De Minister van Veiligheid en Justitie
In overeenstemming met
De Minister van Defensie
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
De Staatssecretaris van Financiën
Overwegende:
Dat met de verlening van het machtigingsbesluit met kenmerk 330633/13 d.d. 13 maart
2013 (Stcrt. 2013, nr 6711) een grondslag is gecreëerd voor de verstrekking van politiegegevens die worden verwerkt
op grond van artikel 9 en 10 van de Wet politiegegevens, aan de partners in de RIEC’s
ten behoeve van de aanpak van georganiseerde criminaliteit, door het verrichten van
integrale casusanalyses ten behoeve van het bepalen van gezamenlijke interventiestrategieën
en het uitvoeren daarvan door de partners in de RIEC’s; dat hiermee een zwaarwegend
algemeen belang wordt gediend en dat deze verstrekking voor dit doel ook noodzakelijk
is;
Dat met dit machtigingsbesluit vooruit werd gelopen op een voorstel tot aanpassing
van het Besluit politiegegevens; Dat die aanpasing voorziet in een structurele verstrekking
van de desbetreffende politiegegevens aan de daartoe aangewezen vertegenwoordigers
van de deelnemende bestuursorganen aan de RIEC’s; Dat het machtigingsbesluit in zoverre
een tijdelijk karakter had en van kracht was tot op de dag dat het Besluit politiegegevens
in werking was getreden, doch uiterlijk 31 december 2014;
Dat inmiddels is gebleken dat de aanpassing van het Besluit politiegegevens niet eerder
in werking zal treden dan 1 maart 2015; Dat dit aanleiding geeft tot verlenging van
het machtigingsbesluit;
Dat, ingevolge het (nieuwe) artikel van het Besluit politiegegevens dat de onderhavige
verstrekking regelt, voorts als voorwaarde wordt gesteld dat er schriftelijke afspraken
zijn gemaakt over de gevallen waarin en voorwaarden waaronder de gegevens worden verstrekt;
Dat deze afspraken zullen worden vastgelegd in een Privacyprotocol; Dat dit Privacyprotocol
pas op enig moment na de inwerkingtreding van het aangepaste Besluit politiegegevens
zal worden vastgesteld; Dat het derhalve noodzakelijk is het machtigingsbesluit te
verlengen tot het moment dat het Privacyprotocol dat voortvloeit uit de aanpassing
van het Besluit politiegegevens is vastgesteld;
Gelet op artikel 18, tweede lid, van de Wet politiegegevens,
BESLUIT
’s-Gravenhage, 18 december 2014
De Minister van Veiligheid en Justitie,
namens deze,
G.N. Roes
Directeur-generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving