Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en SportStaatscourant 2015, 42811Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 26 november 2015, kenmerk 871714-144258-MEVA, houdende wijziging van de Regeling sectorale bezoldigingsnorm topfunctionarissen zorgverzekeraars

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gehoord de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

Gelet op de artikelen 3.3 en 3.4 van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling sectorale bezoldigingsnorm topfunctionarissen zorgverzekeraars wordt als volgt gewijzigd:

A

De artikelen 2 tot en met 3a worden vervangen door:

Artikel 2. Sectorale bezoldigingsnorm 2016

  • 1. Voor het kalenderjaar 2016 bedraagt de sectorale bezoldigingsnorm voor zorgverzekeraars:

    • a. € 266.000, indien zij op 1 januari 2015 meer dan 1.000.000 verzekerden hadden;

    • b. € 231.000, indien zij op 1 januari 2015 tussen de 300.000 en 1.000.000 verzekerden hadden;

    • c. € 195.000, indien zij op 1 januari 2015 minder dan 300.000 verzekerden hadden.

  • 2. Indien een zorgverzekeraar deel uitmaakt van een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waarbinnen zich ook andere zorgverzekeraars bevinden, mogen voor de toepassing van het eerste lid de verzekerden van alle zorgverzekeraars binnen die groep worden meegeteld.

Artikel 3. Sectorale bezoldigingsnorm

De sectorale bezoldigingsnorm wordt verhoogd met de voorzieningen ten behoeve van beloningen betaalbaar op termijn, bestaande uit het voor de betreffende topfunctionaris vastgestelde bedrag aan werkgeversbijdrage in de premie voor de reguliere pensioenafspraken van de geldende pensioenregeling.

B

De artikelen 5 en 6 vervallen.

C

De artikelen 7 en 8 worden vernummerd tot 5 en 6.

D

In artikel 5 (nieuw) vervalt: met uitzondering van artikel 5, dat in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2016.

Deze regeling zal (met de toelichting) in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers

TOELICHTING

1. Algemeen

1.1 Nieuwe bezoldigingsmaxima zorgverzekeraars en Wlz-uitvoerders

1.1.1. zorgverzekeraars

Met voorliggende wijzigingsregeling van de Regeling sectorale bezoldigingsnorm topfunctionarissen zorgverzekeraars wordt die regeling met ingang van 1 januari 2016 aangepast aan het verlaagde maximum dat sinds 1 januari 2015 ingevolge de Wet verlaging bezoldigingsmaximum WNT1 geldt (dat verlaagde maximum wordt ook wel de 'WNT 2-norm' genoemd; hij bedroeg in 2015 € 178.000 en bedraagt in 2016 € 179.000).

Het doel van deze nieuwe bezoldigingsnormen is te komen tot een maatschappelijk acceptabele bezoldiging voor bestuurders van zorgverzekeraars als bedoeld in de Zorgverzekeringswet (Zvw). De zorgverzekeraars zijn onder de werking van de WNT gebracht door middel van een amendement van de Kamerleden Gerbrands en Brinkman tijdens de wetsbehandeling van het wetsvoorstel voor de WNT (Kamerstukken II 2011/12, 32 600, nr. 24). Vervolgens is regime 2 van de WNT op de zorgverzekeraars van toepassing verklaard. Regime 2 houdt in dat de bezoldiging van topfunctionarissen niet meer mag bedragen dan de sectorale bezoldigingsnorm. Deze norm wordt vastgesteld door de betrokken minister en kan hoger zijn dan het bezoldigingsmaximum van regime 1 (voor regime 1 geldt sinds 1 januari 2015 in principe de WNT 2-norm van 100% van een ministersalaris). Net zoals bij regime 1, bestaat de mogelijkheid om een sector in deelsectoren op te delen en vervolgens te differentiëren per klasse. Dit houdt dus in dat per klasse een eigen plafond aan de bezoldigingsnorm kan worden gesteld. Voor de zorgverzekeraars golden in 2015 sectorale normen die hoger liggen dan het maximum van de WNT 1-norm en zullen in 2016 sectorale normen gelden die hoger liggen dan de WNT 2-norm. De achterliggende reden hiervoor is dat de zorgverzekeraars op zowel de private als publieke markt opereren en daarmee een andere marktpositie innemen dan zorginstellingen. Het gaat in feite om financiële instellingen met een publieke taak. Voor de huidige verlaging van de normen is, omdat zorgverzekeraars zowel op de private als de publieke markt opereren, uitgegaan van een verlaging met de helft van het procentuele verschil tussen de WNT 1- en de WNT 2-norm, dat wil zeggen de helft van 23%, derhalve 11,5%. Op de overige twee klassen voor de verzekeraars is eenzelfde procentuele verlaging toegepast. De nieuwe normen zijn tot stand gekomen na overleg met de zorgverzekeraars.

