Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 27 november 2015, nr. IENM/BSK-2015/224497 tot wijziging van de Erkenningsregeling fabrikanten kentekenplaten, de Regeling erkenning bedrijfsvoorraad, de Regeling erkenning exportdienstverlening en de Regeling eisen goedkeuring kentekenplaten 2000 (registratie lamineercodes, bewaarplicht kentekenplaten en kunststof tekens motorkentekenplaten)

De Minister van Infrastructuur en Milieu,

Gelet op de artikelen 40, derde lid, 61a, derde lid, 61c, derde lid, 66a, tweede lid, 66c, derde lid, en 70a, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994;

BESLUIT:

ARTIKEL I

De Erkenningsregeling fabrikanten kentekenplaten wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. De erkenninghouder maakt de blanco-kentekenplaten die beschadigd zijn, dan wel niet aan de eisen van de Regeling kentekens en kentekenplaten of de Regeling eisen goedkeuring kentekenplaten 2000 voldoen binnen één week na constatering onbruikbaar door deze op zodanige wijze doormidden te knippen dat de lamineercode goed leesbaar blijft.

2. In het derde lid wordt ‘vernietigt’ vervangen door: onbruikbaar maakt.

B

Artikel 18, tweede lid, eerste volzin, komt te luiden:

De erkenninghouder maakt de kentekenplaten die niet aan de eisen voldoen binnen één week na de controle onbruikbaar door deze op zodanige wijze doormidden te knippen dat de lamineercode goed leesbaar blijft.

C

Na artikel 18 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 19 Bewaarplicht afgekeurde (blanco-)kentekenplaten

De erkenninghouder bewaart de twee helften van de afgekeurde blanco-kentekenplaten of kentekenplaten waarop de laatste tien meldingen, bedoeld in de artikelen 17, derde lid, of 18, tweede lid, tweede volzin, betrekking hebben.

D

Artikel 22, vierde lid, komt te luiden:

  • 4. De erkenninghouder maakt de te vervangen kentekenplaten binnen één dag onbruikbaar door deze op zodanige wijze doormidden te knippen dat de lamineercode goed leesbaar blijft, meldt de lamineercodes aan de Dienst Wegverkeer en bewaart de twee helften van de kentekenplaten waarop de laatste tien meldingen betrekking hebben.

E

In artikel 22a wordt ‘vernietigd moeten worden’ vervangen door: onbruikbaar gemaakt worden.

ARTIKEL II

De Regeling erkenning bedrijfsvoorraad wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 11, tweede lid, laatste volzin, komt te luiden:

Tevens dient het erkende bedrijf op verzoek van bedoelde ambtenaren de voertuigen die in de bedrijfsvoorraad zijn aangemeld, de daarbij behorende kentekenplaten alsmede de overeenkomstig artikel 14a bewaarde helften van kentekenplaten te tonen.

B

Aan artikel 14, tweede lid, wordt een volzin toegevoegd, luidende:

Bij de melding geeft het erkende bedrijf de lamineercodes van de overeenkomstig artikel 10a ingenomen kentekenplaten van het voertuig op.

C

Artikel 14a komt te luiden:

Artikel 14a

  • 1. Terstond na de melding dat een voertuig voorgoed buiten Nederland wordt gebracht, maakt het erkende bedrijf de voor dat voertuig overeenkomstig artikel 10a ingenomen kentekenplaten onbruikbaar door deze op zodanige wijze doormidden te knippen dat de lamineercode goed leesbaar blijft.

  • 2. Het erkende bedrijf bewaart de twee helften van de kentekenplaten waarop de laatste tien meldingen, bedoeld in artikel 14, tweede lid, betrekking hebben.

D

Artikel 15a komt te luiden:

Artikel 15a

  • 1. Terstond na de melding dat een voertuig voorgoed buiten gebruik is gesteld maakt het erkende bedrijf de overeenkomstig artikel 10a ingenomen kentekenplaten onbruikbaar door deze op zodanige wijze doormidden te knippen dat de lamineercode goed leesbaar blijft.

  • 2. Het erkende bedrijf bewaart de twee helften van de kentekenplaten behorend bij de voertuigen waarop de laatste tien meldingen, bedoeld in artikel 15, tweede lid, betrekking hebben.

ARTIKEL III

De Regeling erkenning exportdienstverlening wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan het slot van artikel 7, tweede lid, derde volzin, wordt toegevoegd: alsmede de overeenkomstig artikel 9, derde lid, bewaarde helften van kentekenplaten.

B

Artikel 9 wordt vervangen door twee artikelen, luidende:

Artikel 9

  • 1. Bij de melding, bedoeld in artikel 8, tweede lid, geeft het erkende bedrijf de lamineercodes van de kentekenplaten van het voertuig op.

  • 2. Het erkende bedrijf neemt de kentekenplaten in van het voertuig waarvoor een melding als bedoeld in artikel 8, tweede lid, wordt gedaan, en maakt de ingenomen kentekenplaten onbruikbaar door deze op zodanige wijze doormidden te knippen dat de lamineercode goed leesbaar blijft.

  • 3. Het erkende bedrijf bewaart de twee helften van de ingenomen kentekenplaten waarop de laatste tien meldingen, bedoeld in artikel 8, tweede lid, betrekking hebben.

Artikel 9a

  • 1. Indien de kentekenplaten als gevolg van vermissing of diefstal niet aanwezig zijn bij het voertuig:

    • a. is artikel 9 niet van toepassing;

    • b. legt de aanvrager een afschrift van het proces-verbaal over waaruit blijkt dat de kentekenplaten van het voertuig vermist dan wel gestolen zijn, en

    • c. bewaart het erkende bedrijf het afschrift, bedoeld in onderdeel b, gedurende de in artikel 8, zesde lid, genoemde termijn.

  • 2. Indien één van de kentekenplaten als gevolg van vermissing of diefstal niet aanwezig is bij het voertuig zijn artikel 9 en het eerste lid, onderdelen b en c, van overeenkomstige toepassing op de aanwezige kentekenplaat.

ARTIKEL IV

De Regeling eisen goedkeuring kentekenplaten 2000 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 12, vierde lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel g wordt ‘bijlage 6 of bijlage 7’ vervangen door: de bijlagen 6, 7 of 7A.

2. In onderdeel h wordt ‘3,5 mm’ vervangen door: 3,0 mm.

B

Na bijlage 7 wordt een bijlage ingevoegd, luidende:

BIJLAGE 7A. BEVESTIGINGSPENNEN KUNSTSTOF TEKENS BEHORENDE BIJ MODEL C.2 UIT DE REGELING KENTEKENS EN KENTEKENPLATEN

ARTIKEL V

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2016.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus

TOELICHTING

Algemeen

De afgifte en inname van kentekenplaten is sinds 1 januari 2000 gereguleerd (zie de wet van 6 oktober 1999, houdende wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 met betrekking tot de afgifte en inname van kentekenplaten) (Stb. 1999, 459). Doel van deze regulering is te voorkomen dat kentekenplaten in het verkeer kunnen komen en gebruikt kunnen worden op voertuigen waarvoor die platen niet zijn afgegeven. Hiertoe wordt door toezichthouders van de Dienst Wegverkeer toezicht gehouden op de gehele keten van productie tot buitengebruikstelling van kentekenplaten.

Ondanks deze regulering worden door handhavende instanties met regelmaat kentekenplaten aangetroffen die behoren bij voertuigen die volgens het kentekenregister zijn gedemonteerd of geëxporteerd; die kentekenplaten hadden daarom vernietigd moeten zijn.

Hoewel bedrijven die bevoegd zijn om voertuigen als gedemonteerd of geëxporteerd af te melden verplicht zijn om de kentekenplaten in te nemen en te vernietigen, blijken niet alle bedrijven zich aan deze verplichting te houden. Aanvullende maatregelen waren daarom noodzakelijk.

In de brief van de Minister van Veiligheid en Justitie van 10 april 2015 (Kamerstukken II 2014/15, 29 398, nr. 462) zijn deze maatregelen reeds aangekondigd. Zoals in die brief is gesteld, zullen de maatregelen die met deze regeling zijn doorgevoerd bijdragen aan de vermindering van het aantal valse kentekenplaten dat in omloop is.

Deze regeling voorziet in een bewaarplicht van kentekenplaten bij erkende kentekenplaatfabrikanten en bij erkende export- en sloopbedrijven. Daarnaast voorziet deze regeling in een registratieplicht van de lamineercode van afgemelde kentekenplaten voor erkende kentekenplaatfabrikanten en erkende exportbedrijven.

