Beleidsregel ontheffing gerelateerde voertuigdocumenten

Zoetermeer, 21 januari 2013

JBZ 2013/ 9832

De directie van de Dienst Wegverkeer,

Gelet op artikel 48, tweede lid en artikel 149a, tweede lid van de Wegenverkeerswet 19941, artikel 4:83 van de Algemene wet bestuursrecht, het Besluit Voertuigen2, artikel 4, vierde lid van het Kentekenreglement3, het Besluit ontheffing verlening exceptionele transporten4 en de Regeling voertuigen5;

Besluit:

§ 1. Algemeen

Artikel 1 Definities

Voor de toepassing van deze beleidsregel worden de begripsbepalingen van de Regeling voertuigen overgenomen.

Voorts wordt verstaan onder:

a. ballasttrekker:

een voertuig van de categorie N waarbij uit het kentekenbewijs blijkt dat het voertuig is ingericht voor trekker en vrachtwagen, en waarbij het voertuig minimaal is voorzien van 3 assen, waarvan ten minste 2 assen aangedreven;

b. buitenlands voertuig:

voertuig waarbij het kenteken van het trekkend motorrijtuig dan wel het getrokken voertuig door een andere staat dan Nederland is afgegeven;

c. compenserend asstel:

een asstel dat zodanig is geconstrueerd, dat de aslasten een compenserend gedrag vertonen ten opzichte van elkaar;

d. dieplader:

een open voertuig van de categorie O3 of O4, waarvan het grotendeels verlaagde laadvlak zich op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte dan wel lager dan de assen boven het wegdek bevindt, maar niet hoger dan 0,70 m, gemeten van wegdek tot bovenkant laadvlak, uitsluitend of hoofdzakelijk ontworpen, gebouwd of gebruikt voor het vervoer van ondeelbare lading;

e. getrokken werktuig:

voertuig van de categorie O4 ingericht voor het uitvoeren van in hoofdzaak andere werkzaamheden dan het vervoer van goederen of personen, en niet zijnde ingericht voor kermis- of circusdoeleinden;

f. modulair voertuig:

een voertuig dat bestaat uit koppelbare en uitwisselbare modules, waarmee verschillende voertuigconfiguraties kunnen worden samengesteld, en waarmee alleen met een geldige ontheffing gebruik van de openbare weg mag worden gemaakt;

g. ontheffingsattest:

een document waar op de technische waarden voor een voertuig van de categorie N wordt vermeld ten behoeve van het aanvragen en gebruik van ontheffingen;

h. SERT:

document waar op technische waarden voor 1 of uit meerdere delen samengestelde voertuigen van de categorie O worden vermeld ten behoeve van het aanvragen en gebruik van ontheffingen;

i. Principeakkoord:

Een document dat wordt afgegeven nadat een beoordeling en onderzoek is uitgevoerd en voorwaardelijk is voor de afgifte van een kenteken als bedoeld in artikel 48, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994, en een ontheffing als bedoeld in artikel 149a, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 2 Toepassingsgebied

Deze beleidsregel is van toepassing op de behandeling van aanvragen voor een ontheffing gerelateerd voertuigdocument welke noodzakelijk is ten behoeve van de aanvraag van een kenteken als bedoeld in artikel 48, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994, of de aanvraag en het gebruik van een ontheffing als bedoeld in artikel 149a, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 3 Soorten ontheffing gerelateerde documenten

  • 1. De ontheffing gerelateerde voertuigdocumenten worden onderscheiden in:

    • a. Principeakkoord.

    • b. Ontheffingsattest.

    • c. SERT document.

§ 2. Aanvragen ontheffing gerelateerde documenten

Artikel 4 Aanvragen van de ontheffing gerelateerde documenten

  • 1. De aanvrager van een ontheffing gerelateerd document dient zijn aanvraag te doen op het door de Dienst Wegverkeer vastgestelde model aanvraagformulier.

  • 2. Het aanvraagformulier wordt schriftelijk beschikbaar gesteld.

Artikel 5 Wijze van indienen van de aanvraag

Indiening van aanvragen kan uitsluitend schriftelijk plaatsvinden.

Artikel 6 Intrekken van de aanvraag

Een aanvraag kan uitsluitend schriftelijk door de indiener worden ingetrokken.

Artikel 7 Modellen

De in artikel 3 opgenomen documenten worden afgegeven volgens een door de RDW vastgesteld model, opgenomen in bijlage A.

§ 3. Beoordeling aanvragen principeakkoord

Artikel 8 Waarvoor een principeakkoord kan worden afgegeven

  • 1. Een principeakkoord kan worden afgegeven voor:

    • a. aanhangwagens, niet zijnde opleggers, met een lengte boven de 12,00 m en uitgevoerd als dieplader, en

    • b. opleggers met een afstand hart koppeling tot achterzijde boven de 12,00 m, en

    • c. aanhangwagens met een breedte tussen de 2,55 m en 3,00 m, en

    • d. getrokken werktuigen met aslasten hoger dan de toegestane aslasten volgens de Regeling voertuigen.

  • 2. De in het eerste lid, onder a tot en met d genoemde voertuigen zijn niet hoger te zijn dan 4,00 m.

  • 3. Een principeakkoord heeft een geldigheidsduur van maximaal 1 jaar.

  • 4. Voor aanhangwagens met een breedte van meer dan 3,00 m wordt geen principe akkoord afgegeven.

