Regeling van de Minister van Economische Zaken van 30 juni 2015, nr. WJZ/15073792, houdende wijziging van de Regeling nationale EZ-subsidies en de Regeling openstelling EZ-subsidies 2015 in verband met wijziging en openstelling van het subsidie-instrument innovatieprestatiecontracten

De Minister van Economische Zaken,

Gelet op de artikelen 2, tweede lid, 16, 17 en 25 van het Kaderbesluit nationale EZ-subsidies;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling nationale EZ-subsidies wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 3.5.20 wordt ‘op volgorde van rangschikking’ vervangen door: op volgorde van binnenkomst.

B

In artikel 3.5.22, onderdeel c, wordt ‘indien aan een IPC-deelnemer eerder subsidie is verstrekt krachtens dit hoofdstuk of de Subsidieregeling innovatieprestatiecontracten’ vervangen door: indien aan een IPC-deelnemer eerder subsidie is verstrekt krachtens dit hoofdstuk of de Subsidieregeling innoveren voor een IPC-project of een MIT-innovatieprestatiecontract.

C

Artikel 3.5.23 vervalt.

ARTIKEL II

In de tabel van artikel 1 van de Regeling openstelling EZ-subsidies 2015 wordt na de rijen met titel 3.4 de volgende rij ingevoegd:

Titel 3.5

Innovatieprestatiecontracten

3.5.17

   

08-10-2015 t/m 05-11-2015

3.000.000

ARTIKEL III

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2015.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 30 juni 2015

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp

TOELICHTING

1. Algemeen

1.1. Doel en strekking

Deze regeling strekt tot aanpassing en hernieuwde openstelling van het subsidie-instrument innovatieprestatiecontracten (hierna: IPC), een innovatie-instrument voor MKB-ondernemingen. In een IPC-project werkt een groep van tien tot twintig MKB-ondernemers samen aan innovatie. Per deelnemer bedraagt de subsidie 35% van de subsidiabele kosten, met een maximum van € 25.000. De groep wordt begeleid door een IPC-penvoerder. Vaak is dat een brancheorganisatie. Deze IPC-penvoerder ontvangt per MKB-deelnemer € 3.000 subsidie. Innovatie, samenwerking en kennisoverdracht staan in een IPC-project centraal.

De achtergrond van dit subsidie-instrument is de volgende. In 2005 is IPC gestart als pilot en daarna uitgegroeid tot een subsidie-instrument waar in 2010, 2011 en 2012 ongeveer € 25 miljoen per jaar voor beschikbaar was.

In 2010 is het instrument overwegend positief geëvalueerd door Dialogic.1 Daaruit bleek onder meer dat het bereik van het subsidie-instrument groot is en de groep bedrijven die deelneemt aan een IPC-project zeer divers is. Het subsidie-instrument heeft een duidelijk effect op het innovatiegedrag van bedrijven. Groepen MKB-bedrijven worden met behulp van een penvoerder collectief aangezet tot het uitvoeren van een eigen meerjarig innovatieplan. Deze groepen MKB-bedrijven hebben een inhoudelijke samenhang (keten, regio, thema, branche etc.) en worden door de IPC in staat gesteld gezamenlijk tot innovaties te komen die anders niet plaats hadden gevonden. Daarnaast geven bedrijven na deelname aan meer in R&D te gaan investeren en meer aan management van innovatie te gaan doen. De hefboom varieerde van € 1,77 tot € 2,18. Dit is aanzienlijk hoger dan de minimaal gewenste € 1,00. Van de deelnemende bedrijven meldde 69% dat het IPC-project een positieve bijdrage had aan de ontwikkeling van de winst.

In 2013 werd IPC voor het laatst als generiek instrument opengesteld met een budget van € 7 miljoen. Dit bedrag was veel lager dan de voorgaande jaren doordat een groot deel van het oorspronkelijke IPC-budget voor de nieuwe subsidiemodule MKB Innovatiestimulering Topsectoren (hierna: MIT, titel 3.4 van de Regeling nationale EZ-subsidies) werd ingezet. In 2014 bleef IPC alleen beschikbaar in de MIT-subsidiemodule, een keuzemenu van verschillende instrumenten, voor de topsectoren die daarvoor wilden kiezen. Als generiek instrument, buiten de MIT, is IPC na 2013 niet meer opengesteld.

Als uitwerking van het amendement Veen/Vos2 wordt IPC in het najaar van 2015 als generiek instrument opengesteld voor € 3 miljoen. Hierdoor kunnen alle MKB-ondernemingen, ook die buiten de topsectoren, van dit samenwerkingsinstrument gebruik maken. Naast openstelling van IPC worden in deze regeling ook een tweetal wijzigingen aangebracht in het subsidie-instrument. Deze wijzigingen hebben betrekking op de wijze van verdeling van het subsidieplafond (van tender naar first come, first serve) en de afwijzingsgronden.