In de volgende tabel staan voor de topfunctionarissen van zorgverzekeraars de maxima zoals deze vanaf 2016 gelden (op duizendtallen naar boven afgerond) en de maxima die in 2014 en 2015 golden. In 2013 gold één maximum, namelijk € 300.000, en vóór 2013 gold geen maximum.

Aantal verzekerden op 1 januari 2015 (resp. 2014)

Maximumbezoldiging 2016 in euro's

Maximumbezoldiging 2015 en 2014 in euro's

> 1.000.000

266.000

300.000

300.000 t/m 1.000.000

231.000

260.000

< 300.000

195.000

220.000

1.1.2 Wlz-uitvoerders

Tot 1 januari 2015 werd de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) uitgevoerd door de zorgverzekeraars. Omdat de bestuurders van en de toezichthouders op de zorgverzekeraars tevens verantwoordelijk waren voor (het interne toezicht op) de uitvoering van de AWBZ voor hun verzekerden, lag het in de rede om de bezoldigingsmaxima voor de topfunctionarissen die betrokken waren bij de uitvoering van de AWBZ gelijk te stellen aan die voor het aanbieden en het uitvoeren van de zorgverzekeringen. Aldus is ook in de Regeling sectorale bezoldigingsnorm topfunctionarissen zorgverzekeraars gebeurd.

Op 1 januari 2015 volgde de Wet langdurige zorg (Wlz) de AWBZ op. Anders dan de AWBZ, wordt de Wlz uitgevoerd door Wlz-uitvoerders2, die geen zorgverzekeraar mogen zijn (maar wel deel moeten uitmaken van een concern waarin ook ten minste één zorgverzekeraar zit). In artikel 12.5.4 van de Wlz, waarmee bijlage 3 van de WNT werd gewijzigd, is dit onvoldoende onderkend. Het gevolg daarvan is dat in hoofdstuk 3 van de WNT in combinatie met die bijlage staat dat sectorale bezoldigingsnormen kunnen worden vastgesteld voor 'de zorgverzekeraars die zich overeenkomstig artikel 25 van de Zorgverzekeringswet of artikel 4.1.1 van de Wet langdurige zorg als zodanig hebben aangemeld'. Zoals uit het voorgaande duidelijk zal zijn geworden, is het niet mogelijk dat een zorgverzekeraar zich op grond van de Wlz aanmeldt als zorgverzekeraar die de Wlz wenst uit te voeren, aangezien zorgverzekeraars de Wlz niet mogen uitvoeren. Het gevolg is dat onduidelijk is welke norm voor topfunctionarissen bij Wlz-uitvoerders geldt. Deze onduidelijkheid in bijlage 3 bij de WNT zal bij eerstkomende gelegenheid worden opgeheven. Tot de inwerkingtreding van die verheldering wordt een vergelijkbare normstelling gehanteerd als onder de AWBZ gebruikelijk was. De maxima van de sectorale normen voor zorgverzekeraars mogen worden toegepast en daar waar in deze regeling 'zorgverzekeraar' staat, mag ook 'Wlz-uitvoerder' worden gelezen.

1.2 Overgangsrecht

De nieuwe maxima zullen met ingang van 1 januari 2016 gaan gelden. Voor bezoldigingsafspraken die op of na die datum gemaakt worden, gelden zij per direct. Voor voor 1 januari 2016 gemaakte bezoldigingsafspraken geldt het in de artikel 7.3 van de WNT neergelegde overgangsrecht. Dit is voor bestuurders samengevat in een schema op de website 'www.topinkomens.nl'.

