Toestemming overdracht winningsvergunning koolwaterstoffen P6; toetreding Gas-Union GmbH, Ministerie van Economische Zaken

De Minister van Economische Zaken,

Procesverloop:

  • Wintershall Noordzee B.V. (Wintershall) en Dyas B.V. (Dyas) gezamenlijk zijn houder van de bij beschikking van de Minister van Economische Zaken (EZ) van 18 maart 1982 verleende winningsvergunning P06, met kenmerk: 382/MK/192/EMK (Stcrt. 1982, nr. 54), laatstelijk gewijzigd bij beschikking van de Minister van EZ van 1 juni 2006, met kenmerk: ET/EM/6037644 (Stcrt. 2006, nr. 113);

  • de vergunninghouder heeft, bij brief van 11 januari 2013, ontvangen op 15 januari 2013, om toestemming gevraagd – op grond van artikel 20, eerste lid, van de Mijnbouwwet (Mbw) – tot overdracht van de winningsvergunning P06 aan Wintershall, Dyas en Gas-Union GmbH (hierna: Gas-Union).

Overwegingen:

  • de winningsvergunning P06 wordt, op grond van artikel 143, tweede lid, onder c van de Mbw, beschouwd als een winningsvergunning als bedoeld in artikel 6 van de Mbw;

  • de aanvraag wordt als volgt begrepen dat de huidige vergunninghouder vraagt om toestemming tot overdracht van de winningssvergunning P06, zodanig dat Wintershall, Dyas en Gas-Union gezamenlijk vergunninghouder worden van de winningsvergunning P06, waarbij Wintershall de persoon blijft die de feitelijke werkzaamheden uitvoert of daartoe opdracht verleent, als bedoeld in artikel 22, vijfde lid, van de Mbw;

  • voor het gebied waarvoor de winningsvergunning geldt, bij het inwerking treden ervan, niet ook een door een ander gehouden opslagvergunning voor opslag in aardolie- of aardgasvoorkomens. Hiermee is voldaan aan artikel 20, eerste lid Mbw, in samenhang met artikel 7, tweede lid, Mbw;

  • de technische of financiële mogelijkheden van de beoogde vergunninghouder geeft geen aanleiding tot het weigeren van de toestemming tot overdracht van de winningsvergunning aan deze beoogde vergunninghouder.

    Hiermee is voldaan aan artikel 20, eerste lid, Mbw in samenhang met artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, Mbw;

  • de manier waarop de beoogde vergunninghouder voornemens is de activiteiten te verrichten geeft geen aanleiding de toestemming tot overdracht te weigeren. Hiermee is voldaan aan artikel 20, eerste lid, Mbw in samenhang met artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, Mbw;

  • de beoogde vergunninghouder heeft niet onder een eerdere vergunning bij activiteiten als bedoeld in artikel 6, eerste lid, en artikel 25, eerste lid Mbw blijk gegeven van een gebrek aan efficiëntie en verantwoordelijkheidszin, daaronder mede verstaan maatschappelijke verantwoordelijkheidszin. Hiermee is voldaan aan artikel 20, eerste lid, Mbw in samenhang met artikel 9, eerste lid, aanhef en onder c, Mbw.

Gelet op artikel 20, eerste en derde lid Mbw in samenhang met artikel 22, vijfde en zesde lid, van de Mijnbouwwet.

Besluit:

Artikel 1

Aan de houder van de winningsvergunning P06, verleend bij beschikking van de Minister van Economische Zaken, van 18 maart 1982, met kenmerk: 382/MK/192/EMK (Stcrt. 1982, nr. 54), laatstelijk gewijzigd bij beschikking van de Minister van Economische Zaken van 1 juni 2006, met kenmerk: ET/EM/6037644 (Stcrt. 2006, nr. 113), wordt toestemming verleend tot overdracht van de winningsvergunning, zodat Wintershall Noordzee B.V., Dyas B.V. en Gas-Union GmbH houder worden van de winningsvergunning P06.

Artikel 2

Wintershall Noordzee B.V. blijft de persoon die de feitelijke werkzaamheden uitvoert of daartoe opdracht verleent, als bedoeld in artikel 22, vijfde lid, van de Mijnbouwwet.

Artikel 3

De vergunning dient binnen 1 jaar na bekendmaking van deze beschikking daadwerkelijk te zijn overgedragen.

Artikel 4

De vergunninghouder doet van de overdracht onverwijld schriftelijk mededeling aan de Minister van Economische Zaken en aan EBN B.V., Afdeling Legal, Postbus 19063, 3501 DB Utrecht.

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beschikking is bekendgemaakt.

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Van deze beschikking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

De Minister van Economische Zaken, namens deze: J.C. De Groot directeur Energiemarkt

Naar boven