De Minister van Economische Zaken maakt bekend:
Op 16 augustus 2013 heeft Wintershall Noordzee B.V., tezamen met GDF SUEZ E&P Nederland
B.V., Taqa Offshore B.V. en Rosewood Exploration Ltd., een aanvraag ingediend ingevolge
artikel 6 van de Mijnbouwwet, voor het opsporen van koolwaterstoffen.
De vergunningaanvraag betreft het opsporen van koolwaterstoffen in blok F12, welk
blok is aangegeven op de kaart, die als bijlage 3 is gevoegd bij de Mijnbouwregeling
(Staatscourant 2002, nr. 245).
Op 16 januari 2014 is door Total E&P Nederland B.V. een concurrerende aanvraag ingediend
voor de aanvraag voor een opsporingsvergunning voor het blok F12.
De Minister van Economische Zaken is bevoegd te beslissen op deze aanvragen.
De besluiten doorlopen de uniforme openbare voorbereidingsprocedure overeenkomstig
afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht.
De Minister is voornemens de gevraagde vergunning voor het blok F12 te verlenen aan
Total E&P Nederland B.V.
Op 24 november 2014 legt de Minister de volgende documenten (met uitzondering van
de vertrouwelijke bedrijfs- en fabricagegegevens en gegevens die betrekking hebben
op de persoonlijke levenssfeer) ter inzage:
-
− De aanvragen voor de opsporingsvergunningen koolwaterstoffen voor blok F12;
-
− de adviezen van Staatstoezicht op de Mijnen, TNO en de Mijnraad;
-
− de ontwerpbesluiten;
-
− de besluiten.
De stukken liggen met ingang van 24 november 2014 tot en met 5 januari 2015 ter inzage
in de centrale hal van het Ministerie van Economische Zaken, Bezuidenhoutseweg 73,
te Den Haag.
Inzage is mogelijk op werkdagen tijdens kantooruren.
Tot en met 5 januari 2015 kan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van
State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag, tegen deze besluiten beroep worden ingesteld
door:
-
a. belanghebbenden die zienswijzen hebben ingebracht tegen het ontwerp van het besluit;
-
b. de adviseurs die gebruik hebben gemaakt van de gelegenheid advies uit te brengen over
het ontwerp van het besluit;
-
c. belanghebbenden die beroep willen instellen tegen wijzigingen die bij het nemen van
het besluit ten opzichte van het ontwerp daarvan zijn aangebracht;
-
d. belanghebbenden aan wie redelijkerwijs niet kan worden verweten geen zienswijzen te
hebben ingebracht tegen het ontwerp van het besluit.
Voor inlichtingen kunt u zich wenden tot de heer E.J. Hoppel, tel: 070-379 77 62.