Besluit splitsing winningsvergunning voor koolwaterstoffen Drenthe II (Drenthe IIa en Drenthe IIb) en overdracht winningsvergunning voor koolwaterstoffen Drenthe IIa

Nr. ETM/EM / 12015700

De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

Procesverloop:

  • Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. (hierna: NAM) is houder van de bij beschikking van de Minister van Economische Zaken (thans: Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie) van 17 juli 2007 met kenmerk ET/EM/7075840 (Staatscourant 2007, nummer 140) verleende winningsvergunning voor het gebied genaamd Drenthe II;

  • bij brief van 22 november 2011, ontvangen 28 december 2011, heeft de vergunninghouder op grond van de artikelen 19 en 20 van de Mijnbouwwet een aanvraag ingediend om:

    • a. splitsing van de winningsvergunning Drenthe II zodanig dat twee winningsvergunningen ontstaan. Hierna aan te duiden als Drenthe IIa (Vinkega deel) en Drenthe IIb (Overig deel);

    • b. toestemming tot overdracht van de winningsvergunning voor het gebied genaamd Drenthe IIa, zodat Vermilion Oil & Gas Netherlands B.V. (hierna: Vermilion) houder zal worden van de winningsvergunning Drenthe IIa.

  • bij brief van 15 maart 2012 heeft NAM de aanvraag aangevuld.

Overwegingen:

  • de twee gebieden – van de na splitsing ontstane winningsvergunningen Drenthe IIa en Drenthe IIb – vormen tezamen hetzelfde gebied als waarvoor de huidige winningsvergunning geldt. Hiermee is voldaan aan de eis van artikel 135, derde lid, van het Mijnbouwbesluit;

  • op grond van artikel 135, tweede en vierde lid, van het Mijnbouwbesluit worden aan de, na splitsing ontstane, winningsvergunningen Drenthe IIa en Drenthe IIb dezelfde beperkingen en voorschriften verbonden, als aan de winningsvergunning Drenthe II zijn verbonden, alsmede eindigt het tijdvak waarvoor de – na splitsing ontstane winningsvergunningen Drenthe IIa en Drenthe IIb gelden, op hetzelfde tijdstip waarop het tijdvak van de winningsvergunning Drenthe II zou zijn geëindigd;

  • op basis van de huidige kennis leidt splitsing van het vergunningsgebied Drenthe II – overeenkomstig de aanvraag – er niet toe dat een voorkomen van delfstoffen waaruit gewonnen wordt of dat een voorkomen voor het opslaan van stoffen zich na splitsing in twee vergunningsgebieden zal bevinden. Hiermee is voldaan aan de eis van artikel 136, van het Mijnbouwbesluit;

  • de aanvraag wordt als volgt begrepen dat vergunninghouder allereerst vraagt om splitsing van de winningsvergunning Drenthe II in de winningsvergunningen Drenthe IIa en Drenthe IIb en vervolgens vraagt om toestemming tot overdracht van de winningsvergunning Drenthe IIa, zodat Vermilion vergunninghouder wordt van deze winningsvergunning Drenthe IIa;

  • NAM vraagt de winningsvergunning Drenthe IIa (Vinkega deel) te wijzigen in die zin dat het voorschrift 3 van Artikel II, van het besluit van 17 juli 2007 met kenmerk ET/EM/7075840 komt te vervallen;

  • de technische of financiële mogelijkheden van de beoogde vergunninghouder geven geen aanleiding tot het weigeren van de toestemming tot overdracht van de winningsvergunning Drenthe IIa. Hiermee is voldaan aan artikel 20, eerste lid, van de Mijnbouwwet in samenhang met artikel 9, eerste lid, onder a, van de Mijnbouwwet;

  • de manier waarop de beoogde vergunninghouder voornemens is de activiteiten te verrichten geeft geen aanleiding de toestemming tot overdracht te weigeren. Hiermee is voldaan aan artikel 20, eerste lid, van de Mijnbouwwet in samenhang met artikel 9, eerste lid, onder b, van de Mijnbouwwet;

  • de beoogde vergunninghouder heeft niet onder een andere vergunning bij activiteiten als bedoeld in artikel 6, eerste lid, en artikel 25, eerste lid, van de Mijnbouwwet blijk gegeven van gebrek aan efficiëntie en verantwoordelijkheidszin, daaronder mede verstaan maatschappelijke verantwoordelijkheidszin. Hiermee is voldaan aan artikel 20, eerste lid, van de Mijnbouwwet in samenhang met artikel 9, eerste lid, onder c, van de Mijnbouwwet.