Door alle kentekenplaten van de laatste tien afgemelde voertuigen te laten bewaren kan, in combinatie met de verplichte registratie van de lamineercodes, in voldoende mate toezicht worden gehouden op de juiste naleving van de verplichting om de ingenomen kentekenplaten te vernietigen.

De helften van de onbruikbaar gemaakte kentekenplaten vallen in de categorie metaalschroot en het betreffende bedrijf kan zich, wanneer die helften niet meer bewaard hoeven te worden, op iedere door hem gewenste wijze daarvan ontdoen.

De bewaarplicht en de meldplicht voor lamineercodes leidt tot een stijging van de administratieve lasten en de inhoudelijke nalevingskosten.

Deze stijging van de administratieve lasten is geschat op € 1.163.262 per jaar voor het registreren van de lamineercodes en het bewaren van de helften van de onbruikbaar gemaakte platen.

De stijging van de inhoudelijke nalevingskosten is geschat op eenmalig € 212.550 voor bewaarfaciliteiten voor de helften van de onbruikbaar gemaakte platen.

Deze regeling heeft tot slot het gebruik van kunststof tekens op kentekenplaten voor tweewielige motorrijtuigen mogelijk gemaakt. Dat was alleen mogelijk voor motorrijtuigen met meer dan twee wielen. Hier vloeien geen administratieve lasten of inhoudelijke nalevingskosten uit voort.

Artikelsgewijs

Artikel I

Onderdelen A en B

In artikel 17, eerste lid, en 18, eerste lid, van de Erkenningsregeling fabrikanten kentekenplaten is de wijze van vernietigen van afgekeurde (blanco-)kentekenplaten nader gespecificeerd. Dat was nodig met het oog op de invoering van een (tijdelijk) bewaarplicht van onbruikbaar gemaakte (blanco-)kentekenplaten.

Onderdeel C

In het nieuwe artikel 19 van de Erkenningsregeling fabrikanten kentekenplaten is de bewaarplicht voor afgekeurde (blanco-)kentekenplaten vastgelegd. Op grond van artikel 17, derde lid, en 18, tweede lid, tweede volzin, moet van het onbruikbaar maken van afgekeurde (blanco-)kentekenplaten melding gemaakt worden bij de RDW.

Artikel 19 van de Erkenningsregeling fabrikanten kentekenplaten bepaalt dat de kentekenplaten die horen bij de laatste tien meldingen die gedaan zijn met betrekking tot afgekeurde blanco-kentekenplaten (op grond van artikel 17, derde lid, van die regeling) en/of afgekeurde kentekenplaten (artikel 18, tweede lid, tweede volzin, van die regeling) bewaart moeten worden. Het gaat hierbij dus om de laatste tien meldingen van de beide soorten tezamen.

Onderdeel D

Artikel 22, vierde lid, van de Erkenningsregeling fabrikanten kentekenplaten regelt de wijze van vernietigen van beschadigde kentekenplaten die de fabrikant heeft omgeruild.

Anders dan voor afgekeurde (blanco-)kentekenplaten bestond voor beschadigde kentekenplaten nog geen verplichting om de vernietiging aan de RDW te melden. Aan artikel 22, vierde lid, van de Erkenningsregeling fabrikanten kentekenplaten is daarom toegevoegd dat de fabrikant van de vernietigde kentekenplaten de lamineercodes aan de RDW moet melden.

Onderdeel E

Artikel 22a van de Erkenningsregeling fabrikanten kentekenplaten heeft betrekking op omwisseling van kentekenplaten in verband met het gebruik van het voertuig als taxi of beëindiging van dat gebruik. Artikel 22 van die regeling is van overeenkomstige toepassing op de ingenomen kentekenplaten.

De wijziging van artikel 22a was redactioneel van aard.

Artikel II

Onderdeel A

Artikel 11 van de Regeling erkenning bedrijfsvoorraad regelt het toezicht op de erkenninghouders. Om onduidelijkheden te voorkomen is aan artikel 11, tweede lid, van de Regeling erkenning bedrijfsvoorraad toegevoegd dat aan de toezichthouder de op grond van artikel 14a van die regeling bewaarde helften van onbruikbaar gemaakte kentekenplaten moeten worden getoond.

