De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, handelend in overeenstemming met
de Staatssecretaris van Economische Zaken;
Gelet op de artikelen 2.5.5a, derde lid, en 12.4.1, eerste lid, van de Wet educatie
en beroepsonderwijs;
Besluit:
Artikel 1. Tijdelijke verstrekking middelen instellingen
De periode, bedoeld in artikel 12.4.1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs
is de periode van 1 augustus 2014 tot en met 31 december 2014.
Artikel 2. Wijziging Regeling gegevensverstrekking persoonsgebonden nummer BVE 2009
In de bijlage behorende bij artikel 2 van de Regeling gegevensverstrekking persoonsgebonden
nummer BVE 2009 wordt onderdeel C als volgt gewijzigd:
-
1. De definitie van het gegeven ‘Indicatie gehandicapt’ wordt vervangen door de volgende
definitie: De aanduiding dat de deelnemer met een handicap of chronische ziekte extra
ondersteuning krijgt bij het volgen van zijn opleiding, zoals opgenomen in de onderwijsovereenkomst,
bedoeld in artikel 8.1.3 van de wet.
-
2. In de toelichting bij de gegevens wordt na de toelichting bij het gegeven ‘Niveau’
de volgende passage ingevoegd:
Indicatie gehandicapt
Dit betreft alle deelnemers met een handicap of chronische ziekte aan wie de instelling
extra ondersteuning biedt voor het volgen van hun opleiding, zoals opgenomen in de
onderwijsovereenkomst. Het gaat om de aanduiding dat een deelnemer gehandicapt is
of een chronische ziekte heeft, niet om het al dan niet hebben van een indicatie vanwege
die handicap/chronische ziekte.
Artikel 3. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2014 en vervalt met ingang
van 1 juli 2016.
Artikel 4. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Invoeringsregeling vervallen leerlinggebonden
financiering beroepsonderwijs.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
M. Bussemaker
TOELICHTING
Algemeen
1. Doel en inhoud
Deze toelichting wordt gegeven mede namens de Staatssecretaris van Economische Zaken.
In deze regeling worden de volgende twee onderwerpen geregeld in verband met de invoering
van de Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband
met een herziening van de organisatie en financiering van de ondersteuning van leerlingen
in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs
en beroepsonderwijs (Stb. 2012, 533) (hierna: de Wet passend onderwijs):
-
a. de vaststelling van de periode voor de tijdelijke verstrekking van middelen aan mbo-instellingen,
en
-
b. aanpassingen op het terrein van de gegevensverstrekking door mbo-instellingen aan
DUO.
ad a. Tijdelijke verstrekking middelen aan mbo-instellingen
Met de inwerkingtreding van de Wet passend onderwijs per 1 augustus 2014 vervalt de
landelijke indicatiestelling voor leerlinggebonden financiering en daarmee de leerlinggebonden
financiering. Met de invoering van de nieuwe bekostigingssystematiek voor het mbo
(deze is op grond van de Wet doelmatige leerwegen en het moderniseren van de bekostiging
van het beroepsonderwijs (Stb. 2013, 288; inwerkingtreding bij Stb. 2013, 305) voor het eerst van toepassing op het bekostigingsjaar 2015) worden de lgf-middelen
toegevoegd aan het gehandicaptenbudget van de mbo-instellingen en verdeeld naar rato
van de rijksbijdrage.
Ter overbrugging van de periode tussen de inwerkingtreding van de Wet passend onderwijs
en de invoering van de nieuwe bekostigingssystematiek wordt aan een mbo-instelling
een bedrag verstrekt op basis van artikel 12.4.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs.
Artikel 1 van deze regeling bepaalt voor die verstrekking de betreffende periode,
namelijk 1 augustus 2014 tot en met 31 december 2014.
ad b. Gegevensverstrekking aan DUO
Artikel 2 van deze regeling heeft artikel 2.5.5a, eerste lid, van de Wet educatie
en beroepsonderwijs als wettelijke grondslag en wijzigt de bijlage bij de Regeling
gegevensverstrekking persoonsgebonden nummer BVE 2009. Onderdeel C van die bijlage
bevat een specificatie van de inschrijvings- en examengegevens die de instelling aan
DUO moet verstrekken van deelnemers aan opleidingen beroepsonderwijs. Eén van de gegevens
die moest worden verstrekt was of er sprake was van een ‘Indicatie gehandicapt’. Daarmee
werd bedoeld de indicatie die aangaf of de deelnemer extra ondersteuning nodig had
verband houdende met zijn functiebeperking, blijkens een verklaring van een deskundige.
In artikel 2 wordt onderdeel C van genoemde bijlage op dit punt geherformuleerd door
een aanpassing van de definitie van het gegeven. Door de Wet passend onderwijs vervalt
namelijk met ingang van 1 augustus 2014 de landelijke indicatiestelling voor deelnemers
met een handicap – de mbo-instellingen moeten zelf vaststellen of de deelnemer extra
ondersteuning krijgt – en wordt de met de deelnemer afgesproken extra ondersteuning
opgenomen in de onderwijsovereenkomst.
2. Uitvoeringsgevolgen
DUO acht de regeling uitvoerbaar.
3. Financiële gevolgen
Deze regeling heeft geen gevolgen voor de rijksbegroting.
4. Administratieve lasten
Artikel 1 heeft een vermindering van administratieve lasten tot gevolg, omdat door
het afschaffen van de leerlinggebonden financiering in het mbo de aanvraagprocedure
vervalt. Deze lastenvermindering is al meegenomen in de memorie van toelichting bij
het wetsvoorstel passend onderwijs.
Artikel 2 brengt geen extra administratieve lasten voor de instellingen met zich mee.
De instellingen zijn nu ook al verplicht het gegeven met betrekking tot de handicap
te verstrekken aan DUO ter opneming in BRON (Basisregistratie Onderwijs).
Artikelsgewijs
Artikelen 1 en 2
Voor een toelichting bij deze artikelen wordt verwezen naar paragraaf 1, onderdelen
a en b, van het algemeen deel van de toelichting.
Artikel 3
De bepalingen van de Wet passend onderwijs waaruit deze regeling voortvloeit treden
in werking op 1 augustus 2014. Deze regeling treedt daarom ook op die datum in werking.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
M. Bussemaker