Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Economische ZakenStaatscourant 2013, 16821Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 14 juni 2013, nr. WJZ/13093144, houdende wijziging van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet in verband met het toevoegen van ijzerwater, spuiwater en gescheiden dekaarde aan bijlage Aa

De Staatssecretaris van Economische Zaken, handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu;

Gelet op 5, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet;

Besluit:

ARTIKEL I

Bijlage Aa wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan de lijst onder I. Stoffen die als meststof kunnen worden verhandeld, wordt toegevoegd:

  • 25. Reststof die is vrijgekomen door afdekaarde na de teelt van machinaal geoogste champignons met een vijzel te scheiden van de onderliggende afgewerkte champignonmest en die bestaat uit dekaarde van veenproducten en schuimaarde en teeltresten gevormd door champignonvoetjes en schimmelmassa van de teelt van champignons en resten afgewerkte champignonmest. In het teeltproces worden geen gewasbeschermingsmiddelen of biociden toegepast, anders dan een biocide op basis van formaldehyde (afgewerkte dekaarde van de teelt van machinaal geoogste champignons).

2. Aan de lijst onder II. Stoffen die als meststof kunnen worden verhandeld (Categorieën afvalstoffen of reststoffen), worden toegevoegd:

  • 2. Reststof die is vrijgekomen bij de biologische reiniging van stallucht van veehouderijbedrijven door het wassen van stallucht met water en geleid over materiaal met een ruimtelijke structuur waarop nitrificerende bacteriën ammonium omzetten in nitriet en vervolgens in nitraat en die bestaat uit een zeer sterk verdunde pH-neutrale zwavel- en stikstofhoudende oplossing in water (spuiwater luchtwassers met een biologische wasstap).

  • 3. Reststof die is vrijgekomen bij de reiniging van stallucht van veehouderijbedrijven door het wassen van stallucht met water (spuiwater uit luchtwassers met een waterwasstap).

3. De lijst onder IV. Eindproducten van bewerkingsprocédés die als meststof kunnen worden verhandeld, wordt als volgt gewijzigd:

a. Categorie 1, onder F, Hulpstoffen of toevoegmiddelen, komt te luiden:

  • F Hulpstoffen of toevoegmiddelen

    • 1. Slib of steekvast slib dat vrijkomt bij de bereiding van drinkwater uit grondwater of oppervlaktewater via een zandbed en dat bestaat uit ijzer(III)hydroxide en water (waterijzer van drinkwaterbereiding).

    • 2. Slib of steekvast slib dat vrijkomt bij de bereiding van proceswater uit oppervlaktewater onder gebruik van een filterstap met actief kool en dat bestaat uit ijzer(III)hydroxide, water en organische stof (waterijzer van proceswaterbereiding).

b. In de categorieën 3 en 4 wordt de zinsnede ‘categorieën A tot en met F’ telkens vervangen door: categorieën A tot en met G1 onder categorie 1

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 14 juni 2013

De Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma.

TOELICHTING

1. Algemeen

1. Doel en aanleiding

De regeling strekt tot wijziging van Bijlage Aa, behorende bij artikel 4 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet. Aan de bijlage worden drie stoffen toegevoegd die kunnen worden gebruikt als meststof (spuiwater en dekaarde) en wordt een eindproduct van een bewerkingsprocedé toegevoegd dat als meststof verhandeld kan worden. Het

2. Regeldrukparagraaf

De uitbreiding van bijlage Aa met een aantal stoffen en een eindproduct van een bewerkingsprocedé die als meststof kunnen worden gebruikt leidt niet tot een wijziging van de lasten.

3. Inwerkingtreding van de regeling in verband met vaste verandermomenten

Voor de inwerkingtreding van deze regeling wordt afgeweken van de vaste verandermomenten voor regelgeving, zoals opgenomen in aanwijzing 174 van de Aanwijzingen voor de regelgeving. De reden hiervoor is dat de regeling het gebruik van meer stoffen als meststof toestaat en de doelgroep gebaat is bij een snelle inwerkingtreding van deze mogelijkheid. Dit betreft met name de toevoeging van twee typen spuiwater omdat deze per 1 januari 2013 uit de bijlage zijn geschrapt.

II. Artikelen

Artikel I, onderdeel A

Artikel I, onderdeel A, strekt tot wijziging van bijlage Aa, lijst I. Aan deze lijst wordt gescheiden dekaarde van champignonteelt met biologische productiemethoden toegevoegd.

Bij de teelt van champignons in bedden wordt het met mycelium geënte substraat afgedekt met een veenmengsel (dekaarde). Het substraat wordt gemaakt van dierlijke mest (paardenmest, varkensdrijfmest of runderdrijfmest). Bij het aanbrengen van afdekaarde wordt met wat substraat gemengd. Daardoor bevat ook de dekaarde wat dierlijke mest en na de oogst ook champignonvoetjes.

