Toestemming overdracht winningsvergunning voor koolwaterstoffen F16

Procesverloop:

  • Sterling Resources Netherlands B.V. (hierna: Sterling), Wintershall Noordzee B.V. (hierna: Wintershall), Grove Energy Limited (hierna: Grove) en GDF SUEZ E&P Nederland B.V. (hierna: GDF) zijn houder van de bij beschikking van de Minister van Economische Zaken (thans: Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie) van 9 september 2002 met kenmerk ME/EP/UM/02033418 (Staatscourant 2002, nr. 175) verleende winningsvergunning voor blok F16 van het continentaal plat, welk blok is aangegeven op de als bijlage 3 bij de Mijnbouwregeling gevoegde kaart;

  • bij brief van 1 februari 2012, ontvangen 6 februari 2012 heeft de vergunninghouder verzocht om toestemming tot overdracht, op grond van artikel 20, van de Mijnbouwwet, van de winningsvergunning F16 aan Sterling, Wintershall, Grove, GDF en Petro Ventures Netherlands B.V. (hierna: Petro Ventures).

Overwegingen:

  • de aanvraag wordt als volgt begrepen dat de huidige vergunninghouder vraagt om toestemming tot overdracht van de winningsvergunning F16, zodanig dat Sterling, Wintershall, Grove, GDF en Petro Ventures gezamenlijk vergunninghouder worden van de winningsvergunning F16, waarbij Wintershall de persoon blijft die de feitelijke werkzaamheden verricht of daartoe opdracht verleent;

  • de technische of financiële mogelijkheden van de beoogde vergunninghouder geven geen aanleiding tot het weigeren van de toestemming tot overdracht van de opsporingsvergunning aan de beoogde vergunninghouder. Hiermee is voldaan aan artikel 20, eerste lid, van de Mijnbouwwet in samenhang met artikel 9, eerste lid, onder a, van de Mijnbouwwet;

  • de manier waarop de beoogde vergunninghouder voornemens is de activiteiten te verrichten geeft geen aanleiding de toestemming tot overdracht te weigeren. Hiermee is voldaan aan artikel 20, eerste lid, van de Mijnbouwwet in samenhang met artikel 9, eerste lid, onder b, van de Mijnbouwwet;

  • de beoogde vergunninghouder heeft niet onder een eerdere vergunning bij activiteiten als bedoeld in artikel 6, eerste lid, en artikel 25, eerste lid, van de Mijnbouwwet blijk gegeven van een gebrek aan efficiëntie of verantwoordelijkheidszin, daaronder mede verstaan maatschappelijke verantwoordelijkheidszin. Hiermee is voldaan aan artikel 9, eerste lid, onder c, van de Mijnbouwwet.

Gelet op artikel 20, eerste en derde lid, van de Mijnbouwwet.

Besluit:

Artikel 1

Aan de houder van de winningsvergunning F16, verleend bij beschikking van de toenmalige Minister van Economische Zaken van 9 september 2002 met kenmerk ME/EP/UM/02033418 wordt toestemming verleend tot overdracht van de winningsvergunning, zodat Sterling Resources Netherlands B.V., Wintershall Noordzee B.V., Grove Energy Limited, GDF SUEZ E&P Nederland B.V. en Petro Ventures Netherlands B.V. houder zullen worden van de winningsvergunning F16.

Artikel 2

Wintershall Noordzee B.V. is aangewezen als de persoon die de feitelijke werkzaamheden verricht of daartoe opdracht geeft, als bedoeld in artikel 22, vijfde lid, van de Mijnbouwwet.

Artikel 3

De vergunning dient binnen 1 jaar na bekendmaking van deze beschikking daadwerkelijk te zijn overgedragen.

Artikel 4

De vergunninghouder doet van de overdracht onverwijld schriftelijk mededeling aan de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en aan EBN B.V., Afdeling Legal, Postbus 19063, 3501 DB Utrecht.

Artikel 5

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beschikking is bekendgemaakt.

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Van deze beschikking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, namens deze: P. Jongerius, Themacoördinator Mijnbouw en Mijnbouwklimaat directie Energiemarkt.

Tegen dit besluit kan degene, wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen 6 weken na de dag, waarop dit besluit is verzonden, een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, directie Wetgeving en Juridische Zaken (Alp: X/050). Postbus 20401, 2500 EK Den Haag. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.

Naar boven