Artikel 9 Principeakkoord artikel 8, eerste lid, onder a en b

  • 1. Indien een principeakkoord wordt aangevraagd als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a en b, moeten de volgende stukken worden overlegd:

    • a. een volledig ingevuld formulier;

    • b. een uitgebreide motivering ten aanzien van de noodzaak van de overschrijding lengte getrokken voertuig, het trekkende motorrijtuig in aanmerking genomen, en

    • c. een constructietekening van de fabrikant of gemachtigd importeur, en

    • d. documentatie met massa’s en afmetingen van de lading dan wel getrokken werktuig die de lengte noodzakelijk maakt, en

    • e. een document waaruit de plaats van de koppeling en de lengte van het trekkende voertuig blijkt, en

    • f. de gegevens van de opdrachtgever van de aanhangwagen, en

    • g. het reeds afgegeven kentekenbewijs, indien de aanvraag betrekking heeft op een wijziging constructie.

  • 2. Indien de aanvraag betrekking heeft op een buitenlands voertuig moet naast de in het eerste lid genoemde documenten tevens worden overgelegd het door de buitenlandse autoriteiten afgegeven kentekenbewijs en een document van de registrerende autoriteiten waaruit de afmetingen van het voertuig blijkt, indien deze gegevens niet op buitenlands kentekenbewijs staan vermeld.

Artikel 10 Principeakkoord artikel 8, eerste lid, onder c

  • 1. Indien een principeakkoord wordt aangevraagd als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder c moeten de volgende stukken worden overlegd:

    • a. een volledig ingevuld formulier, en

    • b. een uitgebreide motivering ten aanzien van de noodzaak van de overschrijding breedte getrokken voertuig boven de 2,55 m, en

    • c. een constructietekening van de fabrikant of gemachtigd importeur, en

    • d. documentatie met massa’s en afmetingen van de lading, en

    • e. documentatie met massa’s en afmetingen van het getrokken werktuig die de breedte noodzakelijk maakt, waarbij exact is aangegeven waar de breedte van het voertuig meer dan 2,55 m is, en

    • f. de gegevens van de opdrachtgever van de aanhangwagen, en

    • g. het reeds afgegeven kentekenbewijs, indien de aanvraag betrekking heeft op een wijziging constructie.

  • 2. Indien de aanvraag betrekking heeft op een buitenlands voertuig moet naast de in het eerste lid genoemde documenten tevens worden overgelegd het door de buitenlandse autoriteiten afgegeven kentekenbewijs en een document van de registrerende autoriteiten waaruit de afmetingen van het voertuig blijken, indien deze gegevens niet op buitenlands kentekenbewijs staan vermeld.

Artikel 11 Principeakkoord artikel 8, eerste lid, onder d

  • 1. Indien een principeakkoord wordt aangevraagd als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder d moeten de volgende stukken worden overlegd:

    • a. Een volledig ingevuld formulier met een uitgebreide motivering noodzaak overschrijding aslasten getrokken voertuig en

    • b. een constructietekening van de fabrikant of gemachtigd importeur, en

    • c. documentatie met betrekking tot aslasten en leeggewicht van het getrokken werktuig, en

    • d. de gegevens van de opdrachtgever voor de aanhangwagen, en

    • e. het reeds afgegeven kentekenbewijs, indien de aanvraag betrekking heeft op een wijziging constructie.

  • 2. Indien de aanvraag betrekking heeft op een buitenlands voertuig moet, naast de in het eerste lid genoemde documenten, tevens worden overgelegd het door de buitenlandse autoriteiten afgegeven kentekenbewijs en een document van de registrerende autoriteiten waaruit de massa’s van het voertuig blijken, indien deze gegevens niet op buitenlands kentekenbewijs staan vermeld.

Artikel 12 Keuringen en onderzoeken

  • 1. Na beoordeling van de aanvraag vinden de keuring en onderzoeken van de getrokken voertuigen plaats op de door de RDW daartoe aangewezen locatie.

  • 2. In afwijking van het eerste lid kan, indien een fabrikant / importeur de voorafgaande 5 jaar gemiddeld 12 of meer voertuigen per jaar heeft aangeboden voor een principeakkoord en waarvoor een kenteken als bedoeld in artikel 48, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994 is afgegeven, de aanvraag rechtstreeks indienen bij de door de RDW daartoe aangewezen locatie.

  • 3. Het bepaalde in het tweede lid is niet van toepassing op getrokken voertuigen uitgevoerd als:

    • a. deelbare aanhangwagen die is samengesteld, maar ieder afzonderlijk voldoet aan de Regeling voertuigen;

    • b. modulaire voertuig;

    • c. dolly;

    • d. aanhangwagen en oplegger waarin een nieuwe, experimentele, technologie of concept is opgenomen;

    • e. getrokken werktuig;

    • f. ingericht voor kermis- of circusdoeleinden.

Artikel 13 Wijze van beoordeling getrokken voertuig

  • 1. Indien het een aanvraag van een getrokken voertuig betreft, waarbij in onbeladen toestand niet wordt voldaan aan artikel 5.12.6, derde lid van de Regeling voertuigen, geldt het volgende:

    • a. een oplegger voor ondeelbare lading, niet zijnde een getrokken werktuig, waarbij de afstand tussen hart koppeling en achterzijde meer dan 12,00 m bedraagt, moet zijn voorzien van gedwongen besturing volgens ECE reglement R79 of richtlijn 70/311/EEG;

    • b. een oplegger voor vervoer ballastdelen voor een mobiele kraan, niet zijnde een getrokken werktuig, waarbij de afstand tussen hart koppeling en achterzijde meer dan 12,00 m bedraagt, moet zijn voorzien van gedwongen besturing volgens ECE reglement R79 of richtlijn 70/311/EEG;

    • c. een aanhangwagen voor ondeelbare lading, niet zijnde een oplegger of een getrokken werktuig, waarbij de totale lengte van de aanhangwagen meer bedraagt dan 12,00 m dient uitgevoerd te zijn als dieplader.

