Beleidsregel van de Kiesraad omtrent de vermelding van kandidaten op de kandidatenlijst

Beleidsregel van de Kiesraad van 10 augustus 2015 inzake de wijze waarop kandidaten ingevolge de artikelen I 2 en S 1, derde lid, van de Kieswet moeten worden vermeld op de kandidatenlijst voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, de Eerste Kamer en het Europees Parlement

Het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, de Eerste Kamer en het Europees parlement (hierna: de Kiesraad),

gelet op de artikelen H 2 en R 2 van het Kiesbesluit en artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht,

Besluit

Ten aanzien van de vermelding van kandidaten op de kandidatenlijsten die ten behoeve van de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, Eerste Kamer en het Europees parlement worden ingediend, het volgende beleid te hanteren en de artikelen H 2 en R 2 van het Kiesbesluit als volgt te interpreteren:

  • a. de kandidaat wordt achtereenvolgens vermeld met achternaam, alle voorletters, geboortedatum en gemeente of woonplaats, zoals deze blijken uit de Basisregistratie Personen (BRP);

  • b. achter elke voorletter volgt een punt (‘.’);

  • c. voorvoegsels bij de achternaam worden voor de achternaam vermeld en met kleine letters geschreven;

  • d. nadere aanduidingen van de naam, mits op de gebruikelijke wijze afgekort, mogen aan de naam worden toegevoegd. Onder deze nadere aanduidingen worden uitsluitend de aanduidingen sr. en jr. en afkortingen van patroniemen verstaan;

  • e. adellijke titels en predicaten worden als onderdeel van de achternaam beschouwd en kunnen als zodanig voor de achternaam op de kandidatenlijst worden vermeld. Daarbij worden adellijke titels voluit geschreven en worden predicaten afgekort;

  • f. aan de vermelding van een woonplaats gelegen buiten Nederland, wordt tussen haakjes de tweeletterige landencode toegevoegd zoals deze blijkt uit ISO-norm 3166;

  • g. kennelijke verschrijvingen en fouten van ondergeschikt belang worden tijdens het onderzoek van de lijsten ambtshalve door de Kiesraad aangepast.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst. Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel van de Kiesraad omtrent de vermelding van kandidaten op de kandidatenlijst.

Den Haag, 10 augustus 2015

H.R.B.M. Kummeling voorzitter

TOELICHTING

Wettelijk kader

Dit is een beleidsregel als bedoeld in artikel 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). De bevoegdheid van de Kiesraad tot het vaststellen van deze beleidsregel is gebaseerd op artikel 4:81, eerste lid, Awb. De Kiesraad heeft als centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, Eerste Kamer en het Europees parlement de wettelijke taak om de voor deze verkiezingen ingediende kandidatenlijsten te onderzoeken en eventuele verzuimen daarop vast te stellen. Hierbij gelden de regels over het vermelden van kandidaten, zoals deze in de artikelen H 2 en R 2 van het Kiesbesluit zijn opgenomen. Deze beleidsregel geeft een interpretatie van deze artikelen.

Kader beleidsregel

In het Kiesbesluit is opgenomen dat een kandidaat wordt vermeld met naam, voorletters, geboortedatum en gemeente of woonplaats als bedoeld in artikel 1, onderdeel r, van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen. Uit deze formulering blijkt niet expliciet dat de persoonsgegevens van de kandidaat dienen te worden ontleend aan de Basisregistratie Personen (BRP). Reeds in de circulaire van 22 december 1998 heeft de toenmalige Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties echter benadrukt dat dit wel het geval is. Sinds de kandidatenlijsten voor de verkiezingen van de leden van de Tweede Kamer, Eerste Kamer en het Europees parlement niet meer worden ingeleverd bij de hoofdstembureaus, maar bij de Kiesraad, is deze op 1 maart 2014 GBA-V autorisatie verleend om de naamsvermelding te toetsen aan de BRP. In de bovengenoemde circulaire wordt ook op andere punten een verdere interpretatie gegeven, welke in deze beleidsregel worden herhaald. Politieke partijen die voornemens zijn een lijst in te dienen, kunnen van deze beleidsregel kennisnemen en hier bij het vermelden van kandidaten rekening mee houden.

Puntsgewijze toelichting

ad a. Het gaat bij voorletters om de eerste letter van alle voornamen van de kandidaat. Hierbij wordt enkel de eerste voorletter van de voornaam vermeld. Een kandidaat met meerdere voornamen wordt op de kandidatenlijst vermeld met de voorletters van alle voornamen die deze kandidaat heeft. Aangezien bij de vermelding van de kandidaten wordt aangesloten bij de vermelding in de Basisregistratie Personen (BRP), is vermelding met een pseudoniem niet toegestaan. Aan de hand van de BRP wordt tevens getoetst welke achternaam de kandidaat met inachtneming van artikel H 2, derde lid, van het Kiesbesluit gerechtigd is te voeren.

ad d. Bij het vermelden van nadere aanduidingen bij de naam gaat de Kiesraad, overeenkomstig de parlementaire geschiedenis, uit van de aanduidingen sr. en jr. en afkortingen van patroniemen. Een patroniem is een toevoeging die verwijst naar de vader van de naamdrager. Deze afkorting heeft de vorm ‘Xzn’, waarbij de ‘x’ wordt vervangen door de eerste letter van naam waarnaar de patroniem verwijst. Het is niet toegestaan om titels op de kandidatenlijst te vermelden die de kandidaat op grond van de Wet op het hoger onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek mag voeren. Ook het vermelden van de woorden ‘echtgenoot van’ of ‘geboren’ op de kandidatenlijst, of afkortingen hiervan, is sinds 1997 niet meer mogelijk (Stb. 1997, 712).

ad e. De adellijke titels worden voluit geschreven, de predikaten worden afgekort (‘Jhr.’, ‘Jkvr.’, of ‘Jkv.’). Het vermelden van een adellijke titel of predicaat op een kandidatenlijst is niet verplicht. De kandidaat kan hier zelf voor kiezen. Een vermelding van een adellijke titel of predicaat wordt getoetst aan de BRP.

ad g. Kennelijke verschrijvingen en fouten van ondergeschikt belang kunnen ambtshalve worden aangepast. Hierbij valt onder meer te denken aan een verkeerde voorletter, het ontbreken van een punt achter een voorletter, het onjuist vermelden van een diakritisch teken en andere kennelijke verschrijvingen. Bij de ambtshalve aanpassing wordt voor wat betreft de vermelding van de kandidaat aangesloten bij de wijze waarop de kandidaat in de BRP is opgenomen.

H.R.B.M. Kummeling voorzitter

Naar boven