2. Artikelsgewijs

Artikel I

Onderdeel A

Artikel 2

Het eerste lid regelt de verlaging van de sectorale bezoldigingsmaxima voor de topfunctionarissen van de zorgverzekeraars. In het algemeen deel van deze toelichting is hier nader op ingegaan.

Anders dan voor de bepaling van de sectorale bezoldigingsmaxima over de jaren 2014 en 2015, wordt voor het jaar 2016 niet naar het aantal verzekerden op 1 januari van het jaar waarvoor de maxima moeten gelden, gekeken, maar naar het aantal verzekerden op 1 januari van het daaraan voorafgaande jaar. De reden hiervoor is dat het aantal verzekerden in een kalenderjaar op 1 januari van dat jaar niet met zekerheid vast te stellen is. Dat komt omdat artikel 7, eerste lid, in verbinding met artikel 5, vijfde lid, onderdeel b, van de Zvw de verzekeringnemer die zijn zorgverzekering tegen 1 januari van een nieuw kalenderjaar heeft opgezegd, de mogelijkheid geeft om tot 1 februari van dat jaar met terugwerkende kracht tot en met 1 januari van dat jaar een nieuwe zorgverzekering te sluiten. Door de bezoldigingsmaxima voor een bepaald jaar niet te koppelen aan het aantal verzekerden op 1 januari van dat jaar maar van het daaraan voorafgaande jaar, wordt dit probleem opgelost.

Het tweede lid expliciteert de praktijk zoals deze sinds 2014 wordt toegepast. Veel zorgverzekeraars maken deel uit van een concern waarvan ook andere zorgverzekeraars deel uitmaken, en Wlz- uitvoerders moeten zelfs deel uitmaken van een concern, namelijk een concern met ten minste één zorgverzekeraar. In de praktijk worden de besturen van de zorgverzekeraars en Wlz-uitvoerders bevolkt door dezelfde personen, die vaak ook nog in het bestuur van de moedermaatschappij zitten (personele unies). Om deze reden mag het aantal personen met een zorgverzekering bij alle zorgverzekeraars binnen het concern worden opgeteld, om zo te kunnen bepalen in welke klasse men valt. Wellicht ten overvloede wordt opgemerkt dat daarbij niet ook nog alle verzekerden die Wlz-verzekerd zijn mogen worden opgeteld, aangezien dat tot dubbeltelling van verzekerden (die immers zowel een zorgverzekering hebben als verzekerd zijn op grond van de Wlz) zou leiden.

Artikel 3

Artikel 3 wijkt inhoudelijk niet af van wat tot 1 januari 2016 in de Regeling sectorale bezoldigingsnorm topfunctionarissen zorgverzekeraars was geregeld. Van de gelegenheid is echter wel gebruik gemaakt om onnodige elementen te verwijderen. Dat de belastbare vaste en variabele onkostenvergoedingen tot de bezoldiging behoren, volgt uit de omschrijving van het begrip 'bezoldiging' in artikel 1.1 van de WNT, en dat de door werkgevers verschuldigde premies voor de sociale verzekeringen er niet toe behoren, volgt uit de omschrijving van 'beloning' in combinatie met de omschrijving van het begrip 'bezoldiging' in datzelfde artikel.

Onderdelen B, C en D

De artikelen 5 en 6 van de Regeling sectorale bezoldigingsnorm topfunctionarissen zorgverzekeraars zoals deze in 2015 luidde zijn uitgewerkt en kunnen derhalve vervallen. Hetzelfde geldt voor de verwijzing, in de inwerkingtredingsbepaling, naar artikel 5.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers


X Noot
1

Stb. 2014, 588. 'WNT' staat voor de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector. De WNT 1-norm was in 2014 € 230.474.

X Noot
2

De daadwerkelijke uitvoering vindt regionaal plaats door zorgkantoren. Alle zorgkantoren zijn echter tevens Wlz-uitvoerder (andersom geldt dat niet).