Onderdeel B

Met de toevoeging van een volzin aan artikel 14, tweede lid, is de verplichting ingevoerd om lamineercodes op te geven bij de zogenoemde exportmelding.

Onderdeel C

In artikel 14a van de Regeling erkenning bedrijfsvoorraad is de bewaarplicht van de kentekenplaten van een voertuig waarvoor een exportmelding is gedaan, vastgelegd.

Onderdeel D

Artikel 15a van de Regeling erkenning bedrijfsvoorraad regelt de bewaarplicht voor kentekenplaten van voertuigen waarvoor een zogenoemde sloopmelding is gedaan.

Artikel 10a, tweede lid, van de Regeling erkenning bedrijfsvoorraad bepaalt dat voertuigen waarvan een of meer kentekenplaten ontbreken desondanks in de bedrijfsvoorraad mogen worden opgenomen als op hetzelfde moment een sloopmelding wordt gedaan. Met andere woorden: de voorwaarde dat slechts voertuigen met complete kentekenplaatset in de bedrijfsvoorraad mogen worden opgenomen geldt niet indien de opname gebeurt met het oog op demontage van het voertuig. Indien een voertuig een of meer kentekenplaten mist, mag het dus wel in de bedrijfsvoorraad worden opgenomen met het oog op demontage. Kentekenplaten die nog wel op of bij het voertuig aanwezig zijn moeten uiteraard wel worden ingenomen.

Artikel 15a van de Regeling erkenning bedrijfsvoorraad bepaalt daarom dat de bewaarplicht geldt voor de overeenkomstig artikel 10a ingenomen kentekenplaten. Indien een of beide kentekenplaten ontbreken en het voertuig gedemonteerd wordt, geldt de bewaarplicht dus alleen voor de wel aanwezige kentekenplaat dan wel indien beide platen ontbreken helemaal niet.

Artikel III

Onderdeel A

Artikel 7 van de Regeling erkenning exportdienstverlening regelt het toezicht op de erkenninghouders. Om onduidelijkheden te voorkomen is aan artikel 7, tweede lid, van de Regeling erkenning exportdienstverlening toegevoegd dat aan de toezichthouder de op grond van artikel 9 van die regeling bewaarde helften van onbruikbaar gemaakte kentekenplaten moeten worden getoond.

Onderdeel B

Artikel 9 van de Regeling erkenning exportdienstverlening regelt de bewaarplicht van de onbruikbaar gemaakte kentekenplaten die zijn ingenomen van de voertuigen waarvoor een zogenoemde exportmelding is gedaan. Voorts regelt dit artikel de melding van de lamineercodes bij de exportmelding.

Artikel 9a van de Regeling erkenning exportdienstverlening bepaalt hoe de erkenninghouder moet handelen indien een of beide kentekenplaten ontbreken van een voertuig waarvoor een exportmelding wordt gedaan.

Indien beide kentekenplaten van het bewuste voertuig ontbreken dan zijn de bewaarplicht van de onbruikbaar gemaakte kentekenplaten en de meldplicht voor de lamineercodes niet van toepassing. Als een van beide kentekenplaten – dit geldt dus alleen voor motorvoertuigen op meer dan drie wielen, aangezien motorvoertuigen op twee of drie wielen slechts een kentekenplaat hoeven te hebben – ontbreekt zijn de bewaarplicht en de meldplicht onverkort van toepassing op de kentekenplaat die wel aanwezig is.

Artikel IV

Dit betrof het mogelijk maken van het gebruik van kentekenplaten met kunststof tekens voor tweewielige motorrijtuigen.

De mogelijkheid kunststof tekens te gebruiken op kentekenplaten volgt uit het aan de Regeling eisen goedkeuring kentekenplaten 2000 toegevoegd zijn van maatschetsen voor die tekens. Voor tweewielige motorrijtuigen waren er geen maatschetsen vastgesteld en daarom was het gebruik van kunststof tekens op kentekenplaten voor die motorrijtuigen niet mogelijk.

De aan de Regeling eisen goedkeuring kentekenplaten 2000 toegevoegde bijlage 7A bevat die maatschetsen.

Artikel V

De inwerkingtredingsbepaling voldeed aan het stelstel van vaste verandermomenten. Omdat de wijzigingen gericht zijn op het verminderen van de mogelijkheden van fraude met kentekenplaten is afgezien van het hanteren van een (volledige) invoeringstermijn.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus

Naar boven