Het is gebruikelijk dat na de teelt het hele bed als champost wordt verwijderd. Inmiddels is een nieuwe techniek ontwikkeld waarmee de dekaarde gescheiden kan worden van onderliggende afgewerkte substraat. De gescheiden dekaarde kan hergebruikt worden als afdekaarde maar ook als overige organische meststof.

Indien een champignonkwekerij machinaal oogsten en onder EUREP GAP (een set richtlijnen die supermarkten hanteren voor hun leveranciers, zie www.globalgap.org ) werken worden champignonvoetjes niet verwijderd. Dit heeft als risico dat residuen van gewasbeschermingsmiddelen en biociden, die bij de teelt van champignons kunnen worden toegepast, in de dekaarde aanwezig kunnen zijn. Om de aanwezigheid van dergelijke residuen uit te sluiten wordt de eis gesteld dat in het teeltproces geen gewasbeschermingsmiddelen of biociden worden toegepast, anders dan een biocide op basis van formaldehyde.

De stof is door de Commissie deskundigen meststoffenwet (CDM) getoetst aan het ‘Protocol beoordeling stoffen Meststoffenwet’. Daarbij is getoetst aan de criteria die gelden voor de beoordeling van afvalstoffen op hun gebruiksfunctie als meststof. De CDM adviseert de stof op te nemen op bijlage Aa met een begripsomschrijving die is afgestemd op het voorkomen van residuen van gewasbeschermingsmiddelen en biociden.

Artikel I, onderdeel B

Artikel I, onderdeel B, strekt tot wijziging van bijlage Aa, lijst II. Aan deze lijst worden twee stoffen toegevoegd die gebruikt kunnen worden als meststof. Dit betreft spuiwater uit biologische luchtwassers en spuiwater uit luchtwassers met een waterwasstap. Deze twee stoffen zijn per 1 januari 2013 uit de bijlage geschrapt in de veronderstelling dat dit in feite geen meststoffen waren (zie artikel IV van de Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 16 oktober 2012, nr. IenM/BSK-2012/175917, tot wijziging van de Regeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (agrarische activiteiten) (Stcrt. 2012, nr. 21101)). Dit is een misverstand gebleken: deze stromen bevatten wel degelijk een, zij het beperkte, hoeveelheid nutriënten. Dat betekent dat het meststoffen zijn, die slechts als zodanig mogen worden verhandeld en gebruikt indien zij zijn opgenomen in bijlage Aa. Nu deze stromen opnieuw op bijlage Aa opgenomen worden, mogen ze weer onder het meststoffenregime verhandeld en gebruikt worden. Uiteraard tellen bij gebruik van deze stromen de in deze stromen aanwezige nutriënten mee in de administratie van de boer.

Artikel I, onderdeel C

Artikel I, onderdeel C, strekt tot wijziging van categorie F van bijlage Aa, lijst IV, categorie 1. Categorie F betreft hulpstoffen of toevoegmiddelen. Bij de bereiding van drinkwater en van proceswater komt ijzerhydroxide (waterijzer) vrij.

Waterijzer van drinkwaterbereiding is reeds opgenomen in bijlage Aa van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet. Abusievelijk in de beschrijving het woord ‘ijzerwater’ gebruikt. Om deze reden wordt deze beschrijving gewijzigd en opnieuw opgenomen in categorie F.

De Reststoffenunie Waterleidingbedrijven te Nieuwegein heeft verzocht om de begripsomschrijving van waterijzer (ijzerhydroxide) uit te breiden met 'ijzerhydroxide dat vrijkomt bij de bereiding van proceswater'. De stof is door de CDM getoetst aan het ‘Protocol beoordeling stoffen Meststoffenwet’. Het productieproces van proceswater verschilt van dat voor drinkwater. Om deze reden adviseert de CDM om niet over te gaan tot een wijziging van de bestaande subcategorie ‘waterijzer van drinkwaterbereiding’, maar om een aparte begripsomschrijving op te nemen voor ‘waterijzer van proceswaterbereiding. Dit advies wordt opgevolgd door aan categorie F een nieuwe subcategorie toe te voegen en in subcategorie de specificatie aan te brengen dat dit waterijzer van drinkwaterbereiding betreft.

Tot slot worden de verwijzingen in lijst IV, categorieën 3 en 4 aangepast. In Deze wijziging betreft aanpassing van de verwijzing van de subcategorieën A tot en met F naar de subcategorieën A tot en met G1. Dit maakt het mogelijk dat alle plantaardige stoffen die in bijlage Aa worden genoemd ook in gescheiden vorm als meststof gebruikt kunnen worden. Dit biedt vergisters van plantaardig materiaal de mogelijkheid om ook verwerkte producten, die beter aansluiten bij de wensen van de afnemers, op de markt te brengen

De Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma.