Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201529544 nr. 614

29 544 Arbeidsmarktbeleid

Nr. 614 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 mei 2015

Met deze brief informeer ik u over afspraken over wijzigingen in de werkprocessen van de beoordeling voor de doelgroep banenafspraak.

Hiermee geef ik tevens invulling aan de toezegging aan de heer Heerma bij het algemeen overleg arbeidsmarkt van 23 april om de Kamer voor 1 juli te informeren over het gebruik van het doelgroepregister banenafspraak. Over het gebruik van het register heb ik eerder Kamervragen beantwoord (Aanhangsel Handelingen II 2014/15, nr. 1500 en Aanhangsel Handelingen II 2014/15, nr. 1501). De heer Heerma vroeg in het algemeen overleg hoeveel mensen daadwerkelijk worden doorverwezen naar het doelgroepregister en of er echt gebruik wordt gemaakt van deze voorziening.

De Werkkamer, overlegorgaan van gemeenten en sociale partners, heeft op basis van de eerste maanden van 2015 vastgesteld dat het aantal verzoeken van gemeenten voor een beoordeling doelgroep banenafspraak achterblijft bij de verwachtingen. Alhoewel de oorzaken hiervan niet met zekerheid zijn vast te stellen, zijn aandachtspunten:

  • de wijze waarop gemeenten hun werkproces inrichten (een deel gaat eerst matchen bij een werkgever, dan de beoordeling uitvoeren, een deel doet het omgekeerd),

  • de wijze van beoordeling door UWV (combinatie van medische en arbeidskundige beoordeling, vergelijking met drempelfunctie, etc.),

  • de financieringswijze van de doelgroepbeoordelingen (gemeenten betalen UWV per beoordeling) en

  • de wijziging die de Participatiewet betekent voor VSO/PrO en ROC entree-leerlingen

De Werkkamer heeft naar aanleiding hiervan een aantal aanbevelingen gedaan om de werkprocessen anders in te richten. Met het oog op het zo spoedig mogelijk door alle partijen doorvoeren van wenselijke aanpassingen, is op 30 april bestuurlijk overleg gevoerd door de sociale partners, de VNG, UWV en mij.

Daarbij is het volgende vastgesteld en afgesproken:

  • Breed onderschreven en herbevestigd zijn het doel en de urgentie van extra banen voor mensen uit de doelgroep van de banenafspraak. Uitgangspunt daarbij zijn de wettelijke en financiële kaders1.

  • Onderstreept is het belang dat mensen met arbeidsbeperkingen in beeld blijven en dat het doelgroepregister zo snel mogelijk goed gevuld wordt met mensen uit de Participatiewet van wie is vastgesteld dat zij het wettelijk minimumloon niet kunnen verdienen.

  • De doelgroep van de banenafspraak bestaat uit Wajongers met arbeidsvermogen, mensen met een Wsw-indicatie, mensen met een WIW/ID-baan en mensen die onder de verantwoordelijkheid vallen van de gemeenten voor ondersteuning naar werk en inkomen die niet het wettelijk minimumloon kunnen verdienen. Wettelijk is in aansluiting op eerdere afspraken van de Werkkamer bepaald dat UWV op verzoek van gemeenten ten behoeve van doelgroepregistratie beoordeelt of mensen uit de Participatiewet het wettelijk minimumloon kunnen verdienen.

  • Het doelgroepregister wordt beheerd door UWV en is al goed gevuld. Mensen in de Wajong, mensen met een Wsw-indicatie en mensen met een ID/Wiw-baan zijn al opgenomen in het register. Zoals op 19 december 2014 aan de Kamer gemeld, bevat het doelgroepregister ruim 300.000 mensen2. In de Werkkamer is eerder afgesproken dat Wajongers en mensen met een Wsw-indicatie zonder Wsw-dienstverband met voorrang naar werk bemiddeld worden.

  • De deelnemers aan het overleg hebben vastgesteld dat afspraken over een aantal wijzingen in de werkprocessen van de doelgroepbeoordeling noodzakelijk zijn. Het streven is de afspraken zo snel als uitvoeringstechnisch mogelijk is, effectief te laten zijn. Voor een aantal wijzigingen is een aanpassing van regelgeving nodig, die naar verwachting via een algemene maatregel van bestuur (AMvB) of een ministeriële regeling vorm kan krijgen. Waar mogelijk zal vooruitlopend op de benodigde regelgeving worden gehandeld.