1.2. Staatssteun

Bij deze wijzigingsregeling is rekening gehouden met de Europese regels betreffende staatssteun. De begunstigden van de verstrekken subsidie op grond van paragraaf 3.5.4 zijn de IPC-deelnemers alsmede de IPC-penvoerder. Zij ontvangen door de subsidie een financieel voordeel dat selectief uitwerkt. Er is derhalve sprake van staatssteun aan de IPC-penvoerder en de IPC-deelnemers. Voor IPC-deelnemers blijft IPC binnen de door artikel 25 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening3 (AGV) gegeven grenzen wat subsidiabele kosten en steunintensiteit betreft. Voor IPC-penvoerders geldt dat de staatssteun kan worden verstrekt als de-minimissteun indien de IPC-penvoerder voldoet aan de voorwaarden van de de-minimisverordening. 4

1.3. Regeldruk

Op grond van de aangepaste regeling zullen er naar verwachting 24 aanvragen worden ingediend, waarvan er 7 kunnen worden gehonoreerd. De administratieve lasten voor ondernemingen komen uit op 1,33% van het totale subsidiebedrag. De totale administratieve lasten van deze openstelling bedragen € 39.870.

1.4. Uitvoering

De uitvoering van dit subsidie-instrument is in handen van RVO.nl, onderdeel van het Ministerie van Economische Zaken. Op de website van RVO.nl is alle informatie met betrekking tot een aanvraag voor een IPC-project te vinden en wordt de mogelijkheid geboden om de aanvraag digitaal in te dienen.

2. Artikelsgewijs

Artikel I

Onderdelen A en C

Met deze onderdelen wordt de wijze van verdeling van het subsidieplafond gewijzigd van volgorde van rangschikking naar volgorde van binnenkomst. Deze wijze van verdeling is in overeenstemming met de MIT-subsidiemodule en sluit aan bij de beperkte omvang van de openstelling. Bij verdeling op volgorde van binnenkomst zal elke aanvraag die voldoet aan de subsidiecriteria worden gehonoreerd, zolang het subsidieplafond nog niet is overschreden. Vanaf het moment dat het subsidieplafond is bereikt, zal de aanvraag moeten worden afgewezen. Overeenkomstig artikel 27, tweede lid, van het Kaderbesluit nationale EZ-subsidies wordt indien op de dag dat het subsidieplafond wordt bereikt meer dan één aanvraag binnenkomt de afhandelvolgorde van die aanvragen vastgesteld door loting.

Onderdeel B

Subsidie voor een IPC-project kan slechts eenmaal per drie jaar worden aangevraagd. Dit geldt zowel voor de aanvrager die eerder subsidie heeft verkregen voor een IPC-project uit deze titel als voor een aanvrager die eerder subsidie heeft verkregen voor een MIT-innovatieprestatiecontract (paragraaf 3.4.6). Deze wijziging verduidelijkt dit. Voor ontvangers van andere subsidies die zijn verkregen krachtens hoofdstuk 3 is het wel mogelijk om binnen drie jaar na het verkrijgen van deze andere subsidie deel te nemen aan de IPC.

Artikel II

Met dit artikel wordt de tabel in artikel 1 van de Regeling openstelling EZ-subsidies 2015 aangepast ten behoeve van openstelling van de IPC. De openstellingsperiode loopt van 8 oktober tot en met 5 november. Bij de openstellingsperiode is rekening gehouden met de sluiting van de MIT-subsidiemodule. Nu deze in september sluit, is er voor aanvragers van een subsidie binnen de MIT voldoende tijd om een eventuele aanvraag voor een IPC-project voor te bereiden. Gekozen is voor een openstellingstermijn van vier weken, opdat de aanvragen nog binnen 2015 beoordeeld kunnen worden door RVO.nl. Het subsidieplafond bedraagt, conform de eerdere toezegging5, 3 miljoen euro.

Artikel III

De regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2015 en wordt gepubliceerd twee maanden voordien. Dit is in overeenstemming met het beleid inzake vaste verandermomenten zoals opgenomen in aanwijzing 174 van de Aanwijzingen voor de regelgeving.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp


X Noot
1

Evaluatie van de regeling Innovatie Prestatie Contracten, te raadplegen via: http://www.dialogic.nl/documents/2010.018-1020.pdf.

X Noot
2

Kamerstuk 34 000-XIII, nr. 17 en Kamerstuk 34 000-XIII, nr. 149.

X Noot
3

Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L187).

X Noot
4

Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2013, L352/1).

X Noot
5

Kamerstuk 34 000-XIII, nr. 149.

Naar boven