  • 2. Indien niet wordt voldaan aan artikel 5.18.11 of 5.18.13 van de Regeling voertuigen, geldt het volgende:

    • a. een oplegger als bedoeld in het eerste lid, onder a, en een trekker waarbij de totale lengte van de voertuigen maximaal 27,00 m bedraagt, moet ten minste aan de draaiproefeisen als bedoeld in bijlage B voldoen;

    • b. een aanhangwagen als bedoeld in het eerste lid, onder c, en een bedrijfsauto waarbij de totale lengte van de voertuigen maximaal 22,00 m is, wordt geacht te voldoen aan de draaiproefeisen in bijlage B;

    • c. een aanhangwagen als bedoeld in het eerste lid, onder c, en een bedrijfsauto waarbij de totale lengte van de voertuigen meer dan 22,00 m bedraagt, moet zijn voorzien van gedwongen dan wel zelfsturende besturing achterassen volgens ECE reglement R79 of richtlijn 70/311/EEG, en voldoen aan de draaiproefeisen als bedoeld in Bijlage B.

Artikel 14 Wijze van beoordeling getrokken werktuig

  • 1. Indien het een aanvraag voor een getrokken werktuig betreft, waarbij niet wordt voldaan aan artikel 5.18.11 van de Regeling voertuigen, geldt het volgende:

    • a. een oplegger, uitgevoerd als getrokken werktuig waarbij de afstand tussen hart koppeling en achterzijde meer dan 12,00 m bedraagt, en een trekker waarbij de totale lengte van de voertuigen meer dan 22,00 m en maximaal 27,00 m bedraagt, moet ten minste voldoen aan de draaiproefeisen als bedoeld in bijlage B;

    • b. een aanhangwagen, niet zijnde oplegger, uitgevoerd als getrokken werktuig waarbij de totale lengte meer bedraagt dan 12,00 m en een bedrijfsauto waarbij de totale lengte van de voertuigen maximaal 22,00 m is, wordt geacht te voldoen aan de draaiproefeisen in bijlage B;

    • c. een aanhangwagen, uitgevoerd als getrokken werktuig waarbij de totale lengte meer dan 12,00 m bedraagt en een bedrijfsauto waarbij de totale lengte van de voertuigen maximaal 27,00 m bedraagt, moet ten minste voldoen aan de draaiproefeisen als bedoeld in bijlage B.

  • 2. Bij een getrokken werktuig waarbij niet wordt voldaan aan artikel 5.12.6, zesde lid van de Regeling voertuigen mag het getrokken werktuig de breedte niet worden veroorzaakt door de breedte van de as of het asstel.

  • 3. Indien het een aanvraag voor een getrokken werktuig betreft, waarbij niet wordt voldaan aan artikel 5.18.17b tot en met artikel 5.18.17e van de Regeling voertuigen, geldt het volgende:

    • a. Een aanhangwagen, niet zijnde oplegger, uitgevoerd als middenasaanhangwagen met maximaal 2 assen kan in aanmerking komen voor een verhoging van de aslasten tot maximaal 10.000 kg indien het asstel een compenserend asstel betreft;

    • b. Een aanhangwagen uitgevoerd als oplegger met minimaal drie assen en waarbij de onderlinge afstand tussen de assen minimaal 1,30 m en maximaal 1,80 m bedraagt, kan in aanmerking komen tot een verhoging van de aslasten tot maximaal 10.000 kg, indien het een compenserend asstel betreft;

    • c. Een aanhangwagen, niet zijnde oplegger of middenasaanhangwagen, met minimaal 4 assen kan in aanmerking komen voor een verhoging van de aslasten tot maximaal 10.000 kg, indien het een compenserend asstel betreft.

§ 4. Beoordeling aanvragen ontheffingsattesten

Artikel 16 Overlegging documenten ontheffingsattesten

Indien een aanvraag ontheffingsattest wordt ingediend moeten de volgende documenten worden overgelegd:

  • 1. een volledig ingevulde en ondertekende zwaar transport verklaring van de fabrikant / importeur die ten minste de volgende gegevens bevat:

    • a. typegoedkeuringsgegevens voertuig categorie N;

    • b. kenteken / VIN voertuig categorie N;

    • c. garantie van de maximale technische aslasten, maximum totaal gewicht en maximum samenstel van het voertuig;

    • d. gegevens van de koppeling en de bevestiging daarvan;

    • e. aandrijfconfiguratie.

  • 2. Een remcertificaat waarbij rekening is gehouden met de gegarandeerde aslasten van het voertuig zoals opgenomen in de zwaar transportverklaring;

  • 3. Een verklaring wegrijhulpinrichting conform richtlijn 97/27/EG, indien van toepassing.

Artikel 17 Wijze van beoordeling trekker

  • 1. Het GTW6, GVW7 en de aslasten van de trekker wordt beoordeeld aan de hand van de zwaar transportverklaring van de fabrikant en de gegevens van de koppeling en inrichting. Dit wordt berekend aan de hand van de volgende formule: D8 = 0.6* GVW(GTW- mt 9) / GTW.

  • 2. Bij een voertuig met één aangedreven as is het GTW in Nederland maximaal vijf keer het toegestane gewicht van de aangedreven as.

  • 3. In afwijking van het tweede lid geldt voor een voertuig met 3 of meer assen, waarbij één enkele as is aangedreven, dat een verhoging van maximaal 25% kan worden verleend:

    • a. indien het is voorzien van een wegrijhulpinrichting conform richtlijn 97/27/EG, of

    • b. indien een staalgeveerde sleepas is gemonteerd en het een compenserend asstel betreft.

Artikel 18 Wijze van beoordeling voor een bedrijfswagen, niet zijnde een trekker

  • 1. Het GTW van de bedrijfswagen wordt beoordeeld aan de hand van de zwaar transportverklaring van de fabrikant en de gegevens van de koppeling en de bevestiging. Dit wordt berekend aan de hand van de volgende formule: D = GVW * ma 10 / GTW.

