gelet op het bepaalde in de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994), het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990) en het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW).
dat de Sophialaan, de Molendwarsstraat, de Spoorstraat, het Stationsplein, de Stationsstraat, het Sophiaplein, de Hoofdstraat en de Nieuwendijk gelegen zijn binnen de bebouwde kom van Apeldoorn;
dat de hiervoor benoemde wegen in beheer zijn bij de gemeente Apeldoorn;
dat de wegen die hiervoor benoemd zijn wegen zijn als bedoeld in artikel 18, lid 1 onder d van de WVW 1994;
dat gelet op dit artikel het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn bevoegd is verkeersbesluiten te nemen voor deze wegen;
dat de bevoegdheid voor het nemen van verkeersbesluiten door het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn in het mandaat- en volmachtregister van de eenheid Beheer & Onderhoud d.d. 30 december 2013 gemandateerd is aan de teammanager Tactisch Beheer;
dat de gemeentelijke wegencategorisering van Apeldoorn is opgenomen in de Verkeersvisie 2010 - 2020;
dat de hiervoor benoemde wegen volgens de Verkeersvisie 2010 - 2020 gelegen zijn in een verblijfsgebied;
dat de verkeersfunctie in een verblijfsgebied ondergeschikt is aan de verblijfsfunctie;
dat het parkeren in een verblijfsgebied in principe binnen de algemene verkeersregels overal moet worden toegestaan;
dat het centraal treinstation van Apeldoorn is gelegen aan het Stationsplein;
dat in de nabijheid van het treinstation ook het busstation aanwezig is;
dat beide stations relatief een grote parkeervraag genereren;
dat om de parkeervraag op te vangen parkeerplaatsen zijn gerealiseerd;
dat de rijbanen van de hiervoor benoemde wegen een smalle wegbreedte kennen;
dat bij parkeerbewegingen op de rijbaan van de benoemde wegen de bereikbaarheid van beide stations in het geding komt;
dat het dan ook wenselijk is dat bestuurders hun voertuigen parkeren op de aanwezige parkeerplaatsen;
dat dit gerealiseerd kan worden door op de hiervoor benoemde wegen een parkeerverbod in te stellen;
dat het parkeerverbod niet van toepassing is op de aanwezige parkeervakken in het gebied;
dat het waarborgen van de bereikbaarheid belangrijker wordt geacht dan het principe dat parkeren in een verblijfsgebied binnen de algemene verkeersregels overal moet worden toegestaan;
dat de hiervoor benoemde verkeersmaatregel gerealiseerd kan worden door middel van het plaatsen van de verkeersborden E1 (zonale toepassing, begin en einde) van bijlage 1 van het RVV 1990;
dat gelet op artikel 12 van het BABW voor het plaatsen van de verkeersborden E1 van bijlage 1 van het RVV 1990 een verkeersbesluit is vereist;
dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 het instellen van een parkeerverbod strekt tot het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;
dat gelet op artikel 24 van het BABW overleg is gevoerd met de politie, eenheid Oost Nederland, district Noord en Oost Gelderland;
dat de politie een positief advies heeft afgegeven voor het nemen van dit besluit.