Splitsing en overdracht opsporingsvergunning Q13b; uittreding Aceiro Energy B.V.; toetreding Cirrus Energy Nederland B.V. en Energy-06 Investments B.V.

22 december 2008

Nr. ET/EM / 8202590

De Minister van Economische Zaken,

Procesverloop:

  • Island Netherlands B.V. (hierna genoemd Island) en Aceiro Energy B.V. (hierna genoemd Aceiro) tezamen, zijn houder van de bij beschikking van de Minister van Economische Zaken van 18 maart 2008, kenmerk: ET/EM/8031355 (Staatscourant 19-3-2008, nr. 56) verleende opsporingsvergunning voor een deel van blok Q13 van het Continentaal Plat, welk blok is aangegeven op de als bijlage 3 bij de Mijnbouwregeling gevoegde kaart, genaamd blokdeel Q13b;

  • De vergunninghouder heeft per brief van 25 augustus 2008, ontvangen op 26 augustus 2008, gevraagd om, op grond van artikel 19, onder a, van de Mijnbouwwet (Stb. 2002, 542) de vergunning te splitsen, zodat de twee nieuwe vergunningen zullen gelden voor respectievelijk een diepe bodemlaag van het blokdeel Q13b en een ondiepe bodemlaag van het blokdeel Q13b;

  • Vervolgens vraagt de vergunninghouder om toestemming, op grond van artikel 20, eerste lid van de Mijnbouwwet, voor overdracht van het ondiepe gedeelte van de vergunning (hierna genoemd Q13b-ondiep) aan Island;

  • Ten slotte vraagt de vergunninghouder om toestemming, op grond van artikel 20, eerste lid van de Mijnbouwwet, voor overdracht van het diepe gedeelte van de vergunning (hierna genoemd Q13b-diep) aan Cirrus Energy Nederland B.V. en Energy-06 Investments B.V. tezamen (hierna genoemd Cirrus c.s.) en Cirrus aan te wijzen als de persoon die de feitelijke werkzaamheden verricht of daartoe opdracht verleent, als bedoeld in artikel 22, vijfde lid, van de Mijnbouwwet;

  • TNO Bouw en Ondergrond, Adviesgroep EZ (hierna genoemd TNO), heeft, op verzoek van de Minister van Economische Zaken, op 20 november 2008 advies uitgebracht.

Overwegingen:

  • De aanvraag wordt als volgt begrepen, dat de huidige vergunninghouder, Island en Aceiro, de vergunning wil laten splitsen in een ondiep en een diep deel en daarna de afzonderlijke gedeelten wil overdragen, zodanig dat de beoogde vergunninghouder van Q13b-ondiep bestaat uit Island, en van Q13b-diep uit Cirrus Energy Nederland B.V. en Energy-06 Investments B.V., waarbij Cirrus wordt aangewezen als de persoon die de feitelijke werkzaamheden verricht of daartoe opdracht verleent, zoals bedoeld in artikel 22, vijfde lid, van de Mijnbouwwet;

  • Op grond van artikel 135, tweede en vierde lid, van het Mijnbouwbesluit gelden na de splitsing van de opsporingsvergunning voor de nieuwe vergunningen dezelfde beperkingen en voorschriften, alsmede dezelfde tijdsduur, als voor de te splitsen vergunning;

  • De twee na splitsing ontstane vergunningen tezamen gelden voor hetzelfde gebied als waarvoor de te splitsen vergunning geldt. Hiermee is voldaan aan het vereiste van artikel 135, derde lid, van het Mijnbouwbesluit;

  • Op basis van de huidige kennis leidt splitsing van het vergunninggebied er niet toe dat een voorkomen zich na splitsing in twee vergunninggebieden zal bevinden. Hiermee is voldaan aan de eis van artikel 136 van het Mijnbouwbesluit;

  • Voor het blokdeel waarvoor de opsporingsvergunning geldt, geldt niet ook een door een ander gehouden opslagvergunning (artikel 20, eerste lid, Mijnbouwwet in samenhang met artikel 7, tweede lid, Mijnbouwwet);

  • Er bestaat geen reden de toestemming tot splitsing te weigeren op grond van artikel 141, eerste lid en onder a en b, van het Mijnbouwbesluit;

  • TNO heeft geadviseerd in te stemmen met de splitsing van de vergunningen in verticale zin, zoals door Cirrus is voorgesteld, en daar een nadere omschrijving aan gegeven;

  • Noch de technische of financiële mogelijkheden van de beoogde vergunninghouders, noch de wijze waarop zij voornemens zijn met de vergunning activiteiten te verrichten, noch hun efficiëntie en verantwoordelijkheidszin bij opsporingsactiviteiten geven aanleiding de gevraagde toestemming te weigeren (artikel 20, eerste lid, Mijnbouwwet in samenhang met artikel 9, eerste lid, onder a tot en met c, Mijnbouwwet).