  • 2. Bij een GTW tot 100.000 kg geldt dat het GTW maximaal vijf keer het toegestane gewicht van de aangedreven assen bedraagt en wordt mede bepaald door de te trekken aanhangwagen.

Artikel 19 Wijze van beoordeling voor een bedrijfswagen uitgevoerd als ballasttrekker

  • 1. Het GTW, GVW en de aslasten van de bedrijfswagen wordt beoordeeld aan de hand van de zwaar transportverklaring van de fabrikant en de gegevens van de koppeling en inrichting. Dit wordt berekend aan de hand van de volgende formule: D= GVW * ma / GTW.

  • 2. Het voertuig dient voorzien te zijn van minimaal 2 aangedreven assen.

  • 3. Bij een GTW tot 100.000 kg geldt dat het GTW maximaal vijf keer het toegestane gewicht van de aangedreven assen bedraagt.

§ 5. SERT documenten

Artikel 20 Soorten SERT documenten

SERT documenten kunnen uitsluitend door voertuigfabrikanten worden aangevraagd voor:

  • a. verhogen van de op het kentekenbewijs vermelde aslasten;

  • b. aantonen van de draaiproefeisen als bedoeld in bijlage B;

  • c. het vastleggen van configuraties van modulair samengestelde voertuigen;

  • d. een combinatie van het bepaalde onder a, b of c.

Artikel 21 Over te leggen documenten artikel 20, onder a

Indien een SERT document wordt aangevraagd voor het verhogen van de op het kentekenbewijs vermelde aslasten moeten bij de aanvraag de volgende documenten worden overgelegd:

  • a. een door de fabrikant volledig ingevuld aanvraagformulier, en

  • b. een goedgekeurd remschema of remberekening volgens ECE reglement R13 of richtlijn 71/320/EEG, zoals deze gold ten tijde van de datum eerste toelating van het voertuig, zoals vermeld op het Nederlandse kentekenbewijs dan wel het door een andere EU-lidstaat afgegeven kentekenbewijs.

Artikel 22 Wijze van beoordeling artikel 20, onder a

  • 1. De RDW beoordeelt de op het aanvraagformulier vermelde aslastgaranties geldend bij 80 km/u, aan de hand van de volgende criteria:

    • a. het remschema, en

    • b. het draagvermogen van de banden, en

    • c. de koppelingen volgens ECE reglement R55 of richtlijn 94/20/EG.

Artikel 23 Over te leggen documenten artikel 20, onder b

  • 1. Indien een SERT document wordt aangevraagd voor het aantonen van de draaiproefeisen moeten bij de aanvraag de volgende documenten worden overgelegd:

    • a. een door de fabrikant volledig ingevuld aanvraagformulier, en

    • b. een afschrift van een door de RDW geaccepteerd simulatieprogramma, of

    • c. een door een onafhankelijk testhuis ten aanzien van ECE Reglement R79 of richtlijn 70/311/EEG afgegeven testrapport, waaruit blijkt dat het voertuig voldoet aan de draaiproefeis als bedoeld in bijlage B.

  • 2. Indien de documenten uit het eerste lid, onder b of c, niet worden overgelegd wordt een praktijkproef uitgevoerd op een door de RDW aangewezen locatie.

Artikel 24 Wijze van beoordeling artikel 20, onder b

Het bepaalde in artikel 23 wordt beoordeeld aan de hand van bijlage B.

Artikel 25 Over te leggen documenten artikel 20, onder c

  • 1. Indien een SERT document wordt aangevraagd voor configuraties van modulaire voertuigen moeten bij de aanvraag de volgende documenten worden overgelegd:

    • a. een door de fabrikant volledig ingevuld aanvraagformulier, en

    • b. een afschrift van het op ieder asstel afgegeven kentekenbewijs, dan wel indien het een modulair samengesteld buitenlands voertuig betreft, het kentekenbewijs waaruit blijkt dat het betreffende asstel hierop vermeld staat.

  • 2. Indien een SERT document wordt aangevraagd voor configuraties van modulaire voertuigen waarbij gebruik wordt gemaakt van voertuigdelen van verschillende fabrikanten, moeten naast de in het eerste lid genoemde documenten, tevens worden overgelegd een door alle fabrikanten van de voertuigdelen ondertekende verklaring waaruit blijkt dat:

    • a. overeenstemming is over het gebruik van elkaars voertuigdelen, en

    • b. welke voertuigdelen met elkaar gekoppeld mogen worden, en

    • c. hoe de verantwoordelijkheden ten aanzien van het gebruik zijn vastgelegd.

  • 3. Indien géén verklaring als bedoeld in het tweede lid wordt overlegd, moet de voertuigfabrikant, naast de in het eerste lid genoemde documenten tevens:

    • a. tenminste één voertuigdeel / asstel in de samenstelling aantoonbaar hebben gefabriceerd, én

    • b. een schriftelijke door de fabrikant ondertekende verklaring overleggen waaruit blijkt dat hij:

      • 1°. aantoonbaar de volle verantwoordelijkheid én aansprakelijkheid op zich neemt voor vanwege technische incompatibiliteit falen van de aan elkaar gekoppelde voertuigdelen, én

      • 2°. de RDW schriftelijk vrijwaart van enige vorm van aansprakelijkheid als na het afgeven van een SERT-verklaring voor een dergelijke combinatie met deze combinatie schade in wat voor vorm dan ook wordt veroorzaakt, én

    • c. een bewijs van voldoende verzekering overleggen tegen mogelijke aansprakelijkheidstelling als gevolg van technisch falen van de aan elkaar gekoppelde voertuigen.

