TOELICHTING
Wanneer een politieke gezagdrager in Caribisch Nederland ontslag is verleend voordat
hij de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, ontvangt hij voor de duur van één
tot twee jaar (afhankelijk van de periode waarin hij politieke gezagdrager was) een
uitkering op grond van artikel 2 van het Pensioenbesluit politieke gezagdragers BES
(hierna: Pensioenbesluit). Wanneer de gewezen politieke gezagdrager aan het einde
van de uitkeringperiode door ziekte arbeidsongeschikt is, kan de uitkering op grond
van artikel 5 van het Pensioenbesluit voor ten hoogste twee jaar worden voortgezet.
Bij pensionering ontvangt hij een pensioen op grond van het Pensioenbesluit. In het
Pensioenbesluit is voorts het nabestaanden- en het wezenpensioen voor de politieke
gezagdragers geregeld. De uitkering en het pensioen komen ten laste van het betrokken
openbaar lichaam.
Op grond van artikel 31 van het Pensioenbesluit moet op de bezoldiging van de politieke
gezagdrager (bij wijze van pseudo-premie) een bedrag worden ingehouden volgens bij
ministeriële regeling te stellen regels overeenkomstig de inhouding op de bezoldiging
van ambtenaren ter zake van aanspraken bij ziekte, arbeidsongeschiktheid, ouderdom
en overlijden. Met de onderhavige regeling wordt uitvoering gegeven aan dat artikel.
Een conceptregeling is op 27 februari 2013 ter consultatie aangeboden aan de bestuurscolleges
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Het bestuurscollege van Bonaire heeft gevraagd om bij invoering van de regeling een
overgangstermijn te hanteren in verband met de gevolgen voor het netto salaris van
de eilandgedeputeerden. Naar aanleiding hiervan merk ik op dat de regeling eerst met
ingang van 1januari 2014 inwerking treedt. Voorts is een naar aanleiding van de reactie
van Bonaire over de uitwerking van de regeling op de vergoedingen van de eilandraadsleden
een derde lid toegevoegd aan artikel 2. Een uiteenzetting hiervan is opgenomen in
de toelichting op artikel 2.
Het bestuurscollege van Sint Eustatius heeft opgemerkt het niet wenselijk te vinden
dat er een inhouding op de bezoldiging plaatsvindt voordat het nieuwe Rechtspositiebesluit
politieke gezagdragers BES inwerking is getreden. Dit Rechtspositiebesluit is inmiddels
gepubliceerd (Stb.2013, 303) en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2013 inwerking getreden.
Artikel 1
In artikel 1 is bezoldiging omschreven als de vaste inkomensbestanddelen waarop de
politieke gezagdrager aanspraak heeft; met deze begripsomschrijving is aangesloten
bij het bezoldigingsbegrip in artikel 4, tweede lid, van het Pensioenbesluit. Vaste
inkomensbestanddelen zijn de bezoldiging van de gezagdragers en de eilandgedeputeerden
op grond van artikel 1 van het Rechtspositiebesluit gezagdragers BES en artikel 2
van het Rechtspositiebesluit eilandgedeputeerden en eilandsraadsleden BES en de vergoeding
voor de werkzaamheden van de eilandsraadsleden op grond van artikel 1 van het Rechtspositiebesluit
eilandgedeputeerden en eilandsraadsleden BES. De gezaghebbers en de gedeputeerden
ontvangen daarnaast ook een vakantie-uitkering en een eindejaarsuitkering op dezelfde
voet als de ambtenaren in Caribisch Nederland (artikel 3a Rechtspositiebesluit gezaghebbers
BES, onderscheidenlijk artikel 2b Rechtspositiebesluit eilandgedeputeerden en eilandsraadsleden
BES). De vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering zijn vaste, pensioengevende
inkomensbestanddelen, zowel voor de ambtenaren als voor de gezagdragers en tellen
mee in de berekening van de hoogte van zowel de ambtelijke pensioenpremie als de pseudo-pensioenpremie
van de gezagdragers. Daarnaast ontvangen de gezaghebbers en eilandgedeputeerden van
Sint Eustatius en Saba een zogenaamde ‘Bovenwindentoeslag’ (artikel 3, vierde lid,
Rechtspositiebesluit gezaghebbers BES en artikel 2d Rechtspositiebesluit eilandgedeputeerden
en eilandsraadsleden BES). Ook die toeslag is als vast inkomensbestanddeel pensioengevend
en telt dus mee.
De ambtstoelage van de gezaghebber en de eilandgedeputeerde en de tegemoetkoming in
de kosten van het lid van de eilandsraad zijn geen pensioengevende inkomensbestanddelen.
Artikel 2
Ambtenaren zijn deelnemer in het (privaatrechtelijke) Pensioenfonds Caribisch Nederland
(PCN). Het werknemersdeel van de pensioenpremie wordt maandelijks op hun bezoldiging
ingehouden.
Behalve ouderdomspensioen bij pensionering, hebben ambtenaren bij blijvende arbeidsongeschiktheid
aanspraak op invaliditeitspensioen jegens het PCN; echtgenoten van de ambtenaar hebben
recht op nabestaanden- en wezenpensioen. Al deze aanspraken zijn verdisconteerd in
de hoogte van de pensioenpremie.
Op het inkomen van ambtenaren wordt alleen het werknemersdeel van de pensioenpremie
ingehouden; er worden geen andere inhoudingen toegepast ter zake van andere aanspraken
bij ziekte, arbeidsongeschiktheid en overlijden.
In artikel 2 van de onderhavige regeling is daarom bepaald dat op de bezoldiging van
de politieke gezagdrager een zelfde bedrag wordt ingehouden als het bedrag dat uit
hoofde van de pensioenovereenkomst met het PCN zou zijn ingehouden wanneer hij ambtenaar
zou zijn met een zelfde inkomen als het inkomen dat hij als politiek gezagdrager geniet.
Op grond van het Pensioenreglement van het Pensioenfonds Caribisch Nederland vindt
de berekening van de pensioenpremie plaats op basis van de pensioengrondslag. De pensioengrondslag
is het inkomen na aftrek van de franchise. Voor een parttimer wordt de pensioengrondslag
op fulltime basis vastgesteld.
Eilandsraadsleden ontvangen een vergoeding die lager is dan de franchise. Weliswaar
houdt de hoogte van deze vergoeding verband met het feit dat het raadslidmaatschap
geen volledige baan is, maar de vergoeding is een vast bedrag en kan niet worden omgerekend
naar een vergoeding op fulltime basis. Hierdoor is de franchise hoger dan de vergoeding
en is de pensioengrondslag (en dus ook de in te houden pseudopremie) een negatief
bedrag. In artikel 2, derde lid, is bepaald dat in dat geval geen inhouding plaatsvindt.
Artikel 3
Ook op het wachtgeld van gewezen ambtenaren wordt de pensioenpremie ingehouden, omdat
over de wachtgeldperiode pensioen wordt opgebouwd. Aangezien bij de berekening van
het pensioen van de politieke gezagdrager ook de periode waarover hij een uitkering
op grond van artikel 2 van het Pensioenbesluit heeft ontvangen meetelt, wordt de inhouding
ook toegepast over die uitkering. Dit is geregeld in artikel 3 van de onderhavige
regeling.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
R.H.A. Plasterk.