Vergunning voor de aanleg van een umbilical leiding van L6-B naar L8-P4, Ministerie van Economische Zaken

3 april 2014

DGETM/EM/14051473

Procesverloop:

  • Wintershall Noordzee B.V., gevestigd te Rijswijk, heeft op 7 maart 2014 een aanvraag ingediend om een vergunning ingevolge artikel 94 van het Mijnbouwbesluit (Stb. 2002, 604), voor het aanleggen van een umbilical leiding in de zin van artikel 106 van het Mijnbouwbesluit op het continentaal plat in het hieronder in artikel 1, tweede lid, omschreven traject binnen de blokken L5, L6 en L8 van het continentaal plat, welke blokken zijn aangegeven op de als bijlage 3 bij de Mijnbouwregeling (Stcrt. 2002, 245), gevoegde kaart.

  • De Inspecteur-generaal der Mijnen heeft op 13 maart 2014 advies uitgebracht (kenmerk 14045468). Van de zijde van Rijkswaterstaat Zee en Delta en van de zijde van de Kustwacht is te kennen gegeven dat geen bezwaar is tegen de aanleg van deze leiding.

Gelet op:

De artikelen 92, 94, 105 en 106 van het Mijnbouwbesluit, alsmede op de artikel 1.7.2 van de Mijnbouwregeling;

Besluit:

Artikel 1

  • 1. Aan Wintershall Noordzee B.V., gevestigd te Rijswijk, wordt een vergunning verleend voor het aanleggen van een umbilical leiding op het continentaal plat in het hieronder in het tweede lid omschreven traject.

  • 2. De vergunning geldt voor een traject tussen platform L6-B en platform L8-P4.

    De coördinaten van het begin en eindpunt zijn:

    L6-B: 620068,12 Easting en 5952708,06 Northing

    L8-P4: 601733,14 Easting en 5946859,21 Northing

    De ligging van de in het tweede lid bedoelde punten is uitgedrukt in geografische coördinaten volgens het stelsel van de European Terrestrial Reference System 1989 (ETRS89).

Artikel 2

  • 1. De beheerder als bedoeld in artikel 92, onderdeel d, van het Mijnbouwbesluit, meldt uiterlijk 14 dagen voorafgaande aan de beoogde uitvoering van de aanlegwerkzaamheden de startdatum, tijdsduur, locatie, gebied en traject, betrokken schepen en 24 uurs contactpersonen aan de Inspecteur-generaal der Mijnen en de Chef Hydrografie.

  • 2. De beheerder als bedoeld in artikel 92, onderdeel d, van het Mijnbouwbesluit, meldt uiterlijk 24 uur voorafgaande aan de daadwerkelijke uitvoering van de aanlegwerkzaamheden de tijdsduur, locatie, gebied en traject, betrokken schepen en 24 uurs contactpersonen aan de Inspecteur-generaal der Mijnen en de directeur van de Kustwacht.

  • 3. De bij de aanlegwerkzaamheden betrokken schepen melden zich voor de daadwerkelijke aanvang en bij beëindiging van de werkzaamheden bij het Kustwachtcentrum te Den Helder.

Artikel 3

In de periode tussen leggen en begraven van de pijpleiding dient voor het op afstand houden van de scheepvaart minimaal 1 wachtschip aanwezig te zijn.

Artikel 4

De minimale gronddekking voor de umbilical leiding bedraagt 0,20 meter top of pipe

Artikel 5

Bij gebruik van stortsteen of grind voor gronddekking geldt als maximum korreldiameter voor de afsluitende bovenlaag D90=85 mm

Artikel 6

De vrije waterkolom boven de pijleiding, kabel, stortsteen, grind en matrassen is te allen tijde minimaal -17 meter LAT.

Artikel 7

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beschikking is bekendgemaakt. Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager.

De Minister van Economische Zaken, namens deze: J.H. Brouwer MT-lid directie energiemarkt

Tegen dit besluit kan degene, wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen 6 weken na de dag, waarop dit besluit is verzonden, een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, Directie Wetgeving en Juridische Zaken, Postbus 20401, 2500 EK ’s-Gravenhage. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.

Naar boven