De afspraken over wijzigingen zijn:

  • VSO/PrO en ROC-entree-leerlingen kunnen zich rechtstreeks bij UWV aanmelden voor de doelgroepbeoordeling voor de banenafspraak, vooruitlopend op een uitvoeringsbesluit Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten waarin deze indicatie door UWV wordt geregeld. Uitkomst van de beoordeling kan dan zijn dat iemand in de doelgroep komt indien hij voldoet aan de criteria. Dat geldt ook voor mensen die aan de criteria voldoen en voor wie UWV signaleert dat ze wellicht voor beschut werk in aanmerking komen. Indien een gemeente daadwerkelijk beschut werk wil inzetten voor iemand, vraagt zij overeenkomstig de bestaande wettelijke systematiek advies aan het UWV. Bij een positief advies en plaatsing in een beschut werken dienstbetrekking, vervalt de inschrijving in het doelgroepregister. De uitkomst van de beoordeling kan ook zijn dat iemand in aanmerking kan komen voor de Wajong, of dat iemand in staat is het WML te verdienen, en daarom niet in het doelgroepregister wordt opgenomen (en uiteraard ook niet in de Wajong die uitsluitend voor mensen is die duurzaam geen arbeidsvermogen hebben). De uitwerking van het besluit zal op de gebruikelijke wijze, via een uitvoerings- c.q. bestuurlijke toets, worden afgestemd met betrokken partijen. Gegevensuitwisseling van UWV naar gemeenten vindt plaats overeenkomstig SUWI.

  • Het werkproces bij gemeenten wordt zo ingericht dat gemeenten mensen van wie ze denken dat die tot de doelgroep Banenafspraak behoren zo snel mogelijk en voorafgaand aan plaatsing bij een werkgever, voordragen voor een doelgroepbeoordeling bij UWV. Alle betrokken partijen zullen deze afspraak actief uitdragen en bevorderen.

  • Het werkproces bij UWV wordt zo ingericht dat UWV bij een Wajong- beoordeling tevens nagaat of iemand die afgekeurd wordt voor de Wajong 2015 wel in het doelgroepregister kan worden opgenomen. Dat geldt ook voor mensen die aan de criteria voldoen en voor wie UWV signaleert dat ze wellicht voor beschut werk in aanmerking komen. Indien een gemeente daadwerkelijk beschut werk wil inzetten voor iemand, vraagt zij overeenkomstig de bestaande wettelijke systematiek advies aan het UWV. Bij een positief advies en plaatsing in een beschut werken dienstbetrekking, vervalt de inschrijving in het doelgroepregister. Gegevensuitwisseling van UWV naar gemeenten vindt plaats overeenkomstig SUWI.

  • De voorgaande aanpassingen betekenen ook dat mensen zich rechtstreeks tot UWV kunnen wenden voor een Wajong/doelgroepbeoordeling. Bijvoorbeeld in die gevallen dat er directe matching tussen een werkgever en werknemer tot stand komt en de vraag opkomt of de werknemer tot de doelgroep behoort.

  • De middelen voor de doelgroepbeoordeling worden gecentraliseerd, met inachtneming van het uitgangspunt van budgettaire neutraliteit. Kern is dat gemeenten in 2015 en latere jaren niet betalen voor de beoordeling, maar dat dit gebeurt via centrale financiering. De centrale financiering zal ook gelden voor de middelen voor beschut werk en medische urenbeperking. Het Ministerie van SZW zal daarvoor een ministeriële regeling uitwerken en deze via een uitvoerings- c.q. bestuurlijke toets afstemmen met betrokken partijen. De al aan gemeenten beschikbaar gestelde middelen (aan gemeenten is reeds 14 miljoen euro in 2015, oplopend tot 18 miljoen euro structureel ter beschikking gesteld) worden overeenkomstig de daarvoor geldende regels uit het Gemeentefonds genomen om via de begroting van SZW rechtstreekse financiering voor beoordelingen bij UWV mogelijk te maken (facturering van reeds uitgevoerde beoordelingen heeft nog niet plaatsgevonden en wordt dus ook niet meer doorgevoerd of teruggedraaid). Naar verwachting zijn deze beschikbare middelen toereikend voor het aantal benodigde beoordelingen. Mochten de aantallen aangevraagde beoordelingen aanleiding zijn om te veronderstellen dat door het aanvraagtempo de beschikbare capaciteit wordt overschreven, dan zal ik hierover tijdig en terstond met betrokkenen overleggen.