Artikel 26 Wijze van beoordeling artikel 20, onder c

  • 1. In geval van een aanvraag als bedoeld in artikel 20, onder c hanteert de RDW de volgende beoordelingscriteria:

    • a. het bepaalde in hoofdstuk 5, afdeling 12 van de Regeling voertuigen met uitzondering van het bepaalde in artikel 5.12.6. lid 1 tot en met 7 en lid 9;

    • b. de actuele geldende door de RDW vastgestelde bestreken baan-eis volgens bijlage B;

    • c. Reactietijd volgens ECE reglement R13 of richtlijn 71/320/EEG;

    • d. Koppeling volgens ECE reglement R55 of richtlijn 94/20/EG;

  • 2. Bij twijfel aan het weggedrag van het (samengestelde) voertuig wordt ter beoordeling hiervan een onderzoek uitgevoerd op een door de RDW aangewezen locatie.

  • 3. Alle afzonderlijke delen waaruit het modulaire voertuig wordt samengesteld moeten zijn voorzien van een door de fabrikant aangebracht identificatienummer.

  • 4. Alle asstellen waaruit het modulaire voertuig wordt samengesteld moeten aantoonbaar zijn toegelaten in Nederland dan wel enige andere EU-lidstaat.

Artikel 27 Aanvulling reeds afgegeven SERT document

Indien op een reeds afgegeven SERT document voor modulaire voertuigen een aanvulling wordt gevraagd moet de aanvrager overleggen:

  • a. een door de fabrikant volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier, en

  • b. een afschrift van het eerder afgegeven SERT document.

Artikel 28 Over te leggen documenten en wijze van beoordeling artikel 20, onder d

  • 1. Indien een SERT document wordt aangevraagd voor een combinatie van het bepaalde in artikel 20 onder a tot en met c moeten alle in de artikelen 21, 23 en 25 genoemde gegevens worden overgelegd.

  • 2. De wijze van beoordeling vindt plaats conform het bepaalde in de artikelen 22, 24 en 26.

§ 6. Slotbepalingen

Artikel 27 Overgangsrecht

De voor de inwerkingtreding van deze beleidsregel afgegeven principe akkoorden, ontheffingsattesten en SERT documenten behouden hun geldigheid.

Artikel 28 Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 maart 2013.

Artikel 29 Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel ontheffing gerelateerde voertuigdocumenten.

Deze beleidsregel zal met bijlagen en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De directie van de RDW, Namens deze: J.G. Hakkenberg, Algemeen Directeur.

BIJLAGE A MODELLEN DOCUMENTEN ZOALS BEDOELD IN ARTIKEL 7

  • A1. Model Principe akkoord

  • A2. Model ontheffingsattest

  • A3. Model SERT document

A1 Model Principe akkoord

Aanvraag principeakkoord ten behoeve van aanvraag ZZ kenteken

(zoals geregeld in de beleidsregel ontheffing gerelateerde documenten)

VT – afdeling Productbeoordeling

Postbus 777,2700 AT Zoetermeer,

Fax: +31 (0)79 3458034

E-mail principeakkoord@rdw.nl

Documenten die u moet meesturen met de aanvraag

Constructietekening buitenwettelijk voertuig met de in punt 3 aangeleverde gegevens.

 

Bij getrokken werktuigen exact is aangegeven waar de breedte van het voertuig meer dan 2,55 m.

 

Bij import een afgegeven buitenlands kenteken.

 

document van de registrerende autoriteiten waaruit de afmetingen van het voertuig blijkt, indien deze gegevens niet op het buitenlandse kentekenbewijs staan vermeld.

Documentatie met massa’s en afmetingen van de in punt 4 genoemde soort lading.

Document met de in punt 5 aangeleverde gegevens.

Aanvraag betreft

Nieuw

Import

Wijziging voertuig

(aankruisen wat van toepassing is)

1. Gegevens aanvrager

Naam

Adres

Postcode

Woonplaats

Contactpersoon

2. Tenaamstelling voertuig

Naam

Adres

Postcode

Woonplaats

Contactpersoon

3. Gegevens voertuig

Oplegger

Aanhangwagen

(aankruisen wat van toepassing is)

Voertuigidentificatienummer (VIN)

Kenteken (bij wijziging of importeren)

Lengte voertuig

Afstand hart koppeling tot achterzijde voertuig: (min/ max)

Afstand hart koppeling tot 1e as (min/ max)

Breedte

Maximum totaal gewicht

Afstand assen (min /max)

Aslasten (getrokken werktuig)

Leeggewicht (getrokken werktuig)

 

4. Gegevens lading

 

5. Gegevens trekkend voertuig(en)

Kenteken

Afstand voorzijde voertuig tot hart koppeling

Aantal assen

Aantal assen aangedreven

6. Noodzaak

Motivering ten aanzien van de noodzaak van de overschrijding lengte dan wel breedte dan wel aslasten betreffende getrokken werktuig.

 
 
 
 
 

In te vullen door RDW

De aanvrager ontvangt hierbij een principeakkoord geldig tot 1 jaar na onderstaande datum:

Motivatie (handgeschreven):

 
 
 
 
 

De directie van de RDW,

namens deze,

Functie

 
 

Ondertekening

 
 

Naam ondertekenaar

 
 

A2 Model Ontheffingsattest

A3 Model SERT document

BIJLAGE B DRAAIPROEFEISEN BIJ DE ARTIKELEN 13 TOT EN MET 15 EN ARTIKEL 20 EN 24

A. Draaiproefeis

De draaiproefeisen zijn van toepassing op voertuigcombinaties bestemd voor het vervoer van ondeelbare lading en vallende in één van onderstaande categorieën.

Categorie

Combinatielengte ingeschoven

Combinatielengte uitgeschoven

1

≤ wettelijk maximum

> 22,00 m

2

> 22,00 m

 

B. Uitvoering draaiproef

De maten worden bepaald bij het in-, door- en uitrijden van de cirkels volgens nevenstaande figuur.

Bij het inrijden dient met het breedste voertuig (deel) langs de tangent te worden gereden en vervolgens met het voorste hoekpunt van het trekkende motorvoertuig de cirkelbaan en de uitrijtangent te worden gevolgd.

Bij uitschuifbare voertuigen moeten de proeven worden uitgevoerd met een combinatielengtemaat zo dicht mogelijk bij de bovenste grenswaarde van de betreffende proef, afhankelijk van de lengte en de instelmogelijkheid van het getrokken voertuig.

Proef

Combinatielengte (m)

Buiten straal (m)

Bestreken baan (m)

Binnen straal (m)

Uitscheermaat (m)

Doorreden hoek (°)

1

CL ≤ 17,00

12,50

≤ 7,20

≥ 5,30

≤ 0,80

270

2

17,00 < CL ≤ 20,00

12,50

≤ 7,20

≥ 5,30

≤ 1,20

120

3

20,00 < CL ≤ 23,00

14,50

≤ 8,00

≥ 6,50

≤ 1,40

120

4

23,00 < CL ≤ 27,00

16,50

≤ 9,00

≥ 7,50

≤ 1,70

120

C. Rekentrekker

Bij de uitvoering van de draaiproefeis bedoeld in bijlage B geldt voor een oplegger een vastgelegde trekker volgens onderstaand schema met een breedte van 2,55 m en een voorzijde voertuig tot hart eerste as van 1,40 m.

De maat aangegeven tussen de assen is de afstand van de gestuurde vooras tot het denkbeeldige draaipunt van de achteras(sen).

Rekentrekker

Maat tussen de assen (m)

Voorzijde voertuig t/m hart koppeling (m)

Koppelingsdruk (kg)

1

3,70

4,50

≤ 22.500

2

4,80

5,20

> 22.500 en ≤ 25.000

3

5,20

5,40

> 25.000

TOELICHTING

Algemeen

In deze beleidsregel ontheffing gerelateerde voertuigdocumenten geeft de RDW aan op welke wijze er invulling en uitvoering wordt gegeven aan de bevoegdheid van artikel 48, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994 om bijzondere kentekens af te geven als het gaat om voertuigen bestemd voor exceptioneel transport. In dat kader zijn er tevens onderzoeken en documenten ten behoeve van de ontheffing verlening op grondslag van artikel 149a van de wet noodzakelijk.

Deze beleidsregel is in de eerste plaats een bekendmaking van de al jarenlang door de RDW op aanvraag afgegeven documenten. Het betreft hier, SERT document en het ontheffingsattest, eerder bekend onder de term draagvermogensbrief en zwaar transportverklaring. Voor deze documenten bestond al een vaste handelwijze waarover op basis van afspraken met fabrikanten, niet gepubliceerd beleid en internet, werd gecommuniceerd. Het SERT is een internationaal gestandaardiseerd document waarin deze garantie in meegenomen is. In het kader van het ontheffingsbeleid is het mogelijk om af te wijken van de wettelijke massa’s van een getrokken voertuig mits er een garantie is afgegeven door de fabrikant van het voertuig. Het principeakkoord is zo’n 4 jaar geleden geïntroduceerd met als doel om voordat een voertuig daadwerkelijk wordt gebouwd, gewijzigd dan wel geïmporteerd de – potentiële – opdrachtgever en gebruiker, zekerheid te bieden omtrent de afgifte van een ZZ kenteken en de daaraan gekoppelde mogelijkheid van het verkrijgen ontheffing, zodat ook met het voertuig van de openbare weg gebruik kan worden gemaakt. Aangezien het veelal de bouw van speciale voertuigen voor speciale doeleinden betreft biedt een principe akkoord een financiële garantie aan de fabrikant / importeur en diens opdrachtgever voor het te bouwen voertuig.

Teneinde de procedures, processen en producten te stroomlijnen en op juiste wijze bekend te maken wordt in meer transparantie en efficiency voorzien, voor zowel de aanvragers als de RDW.

Deze beleidsregel is afgestemd met de branche vertegenwoordiging en heeft hun instemming.

Artikelsgewijs

§ 1. Algemeen

Artikel 1: In dit artikel is bepaald dat de definities van de regeling voertuigen van toepassing zijn. Daarnaast zijn een aantal specifieke definities opgenomen die niet in de Regeling voertuigen worden gehanteerd maar wel nuttig en noodzakelijk zijn, omdat ze bij reeds jarenlang bij aanvragers bekend zijn door de gecommuniceerde handelwijze van de RDW. Het betreft begrippen die speciaal voor bijzondere voertuigen en het exceptionele transport daarmee relevant zijn.

Artikel 2: Dit artikel geeft de reikwijdte van deze beleidsregel weer. Het beleid ten aanzien van de ontheffing verlening, is bekendgemaakt in een beleidsregel voor exceptioneel transport en een beleidsregel voor LZV met vervoer van deelbare lading.

Artikel 3: In dit artikel is aangegeven welke soorten ontheffing gerelateerde documenten door de RDW op aanvraag kunnen worden afgegeven.

§ 2. Aanvragen ontheffing gerelateerde documenten

Artikel 4 tot en met 7: Deze artikelen hebben betrekking op de aanvraagprocedure. Gezien de Algemene wet bestuursrecht is de RDW bevoegd om aanvraagformulieren vast te stellen. Deze bevoegdheid is ingevuld in artikel 7 waarbij eveneens is bepaald dat de modellen aanvraagformulieren schriftelijk beschikbaar zijn. Evident is dat de modellen aanvraagformulieren bijdragen aan een adequate en snelle indiening en vervolgens ook afhandeling van aanvragen. De modellen aanvraagformulieren, onder meer gerelateerd aan soort document, moeten schriftelijk worden ingediend en ingetrokken. Schriftelijk houdt, conform de Algemene wet bestuursrecht, in schrifttekens in dus zowel elektronisch, per fax of post.

In artikel 5 is bepaald dat via dezelfde weg als indiening eveneens intrekking van de aanvraag kan plaatsvinden.

