Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatscourant 2015, 34931Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 7 oktober 2015, 2015-00001596892015-0000165631, tot Wijziging Regeling Wfsv in verband met rijksbijdrage uitvoeringskosten beoordelingen UWV voor gemeentelijke doelgroep

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op artikel 121a van de Wet financiering sociale verzekeringen en artikel 45, derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

Besluit:

ARTIKEL I

In paragraaf 1, van afdeling 4 van de Regeling Wfsv, wordt na artikel 5.41 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 5.41a Uitvoeringskosten beoordeling gemeentelijke doelgroep

  • 1. De uitvoeringskosten van het UWV voor de beoordelingen van de verdienmogelijkheid van het wettelijk minimumloon, bedoeld in artikel 3.5, eerste lid, van het Besluit SUWI, de werkzaamheden ten behoeve van de vaststelling of een persoon medisch urenbeperkt is als bedoeld in artikel 6b, vierde lid, van de Participatiewet en de werkzaamheden ten behoeve van de vaststelling of een persoon uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden heeft tot arbeidsparticipatie, bedoeld in artikel 10b, tweede lid, van de Participatiewet komen als bedoeld in artikel 5.40, tweede lid, ten laste van de rijksbijdragen aan het UWV, bedoeld in artikel 45, eerste lid, onderdeel e, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

  • 2. Voor 1 oktober van elk jaar verstrekt het UWV aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het jaarplan met begroting een opgave van het totaalbedrag aan de voor het komende jaar geraamde uitvoeringskosten.

  • 3. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stort op de rekening-courant van het UWV, bedoeld in artikel 120, eerste lid, van de Wfsv een voorschot ter hoogte van 1/12e deel van het in het tweede lid bedoelde bedrag, met als valutadag de vijftiende dag van elke kalendermaand.

  • 4. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan na overleg met het UWV van het in het tweede lid bedoelde bedrag afwijken.

  • 5. In het jaarverslag, bedoeld in artikel 49 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, neemt het UWV de gerealiseerde uitvoeringskosten en de ontvangen voorschotten op.

  • 6. Na goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, rekent de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten, met betrekking tot het desbetreffende kalenderjaar af, met als valutadatum 1 juni van het hierop volgende kalenderjaar.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2015.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 7 oktober 2015

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher

TOELICHTING

Algemeen

Op 1 mei 2015 is de wet tot wijziging van de Wet financiering sociale verzekeringen in verband met een heffing bij het niet voldoen aan de quotumdoelstelling arbeidsbeperkten (Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten) in werking getreden. In de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten is ondermeer geregeld dat gemeenten UWV vragen om de doelgroepbeoordeling te doen voor de mensen die tot de doelgroep van de Participatiewet behoren, en van wie zij verwachten dat deze mensen niet het minimumloon kunnen verdienen.

Met deze regeling worden nadere regels gesteld inzake de financiering van de doelgroepbeoordeling door UWV. Deze nadere regels maken onderdeel uit van de afspraken uit de brief van de Staatssecretaris van SZW van 8 mei 20151 die zij met de partijen van de Werkkamer bestaande uit de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), de sociale partners en het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) heeft gemaakt.

Deze afspraken hebben als doel om het werkproces voor de beoordeling beter te stroomlijnen en ervoor te zorgen dat aanvragen voor verschillende indicaties, die alle het arbeidsvermogen van een belanghebbende beoordelen, zo veel mogelijk gecombineerd kunnen verlopen. En om ervoor te zorgen dat het UWV waar mogelijk gebruik kan maken van beschikbare indicaties en informatie over het arbeidsvermogen van belanghebbende.

Deze wijzigingen in het werkproces leiden ertoe dat niet langer uitsluitend gemeenten om een doelgroepbeoordeling kunnen vragen, maar dat ook arbeidsbeperkten zelfstandig aan UWV een doelgroepbeoordeling kunnen vragen. Deze wijziging is aanleiding geweest om ook aanvullende afspraken te maken over de financiering van de doelgroepbeoordeling door UWV.

Zoals eveneens in de brief van 8 mei is opgenomen, is met alle betrokken partijen overeengekomen de financiering centraal te regelen. Dat wil zeggen dat het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor de financiering van de doelgroepbeoordelingen voor de banenafspraak en quotumheffing aan het UWV middelen beschikbaar stelt. Deze centrale financiering geldt tevens voor de beoordeling medische urenbeperking en de advisering beschut werk, welke eveneens door UWV worden uitgevoerd.

Centrale financiering

Uitgangspunt van de nadere regels is dat de middelen voor de doelgroepbeoordeling, voor de advisering beschut werk en voor de beoordeling medische urenbeperking worden gecentraliseerd, met inachtneming van het uitgangspunt van budgettaire neutraliteit. Kern is dat gemeenten in 2015 en latere jaren niet betalen voor de beoordeling, maar dat dit gebeurt via centrale financiering. De al aan gemeenten beschikbaar gestelde middelen (aan gemeenten is reeds 14 miljoen euro in 2015, oplopend tot 18 miljoen euro structureel ter beschikking gesteld) zijn per eerste suppletoire begroting 2015 structureel overgeheveld van het gemeentefonds naar de begroting van SZW

om rechtstreekse financiering voor beoordelingen bij UWV mogelijk te maken (facturering van reeds uitgevoerde beoordelingen heeft nog niet plaatsgevonden en wordt dus ook niet meer doorgevoerd of teruggedraaid). In onderstaande tabel zijn de middelen die beschikbaar zijn voor de verschillende indicaties opgenomen.

