Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 2 september 2014, houdende regels voor een subsidie voor het faciliteren van medisch specialisten bij de overgang naar integrale tarieven voor medisch specialistische zorg en kaakchirurgie (Subsidieregeling overgang integrale tarieven medisch specialistische zorg)

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 3 en artikel 5 van de Kaderwet VWS-subsidies;

Besluit:

Artikel 1 Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

arbeidsovereenkomst:

overeenkomst als bedoeld in artikel 610 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;

arts:

persoon ingeschreven als arts in een register als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg;

inspecteur:

inspecteur als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;

instelling:

organisatorisch verband anders dan een organisatorisch verband als bedoeld in artikel 1, derde lid, van de Kwaliteitswet zorginstellingen, dat strekt tot de verlening van zorg als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet;

medisch specialist:

arts als bedoeld in artikel 2, eerste lid;

Minister:

Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

subsidie:

subsidie als bedoeld in artikel 3;

vrij gevestigd medisch specialist:

medisch specialist die op basis van toelatingsovereenkomst werkzaam is in een instelling;

zorgaanbieder:
  • 1▫. de natuurlijke of de rechtspersoon, die een instelling in stand houdt;

  • 2▫. de natuurlijke personen of de rechtspersonen, die gezamenlijk een instelling vormen.

Artikel 2 Medisch specialist en ambtenaar

  • 1. Een medisch specialist voor de toepassing van deze regeling is een arts die:

    • a. als specialist met een wettelijke erkende specialistentitel in een specialistenregister als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, is ingeschreven, en

    • b. zorg biedt als bedoeld in artikel I.1, onderdeel d, van de Aanwijzing integrale tarifering medisch specialistische zorg 2015.

  • 2. Een aanstelling als ambtenaar in de zin van de Ambtenarenwet wordt voor deze regeling gelijkgesteld met een arbeidsovereenkomst.

Artikel 3 Voorwaarden aanspraak

  • 1. De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een natuurlijk persoon die:

    • a. het gehele jaar 2014 een vrij gevestigd medisch specialist was die op basis van de voor hem voor dat jaar geldende één of meer toelatingsovereenkomsten ten minste twintig uren per week in de instelling aanwezig was ter uitoefening van zijn beroep;

    • b. met ingang van een na 31 december 2014 doch voor 1 juli 2015 gelegen tijdstip zijn hoedanigheid als vrij gevestigd medisch specialist heeft beëindigd;

    • c. zonder dat sprake is of zal zijn van een andere vergoeding daarvoor dan een onmiddellijke of middellijke vergoeding in de vorm van een geldsom van een zorgaanbieder waarmee hij een arbeidsovereenkomst heeft gesloten:

      • zijn ondernemersactiviteiten als vrij gevestigd medisch specialist als bedoeld in artikel 3.4 onderscheidenlijk 3.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001 heeft gestaakt;

      • de ondernemingsactiviteiten als vrij gevestigd medisch specialist in een rechtspersoon heeft beëindigd, en

    • d. met ingang van het tijdstip, bedoeld in onderdeel b, uitsluitend op basis van één of meer arbeidsovereenkomsten met één of meer zorgaanbieders als medisch specialist werkzaam is en zal zijn.

  • 2. De Minister verstrekt per medisch specialist slechts één subsidie op grond van deze regeling.

Artikel 4 Activiteiten

De Minister verstrekt de subsidie met het oog op de beëindiging na 31 december 2014 en voor 1 juli 2015 van de hoedanigheid als vrij gevestigd medisch specialist en het met ingang van het tijdstip van die beëindiging, uitsluitend op basis van één of meer arbeidsovereenkomsten met één of meer zorgaanbieders werkzaam zijn als medisch specialist.

Artikel 5 Bedrag

  • 1. Het bedrag van de subsidie is € 100 000.

  • 2. Het bedrag van de subsidie is in afwijking van het eerste lid, nihil indien:

    • a. de subsidiabele activiteiten, bedoeld in artikel 4 niet of niet geheel hebben plaatsgevonden, of

    • b. de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen, bedoeld in artikel 9.

  • 3. Het tweede lid aanhef en onderdeel b vindt geen toepassing indien de subsidie-ontvanger voor 1 juni 2019 is overleden of volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is als bedoeld in artikel 4 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.

  • 4. De Minister kan in afwijking van het eerste lid, de subsidie op een lager bedrag vaststellen indien de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan:

    • a. de in deze regeling aan de subsidie verbonden verplichtingen anders dan bedoeld in artikel 9, of

    • b. de verplichtingen die de Minister krachtens artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht, aan de subsidie-ontvanger heeft opgelegd.

Artikel 6 Aanvraag tot verlening

  • 1. De zorgaanbieder respectievelijk een zorgaanbieder waarmee de medisch specialist een arbeidsovereenkomst heeft gesloten, dient namens de medisch specialist een aanvraag in voor de verlening van de subsidie, voor 1 maart 2015.

  • 2. Voor een aanvraag tot verlening van de subsidie wordt een door de Minister vastgesteld formulier gebruikt.