  • Waar dit nog niet gebeurd is, maken gemeenten en UWV afspraken opdat zij gezamenlijk optrekken om de overdracht van de «Wajongnetwerken» te realiseren. Uiterlijk per 1 juli 2015 nemen de gemeenten deze Wajongnetwerken van UWV over zodat bijvoorbeeld VSO/PrO-leerlingen niet uit beeld verdwijnen. In de zomer zal de voortgang door de Werkkamer worden geïnventariseerd.

  • De Werkkamer draagt in samenwerking met de Programmaraad zorg voor goede communicatie over bovenstaande afspraken in de 35 arbeidsmarktregio’s. Daarvoor worden de aanjagers van de Programmaraad ingezet en worden in de 35 arbeidsmarktregio’s bijeenkomsten voor gemeenten georganiseerd. UWV verzorgt daarbij toelichting over de wijze van indicering.

  • Er zal nauwlettend worden gemonitord. Over de stand van zaken zal ik regelmatig met betrokkenen overleggen met het oog op mogelijke noodzakelijke aanvullende (wets)wijzigingen, te beginnen in september 2015. Naast de reeds bestaande monitoringgegevens (banenafspraak, evaluatieplan Pwet etc) zullen in het bestuurlijk overleg monitoringgegevens worden bezien over:

    • de aantallen aangevraagde beoordelingen;

    • de gerealiseerde aantallen nieuwe inschrijvingen in het register;

    • de verhouding tussen aanvragen en nieuwe inschrijvingen;

    • de «herkomstbronnen» van de nieuwe instroom in het register;

    • het percentage van de beoordeelde VSO/PrO/ROC entree-leerlingen dat tot het doelgroepregister behoort.

    • De verhouding tussen de uitstroom van het aantal VSO/PrO en ROC-entree-leerlingen, het aantal aanvragen uit deze groep en de instroom in het doelgroepenregister.

    In dit overleg zal op grond van deze gegevens, indien mogelijk, geduid worden of de voeding van het register in overeenstemming is met het doel, door de werking van de indicatiesystematiek (combinatie van medische en arbeidskundige beoordeling, vergelijking met drempelfunctie, etc.). Ook wordt de vraag bezien of de criteria die in de beoordeling worden gebruikt te streng uitpakken om de doelgroep van de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten te selecteren. In het overleg zal ook nagegaan worden of het genoemde percentage er al dan niet op wijst dat de doelgroepbeoordeling onnodig zou zijn. Bijvoorbeeld indien VSO/PrO en/of ROC-entree-deelname een afdoende voorspeller zou zijn voor het behoren tot de doelgroep, met inachtneming van de voorwaarde dat een significant aantal beoordelingen van (voormalig) VSO/PrO en Roc-entree-leerlingen moet zijn afgerond om dit te kunnen beoordelen. Indien dit het geval is, zal hierover nader overleg plaatsvinden en zal SZW bezien welke nadere maatregelen nodig zijn om onnodige beoordelingen te voorkomen.

Het is de overtuiging van partners dat deze afspraken zullen bijdragen aan het optimaal in beeld houden van mensen met beperkingen en een goede vulling van het doelgroepregister die van belang zijn voor het realiseren van de banenafspraak.

Ik hecht eraan de Kamer hierover te informeren. Uiteraard zullen de ontwikkelingen in het verband van de Werkkamer nauwlettend worden gemonitord en ik zal uw Kamer op de hoogte houden van deze ontwikkelingen.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. Klijnsma


X Noot
1

De Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten en het uitvoeringsbesluit zijn gepubliceerd (Stb. 154, 155 en 156) en zijn met ingang van 1 mei 2015 in werking getreden. De Participatiewet is met ingang van 1 januari 2015 in werking getreden.

X Noot
2

Kamerstuk 33 981, nr. 46.