Rectificatie van de Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 5 november 2013, nr. WJZ / 13166710, tot wijziging van de Regeling praktijkleren en Groene plus (aanvulling landelijke agenda)

In de Staatscourant van 8 november 2013, nr. 30993, is de Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 5 november 2013, nr. WJZ / 13166710, tot wijziging van de Regeling praktijkleren en Groene plus (aanvulling landelijke agenda) gepubliceerd. Per abuis is in artikel I, onderdeel R, een interne referentie naar de te publiceren bijlage gepubliceerd. De zinnen ‘[Hier bijlage 1, behorende bij artikel 18, vijfde lid, invoegen. Zie hiervoor meegezonden pfd-document]’ moeten dan ook worden vervangen door de bijlage die bij deze rectificatie is opgenomen.

BIJLAGE 1, BEHORENDE BIJ ARTIKEL 18, VIJFDE LID, VAN DE REGELING PRAKTIJKLEREN EN GROENE PLUS

Format MeerjarenInvesteringsProgramma 2014–2015

Invulling van het MIP bij de thema’s en actielijnen (artikel 17 en 18 van de regeling).

U geeft in tabelvorm concreet aan welke activiteiten u gaat inzetten bij de gekozen thema’s en actielijnen. Op de verticale as vindt u de thema’s en actielijnen van de landelijke agenda (artikel 17, tweede lid, van de regeling). Op de horizontale as vindt u de informatie die in ieder geval bij de gekozen thema’s en actielijnen moet worden ingevuld (artikel 18, derde lid).

De keuze om in te zetten op een bepaald thema, en op één of meer actielijnen daarbij, geeft u aan door het invullen van de gevraagde informatie bij dat thema en die actielijn(en). Indien u geen inzet heeft op een bepaalde actielijn dan vult u daarbij niets in.

N.B.

  • o Niet alle regels hoeven dus te zijn ingevuld.

  • o Indien u wel voor inzet op een bepaalde actielijn kiest moet alle gevraagde informatie daarbij zijn ingevuld (dus: alle cellen zijn ingevuld).

Het format omvat vier tabellen:

  • 1. in tabel 1 formuleert u per gekozen thema en de actielijn(en) daarbij het doel van uw inzet en de activiteit(en) die u daarvoor wilt ontplooien. Daarmee geeft u dus tevens aan welke keuzes u op dit punt maakt in uw MIP.

  • 2. in tabel 2 geeft u bij de gekozen activiteiten aan welke uitkomsten u beoogt aan het eind van de planperiode, welke indicatoren u wilt meten om te laten zien of die zijn bereikt, en welke samenwerking u bij deze activiteiten wilt aangaan.

  • 3. in tabel 3 geeft u per activiteit aan of u behoefte heeft aan inzet vanuit de landelijke ondersteuning, en zo ja, globaliter welke.

  • 4. in tabel 4 geeft u per activiteit aan hoe u deze wilt financieren. Het gaat om de voorgenomen financiering. N.B. de kolom ‘financiering uit investeringsmiddelen’ moet zijn ingevuld voor alle activiteiten (= verantwoording inzet investeringsmiddelen); in de kolommen ‘financiering uit eigen middelen’ en ‘financiering derden’ vult u alleen in waar u deze middelen naast de investeringsmiddelen inzet. ‘Geef ook het totale budget aan. Het totale bedrag van de financiering uit investeringsmiddelen moet overeenkomen met het voor de instelling beschikbare bedrag op basis van artikel 5 van de regeling (inclusief evt. overloop art. 5 en 5a uit 2013).

Bij ‘financiering door derden’ kunnen zowel geldelijke bijdragen als in kind bijdragen worden opgenomen. In kind bijdragen en in cash bijdragen worden apart vermeld. De uren in kind worden gecapitaliseerd. Voor deze capitalisatie is een richtlijn bij de tabel opgenomen.

Bijlagen

Bij de tabellen worden drie bijlagen gevoegd:

  • A. verantwoording van de strategische keuzes in het MIP;

  • B. procesverantwoording totstandkoming MIP;

  • C. reeds aangegane arrangementen.

Tabel 1. Overzicht per thema en actielijn van het doel van de inzet van de instelling (per einde planperiode) en de beoogde activiteiten daarbij.

N.B. alleen invullen bij thema’s en actielijnen waarop in het MIP inzet wordt geleverd.

