

Dit bedrag is bestemd ter dekking van de uitgaven voor de uitvoering van de Wlz door zowel de Wlz-uitvoerders als de zorgkantoren. In zijn beleidsregels heeft het Zorginstituut een bedrag van 69,281 miljoen euro vastgesteld als totaalbudget voor de zorgkantoren. Dit bedrag is als volgt berekend:

Omschrijving

Bedrag (1 = 1 mln)

Historisch bepaald basisbedrag

62,970

Loon/prijs bijstelling (1,50%)

0,945

Structurele toevoeging voor huisbezoeken PGB

5,000

Incidentele toevoeging voor de afbouw pilot ZZP

0,266

Incidentele toevoeging voor de pilot opschaling zorgkantoorregio’s

0,100

Totaal

69,281

Het percentage voor loon- en prijsbijstelling wordt nagecalculeerd als daartoe te zijner tijd een Nadere aanwijzing van de staatssecretaris verschijnt.

Persoonsgebonden Budget (PGB)

In 2015 gaat het Zorginstituut uit van een vast bedrag van 196,20 euro per verzekerde aan wie een PGB is verleend.

Naar verwachting zal op 1 juli 2015 het landelijk aantal PGB dossiers 35.000 zijn. Wanneer het werkelijke aantal afwijkt van de raming, zal het PGB uitvoeringsbudget daarop naar rato worden aangepast.

Bewuste keuze gesprekken met nieuwe budgethouders

Ook in 2015 zullen de zorgkantoren met nieuwe budgethouders bewuste keuze gesprekken gaan voeren. De kosten voor deze gesprekken zijn begroot op 260,04 euro per nieuwe budgethouder. Op basis van schattingen wordt verwacht dat er 4.500 gesprekken gevoerd zullen worden in 2015. Wanneer het werkelijke aantal afwijkt van de schatting, zal het uitvoeringsbudget daarop naar rato worden aangepast.

Huisbezoeken budgethouders

Sinds 2013 zijn zorgkantoren bestaande budgethouders via huisbezoeken persoonlijker gaan benaderen. Met ingang van 2015 is hiervoor structureel 5,000 miljoen euro aan het beheerskostenbudget toegevoegd, uitgaande van landelijk 10.000 huisbezoeken en 500 euro voor één of meerdere afgelegde huisbezoeken per budgethouder.

Pilot opschaling regio’s

Eén zorgkantoor zal een Pilot starten waarin de mogelijkheden tot opschaling van de bestaande zorgkantoorregio’s zal worden onderzocht. Hiervoor wordt in 2015 incidenteel 0,100 miljoen euro aan het beheerskostenbudget toegevoegd.

Pilot zzp’ers

De Pilot voor de zzp’ers wordt in 2015 afgebouwd. Voor de continuïteit van de uitvoering is het van belang dat de ICT-voorziening, de verwerking van de transacties en de support aan cliënten voor 2015 is gegarandeerd. Voor de afbouw van deze pilot is incidenteel 0,266 miljoen euro aan het beheerskostenbudget toegevoegd.

Plv. Voorzitter Raad van Bestuur, A. Boer

Naar boven