GDF SUEZ E&P Nederland B.V. (GDF) is houder van de bij beschikking van de Minister
van Economische Zaken (EZ), van 22 december 2008 met kenmerk ETM/EM/8202590 (Staatscourant 2009, nr. 5) verleende opsporingsvergunning voor een deel van het blok Q13 (Q13b-ondiep) van
het continentaal plat, welk blok is aangegeven op de als bijlage 3 bij de Mijnbouwregeling
gevoegde kaart, laatstelijk gewijzigd bij besluit van de Minister van EZ van 10 mei
2011, kenmerk: ETM/EM/11053602 (Staatscourant 2011, nr. 8456);
bij brief van 4 februari 2013, ontvangen op dezelfde datum, heeft de vergunninghouder
een aanvraag ingediend om wijziging van de opsporingsvergunning Q13b-ondiep.
de vergunninghouder vraagt om verlenging van de geldigheidsduur van de vergunning
voor een periode van vier jaar, derhalve tot 30 april 2017, voor ondermeer het uitvoeren
van een analyse van 3D-seismisch onderzoek in dit blokdeel, het plaatsen van een evaluatieboring
en het sluiten van een overeenkomst met NAM voor overlopende olievelden;
op grond van artikel 18, eerste lid, van de Mijnbouwwet (Mbw) kan de Minister van
EZ, onverminderd artikel 32c Mbw, een vergunning slechts op aanvraag van de houder
wijzigen. Hieraan is voldaan;
op grond van artikel 18, tweede lid, van de Mbw kan een vergunning niet zodanig worden
gewijzigd dat zij komt te gelden voor:
Van dergelijke wijzigingen is in onderhavige aanvraag geen sprake. Hiermee is voldaan
aan artikel 18, tweede lid, Mbw;
gelet op de Mbw en de aanvraag kan met deze aanvraag worden ingestemd, zij het voor
een kortere periode dan aangevraagd. De reden hiervoor is gelegen in het feit dat
GDF al bijna twee jaar houder is van de opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen
Q13b-ondiep, waardoor het voor GDF mogelijk moet zijn om op korte termijn de analyse
van de 3D-seismiek af te ronden en te komen tot een evaluatieboring. Tevens is het
voor het opsporen van koolwaterstoffen, in tegenstelling tot het winnen van koolwaterstoffen,
niet noodzakelijk een overeenkomst met NAM te sluiten voor overlopende olievelden.
Derhalve moet een verlenging van de geldigheidsduur van de vergunning, te rekenen
vanaf 1 mei 2013, met twee jaar volstaan.
Gelet op:
Artikel 18 van de Mijnbouwwet.
Besluit:
Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken
binnen 6 weken na de dag waarop dit besluit is verzonden een gemotiveerd bezwaarschrift
indienen bij de Minister van Economische Zaken, Directie Wetgeving en Juridische Zaken,
Postbus 20401, 2500 EK Den Haag. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde
datum.