Procesverloop:
- Wintershall Noordzee B.V. gevestigd te Rijswijk, Dyas B.V. gevestigd
te Utrecht en Dyas Holland B.V. gevestigd te Utrecht zijn de houders van de
bij beschikking van de Minister van Economische Zaken met kenmerk 382/III/192/EMK
van 18-03-1992, Stcrt. nr.54, verleende winningsvergunning, voor het blok
P6 van het continentaal plat;
- De vergunninghouders hebben bij brief van 28-03-2006 verzocht om
toestemming op grond van artikel 20 van de Mijnbouwwet (Stb. 2002, 542) voor
overdracht van bovenbedoelde vergunning aan Wintershall en Dyas;
- Deze overdrachten zijn noodzakelijk in verband met de fusie tussen
Dyas B.V. en Dyas Holland B.V.
Overwegingen:
- De winningsvergunning wordt op grond van artikel 143, tweede lid
onder c, van de Mijnbouwwet beschouwd als een winningsvergunning als bedoeld
in artikel 6 van de Mijnbouwwet;
- Voor het gebied waarvoor de winningsvergunning geldt, geldt niet
ook een door een ander gehouden opslagvergunning voor opslag in aardgas- of
aardolievoorkomens;
- Noch de technische of financiële mogelijkheden van de beoogde
vergunninghouders, noch de wijze waarop zij voornemens zijn de winningactiviteiten
te verrichten, noch hun efficiëntie en verantwoordelijkheidszin bij opsporings-
en winningsactiviteiten, geven aanleiding de gevraagde toestemming te weigeren.
Gelet op:
- Artikel 20 van de Mijnbouwwet en artikel 1.3.7, derde lid, van
de Mijnbouwregeling (Stcrt. 2002, 245).
De Minister van Economische Zaken,
Besluit:
1. De houders van de winningsvergunning, verleend bij beschikking van
de Minister van Economische Zaken, kenmerk 382/III/192/EMK van 18-03-1992,
Stcrt. nr. 54, voor het blok P6 toestemming te verlenen tot overdracht van
deze vergunning aan Wintershall Noordzee B.V. en Dyas B.V.
2. Deze beschikking treedt in werking met ingang van de dag na die waarop
de beschikking is bekendgemaakt.
Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager.
Van deze beschikking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit
is betrokken binnen 6 weken na de dag van verzending van dit besluit een gemotiveerd
bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, Directie Wetgeving
en Juridische Zaken (ALP: L/1410), Postbus 20101, 2500 EC ’s-Gravenhage.
Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.