Gelet op de artikelen 18, 19, 20, van de Mijnbouwwet, de artikelen 135, 136, 141, 142, 143, van het Mijnbouwbesluit en de artikelen 1.3.7 en 1.8.1, van de Mijnbouwregeling;

Besluit:

Artikel 1 Splitsing van de winningsvergunning Drenthe II

Artikel 1

De winningsvergunning voor het gebied genaamd Drenthe II wordt gesplitst in de volgende twee winningsvergunningen: Drenthe IIa en Drenthe IIb.

Artikel 2 Winningsvergunning Drenthe IIa

Artikel 1

Aan Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. wordt een winningsvergunning voor koolwaterstoffen verleend.

Artikel 2

Het gebied waarvoor de winningsvergunning Drenthe IIa geldt ligt in de provincie Drenthe en wordt begrensd door de rechte lijnen tussen de puntenparen A–B, B–C, C–D, D–E en E–F en de provinciegrens tussen Drenthe en Overijssel zoals die gold op 4 november 1968 tussen het puntenpaar A–F.

De coördinaten van de vermelde punten zijn:

Punt

X

Y

A

204553,382

540790,641

B

205801,510

541430,340

C

207076,710

540971,380

D

209034,100

539096,430

E

207675,830

538757,300

F

206181,425

538616,182

De coördinaten zijn vermeld volgens het stelsel van de Rijksdriehoekmeting (RD).

Op basis van deze grensbeschrijving is de oppervlakte 7,01 km2.

Artikel 3

  • 1. De eigenaren van binnen het gebied van de winningsvergunning gelegen grond hebben recht op een jaarlijkse uitkering door de houders van de winningsvergunning naar de maatstaf van € 0,22689 per hectare of op een uitkering ineens van € 5,67225 per hectare, naar verkiezing van de houders van de winningsvergunning.

  • 2. Het recht geldt niet voor eigenaren, als bedoeld in het eerste lid, die reeds een eenmalige uitkering hebben ontvangen op grond van artikel 3 van de winningsvergunning Drenthe.

Artikel 4

  • 1. De houder van de winningsvergunning is verplicht de voorschriften op te volgen, die door de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie kunnen worden gegeven tot zekerheid van mijnbouwwerken voor de winning van andere delfstoffen dan koolwaterstoffen, die eventueel binnen of in de onmiddellijke nabijheid van het winningsgebied worden aangelegd.

  • 2. In het belang van andere voor het winningsgebied nog te verlenen opsporings- of winningsvergunningen kan de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie terreinen aanwijzen, die door de houder van de winningsvergunning niet voor winning mogen worden gebruikt.

Artikel 5

De houders van de winningsvergunning zijn verplicht de winning van elk aardgasvoorkomen binnen het vergunninggebied te verrichten met inachtneming van een door de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie goedgekeurde Overeenkomst van Samenwerking tussen de houders van de winningsvergunning en EBN B.V..

Onder aardgasvoorkomen wordt een voorkomen van koolwaterstoffen verstaan waarin zich naast het daarin voorkomende aardgas geen aardolie bevindt, die in een normaal uitgeoefend winningsbedrijf in aanmerking komt om zelfstandig te worden gewonnen en waarin zich aardgas bevindt dat dusdanig arm is aan condensaat, dat de winning van dat voorkomen in een normaal uitgeoefend winningsbedrijf gericht wordt op de winning van aardgas.

Artikel 6

De houders van de winningsvergunning zijn verplicht van elk plan aangaande het leggen of verleggen van een pijpleiding voor het transport van aan de diepe ondergrond onttrokken delfstoffen, dan wel andere stoffen ten dienste van of verband houdende met de opsporing of winning der delfstoffen mededeling te doen aan gedeputeerde staten van de betrokken provincie en aan de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Het plan bevat een duidelijke situatieschets van het tracé waarlangs de pijpleiding zal worden gelegd of verlegd.

Artikel 7

Het terrein ter plaatse moet, indien en voor zover de betrokken eigenaar zulks verlangt, weder in een toestand overeenkomstig het oorspronkelijk gebruik worden gebracht. De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie kan een termijn vaststellen binnen welke hieraan moet zijn voldaan.

Artikel 8

  • 1. Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie kan een regeringsvertegenwoordiger benoemen.

  • 2. De houder van de winningsvergunning is verplicht de regeringsvertegenwoordiger inzage te verlenen van alle boeken, rapporten, registers en andere bescheiden, het winningsbedrijf van de winningsvergunninghouder betreffende, alsook toegang te verlenen tot alle kantoren en gebouwen bij de winningsvergunninghouder in gebruik, zomede tot de bij de winning in gebruik zijnde terreinen.

  • 3. De regeringsvertegenwoordiger heeft toegang tot die vergaderingen van aandeelhouders en van commissarissen van aandeelhouders en van commissarissen van de winningsvergunninghouder, waar kwesties betreffende het verrichten van mijnbouwkundige onderzoekingen en de ontginning van de in artikel 1 bedoelde delfstoffen in het gebied van de winningsvergunning worden behandeld.

Artikel 3 Winningsvergunning Drenthe IIb

Artikel 1

Aan Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. wordt een winningsvergunning voor koolwaterstoffen verleend.

Artikel 2

Het gebied waarvoor de winningsvergunning Drenthe IIb geldt ligt in de provincies Drenthe, Friesland en Groningen en is als volgt begrensd:

Ten noorden:

De provinciegrens tussen Drenthe en Groningen, van het knooppunt van de provinciegrenzen tussen Drenthe, Friesland en Groningen tot het punt waar deze provinciegrens de rijksgrens bereikt;

Ten oosten:

Vervolgens de rijksgrens van het onder ten noorden laatstgenoemde snijpunt in zuidelijke richting tot het punt waar de rijksgrens de noordelijke grens van de winningsvergunning Schoonebeek bereikt;

Ten zuiden:

Vervolgens de noordelijke grens van de winningsvergunning Schoonebeek van het onder ten oosten genoemde snijpunt in westelijke richting tot het punt waar deze grens de provinciegrens tussen Drenthe en Overijssel bereikt;

Ten westen:

  • a. Vervolgens de provinciegrens tussen Drenthe en Overijssel van het onder ten zuiden genoemde snijpunt in noordwestelijke richting tot het punt A;

  • b. Vervolgens de rechte lijnen tussen de puntenparen A–B, B–C, C–D, D–E, E–F en F–G;

  • c. Vervolgens in noordoostelijke richting de provinciegrens tussen Drenthe en Friesland van het punt G tot het punt waar de rechte lijn tussen het puntenpaar H–I deze grens snijdt;

  • d. Vervolgens in noordwestelijke richting van het onder c genoemde snijpunt de rechte lijn tot het punt I;

  • e. Vervolgens vanaf punt I de y = 555.150,000 lijn in oostelijke richting tot het punt waar deze lijn de provinciegrens van Friesland en Drenthe snijdt;

  • f. Vervolgens de onder e genoemde provinciegrens in noordnoordwestelijke richting van het onder e genoemde snijpunt tot het onder ten noorden eerstgenoemde punt.

Van het hierboven omschreven gebied maakt het gebied van Drenthe IV geen deel uit. Dit gebied is begrensd door de rechte lijnen tussen de puntenparen J–K, K–L, L-M en J–M.

De coördinaten van de vermelde punten zijn:

Punt

X

Y

A

209939,344

534353,812

B

212500,000

534353,000

C

240350,000

525030,000

D

240350,000

528560,000

E

231230,000

542220,000

F

221620,000

542220,000

G

218720,859

547021,000

H

223370,000

551400,000

I

221169,800

555150,000

J

240920,000

552330,000

K

245660,000

550800,000

L

243630,000

549490,000

M

240140,000

551340,000

De coördinaten zijn vermeld volgens het stelsel van de Rijksdriehoekmeting (RD).

De provinciegrenzen waarnaar wordt verwezen zijn de grenzen zoals die golden op 4 november 1968.

Op basis van deze grensbeschrijving is de oppervlakte 1881,2 km2.

Artikel 3

  • 1. Voor de toepassing van artikel 62, tweede lid, respectievelijk artikel 66, eerste lid, van de Mijnbouwwet worden tot ‘in het vergunninggebied gewonnen aantal eenheden aardolie en aardgas’ en ‘opbrengsten’ mede gerekend de hoeveelheden aardgas en delfstoffen, die door de houder van de winningsvergunning Groningen ter uitvoering van de door de toenmalige Minister van Economische Zaken goedgekeurde overeenkomst inzake de ondergrondse gasberging Norg van 18 december 1995, op het Slochteren-veld aan de houder van de winningsvergunning ter beschikking zijn gesteld voor verkoop en levering door de houder van de winningsvergunning aan de NV Nederlandse Gasunie onder de overeenkomsten voor koop/verkoop respectievelijk levering van hoogcalorisch aardgas uit de vergunningsgebieden Drenthe en Groningen.

  • 2. Voor de toepassing van artikel 62, tweede lid, respectievelijk artikel 66, eerste lid, van de Mijnbouwwet worden tot ‘in het vergunninggebied gewonnen aantal eenheden aardolie en aardgas’ respectievelijk ‘opbrengsten’ niet gerekend de hoeveelheden van dat aardgas en van die delfstoffen, die ter uitvoering van de in het eerste lid eerstgenoemde overeenkomst aan de houder van de winningsvergunning Groningen ter beschikking zijn gesteld.

Artikel 4

  • 1. De eigenaren van binnen het gebied van de winningsvergunning gelegen grond hebben recht op een jaarlijkse uitkering door de houders van de winningsvergunning naar de maatstaf van € 0,22689 per hectare of op een uitkering ineens van € 5,67225 per hectare, naar verkiezing van de houders van de winningsvergunning.

  • 2. Het recht geldt niet voor eigenaren, als bedoeld in het eerste lid, die reeds een eenmalige uitkering hebben ontvangen op grond van artikel 3 van de winningsvergunning Drenthe.

Artikel 5

  • 1. De houder van de winningsvergunning is verplicht de voorschriften op te volgen, die door de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie kunnen worden gegeven tot zekerheid van mijnbouwwerken voor de winning van andere delfstoffen dan koolwaterstoffen, die eventueel binnen of in de onmiddellijke nabijheid van het winningsgebied worden aangelegd.

  • 2. In het belang van andere voor het winningsgebied nog te verlenen opsporings- of winningsvergunningen kan de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie terreinen aanwijzen, die door de houder van de winningsvergunning niet voor winning mogen worden gebruikt.

Artikel 6

De houders van de winningsvergunning zijn verplicht de winning van elk aardgasvoorkomen binnen het vergunninggebied te verrichten met inachtneming van een door de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie goedgekeurde Overeenkomst van Samenwerking tussen de houders van de winningsvergunning en EBN B.V..

Onder aardgasvoorkomen wordt een voorkomen van koolwaterstoffen verstaan waarin zich naast het daarin voorkomende aardgas geen aardolie bevindt, die in een normaal uitgeoefend winningsbedrijf in aanmerking komt om zelfstandig te worden gewonnen en waarin zich aardgas bevindt dat dusdanig arm is aan condensaat, dat de winning van dat voorkomen in een normaal uitgeoefend winningsbedrijf gericht wordt op de winning van aardgas.

Artikel 7

De houders van de winningsvergunning zijn verplicht van elk plan aangaande het leggen of verleggen van een pijpleiding voor het transport van aan de diepe ondergrond onttrokken delfstoffen, dan wel andere stoffen ten dienste van of verband houdende met de opsporing of winning der delfstoffen mededeling te doen aan gedeputeerde staten van de betrokken provincie en aan de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Het plan bevat een duidelijke situatieschets van het tracé waarlangs de pijpleiding zal worden gelegd of verlegd.

Artikel 8

Het terrein ter plaatse moet, indien en voor zover de betrokken eigenaar zulks verlangt, weder in een toestand overeenkomstig het oorspronkelijk gebruik worden gebracht. De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie kan een termijn vaststellen binnen welke hieraan moet zijn voldaan.

Artikel 9

  • 1. Onze Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie kan een regeringsvertegenwoordiger benoemen.

  • 2. De houder van de winningsvergunning is verplicht de regeringsvertegenwoordiger inzage te verlenen van alle boeken, rapporten, registers en andere bescheiden, het winningsbedrijf van de winningsvergunninghouder betreffende, alsook toegang te verlenen tot alle kantoren en gebouwen bij de winningsvergunninghouder in gebruik, zomede tot de bij de winning in gebruik zijnde terreinen.

  • 3. De regeringsvertegenwoordiger heeft toegang tot die vergaderingen van aandeelhouders en van commissarissen van aandeelhouders en van commissarissen van de winningsvergunninghouder, waar kwesties betreffende het verrichten van mijnbouwkundige onderzoekingen en de ontginning van de in artikel 1 bedoelde delfstoffen in het gebied van de winningsvergunning worden behandeld.

Artikel 4 Toestemming overdracht winningsvergunning Drenthe IIa

Artikel 1

Aan de houder van de winningsvergunning Drenthe IIa, als vermeld in Artikel II, artikel 1, wordt toestemming verleend tot overdracht van de winningsvergunning, zodat Vermilion Oil & Gas Netherlands B.V. houder zal worden van deze winningsvergunning Drenthe IIa.

Artikel 2

De vergunning dient binnen één jaar na bekendmaking van deze beschikking daadwerkelijk te zijn overgedragen.

Artikel 3

De vergunninghouder doet van de overdracht onverwijld schriftelijk mededeling aan de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en EBN B.V., Postbus 19063, 3501 DB Utrecht.

Artikel 5

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beschikking is bekendgemaakt.

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Van deze beschikking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, namens deze: P. Jongerius, Themacoördinator mijnbouw en mijnbouwklimaat directie Energiemarkt.

Tegen dit besluit kan degene, wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen 6 weken na de dag, waarop dit besluit is verzonden, een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, directie Wetgeving en Juridische Zaken (Alp: X/050). Postbus 20401, 2500 EK Den Haag. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.

Naar boven