  • 3. De medisch specialist machtigt de instelling, bedoeld in het eerste lid, voor het indienen van de aanvraag en het in ontvangst nemen van betaling door de minister van het voorschot, bedoeld in artikel 8, eerste lid.

  • 4. Bij de aanvraag worden gevoegd:

    • a. een kopie van de één of meer voor de medisch specialist voor 2014 geldende toelatingsovereenkomsten;

    • b. een kopie van de één of meer gesloten arbeidsovereenkomsten op basis waarvan de arts als medisch specialist werkzaam is of zal zijn;

    • c. de machtiging, bedoeld in het derde lid, en

    • d. het overeenkomen schema van de betalingen van de door de minister verleende één of meer voorschotten.

  • 5. De aanvrager kan de aanvraag tot en met 30 juni 2015 aanvullen.

  • 6. De Minister maakt in de gevallen waarin hij met betrekking tot de aanvraag een besluit als bedoeld in artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, kan nemen, van die bevoegdheid gebruik.

Artikel 7 Besluit over verlening

  • 1. De Minister besluit na 30 juni 2015 binnen dertien weken over de subsidieverlening.

  • 2. Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, weigert de Minister de subsidieverlening indien hij de aanvraag na 28 februari 2015 heeft ontvangen.

Artikel 8 Voorschot

  • 1. De Minister verleent in 2015 aan de subsidie-ontvanger een voorschot van € 80.000.

  • 2. De betaling van het voorschot geschiedt aan de zorgaanbieder, bedoeld in artikel 6, eerste lid.

Artikel 9 Aanvullende doelverplichtingen

  • 1. De subsidie-ontvanger is vanaf het tijdstip, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, tot en met 31 mei 2019:

    • a. medisch specialist;

    • b. als medisch specialist voor ten minste twintig uren per week werkzaam in één of meer instellingen, en

    • c. uitsluitend op basis van één of meer arbeidsovereenkomsten met één of meer zorgaanbieders, als medisch specialist werkzaam.

  • 2. Er wordt voor de beëindiging van de hoedanigheid als vrij gevestigd medisch specialist, geen vergoeding door een derde verleend anders dan een onmiddellijke of middellijke vergoeding in de vorm van een geldsom van een zorgaanbieder waarmee hij een arbeidsovereenkomst heeft gesloten.

  • 3. De subsidie-ontvanger doet in de periode, bedoeld in het eerste lid, onverwijld een schriftelijke melding aan de Minister van een nieuwe met een zorgaanbieder afgesloten arbeidsovereenkomst of van een wijziging van een met een zorgaanbieder afgesloten arbeidsovereenkomst met betrekking tot de arbeidsduur.

Artikel 10 Aanvraag vaststelling

  • 1. De zorgaanbieder respectievelijk een zorgaanbieder waarmee de medisch specialist een arbeidsovereenkomst heeft gesloten, dient namens de medisch specialist, een aanvraag tot vaststelling van de subsidie uiterlijk op 1 juli 2019 in.

  • 2. Voor de aanvraag wordt een door de Minister vastgesteld formulier gebruikt.

  • 3. De medisch specialist machtigt de instelling, bedoeld in het eerste lid, voor het indienen van de aanvraag en het in ontvangst nemen van de betaling door de Minister van het subsidiebedrag.

  • 4. Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie worden gevoegd:

    • a. een kopie van de aangifte voor de inkomstenbelasting over het jaar 2015 en de daaropvolgende jaren, die de medisch specialist heeft gedaan;

    • b. indien de ondernemingsactiviteiten als vrij gevestigd medisch specialist in een rechtspersoon waren ondergebracht een kopie van de aangifte van de vennootschapsbelasting over het jaar 2015 die voor die rechtspersoon is gedaan;

    • c. de door de inspecteur vastgestelde aanslagen, bedoeld in artikel 11 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen inzake de door de medisch specialist over het jaar 2015 en daaropvolgende jaren verschuldigde inkomstenbelasting met de toelichting;

    • d. de door de inspecteur vastgestelde aanslag, bedoeld in artikel 11 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen inzake de door in onderdeel b bedoelde rechtspersoon over het jaar 2015 verschuldigde vennootschapsbelasting;

    • e. de machtiging, bedoeld in het derde lid, en

    • f. het tussen de medisch specialist en de zorgaanbieder, bedoeld in het eerste lid, overeengekomen schema van de betalingen van de door de Minister vastgestelde subsidie.

Artikel 11 Besluit tot vaststelling

  • 1. Binnen tweeëntwintig weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie bedoeld in artikel 10 neemt de Minister een besluit op de aanvraag.

  • 2. De Minister vordert de onverschuldigd betaalde één of meer voorschotten terug.

  • 3. De Minister verstrekt het deel van het vastgestelde subsidiebedrag dat na verrekening van de betaalde één of meer voorschotten resteert, in één keer aan de zorgaanbieder, bedoeld in artikel 10, eerste lid.

Artikel 12 Inwerkingtreding, vervaldatum en overgangsrecht

  • 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2015 en vervalt met ingang van 1 januari 2020.

  • 2. Deze regeling blijft van toepassing op een subsidie die de Minister krachtens deze regeling heeft verstrekt.

Artikel 13 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling overgang integrale tarieven medisch specialistische zorg.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst,

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers

TOELICHTING

I. Algemeen

Inleiding

De onderhavige regeling geeft uitvoering aan afspraken in het ‘Onderhandelaarsresultaat medisch specialistische zorg 2014 t/m 2017’ van 16 juli 2013. De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU), de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF), Zelfstandige Klinieken Nederland (ZKN), de Orde van Medisch Specialisten (OMS), Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (de Minister) hebben het bovenbedoelde akkoord gesloten. Paragraaf 3.2 van dat akkoord bevat een bevestiging dat de invoering van de integrale tarieven voor medisch specialistische zorg met ingang van 1 januari 2015 zal ingaan. De invoering van de integrale tarieven gaat gepaard met de integratie van het macrokader voor honoraria van de vrij gevestigd medisch specialisten met het macrokader van ziekenhuizen/zelfstandige behandelcentra. Er wordt daarbij een integraal beheersmodel voor macrokosten ingevoerd dat het afzonderlijk beheersmodel voor honoraria van vrij gevestigde medisch specialisten en het macrobeheersinstrument voor medisch specialistische zorg vervangt. Paragraaf 3.2 van het bovenbedoelde onderhandelaarsresultaat bevat de afspraak dat middelen beschikbaar zullen worden gesteld om de transitie naar integrale bekostiging te faciliteren. De Minister heeft bij brief van 16 juli 2013 het bovenbedoelde akkoord aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal gestuurd (Kamerstukken II 2012/13, 29 248, nr. 257, met bijlage).

Invoering integrale tarifering medisch specialistische zorg en kaakchirurgie

De Minister heeft bij brief van 18 december 2013 aan de beide kamers der Staten-Generaal de zakelijke inhoud weergegeven van de voorgenomen aanwijzing aan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) omtrent de invoering van de integrale tarifering medisch specialistische zorg en kaakchirurgie (Kamerstukken II 2013/14, 32 620, nr. 105). De Minister heeft op 21 mei 2014 de Aanwijzing integrale tarifering medisch specialistische zorg 2015 (Aanwijzing integrale tarifering) vastgesteld. De Minister heeft van die aanwijzing aan de NZa mededeling gedaan in de Staatscourant (Stcrt. 2014, 14914). Met de invoering van de integrale tarifering bij medisch specialistische zorg en kaakchirurgie komt een einde aan de situatie waarbij twee samenwerkende zorgaanbieders ieder voor een deel van de prestatie een tarief in rekening brengen aan de ziektekostenverzekeraars dan wel de patiënten terwijl ze in de ogen van patiënten één ondeelbare prestatie hebben geleverd. De NZa moet op grond van artikel III.1, eerste lid, van de Aanwijzing integrale tarifering, declaratieregels vaststellen op grond van artikel 37, eerste en tweede lid, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg). De NZa moet in die declaratieregels bepalen dat alleen de eigen zorgverlener een (integraal) tarief in rekening mag brengen aan de eigen patiënt of diens ziektekostenverzekeraar. Medebehandelaars kunnen alleen een tarief voor onderlinge dienstverrichting in rekening brengen aan de zorgaanbieder met het declaratierecht voor het integrale tarief. De zorgverlener met het declaratierecht maakt met andere betrokken zorgverleners afspraken over de vergoeding die zij voor de onderlinge dienstverlening ontvangen. De medebehandelaars moeten zich bij de gezamenlijke zorgprestatie voor hun tarief van de dienstverlening richten tot de zorgverlener met het exclusieve declaratierecht voor het integrale tarief.

Doelstelling

De verhouding tussen vrij gevestigde medisch specialisten en het ziekenhuis/zelfstandig behandelcentrum wijzigt met de invoering van de integrale tarifering1. Ziekenhuizen en vrijgevestigd medisch specialisten dienen afspraken te maken over de positie van de medisch specialist in het ziekenhuis, op basis van lokale en individuele overwegingen. Ze kiezen er óf voor dat de vrijgevestigd medisch specialist zijn ondernemerschap behoudt, aan de hand van daartoe uitgewerkte fiscale modellen, óf ze kiezen ervoor dat de specialist in loondienst treedt. Indien een specialist bij de overstap naar loondienst geen vergoeding krijgt voor zijn onderneming leidt die overstap tot schade. Deze schade kan ertoe leiden dat een dergelijke overstap naar loondienst door het ziekenhuis en de medisch specialist wordt gepercipieerd als een minder aantrekkelijke optie. Om ervoor te zorgen dat het ziekenhuis en de medisch specialist een dergelijke overstap naar loondienst toch een reële optie vinden, verleent de Minister daarvoor een geldelijke tegemoetkoming. Deze regeling vermindert de financiële belemmeringen voor ziekenhuizen en vrij gevestigde medisch specialisten om een dienstverband aan te gaan zonder vergoeding voor de onderneming van de vrij gevestigde medisch specialist.

Het ziekenhuis waarmee de medisch specialist een arbeidsovereenkomst heeft gesloten vraagt de tegemoetkoming aan. Indien deze wordt toegekend, maakt dit onderdeel uit van de afspraken die ziekenhuizen en specialisten maken in verband met de overgang naar loondienst en de verdeling van de schade. Dit bedrag vormt een gedeeltelijke compensatie voor de beëindiging van de onderneming van de vrij gevestigde medisch specialist zonder vergoeding. De niet gecompenseerde schade komt, afhankelijk van de gemaakte afspraken, voor rekening van het ziekenhuis en/of de medisch specialist.

Omdat de kosten die gemaakt worden bij de overgang naar loondienst geen direct verband houden met de zorgverlening aan een patiënt is ervoor gekozen om de tegemoetkoming ten laste van de Rijksbegroting te brengen. De medisch specialist is ontvanger van het bedrag. Het doel is een duurzame arbeidsverhouding tussen ziekenhuis en medisch specialist. De voorwaarden die in deze regeling gesteld worden zijn hierop gericht. Zo zal het volledige bedrag worden teruggevorderd indien de medisch specialist voor 1 juni 2019 als vrijgevestigde aan de slag gaat.

Inhoud

Ontvanger

De Minister verstrekt op aanvraag van en via het ziekenhuis, op grond van de onderhavige regeling, een geldelijke tegemoetkoming aan de medisch specialist. Een persoon moet dus een medisch specialist zijn om in aanmerking te komen voor deze regeling. De onderhavige regeling bevat een eigen omschrijving van medisch specialist. Een medisch specialist staat als arts in een register als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) ingeschreven. De Minister stelt op basis van artikel 3, derde lid, van de Wet BIG, een BIG-register in en beheert dat register. Personen die als tandarts, apotheker, gezondheidszorgpsycholoog, psychotherapeut, fysiotherapeut, verloskundige of als verpleegkundige in een BIG-register staan ingeschreven staan niet als arts in een BIG-register ingeschreven en zijn derhalve geen medisch specialist in de zin van de onderhavige regeling.

Een medisch specialist mag bovendien een wettelijk beschermde specialistentitel voeren en staat onder die titel in een specialistenregister van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering van de Geneeskunst (KNMG) dan wel van de Nederlandse Vereniging tot bevordering der Tandheelkunde (NMT) ingeschreven.

Een medisch specialist levert zorg als bedoeld in de Aanwijzing integrale tarifering. Het betreft hier medisch specialistische zorg met uitzondering van geestelijke gezondheidszorg, audiologische zorg, trombosezorg, zorg in het kader van erfelijkheidsadvisering en mondzorg zoals kaakchirurgen die bieden. De reden voor die eis is dat het moet gaan om artsen waarvan de verhouding met het ziekenhuis als gevolg van de invoering van de integrale tarifering wijzigt. Huisartsen en psychiaters komen gezien het bovenstaande niet in aanmerking voor de tegemoetkoming.

Voorwaarden

De onderhavige regeling regelt de voorwaarden waaraan de medisch specialist moet voldoen om de tegemoetkoming te kunnen krijgen. De medisch specialist was gedurende het gehele jaar 2014 een vrij gevestigd medisch specialist. Deze eis houdt mede verband met het feit dat het moet gaan om artsen waarbij de invoering van integrale tarifering hun verhouding met het ziekenhuis wijzigt.

De medisch specialist moet op basis van de voor hem geldende één of meer toelatingsovereenkomsten ten minste twintig uur per week aanwezig zijn in het ziekenhuis ter uitoefening van zijn medisch beroep. Hij beëindigt in de periode van 1 januari tot en met 30 juni 2015 zijn hoedanigheid als vrij gevestigd medisch specialist en verricht nadien zijn activiteiten als medisch specialist uitsluitend op basis van één of meer arbeidsovereenkomsten met één of meer ziekenhuizen. Hij verricht m.a.w. in geen enkel ziekenhuis werkzaamheden als vrij gevestigd medisch specialist.

Het gaat hier om een tegemoetkoming in de kosten van de beëindiging van de activiteiten als vrij gevestigd medisch specialist. Een vergoeding in verband met die beëindiging verhindert dan ook de aanspraak. Een voorbeeld van een dergelijke vergoeding is de overnamesom voor de onderneming van de medisch specialist waarin hij zijn activiteiten als vrij gevestigde medisch specialist had ondergebracht. De verkrijging van een belang in een medisch specialistisch bedrijf of een collectief met het ziekenhuis tegen inbreng van een onderneming is een ander voorbeeld van een vergoeding die de aanspraak verhindert. Er bestaat in het geval van een vergoeding geen reden voor een tegemoetkoming in de kosten van de beëindiging. Er geldt een uitzondering op bovengenoemde beperking van de aanspraak voor een onmiddellijke dan wel middellijke vergoeding in de vorm van geldsom van een ziekenhuis waarmee medisch specialist een arbeidsovereenkomst heeft gesloten. De medisch specialist en het ziekenhuis maken in het kader van de overgang naar het dienstverband afspraken waarbij beiden een financiële bijdrage leveren. De partijen zullen de compensatie van de Minister betrekken bij het maken van hun afspraken.

Activiteiten en aanvullende doelverplichtingen

De tegemoetkoming is bedoeld voor het stoppen als vrij gevestigd medisch specialist in de periode van 1 januari 2015 tot en met 30 juni 2015 en het nadien uitsluitend op basis van één of meer arbeidsovereenkomsten met één of meer ziekenhuizen uitvoeren van de werkzaamheden als medisch specialist. De regeling bevat ook aanvullende doelverplichtingen die gelden in aanvulling op de standaardverplichtingen die de Minister ingevolge artikel 4:37, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft opgelegd. Het betreft hier de volgende verplichtingen:

  • a. hij is vanaf het tijdstip van beëindiging van zijn hoedanigheid als vrijgevestigd medisch specialist tot en met 31 mei 2019, een medisch specialist zijn;

  • b. hij is gedurende de onder a bedoelde periode voor ten minste twintig uren per week als medisch specialist in één of meer ziekenhuizen werkzaam zijn;

  • c. hij is gedurende de onder a bedoelde periode uitsluitend op basis van één of meer arbeidsovereenkomsten met één of meer ziekenhuizen zijn medisch beroep uitoefenen;

  • d. hij ontvangt geen vergoeding in welke vorm dan ook voor de beëindiging van de activiteiten als vrij gevestigd medisch specialist anders dan een onmiddellijke of middellijke vergoeding in de vorm van een geldsom van een ziekenhuis waarmee een arbeidsovereenkomst heeft gesloten, en

  • e. hij doet onverwijld een schriftelijke melding van een nieuwe arbeidsovereenkomst met een ziekenhuis en van een wijziging van een bestaande arbeidsovereenkomst indien die de arbeidsduur betreft.

Bedrag

De tegemoetkoming bedraagt in beginsel € 100.000. Indien echter de activiteiten waarvoor de Minister het bedrag heeft verstrekt niet of niet geheel hebben plaatsgevonden bedraagt de tegemoetkoming nihil (artikel 4). De tegemoetkoming bedraagt ook nihil indien de medisch specialist niet heeft voldaan aan de in de regeling genoemde aanvullende doelverplichtingen (artikel 9). Een dergelijk geval doet zich voor indien de medisch specialist voor 1 juni 2019 toch weer als vrij gevestigd medisch specialist werkzaamheden verricht. De regeling beoogt juist om de gehele overstap naar het dienstverband te faciliteren. De vaststelling op nihil blijft achterwege indien de ontvanger voor 1 juni 2019 is overleden of zijn medische beroep heeft beëindigd vanwege volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid.

De Minister kan de tegemoetkoming op een lager bedrag vaststellen indien de ontvanger niet heeft voldaan aan andere verplichtingen dan de in de onderhavige regeling opgenomen aanvullende doelverplichtingen of aan de verplichtingen die de Minister krachtens artikel 4:37 van de Awb, aan de ontvanger heeft opgelegd.

Aanvraag tot verlening en bevoorschotting

Het ziekenhuis waarmee de medisch specialist een arbeidsovereenkomst heeft gesloten dient de aanvraag tot verlening in. Dit vereiste hangt samen met het feit dat de medisch specialist en het ziekenhuis afspraken maken in het kader van de overgang naar het dienstverband waarbij beiden een financiële bijdrage leveren. De partijen zullen de tegemoetkoming van de Minister betrekken bij het maken van afspraken over deze overgang van het dienstverband. Het ziekenhuis moet de aanvraag voor 1 maart 2015 indienen. De Minister gaat over tot bevoorschotting voor een bedrag van € 80.000. De betaling van de verleende voorschotten geschiedt aan het ziekenhuis dat de aanvraag tot verlening heeft ingediend. De betaling door het ziekenhuis van de verleende voorschotten aan de medisch specialist vormt onderdeel van de maatwerkafspraken die zij hebben gemaakt. Het ziekenhuis moet in verband met het bovenstaande bij de aanvraag voegen:

  • a. de machtiging van de medisch specialist om de betaling van het voorschot in ontvangst te nemen, en

  • b. het met de medisch specialist overeengekomen kasritme voor de betaling aan de medisch specialist van de één of meer ontvangen voorschotten.

Vaststelling

Het ziekenhuis waarmee de medisch specialist een arbeidsovereenkomst heeft gesloten dient ook de aanvraag tot vaststelling in. Het ziekenhuis moet de aanvraag voor 1 juli 2019 indienen. De Minister stelt het definitieve bedrag op € 100.000 vast indien al de activiteiten waarvoor de Minister de tegemoetkoming heeft verstrekt hebben plaatsgevonden en de medisch specialist heeft voldaan aan de verplichtingen.

