Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Verkeer en WaterstaatStaatsblad 1999, 459Wet

Wet van 6 oktober 1999, houdende wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 met betrekking tot de afgifte en inname van kentekenplaten

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regels te stellen met betrekking tot de afgifte en inname van kentekenplaten teneinde het valselijk gebruik maken van kentekenplaten terug te dringen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wegenverkeerswet 19941 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 4b, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel j wordt na «62,» ingevoegd: 70a,

2. In onderdeel n wordt na «70, tweede lid,» ingevoegd: 70e, tweede lid,

B

Artikel 39 vervalt.

C

De punt achter het tweede lid van artikel 40 wordt vervangen door: en worden regels vastgesteld omtrent de kentekenplaat en de onderdelen daarvan, alsmede de daarop aan te brengen merken.

D

Na artikel 70 wordt een nieuwe paragraaf ingevoegd, die luidt:

§ 7. Kentekenplaten

Artikel 70a
  • 1. De Dienst Wegverkeer kan aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon een erkenning verlenen waardoor deze gerechtigd is een of meer van de in artikel 40, tweede lid, bedoelde bij de erkenning aangewezen merken aan te brengen.

  • 2. Het is verboden om zonder de in het eerste lid bedoelde erkenning de aldaar bedoelde merken aan te brengen.

  • 3. Bij ministeriële regeling worden voorschriften vastgesteld die aan de erkenning worden verbonden en worden met betrekking tot die voorschriften regels vastgesteld. Die regels hebben in ieder geval betrekking op:

    a. de fabricage en levering van kentekenplaten en onderdelen daarvan en de daarbij te volgen procedure;

    b. de registratie van gegevens met betrekking tot de ingekochte materialen, de productie, de af- en uitval, de voorraad en de aflevering van kentekenplaten en onderdelen daarvan.

Artikel 70b
  • 1. De fabrikant van kentekenplaten is in geval van levering van kentekenplaten verplicht tot registratie van:

    a. het betrokken kenteken;

    b. de aard en het nummer van het identiteitsdocument van degene door, respectievelijk namens wie de kentekenplaten worden aangevraagd, en

    c. het aantal afgegeven kentekenplaten.

  • 2. Indien de kentekenplaten worden aangevraagd namens een rechtspersoon of door een daartoe bij ministeriële regeling aangewezen erkend bedrijf als bedoeld in artikel 62, worden in plaats van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder b, geregistreerd de bij ministeriële regeling aangewezen gegevens.

  • 3. Indien bij de levering van kentekenplaten die door, respectievelijk namens een natuurlijk persoon zijn aangevraagd, een ander identiteitsdocument dan een rijbewijs of paspoort wordt overgelegd, wordt tevens geregistreerd de naam, de beginletters van de voornaam of voornamen en het adres van degene door, respectievelijk namens wie de kentekenplaten worden aangevraagd.

  • 4. Uit de registratie worden uitsluitend en desgevraagd aan de ambtenaren van de Dienst Wegverkeer, belast met het toezicht op de naleving van de uit de erkenning voortvloeiende verplichtingen en aan de ambtenaren van politie belast met de handhaving van de uit de erkenning voortvloeiende verplichtingen en van de verboden, bedoeld in artikel 41, gegevens verstrekt die zij voor de uitoefening van hun taak behoeven.

  • 5. De geregistreerde gegevens worden gedurende één jaar na de registratie bewaard.

  • 6. Bij ministeriële regeling worden nadere regels vastgesteld omtrent de inrichting en het beheer van het register.

Artikel 70c
  • 1. Na afloop van de termijn, bedoeld in artikel 70b, vijfde lid, worden de daar bedoelde geregistreerde gegevens overgedragen aan de Dienst Wegverkeer.

  • 2. Uit de registratie worden door de Dienst Wegverkeer uitsluitend en desgevraagd aan de ambtenaren van politie belast met de handhaving van de uit de erkenning voortvloeiende verplichtingen en van de verboden, bedoeld in artikel 41, gegevens verstrekt die zij voor de uitoefening van hun taak behoeven.

  • 3. De geregistreerde gegevens worden door de Dienst Wegverkeer maximaal vijf jaar na de overdracht, bedoeld in het eerste lid, bewaard.

  • 4. Het reglement, bedoeld in artikel 19 van de Wet persoonsregistraties, wordt vastgesteld bij ministeriële regeling.

Artikel 70d
  • 1. De erkenning wordt op aanvraag en tegen betaling, op de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze, van het daarvoor door deze dienst vastgestelde tarief verleend indien de natuurlijke persoon of rechtspersoon voldoet aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen. Deze eisen betreffen onder meer de administratieve organisatie van de natuurlijke persoon of rechtspersoon alsmede de wijze waarop deze ervoor zorg draagt dat de aan het aanbrengen van de merken verbonden procedures in acht worden genomen.

  • 2. Bij ministeriële regeling worden nadere regels vastgesteld met betrekking tot de aanvraag van een erkenning.

  • 3. De erkenning wordt in ieder geval geweigerd indien een reeds aan de aanvrager verleende erkenning op grond van artikel 70f, tweede lid, is ingetrokken binnen een direct aan de datum van indiening van de aanvraag voorafgaande periode van twaalf weken, dan wel van zes maanden ingeval reeds twee of meer malen een dergelijke aan de aanvrager verleende erkenning is ingetrokken.