Gelet op de artikelen 19, onder a, artikel 20, eerste en tweede lid en artikel 22 van de Mijnbouwwet, de artikelen 135, 136, 141, eerste lid en 142, eerste lid, van het Mijnbouwbesluit en de artikelen 1.3.7, derde lid, en 1.8.1. van de Mijnbouwregeling;

Besluit:

§ 1

Artikel 1

De opsporingsvergunning voor blokdeel Q13b wordt gesplitst in twee opsporingsvergunningen, elk voor een apart deel (Q13b-ondiep en Q13b-diep) van het blokdeel.

Artikel 2

Het ene deel van de opsporingsvergunning Q13b, dat door de in artikel 1 bedoelde splitsing ontstaat, zal worden aangeduid als blokdeel Q13b-ondiep.

Dit blokdeel wordt begrensd door de breedtecirkels tussen de puntenparen A-B, D-E en I-J, door de lengtecirkels tussen de puntenparen B-C, E-F en A-J, door de grootcirkels tussen de puntenparen F-G, G-H en H-I en door de lijn die in de bijlage bij de Mijnbouwwet is vastgelegd tussen de punten C en D.

De eerder genoemde punten zijn als volgt gedefinieerd:

  • A 52° 20' 00,000" NB en 04° 00' 00,000" OL

  • B 52° 20' 00,000" NB en 04° 20' 00,000" OL

  • C de intersectie van de lengtecirkel door het punt B met de grens van het Mijnbouwwettelijk Continentaal Plat

  • D de intersectie van de breedtecirkel door het punt E met de grens van het Mijnbouwwettelijk Continentaal Plat

  • E 52° 10' 00,000" NB en 04° 11' 00,000" OL

  • F 52° 11' 30,000" NB en 04° 11' 00,000" OL

  • G 52° 13' 45,000" NB en 04° 07' 00,000" OL

  • H 52° 12' 00,000" NB en 04° 04' 30,000" OL

  • I 52° 10' 00,000" NB en 04° 08' 00,000" OL

  • J 52° 10' 00,000" NB en 04° 00' 00,000" OL

De ligging van de bovengenoemde punten is uitgedrukt in geografische coördinaten berekend volgend het stelsel van de Europese vereffening.

De oppervlakte van blokdeel Q13b bedraagt circa 369 km2.

Dit blokdeel wordt begrensd vanaf 100 meter beneden de oppervlakte van de aardbodem tot het geologische vlak Top Trias.

Artikel 3

Het andere deel van de opsporingsvergunning Q13b, dat door de in artikel 1 bedoelde splitsing ontstaat, zal worden aangeduid als blokdeel Q13b-diep.

Dit blokdeel wordt begrensd door de breedtecirkels tussen de puntenparen A-B, D-E en I-J, door de lengtecirkels tussen de puntenparen B-C, E-F en A-J, door de grootcirkels tussen de puntenparen F-G, G-H en H-I en door de lijn die in de bijlage bij de Mijnbouwwet tussen de punten C en D.

De eerder genoemde punten zijn als volgt gedefinieerd:

  • A 52° 20' 00,000" NB en 04° 00' 00,000" OL

  • B 52° 20' 00,000" NB en 04° 20' 00,000" OL

  • C de intersectie van de lengtecirkel door het punt B met de grens van het Mijnbouwwettelijk Continentaal Plat

  • D de intersectie van de breedtecirkel door het punt E met de grens van het Mijnbouwwettelijk Continentaal Plat

  • E 52° 10' 00,000" NB en 04° 11' 00,000" OL

  • F 52° 11' 30,000" NB en 04° 11' 00,000" OL

  • G 52° 13' 45,000" NB en 04° 07' 00,000" OL

  • H 52° 12' 00,000" NB en 04° 04' 30,000" OL

  • I 52° 10' 00,000" NB en 04° 08' 00,000" OL

  • J 52° 10' 00,000" NB en 04° 00' 00,000" OL

De ligging van de bovengenoemde punten is uitgedrukt in geografische coördinaten berekend volgend het stelsel van de Europese vereffening.

De oppervlakte van blokdeel Q13b bedraagt circa 369 km2.

Dit blokdeel wordt begrensd vanaf het geologische vlak Top Trias en dieper.

§ 2 (opsporingsvergunning Q13b-ondiep)

Artikel 4

Aan Island Netherlands B.V. (hierna genoemd Island) en Aceiro Energy B.V. tezamen (hierna genoemd de vergunninghouder) wordt een opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen verleend. De vergunning geldt voor het blokdeel Q13b-ondiep, zoals aangegeven in Artikel I, onder artikel 2.

Artikel 5

De vergunninghouder geeft uitvoering aan het werkprogramma dat onderdeel uitmaakt van de op 20 juli 2007 ingediende aanvraag met dien verstande dat:

  • binnen 2 jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning een onvoorwaardelijke evaluatieboring zal zijn verricht in het Q13-FB voorkomen. Van deze boring moet, onder vermelding van tijdstip, plaats, geologische structuur en diepte, terstond na aanvang ervan schriftelijk melding worden gemaakt bij de Minister van Economische Zaken;

  • binnen 3 jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning een onvoorwaardelijke evaluatieboring zal zijn verricht in het Q13-FC voorkomen. Van deze boring moet, onder vermelding van tijdstip, plaats, geologische structuur en diepte, terstond na aanvang ervan schriftelijk melding worden gemaakt bij de Minister van Economische Zaken.

