Besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 4 november 2013, nr. DPO/560076, houdende wijziging van het Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 in verband met een technische aanpassing

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

ARTIKEL I

In artikel 14c, zevende lid, onderdeel c, van het Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 wordt ‘het managementteam’ vervangen door: de minister.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2013.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. Bussemaker.

TOELICHTING

OCW heeft ervoor gekozen om de bestedingsplannen vanaf 2013 beter te laten aansluiten op de nieuwe richtlijnen rond het opstellen van de begroting. In de nieuwe opzet is het bestedingsplan op een hoger aggregatieniveau (geclusterd in thema’s/onderwerpen) vastgesteld. Er is een aantal spelregels afgesproken over de bevoegdheid voor directeuren en directeuren-generaal om te mogen afwijken van het bestedingsplan. Deze spelregels zijn per 1 januari 2013 door een wijziging van het Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 vastgelegd (besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 30 november 2012 nr. DP&O/463693, houdende wijziging van het Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2008 in verband met wijziging personele bevoegdheden, de introductie van stafbureaus, mandaat afwijzende beschikkingen WOB aan de directeur WJZ en de nieuwe bestedingsplanprocedure, Stcrt. 2012, 25838).

De spelregels komen er kort gezegd op neer dat de directeuren mandaat hebben tot het aangaan van verplichtingen op basis van het door de minister vastgestelde departementale bestedingsplan met dien verstande dat:

  • verschuivingen tussen de budgetten voor verschillende thema’s groter dan € 500.000 moeten worden voorgelegd aan de DG,

  • verschuivingen tussen de budgetten voor verschillende thema’s groter dan € 2.000.000 moeten worden voorgelegd aan de SG

  • en – verschuivingen tussen de budgetten voor verschillende thema’s groter dan € 5.000.000 moeten worden voorgelegd aan de minister. Abusievelijk is bij de wijziging per 1 januari 2013 in artikel 14c, zevende lid, onderdeel c, in plaats van de minister het managementteam aangewezen bij budgetverschuivingen van meer dan € 5.000.000. Met onderhavige wijziging wordt deze fout hersteld met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2013. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat de spelregels als zodanig niet worden aangepast.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. Bussemaker.

Naar boven