Thema’s en actielijnen

Doel

Beoogde activiteiten

a. versterking kennisinfrastructuur

   

a.1 vernieuwing opleidingen

 

a.1.1

a.1.2

.........

a.1.n

a.2 Groene kennis voor burgers en/of jeugd

 

a.2.1

a.2.2

.........

a.2.n

a.3 Kennistoepassing door bedrijven en organisaties

 

a.3.1

a.3.2

.........

a.3.n

b. doelmatigheid opleidingenaanbod

   

b.1 aangaan samenwerkingsverbanden

 

b.1.1

b.1.2

.........

b.1.n

b.2 in samenwerking onderhouden teams van vakdocenten

 

b.2.1

b.2.2

.........

b.2.n

c. versterking authentiek leren

   

c.1 Inzet van innovatieve bedrijven en organisaties

 

c.1.1

c.1.2

.........

c.1.n

c.2 Inhuur van specifieke deskundigheid

 

c.2.1

c.2.2

.........

c.2.n

d. inhoudelijke vernieuwing van opleidingen

   

d.1 Groene groei

 

d.1.1

d.1.2

.........

d.1.n

d.2 Thema’s voortkomend uit de innovatieagenda’s

 

d.2.1

d.2.2

.........

d.2.n

d.3 Agenda Bèta en techniek

 

d.3.1

d.3.2

.........

d.3.n

d.4 Capacitybuilding voedselzekerheid

 

d.4.1

d.4.2

.........

d.4.n

Tabel 2. Overzicht per beoogde activiteit van de beoogde uitkomsten aan het eind van de planperiode, één of meer indicatoren en (actuele of beoogde) samenwerking.

  • o Alleen invullen voor de activiteiten die in tabel 1 zijn opgevoerd.

  • o Activiteiten hetzelfde nummeren als in tabel 1, derde kolom.

Beoogde activiteiten

(nummer uit tabel 1 en korte titel)

Beoogde uitkomsten per activiteit

Uitkomsten per einddatum beschrijven, waar mogelijk kwantitatief (streefcijfers e.d.).

Indicatoren per uitkomst

Geef aan hoe wordt gemeten of de beoogde uitkomst is bereikt.

Per activiteit samenwerking bij de uitvoering met bedrijven, instellingen en andere organisaties.

Alleen invullen indien van toepassing. Zo ja: vermeld het (beoogd) type -bedrijven, organisaties e.d.- en aantal partners.

a.1.1

     

a.1.2

     

a.2.1

     

a.2.2

     

a.3.1

     

a.3.2

     

Etc.

     

b.1.1

     

b.1.2

     

b.2.1

     

b.2.2

     

Etc.

     

c.1.1

     

c.1.2

     

c.2.1

     

c.2.2

     

Etc.

     

d.1.1

     

d.1.2

     

d.2.1

     

d.2.2

     

Etc.

     

Tabel 3 Indicatie ondersteuningsbehoefte per activiteit

  • o Alleen invullen voor de activiteiten die in tabel 1 zijn opgevoerd.

  • o Activiteiten hetzelfde nummeren als in tabel 1, derde kolom.

Beoogde activiteiten

(nummer uit tabel 1 en korte titel)

Indicatie van behoefte aan landelijke ondersteuning per activiteit

a.1.1

 

a.1.2

 

a.2.1

 

a.2.2

 

a.3.1

 

a.3.2

 

Etc.

 

b.1.1

 

b.1.2

 

b.2.1

 

b.2.2

 

Etc.

 

c.1.1

 

c.1.2

 

c.2.1

 

c.2.2

 

Etc.

 

d.1.1

 

d.1.2

 

d.2.1

 

d.2.2

 

Etc.

 

Tabel 4. Globale begroting van de voorgenomen financiering van de beoogde activiteiten.

  • o Alleen invullen voor de activiteiten die in tabel 1 zijn opgevoerd.

  • o Activiteiten hetzelfde nummeren als in tabel 1, derde kolom.

  • o Geef ook het totaal per kolom van de in te zetten middelen aan.

  • o Voor capitalisatie van in kind-bijdragen de bedragen onderaan deze tabel gebruiken.

Beoogde activiteit

(nummer uit tabel 1 en korte titel)

Financiering uit investeringsmiddelen (art. 5)

Financiering uit eigen middelen (lumpsum)

Financiering derden

Onderscheiden naar In kind (gecapitaliseerd) en in cash

2014

2015

2014

2015

2014

2015

2014

2015

 

In cash

In kind

a.1.1

               

a.1.2

               

a.2.1

               

a.2.2

               

a.3.1

               

a.3.2

               

Etc.