De aanvrager moet, met het oog op het onderzoek van de verstrekker of de aanvrager aan de verplichtingen heeft voldaan, kopieën van de in de regeling genoemde fiscale bescheiden inzake de inkomstenbelasting en in voorkomend geval ook inzake de vennootschapsbelasting 2015 meesturen.

De Minister stelt het bedrag op nihil vast indien de activiteiten waarvoor hij de tegemoetkoming heeft verstrekt niet of niet geheel hebben plaatsgevonden of de medisch specialist niet heeft voldaan aan de in de onderhavige regeling opgenomen aanvullende doelverplichtingen. De Minister zal in dat geval de onverschuldigd betaalde voorschotten ten bedrage van € 80.000 van de medisch specialist terugvorderen. De Minister zal bij een vastgesteld bedrag van € 100.000 na verrekening van de verleende voorschotten nog € 20.000 aan de aanvrager verstrekken. De betaling van dat bedrag geschiedt ook aan het ziekenhuis dat de aanvraag tot vaststelling heeft ingediend. Het ziekenhuis moet in verband daarmee bij de aanvraag de machtiging overleggen van de medisch specialist tot ontvangst van het bedrag van € 20.000. Het ziekenhuis moet bij de aanvraag ook het met de medisch specialist overeengekomen betaalschema van het van de Minister ontvangen bedrag van € 20.000 overleggen.

Indien na de vaststelling alsnog sprake is van een vergoeding voor de beëindiging van de activiteiten als vrij gevestigd medisch specialist anders dan een onmiddellijke of middellijke vergoeding van het ziekenhuis, zal de Minister de vaststelling wijzigen en het bedrag op nihil vaststellen. De medisch specialist heeft namelijk na de vaststelling niet voldaan aan de verplichtingen. De Minister gaat in het bovenbedoelde geval over tot terugvordering van het betaalde bedrag van € 100.000.

Gevolgen voor fraude, administratieve lasten en de Rijksbegroting

De regeling heeft op het punt van de verplichtingen enige risico’s op het gebied van de fraude.

Er geldt de verplichting dat de medisch specialist gedurende de periode vanaf de beëindiging van zijn hoedanigheid als vrij gevestigd medisch specialist tot en met 31 mei 2019, in het geheel niet als vrij gevestigd medisch specialist werkzaam is. Het toezicht op de naleving van die verplichting geschiedt aan de hand van de door de medisch specialist met ziekenhuizen gesloten arbeidsovereenkomsten en de te verstrekken wijziging van een arbeidsovereenkomst op het punt van de arbeidsduur. Met deze beheersmaatregelen wordt het risico dat niet wordt voldaan aan de bovenbedoelde verplichting zoveel mogelijk ingedamd.

Er geldt de verplichting dat geen sprake is of zal zijn van een vergoeding voor de beëindiging van de hoedanigheid als vrij gevestigd medisch specialist anders dan van een ziekenhuis, waarmee hij een arbeidsovereenkomst heeft gesloten. Het toezicht op de naleving van die verplichting geschiedt aan de hand van de in de ingediende aangiften en vastgestelde aanslagen inzake de inkomstenbelasting over het jaar 2015 en daaropvolgende jaren en in voorkomend geval van de relevante ingediende aangifte en vastgestelde aanslag inzake de vennootschapsbelasting over het jaar 2015. Uit een correct ingevulde aangifte blijkt de staking van de ondernemersactiviteiten als vrij gevestigd medisch specialist respectievelijk van de ondernemingsactiviteiten als vrij gevestigd medisch specialist in de rechtspersoon. Uit een correct ingevulde aangifte blijken de eventuele vergoedingen voor de beëindiging van de ondernemersactiviteiten als vrij gevestigd medisch specialist. Uit de te verstrekken kopieën van de door de belastingsinspecteur vastgestelde aanslagen met de toelichting kan de Minister opmaken in hoeverre de belastinginspecteur de aangifte heeft gevolgd.

De Minister stelt het bedrag (alsnog) op nihil vast indien de medisch specialist niet aan de bovenbedoelde verplichtingen heeft voldaan. De Minister gaat in dat geval over tot terugvordering van onverschuldigd betaalde voorschotten respectievelijk bedragen.

De regeling heeft enige gevolgen voor de administratieve lasten voor het bedrijfsleven en de medisch specialist in loondienst. Het betreft in de eerste plaats de aanvraag met gebruik van het door de Minister vastgesteld formulier. Het betreft in de tweede plaats de bij de aanvraag mee te sturen kopieën van overeenkomsten, machtiging en overeengekomen betaalschema. Het betreft in de derde plaats de meldingen die de medisch specialist moet doen van een nieuwe arbeidsovereenkomst met een ziekenhuis en van een wijziging van een bestaande arbeidsovereenkomst met een ziekenhuis. Het betreft in de vierde plaats de aanvraag tot vaststelling van de tegemoetkoming met gebruik van het door de Minister vastgesteld formulier. Het betreft in de vijfde plaats de met de aanvraag mee te sturen kopieën van fiscale bescheiden, machtiging en overeengekomen betaalschema. De genoemde administratieve lasten zijn beperkt.