§ 3. Beoordeling aanvragen principeakkoord:

Artikel 48, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994 beoogt de mogelijkheid te openen om in bepaalde uitzonderingsgevallen een kentekenbewijs af te geven wanneer het betrokken voertuig niet aan de gestelde maatvoering volgens de Regeling voertuigen voldoet. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan getrokken voertuigen voor ondeelbare lading alsmede aan voertuigen ingericht als werktuig, zoals een puinbreker. Hoewel deze voertuigen niet voldoen aan de bedoelde maatvoering, wordt het niettemin noodzakelijk geacht dat zij zijn voorzien van een kenteken, indien ze van de weg gebruik maken. Hiertoe wordt het in artikel 4, vierde lid van het Kentekenreglement opgenomen ZZ-kenteken gebruikt waardoor altijd voor het gebruik van de weg met dat voertuig een ontheffing vereist is.

Het in deze beleidsregel opgenomen principeakkoord is bedoeld om, alvorens een aanvraag voor een kenteken als bedoeld in artikel 48, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994 in te – kunnen – dienen, een beoordeling te laten uitvoeren of de afwijking van de afmetingen opgenomen in de Regeling voertuigen noodzakelijk is en of het voertuig niet op een andere manier uitgevoerd kan worden zodat het wel binnen de maatvoering opgenomen in de Regeling voertuigen past. Hierbij wordt tevens beoordeeld of het voertuig binnen het ontheffingsbeleid valt.

Doel van het principeakkoord is om voordat een voertuig daadwerkelijk wordt gebouwd, gewijzigd dan wel geïmporteerd de – potentiële – opdrachtgever en gebruiker, zekerheid te bieden omtrent de afgifte van een ZZ kenteken en de mogelijkheid van het verkrijgen ontheffing. Aangezien het veelal de bouw van speciale voertuigen voor speciale doeleinden betreft biedt een principeakkoord een financiële garantie aan de fabrikant / importeur en diens opdrachtgever voor het te bouwen voertuig. Alhoewel het voertuig nog wel een individuele toelatingskeuring zal moeten ondergaan is met een principe akkoord zeker gesteld dat de maatvoering, breedte dan wel lengte, van het voertuig voor de afgifte van het kentekenbewijs en het gebruik op de weg met ontheffing geen belemmering meer zullen vormen.

Omdat dit akkoord vóór de kentekening plaatsvindt, is het risico dat een voertuig al is geconstrueerd of geïmporteerd alsnog niet vanwege de maatvoering voor een bijzonder kenteken of ontheffing in aanmerking komt, niet meer aanwezig. Voor zowel de fabrikant / importeurs als diens opdrachtgevers is het kenbaar zijn van de in deze beleidsregel opgenomen regels en wijze van beoordeling van groot belang, omdat daarmee in een vroegtijdig stadium nut en noodzaak van de investering in tijd en geld kan worden geïndexeerd.

In artikel 8 is aangegeven voor welke voertuigen een principeakkoord kan worden aangevraagd. In artikel 9, 10 en 11 is aangegeven welke stukken voor een aanvraag de verschillende soorten voertuigen moeten worden overgelegd. Hierbij is rekening gehouden met de wijziging van reeds in Nederland geregistreerde voertuigen alsmede de import van in het buitenland geregistreerde voertuigen.

Het voorgestelde uitvoerings- en gebruiksdoel van het te bouwen, wijzigen of te importeren voertuig bepaald de wijze van beoordeling. Indien het voertuig is ingericht voor het vervoer van ondeelbare lading zal de lading de noodzaak moeten vormen voor de van de Regeling voertuigen afwijkende lengte en breedte van het voertuig.

Bij een getrokken werktuig zal die afwijkende maatvoering uitsluitend moeten worden bepaald door de bovenbouw, zoals apparatuur of een machine. Indien de voorgestelde uitvoering van een onderstel van een voertuig breder is dan de bovenbouw zal het niet in aanmerking komen voor de afgifte van een principe akkoord.

In artikel 12 is bepaald dat alle voertuigen waarvoor een principeakkoord wordt aangevraagd aan een onderzoek en keuring moeten worden onderworpen op een door de RDW daartoe aangewezen locatie. De aangewezen locaties betreffen hier voor eerst keuringsstation Zwolle en Arnhem. Op deze locaties is al voldoende kennis en ervaring met deze beperkte groep bijzondere voertuigen. Vanuit het oogpunt van omvang en efficiency ligt het niet in de rede deze specifieke werkzaamheden op alle RDW keuringslocaties uit te laten voeren. Voor voertuigfabrikanten die aantoonbaar de voorgaande 5 jaar gemiddeld 12 of meer voertuigen per jaar hebben aangeboden voor een principeakkoord geldt een aangepaste snelle(re) regeling, waarbij het principeakkoord rechtstreeks op de aangewezen locaties mag worden aangevraagd. Reden voor het bieden van deze mogelijkheid is dat die groep fabrikanten gedurende een langere periode een, gelet op de bijzondere markt, toch relatief constant en groot aanbod aan voertuigen heeft en daarmee ook kennis en ervaring met het beleid en de producten en procedures van de RDW heeft en behoud. In artikel 13 tot en met 15 is de wijze van beoordeling van de voertuigen opgenomen.

§ 4. Beoordeling aanvragen Ontheffingsattesten

Een Attest is een technisch voertuigdocument dat wordt afgegeven voor een trekkend voertuig.

Het ontheffingsbeleid biedt de mogelijkheid om, onder voorwaarden, af te wijken van de wettelijke massa’s van een trekkend voertuig.

In het ontheffingsattest worden de technische aslasten en combinatiegewichten vastgelegd die door de fabrikant zijn gegarandeerd in een zwaar transportverklaring. Een aanvraag moet om die reden dan ook altijd door de fabrikant /importeur of diens gemachtigde worden ingediend, aangezien dit de natuurlijke- of rechtspersoon is die vanuit die hoedanigheid voldoende en afdoende garanties kan bieden over de door hem geproduceerde voertuigen. In artikel 16 is aangegeven welke documenten moeten worden overlegd ten behoeve van de aanvraag ontheffingsattest.

Vervolgens wordt in artikel 17 tot en met 19 voor de verschillende soorten voertuigen aangegeven hoe een aanvraag wordt beoordeeld. Getrokken werktuigen zijn niet ingericht voor het vervoer van lading maar net als voertuigen die geschikt zijn voor ondeelbare lading kunnen zij in aanmerking komen voor verhoging van de aslasten. Verhoging van bladveren is mogelijk omdat luchtvering meestal niet mogelijk i.v.m. beschadiging door de specifieke werkzaamheden. Bij de beoordeling zal dan ook de noodzaak van het gebruik van bladveren beoordeeld worden.

Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de garanties van de fabrikant, de garanties van de gemonteerde koppeling en de bevestiging op het voertuig.

Een ontheffingsattest is derhalve primair een document wat afgegeven wordt ten behoeve van het betreffende voertuig.

§ 5. Beoordeling aanvragen SERT document

Een SERT is een technisch voertuigdocument dat wordt afgegeven voor een getrokken voertuig. Het vervangt sinds 2005 de vroegere draagvermogensbrief.

Binnen het ontheffingsbeleid is het mogelijk om af te wijken van de wettelijke massa’s van een getrokken voertuig mits hiervoor een garantie is afgegeven door de fabrikant van het voertuig.

Het SERT is een gestandaardiseerd document waarin deze garantie in meegenomen is.

De opzet is dat het document internationaal aanvaard gaat worden en wordt ook al door enkele buitenlandse autoriteiten geaccepteerd. Bij de samenstelling is hiermee rekening gehouden. Het SERT document bevat dan ook een groot aantal voertuiggegevens, waaronder een schematische tekening van het zij- en bovenaanzicht van het voertuig. Door de ESTA (European Association of abnormal road transport) dat beoogt te komen tot onderlinge afstemming tussen de Lidstaten in de regels voor zwaar transport, is het SERT document opgenomen in de ‘Best Practice guidelines’ als standaard.

In artikel 20 is opgenomen welke soorten SERT documenten kunnen worden aangevraagd. Ook deze SERT documenten kunnen net als de ontheffingsattesten uitsluitend worden aangevraagd door de voertuigfabrikant. Dit eveneens in verband met de noodzakelijke technische garanties ten aanzien van het voertuig.

In artikel 21 is aangegeven welke documenten noodzakelijk zijn voor een SERT document dat betrekking heeft op de verhoging van de op het afgegeven kentekenbewijs vermelde aslasten. De wijze van beoordeling van de gevraagde aslastverhoging is opgenomen in artikel 22. De noodzakelijke documenten en wijze van beoordeling, waaronder zo nodig een praktijkproef ten behoeve van het aantonen van het voldoen van het voertuig aan de draaiproefeisen is in artikel 23 opgenomen. Indien een praktijktest noodzakelijk wordt geacht dan wordt deze in beginsel uitgevoerd op het RDW testcentrum in Lelystad dan wel een op een andere daartoe aangewezen geschikte locatie.

Artikel 25 en 26 regelt dat voor de vastlegging van modulair samengestelde voertuigen ook van het SERT document gebruik wordt gemaakt. Voor elke mogelijke configuratie wordt daarbij op aanvraag een apart SERT document afgegeven. De toegelaten modules zijn in een aparte bijlage door het VIN (voertuig identificatienummer) code vermeld. Bijzonder hierbij is dat onder strikte voorwaarden ook modulair samengestelde voertuigen met voertuigdelen van verschillende voertuigfabrikanten voor de afgifte van een SERT document in aanmerking kunnen komen.

In artikel 27 is aangegeven dat aanvullingen met nieuwe voertuigcomponenten op een al eerder afgegeven SERT document op eenvoudige wijze kunnen worden aangevraagd en beoordeeld. Hierbij wordt dan voorzien in de afgifte van een vervangende bijlage bij het eerder afgegeven SERT document.

§ 6 Slotbepalingen

Hierin zijn de gebruikelijke slotbepalingen als overgangsrecht, citeertitel en ingangsdatum opgenomen.

Met betrekking tot het overgangsrecht geldt dat deze beleidsregel er in voorziet dat alle reeds afgegeven documenten hun geldigheid behouden. Dit sluit aan bij het feit de bevoegdheid van de RDW al jaren als handelwijze was ingevuld met de hierbij geformaliseerde en bekendgemaakte werkwijze en documenten. Het verplicht of ambtshalve vernieuwen van de documenten is daarom niet aan de orde.

In Bijlage A zijn de modellen van de verschillende voertuigdocumenten opgenomen. Dit ten behoeve van de herkenbaarheid en handhaving, in binnen- en buitenland.

In Bijlage B zijn de draaiproefeisen opgenomen. Deze zijn geactualiseerd en aangepast ten opzichte van de reeds bekendgemaakte in de Beleidsregel ontheffingverlening exceptioneel transport. Dit omdat de draaiproefeis vooral wordt gebruikt ten behoeve van de afgifte van voornoemde voertuigdocumenten.

De directie van de RDW, Namens deze: J.G. Hakkenberg, Algemeen Directeur.


X Noot
5

Stcrt 2009, 81.

X Noot
6

GTW = Gross train weight, maximum massa samenstel.

X Noot
7

GVW = Gross vehicle weight, maximum massa voertuig.

X Noot
8

D = disselwaarde koppeling.

X Noot
9

Mt = massa rijklaar trekkend voertuig.

X Noot
10

Ma = massa aanhangwagen.

Naar boven