               

b.1.1

               

b.1.2

               

b.2.1

               

b.2.2

               

Etc.

               

c.1.1

               

c.1.2

               

c.2.1

               

c.2.2

               

Etc.

               

d.1.1

               

d.1.2

               

d.2.1

               

d.2.2

               

Etc.

               

Totale budget

               

Voor de capitalisatie van in kind bedragen wordt uitgegaan van uurtarieven behorende bij de schalen in het Bezoldigingsbesluit burgerlijke Rijksambtenaren 1984, voor het jaar 2014 bepaald in de Handleiding Overheidstarieven 2014. De inzet van arbeid van externe partners wordt dus gewaardeerd overeenkomstig deze schalen:

  • a. voor medewerkers waarvan de hoogte van het salaris overeenkomt met één van de schalen 1 tot en met 9: ten hoogste € 60,–;

  • b. voor medewerkers waarvan de hoogte van het salaris overeenkomt met één van de schalen 10 tot en met 12: ten hoogste € 75,–;

  • c. voor medewerkers waarvan de hoogte van het salaris overeenkomt met één van de schalen 13 tot en met 18: ten hoogste € 98,–.

Bijlage A. Verantwoording strategische keuzes instelling

Beknopte verantwoording van de keuze uit de thema’s en actielijnen in de landelijke agenda op grond van de strategische visie en/of plan van de instelling en het MIP van 15 mei 2013 (met in achtneming van de aandachtspunten in de brief van EZ bij uw MIP).

Licht in ieder geval toe hoe de gekozen thema’s en actielijnen bijdragen aan:

  • de strategische ontwikkellijnen en zwaartepuntvorming van de instelling;

  • het organiseren/mobiliseren van nieuwe dragers (‘nieuw verdienmodel’);

  • de verbetering aan de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt, en m.n. aan het terugdringen van verwachte tekorten;

  • versterken van de internationalisering van het onderwijs;

  • de regionale agenda en de samenwerking met andere instellingen, waaronder groen-grijs.

Licht tevens toe hoe uw instelling met de gekozen thema’s en actielijnen aansluit bij de investeringen in andere instrumenten, m.n. in een Centre of Expertise, centrum of innovatief vakmanschap en in lectoraten.

Deze bijlage is vormvrij (tekst). U kunt gebruik maken van (delen van) het in mei 2013 ingediende MIP, met evt. actualisaties.

Bijlage B. Procesverantwoording van de totstandkoming van het MIP

Dit is de verantwoording als bedoel in artikel 18, vierde lid, van de regeling.

Geef hierbij aan:

  • Hoe zijn partijen (bedrijven en organisaties) betrokken bij de totstandkoming van het MIP 2014–2015? Hier gaat het erom hoe u het proces van vraagarticulatie heeft georganiseerd en wat dat heeft opgeleverd. Welke vragen van het bedrijfsleven en organisatie worden in de MIP concreet aangepakt?

  • Hoe worden in voorkomende gevallen in samenwerking met bedrijven en organisaties tekorten op de (regionale) arbeidsmarkt overbrugd?

Voeg hierbij

  • a. een lijst van de bedrijven en de organisaties per sector waarmee in het kader van de vraagarticulatie contact is geweest;

  • b. een lijst van de bedrijven en de organisaties per sector die zich hebben verbonden aan de uitvoering van activiteiten binnen het MIP.

De bijlage is vormvrij. U levert hiervoor een beknopte tekst op.

Bijlage C. Aangegane arrangementen

Formele arrangementen die al zijn aangegaan met bedrijven en andere organisaties, en evt. met andere instellingen, worden in onderstaande tabel vermeld. Samenwerkingsovereenkomsten bij deze arrangementen voegt u in afschrift hierbij.

N.B. Arrangementen kunnen ook later nog tot stand komen. Niet alle samenwerking met bedrijven en organisaties die u in tabel 2 heeft aangegeven hoeft dus al in een formeel arrangement met samenwerkingsovereenkomst te zijn vastgelegd.

Tabel 4 Overzicht arrangementen

Titel van het arrangement

Doel

Deelnemende partijen

Looptijd

       
       
       
       
       
Naar boven