De verleende bedragen komen ten laste van hoofdstuk XVI van de Rijksbegroting voor 2015. Het gaat naar verwachting om een bedrag van maximaal € 125 mln.

II. Artikelsgewijs

Artikel 1

Een arts is een persoon die als arts in een register als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet BIG, is omschreven. Een dergelijk register is een BIG-register.

De definities van instelling en zorgaanbieder zijn ontleend aan de Kwaliteitswet zorginstellingen. Een instelling is een organisatorisch verband dat strekt tot het leveren van zorg omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet. Er is sprake van een organisatorisch verband wanneer afspraken zijn gemaakt omtrent de organisatie van werkzaamheden en de verdeling van verantwoordelijkheden.

Met de uitsluiting van organisatorische verbanden als bedoeld in artikel 1, derde lid, van de Kwaliteitswet zorginstellingen wordt geregeld dat specialistenmaatschappen binnen een ziekenhuis en medisch specialistische bedrijven niet gelden als instellingen.

De zorgaanbieders zijn de natuurlijke personen of rechtspersonen die een instelling exploiteren. Het kan bij zorgaanbieders ook gaan om personen die gezamenlijk een instelling vormen. (Kamerstukken II 1993/94, 23 633, nr. 3, blz. 8). De personen die een organisatorisch verband exploiteren onderscheidenlijk vormen dat niet als instelling wordt aangemerkt, zijn geen zorgaanbieder in de zin van deze regeling.

Artikel 2

In het eerste lid, onderdeel b is bepaald dat een medisch specialist zorg levert die binnen het toepassingsbereik van de Aanwijzing integrale tarifering valt. Dit bewerkstelligt dat alleen een vrij gevestigde medisch specialist waarvan de verhouding met het ziekenhuis op grond van bovenbedoelde aanwijzing wijzigt, in aanmerking kan komen voor een tegemoetkoming. Het gaat om medisch specialistische zorg anders dan geestelijke gezondheidszorg en om kaakchirurgie. Huisartsen en psychiaters kunnen geen gebruik maken van deze regeling.

Het tweede lid bewerkstelligt dat ook de overstap van de vrij gevestigde medisch specialist naar een ambtelijke aanstelling bij een universitair medisch centrum, kan leiden tot verstrekking van een tegemoetkoming.

Artikel 3

Het eerste lid bevat de voorwaarden voor de verstrekking van de tegemoetkoming. De voorwaarde in het eerste lid, onderdeel c, betreft het ontbreken van een vergoeding voor de beëindiging van de activiteiten als vrij gevestigd medisch specialist. Er mag geen sprake zijn van een vergoeding in welke vorm dan ook. Het kan gaan om een geldsom ter overname van de onderneming of om een belang in een medisch specialistisch bedrijf of in een collectief met het ziekenhuis in ruil voor de onderneming. Het gebruik van de zinsnede ‘is of zal zijn’ bewerkstelligt dat ook een vergoeding in verband met de beëindiging van de activiteiten als vrij gevestigd medisch specialist de verstrekking van tegemoetkoming verhinderen. Een vergoeding aan de praktijkvennootschap van de medisch specialist verhindert de verstrekking van tegemoetkoming.

De vrij gevestigde medisch specialist waarvan het winstaandeel wordt belast als winst uit onderneming voor de inkomstenbelasting, moet zijn onderneming staken zonder dat daarvoor een vergoeding is of zal worden verleend.

De medisch specialist die zijn ondernemingsactiviteiten als vrij gevestigd medisch specialist in een rechtspersoon heeft ondergebracht moet die activiteiten zonder vergoeding staken. Een belangrijk voorbeeld is de praktijkvennootschap waarin de vrij gevestigde medisch specialist zijn praktijk heeft ondergebracht. De vrij gevestigde medisch specialist is in dienstbetrekking bij de praktijkvennootschap.

Er geldt een uitzondering voor een onmiddellijke dan wel middellijke vergoeding in de vorm van een geldsom van een zorgaanbieder waarmee de medisch specialist een arbeidsovereenkomst heeft gesloten. Een onmiddellijke vergoeding is een vergoeding die de zorgaanbieder rechtstreeks aan de medisch specialist verleent. Een middellijke vergoeding is een vergoeding die een andere entiteit aan de medisch specialist verleent waarbij de zorgaanbieder door middel van bijdragen aan die andere entiteit het verlenen van vergoedingen aan medisch specialisten heeft mogelijk gemaakt. Er kan in dit verband worden gedacht aan een vergoeding ten laste van een goodwillfonds dat de zorgaanbieder heeft opgericht.

De medisch specialisten moeten op basis van het eerste lid, onderdeel d, slechts op basis van één of meer arbeidsovereenkomsten met één of meer zorgaanbieders als medisch specialist werkzaam zijn. Een zorgaanbieder is een persoon die een instelling exploiteert of samen met andere personen een instelling vormt. Specialistenmaatschappen binnen een ziekenhuis en medisch specialistische bedrijven gelden niet als instellingen.