Tabel 1: Uitvoeringskosten beoordeling indicaties UWV
 

2015

2016

2017

2018

2019

Struct.

Uitvoeringskosten beoordeling banenafspraak

10.0

10.0

12.0

12.0

14.0

14.0

Uitvoeringskosten beoordeling beschut werken

2.0

2.0

2.0

2.0

2.0

2.0

Uitvoeringskosten beoordeling mub

2.0

2.0

2.0

2.0

2.0

2.0

Totaal

14.0

14.0

16.0

16.0

18.0

18.0

UWV zal nauwgezet de uitputting van deze middelen monitoren. Naar verwachting zijn de beschikbare middelen toereikend voor het aantal benodigde beoordelingen. Mochten de aantallen door UWV uitgevoerde beoordelingen echter aanleiding zijn om te veronderstellen dat door het aanvraagtempo de beschikbare capaciteit wordt overschreven, dan zal het ministerie SZW hierover tijdig en terstond met betrokken partijen overleggen.

Zoals aangegeven voert UWV waar nodig een gecombineerde beoordeling uit. Daarbij wordt in voorkomende gevallen ook een Wajong beoordeling uitgevoerd. Voor de financiering betekent dit dat ook de beschikbare middelen voor de Wajong beoordeling hierbij betrokken worden.

Ontvangen commentaren en adviezen

UWV

UWV acht de centrale financiering uitvoerbaar en handhaafbaar. Het heeft geen nadere opmerkingen hierover gemaakt.

VNG

De VNG is positief over de voorgestelde centrale financiering van de uitvoeringskosten van UWV middels een rijksbijdrage. Dat met het centraliseren van de beoordelingen de gemeentelijke middelen bestemd voor de inkoop bij UWV worden uitgenomen uit het gemeentefonds vindt de VNG een logische consequentie.

Inspectie SZW

De inspectie SZW heeft een opmerking gemaakt over de grondslag van de regeling, die is verwerkt. Omdat het gaat om een separate rijksbijdrage ter financiering van de uitvoeringskosten van het UWV voor de uit te voeren beoordelingen kan volstaan worden met de delegatiegrondslagen van artikel 121a van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) en artikel 45, derde lid, van de Wet SUWI.

Artikelsgewijs

In artikel 45 van de Wet SUWI is geregeld, dat uitvoeringskosten ten laste van de fondsen komen of een rijksbijdrage. Omdat de middelen voor de uitvoeringstaken van het UWV waar het hier om gaat ten laste van de SZW-begroting komen, terwijl ze zoals hier voor is aangeduid wel apart zijn geraamd, betreft het hier een aparte rijksbijdrage. In de Regeling Wfsv zijn in artikel 5.40 en 5.41 bepalingen opgenomen voor rijksbijdragen voor uitvoeringskosten van het UWV. In dit geval betreft het apart aangeduide kosten die niet ten laste van de fondsen van fondsen voor de werknemersverzekeringen komen. Het betreft hier immers uitvoeringstaken van het UWV die geen directe relatie hebben met de uitvoering van de sociale verzekeringswetten en de Wajong door het UWV. Het gaat hier om beoordelingen en werkzaamheden ten behoeve van de re-integratie van personen die tot de doelgroep van de Participatiewet behoren. Om die reden is een apart artikel opgenomen voor de rijksbijdrage van deze uitvoeringstaken die zoals artikel 5.40, tweede lid, toestaat niet ten laste van de fondsen komen.

In het eerste lid van het voorgestelde artikel 5.41a Regeling Wfsv worden de werkzaamheden van het UWV aangeduid. Het betreft:

  • a. de beoordeling of een persoon niet in staat is het minimumloon te verdienen in verband met opname in de Registratie arbeidsbeperkten als bedoeld in artikel 38d van de Wfsv, omdat hij tot de doelgroep behoort als aangeduid in artikel 38b, eerste lid, onderdeel a, van de Wfsv;

  • b. de werkzaamheden om vast te stellen of een persoon medisch uren beperkt is als bedoeld in artikel 6b van de Participatiewet;

  • c. de werkzaamheden om te bepalen of een persoon uitsluitend in aanmerking komt voor beschut werk, zoals geregeld in artikel 10b van de Participatiewet.

De werkzaamheden van het UWV genoemd bij b en c leiden tot een advies van het UWV voor besluiten van de colleges van burgemeester en wethouders. De eerste beoordeling is een taak van het UWV. Dit oordeel betekent dat de persoon die het betreft in aanmerking kan komen voor garantiebanen.

In het tweede tot en met zesde lid wordt de procedure geregeld waarmee de bevoorschotting van de rijksbijdrage aan UWV plaatsvindt, de wijze waarop UWV zich over de gerealiseerde kosten verantwoordt en hoe de jaarlijkse afrekening plaatsvindt tussen SZW en UWV.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher


X Noot
1

Kamerstukken II, 2014/15, 29 544, nr. 614