Artikel 70e
  • 1. Met het toezicht op de naleving van de uit de erkenning voortvloeiende verplichtingen zijn belast de bij besluit van de Dienst Wegverkeer aangewezen ambtenaren. Van een zodanig besluit wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. Het toezicht omvat in ieder geval het periodiek controleren van de organisatie van degene aan wie de erkenning is verleend.

  • 2. Degene aan wie een erkenning is verleend, is gehouden tot betaling, op de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze, van het door deze dienst ter zake van de kosten van het toezicht vastgestelde tarief.

  • 3. Bij ministeriële regeling worden nadere regels vastgesteld betreffende de wijze waarop het toezicht wordt gehouden en de verplichting tot medewerking daaraan van degene aan wie een erkenning is verleend. Deze regels kunnen inhouden dat een verscherpt toezicht wordt gehouden indien blijkt dat wordt gehandeld in strijd met een of meer uit de erkenning voortvloeiende verplichtingen.

Artikel 70f
  • 1. De Dienst Wegverkeer trekt een erkenning in, indien degene aan wie die erkenning is verleend, daarom verzoekt.

  • 2. De Dienst Wegverkeer kan een erkenning intrekken of wijzigen dan wel de daaraan verbonden voorschriften wijzigen indien degene aan wie de erkenning is verleend:

    a. niet meer voldoet aan de voor de erkenning gestelde eisen;

    b. een verplichting als bedoeld in artikel 70e niet nakomt, of

    c. handelt in strijd met een of meer andere uit de erkenning voortvloeiende verplichtingen.

  • 3. De Dienst Wegverkeer kan in de gevallen, bedoeld in het tweede lid, een erkenning schorsen voor een door hem daarbij vast te stellen termijn die ten hoogste twaalf weken bedraagt.

Artikel 70g

Het is een ieder aan wie niet een erkenning als bedoeld in artikel 70a is verleend, verboden zich op zodanige wijze te gedragen, dat daardoor bij het publiek de indruk kan worden gewekt, dat zodanige erkenning aan hem is verleend.

Artikel 70h

Bij de verkrijging van een kentekenplaat worden de bij ministeriële regeling aangewezen identiteitsdocumenten en overige documenten overgelegd.

Artikel 70i
  • 1. In geval van overdracht van een motorrijtuig of aanhangwagen aan een erkend bedrijf als bedoeld in artikel 62, ten behoeve van uitvoer naar het buitenland of voorgoed buiten gebruikstelling, is de eigenaar of houder verplicht tot inlevering van de betrokken kentekenplaten bij dat bedrijf tegelijk met de overdracht.

  • 2. In geval van uitvoer naar het buitenland anders dan door een erkend bedrijf als bedoeld in artikel 62, is de eigenaar of houder van het motorrijtuig of de aanhangwagen verplicht tot inlevering van de betrokken kentekenplaten bij de Dienst Wegverkeer tegelijk met de uitvoer.

  • 3. Indien het kentekenbewijs zijn geldigheid heeft verloren, anders dan in geval van het eerste of het tweede lid, kan de Dienst Wegverkeer verlangen dat de betrokken kentekenplaten binnen een bepaalde termijn bij deze dienst worden ingeleverd.

Artikel 70j
  • 1. Indien de betrokken kentekenplaten overeenkomstig artikel 70i worden ingeleverd bij de Dienst Wegverkeer onderscheidenlijk een erkend bedrijf als bedoeld in artikel 62 is deze dienst, onderscheidenlijk dit bedrijf verplicht tot registratie van:

    a. het betrokken kenteken, en

    b. het aantal ingeleverde kentekenplaten.

    De artikelen 70b, vierde tot en met zesde lid, en 70c zijn van overeenkomstige toepassing

  • 2. De Dienst Wegverkeer, onderscheidenlijk het erkende bedrijf, is voorts, overeenkomstig bij ministeriële regeling vast te stellen regels, verplicht tot vernietiging van de ingeleverde kentekenplaten en tot registratie van de vernietiging.

E

Artikel 177 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel a, wordt na «60, eerste en tweede lid, » ingevoegd: 70a, tweede lid, 70i, eerste en tweede lid,.

2. In het eerste lid onder b wordt na «57, derde lid,»ingevoegd: 70i, derde lid.

3. In het tweede lid wordt na «66,» ingevoegd: 70g,

ARTIKEL II

  • 1. Een op de dag vóór die van de inwerkingtreding van artikel 70a geldende goedkeuring of machtiging tot het aanbrengen van een keur- of waarmerk op kentekenplaten en de daarop op die dag van toepassing zijnde voorschriften, blijven tot een bij ministeriële regeling te bepalen tijdstip van kracht ten aanzien van bij die regeling aangewezen keur- of waarmerken.

  • 2. Ten aanzien van de productie en afgifte van kentekenplaten, geproduceerd met toepassing van het eerste lid, blijven de artikelen 70a tot en met 70h tot het in eerste lid bedoelde, bij ministeriële regeling te bepalen tijdstip buiten toepassing.

ARTIKEL III

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

histnoot

Gegeven te 's-Gravenhage, 6 oktober 1999

Beatrix

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

T. Netelenbos

Uitgegeven de vierde november 1999

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals


XNoot
1

Stb. 1996, 396, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 28 januari 1999, Stb. 30.

XHistnoot

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Kamerstukken II 1997/1998, 1998/1999, 26 138.

Handelingen II 1998/1999, blz. 5638–5658; 5771–5772.

Kamerstukken I 1998/1999, 26 138 (328, 328a).

Handelingen I 1999/2000, zie vergadering dd. 5 oktober 1999.