Artikel 5

Indien echter de activiteiten waarvoor de Minister de tegemoetkoming heeft verstrekt niet of niet geheel hebben plaatsgevonden bedraagt het bedrag nihil (artikel 4). Het bedrag bedraagt ook nihil indien de medisch specialist niet heeft voldaan aan de in de regeling genoemde aanvullende doelverplichtingen (artikel 9). De vaststelling op nihil vanwege het niet voldoen aan de bovenbedoelde verplichtingen blijft achterwege indien de ontvanger voor 31 mei 2019:

  • a. is overleden, of

  • b. volledig en duurzaam arbeidsongeschikt in de zin van artikel 4 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen is geworden.

Een medisch specialist is volledig en duurzaam arbeidsongeschikt indien hij als gevolg van een rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het zogenaamde maatmaninkomen per uur.

Een medisch specialist heeft bijvoorbeeld niet aan de bovengenoemde aanvullende verplichtingen voldaan indien hij in de periode tot en met 31 mei 2019 toch weer als vrij gevestigd medisch specialist werkzaamheden verricht. De tegemoetkoming beoogt juist om de gehele overstap naar het dienstverband te faciliteren. De Minister kan de tegemoetkoming op een lager bedrag vaststellen indien de ontvanger niet heeft voldaan aan andere verplichtingen dan de in de onderhavige regeling opgenomen aanvullende doelverplichtingen of aan de verplichtingen die de Minister krachtens artikel 4:37 van de Awb, aan de ontvanger heeft opgelegd.

Artikel 6

Het eerste lid voorziet ook in de situatie dat de medisch specialist met twee of meer zorgaanbieders een arbeidsovereenkomst heeft gesloten. In dat geval dient een van die zorgaanbieders namens de medisch specialist de aanvraag tot verlening in. De Minister zal op grond van het vijfde lid besluiten om een aanvraag tot verlening niet te behandelen indien hij ingevolge artikel 4:5, eerste lid, van de Awb een dergelijk besluit kan nemen. Het besluit om een aanvraag niet te behandelen is een discretionaire bevoegdheid waarvan de Minister op basis van artikel 3:4 van de Awb, pas na afweging van de betrokken belangen gebruik mag maken. De aanvrager kan op basis van het vijfde lid tot en met 30 juni 2015 een ongenoegzame aanvraag aanvullen.

Het zesde lid maakt duidelijk dat de Minister binnen de bovengenoemde kaders van de Awb zal besluiten om een ongenoegzame aanvraag niet te behandelen. Er is sprake van een ongenoegzame aanvraag indien het door de Minister vastgestelde formulier voor de aanvraag niet is gebruikt of indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling of de medisch specialist voldoet aan de voorwaarden voor verstrekking. Deze voorwaarden zijn neergelegd in artikel 3,eerste lid.

Artikel 8

De regeling in het tweede lid van de betaling van het verleende voorschot aan de instelling die de aanvraag tot verlening van de tegemoetkoming heeft ingediend, is mogelijk op grond van het vierde lid van artikel 4:89 van de Algemene wet bestuursrecht. Op basis van dat lid kan bij wettelijk voorschrift worden bepaald dat de betaling aan een ander dan de schuldeiser geschiedt.

Artikel 9

Dit artikel bevat de aanvullende doelverplichtingen. Die verplichtingen zijn op basis van artikel 4:38, tweede lid, van de Awb, in de onderhavige regeling opgenomen.

Artikel 10

Het eerste lid voorziet ook in de situatie dat de medisch specialist met twee of meer zorgaanbieders een arbeidsovereenkomst heeft gesloten. In dat geval dient een van die zorgaanbieders namens de medisch specialist de aanvraag tot vaststelling in. Een aanslag als bedoeld in artikel 11 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is een definitieve aanslag. De inspecteur kan bij het vaststellen van de aanslag van de aangifte afwijken. Dit blijkt uit de toelichting bij de vastgestelde aanslag.

Artikel 11

Op grond van het vierde lid van artikel 4:95 van de Awb worden de betaalde voorschotten verrekend met het vastgestelde bedrag en kan de Minister onverschuldigd betaalde voorschotten terugvorderen. Ingevolge het tweede lid zal de Minister van die bevoegdheid gebruik maken.

De regeling in het derde lid van de betaling aan de zorgaanbieder die de aanvraag tot vaststelling heeft ingediend, is mogelijk op grond van artikel 4:89, vierde lid, van de Awb. Op basis van dat lid kan bij wettelijk voorschrift worden bepaald dat de betaling aan een ander dan de schuldeiser geschiedt.

Artikel 12

Op basis van het tweede lid blijft de onderhavige regeling na het vervallen daarvan van toepassing op de besluiten van de Minister op grond van die regeling. Deze bepaling is met name van belang voor eventuele bezwaar- en beroepsprocedures tegen het besluit tot verlening en het besluit tot vaststelling.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers


X Noot
1

In het vervolg van deze toelichting wordt onder ‘ziekenhuis’ tevens zelfstandig behandelcentrum begrepen.

Naar boven