Het bovenstaande in dit artikel geldt enkel voor zover dat ziet op het ondiepe gedeelte van blokdeel Q13b, zoals beschreven in artikel I, artikel 2.

Artikel 6

Island Netherlands B.V. wordt aangewezen als de persoon die de feitelijke werkzaamheden uitvoert of daartoe opdracht verleent.

Artikel 7

Het tijdvak waarvoor de vergunning geldt, eindigt op 30 april 2013.

§ 3 (opsporingsvergunning Q13b-diep)

Artikel 8

Aan Island Netherlands B.V. (hierna genoemd Island) en Aceiro Energy B.V. tezamen (hierna genoemd de vergunninghouder) wordt een opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen verleend. De vergunning geldt voor het blokdeel Q13b-diep, zoals aangegeven in Artikel I, onder artikel 3.

Artikel 9

De vergunninghouder geeft uitvoering aan het werkprogramma dat onderdeel uitmaakt van de op 20 juli 2007 ingediende aanvraag met dien verstande dat:

  • binnen 2 jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning een onvoorwaardelijke evaluatieboring zal zijn verricht in het Q13-FB voorkomen. Van deze boring moet, onder vermelding van tijdstip, plaats, geologische structuur en diepte, terstond na aanvang ervan schriftelijk melding worden gemaakt bij de Minister van Economische Zaken;

  • binnen 3 jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning een onvoorwaardelijke evaluatieboring zal zijn verricht in het Q13-FC voorkomen. Van deze boring moet, onder vermelding van tijdstip, plaats, geologische structuur en diepte, terstond na aanvang ervan schriftelijk melding worden gemaakt bij de Minister van Economische Zaken.

Het bovenstaande in dit artikel geldt enkel voor zover dat ziet op het diepe gedeelte van blokdeel Q13b, zoals beschreven in artikel I, artikel 3.

Artikel 10

Island Netherlands B.V. wordt aangewezen als de persoon die de feitelijke werkzaamheden uitvoert of daartoe opdracht verleent.

Artikel 11

Het tijdvak waarvoor de vergunning geldt, eindigt op 30 april 2013.

§ 4 (toestemming overdracht opsporingsvergunning Q13b-ondiep)

Artikel 12

Aan Island Netherlands B.V. en Aceiro Energy B.V. tezamen (de houder van de opsporingsvergunning Q13b-ondiep, zoals genoemd in artikel II, artikel 1) wordt toestemming verleend tot het doen overgaan van de opsporingsvergunning Q13b-ondiep, zodat Island Netherlands B.V. houder wordt van de opsporingsvergunning Q13b-ondiep.

Artikel 13

Indien de vergunning niet binnen één jaar na bekendmaking van deze beschikking daadwerkelijk is overgedragen, vervalt deze toestemming.

Artikel 14

De vergunninghouder doet van de overdracht onverwijld schriftelijk mededeling aan de minister van Economische Zaken en aan Energie Beheer Nederland B.V., Postbus 19063, 3501 DB Utrecht.

§ 5 (toestemming overdracht opsporingsvergunning Q13b-diep)

Artikel 15

Aan Island Netherlands B.V. en Aceiro Energy B.V. tezamen (de houder van de opsporingsvergunning Q13b-diep, zoals genoemd in artikel III, artikel 1) wordt toestemming verleend tot het doen overgaan van de opsporingsvergunning Q13b-diep, zodat Cirrus Energy Nederland B.V. tezamen met Energy06 Investments B.V. houder wordt van de opsporingsvergunning Q13b-diep.

Artikel 16

Cirrus Energy Nederland B.V. wordt aangewezen als de persoon die de feitelijke werkzaamheden uitvoert of daartoe opdracht verleent.

Artikel 17

Indien de vergunning niet binnen één jaar na bekendmaking van deze beschikking daadwerkelijk is overgedragen, vervalt deze toestemming.

Artikel 18

De vergunninghouder doet van de overdracht onverwijld schriftelijk mededeling aan de minister van Economische Zaken en aan Energie Beheer Nederland B.V., Postbus 19063, 3501 DB Utrecht.

§ 6

Artikel 19

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beschikking is bekend gemaakt.

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Van deze beschikking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

De Minister van Economische Zaken,

namens deze:

plv. directeur Energiemarkt,

B.E. Westgren.

Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken binnen 6 weken na de dag van verzending van dit besluit een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, Directie Wetgeving en Juridische Zaken (ALP/L204), Postbus 20101, 2500 EC ’s-Gravenhage. Dit besluit is verzonden op de in de in de aanhef vermelde datum.

Naar boven