Actualisering winningsvergunning Drenthe; overdracht winningsvergunningen Drenthe III en Drenthe IV

17 juli 2007

Nr.ET/EM/7075840

De Minister van Economische Zaken

Procedure:

- Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. (hierna te noemen NAM) is houder van de winningsvergunning voor het gebied Drenthe, verleend bij Koninklijk besluit van 4 november 1968, nr. 18, (Stcrt. 234), uitgebreid bij Koninklijk besluit van 20 november 1981, nr. 13, (Stcrt. 239) en laatstelijk gewijzigd bij besluit van 28 oktober 2005, nr. E/EP/5708676 (Stcrt. 222) (hierna te noemen: winningsvergunning Drenthe);

- NAM heeft bij brief van 30 maart 2007 verzocht om aanpassing van haar vergunning, zodat de voorschriften van de vergunning worden aangepast aan de huidige wetgeving;

- bij brief van 17 november 2005 en bij brief van 22 februari 2006 heeft NAM op basis van artikel 19 en 20 van de Mijnbouwwet verzoeken gedaan tot a) splitsing van de winningsvergunning Drenthe in drie vergunningen (hierna aan te duiden als Drenthe II, Drenthe III en Drenthe IV) en aansluitend b) toestemming voor overdracht van een van de drie vergunningen (Drenthe III, gelegen in het zuidwesten van het huidig vergunninggebied) aan NAM en NP Netherlands B.V. (thans Northern Petroleum Nederland B.V. geheten; hierna te noemen NPN) en c) toestemming voor overdracht van een tweede vergunning (Drenthe IV, gelegen in het centrum van het huidig vergunninggebied) aan NPN.

Overwegingen:

- op grond van artikel 18 van de Mijnbouwwet kan de Minister van Economische Zaken de vergunning op verzoek van de vergunninghouder wijzigen. Op grond van artikel 146, tweede lid, kan de Minister van Economische Zaken nader omschreven beperkingen of voorschriften wijzigen of intrekken;

- de winningsvergunning Drenthe kent veel voorschriften die kunnen vervallen omdat zij onderwerpen betreffen die in de Mijnbouwwet, dan wel andere wetgeving geregeld zijn;

- de winningsvergunning Drenthe kent daarnaast nog begrippen die verouderd zijn;

- voor de praktijk is het gewenst duidelijkheid te hebben over welke voorschriften thans nog van praktische betekenis zijn;

- het is daarom gewenst de winningsvergunning Drenthe opnieuw integraal vast te stellen;

- op grond van artikel 143, eerste lid, van de Mijnbouwwet wordt de winningsvergunning Drenthe beschouwd als een winningsvergunning in de zin van artikel 6 van de Mijnbouwwet;

- NAM verzoekt verder om splitsing van het gebied van de winningsvergunning Drenthe in drie gebieden die tezamen hetzelfde gebied vormen als waarvoor de huidige, te splitsen, vergunning geldt. Hiermee is voldaan aan de eis van artikel 135, derde lid van het Mijnbouwbesluit;

- op grond van artikel 135, tweede en vierde lid, van het Mijnbouwbesluit gelden na de splitsing van de winningsvergunning Drenthe voor de nieuwe vergunningen Drenthe II, Drenthe III en Drenthe IV dezelfde beperkingen en voorschriften, alsmede dezelfde tijdsduur, als voor de te splitsen vergunning;

- op basis van de huidige kennis leidt splitsing van het vergunninggebied Drenthe er niet toe dat een voorkomen zich na splitsing in twee (of drie) vergunningsgebieden zal bevinden. Hiermee is voldaan aan de eis van artikel 136 van het Mijnbouwbesluit;

- splitsing van de winningsvergunning Drenthe leidt tot drie vergunningsgebieden waar winning en opsporing doelmatig en voortvarend kan plaatsvinden;

- splitsing van de winningsvergunning Drenthe leidt naar huidig inzicht niet tot een vermindering van de afdrachten bedoeld in hoofdstuk 5 van de Mijnbouwwet. Er bestaat geen aanwijzing dat vermindering van afdrachten het oogmerk is geweest om splitsing van de vergunning te verzoeken;

- NAM verzoekt verder toestemming voor overdracht van de vergunning Drenthe III aan NAM en NPN, waarbij NPN de persoon in de zin van artikel 22, vijfde lid, van de Mijnbouwwet zal worden. Met betrekking tot de vergunning Drenthe IV verzoekt NAM toestemming voor overdracht aan NPN. NPN is vergunninghouder en uitvoerder van de opsporingsvergunning Andel II en de winningsvergunning Papekop. Mede op grond hiervan zijn er geen redenen om toestemming tot overdracht van de vergunningen Drenthe III en Drenthe IV te weigeren;

- de splitsing van de winningsvergunning Drenthe en de daaropvolgende overdrachten van de winningsvergunningen Drenthe III en Drenthe IV beogen het mogelijk te maken dat nieuwe activiteiten worden uitgevoerd. Het belang van doelmatige opsporing en winning is hiermee gediend en er is daarom geen grond voor weigering van splitsing van de winningsvergunning Drenthe en het onthouden van toestemming voor overdracht van de winningsvergunningen Drenthe III en Drenthe IV.

Gelet op:

- artikelen 18, 19, 20, 22, 143 en 146 van de Mijnbouwwet, de artikelen 135, 136, 141, 142 en 143 van het Mijnbouwbesluit en de artikelen 1.3.7 en 1.8.1 van de Mijnbouwregeling.

Besluit:

Artikel I (actualisering winningsvergunning Drenthe)

De artikelen 1 t/m 30 van de winningsvergunning Drenthe worden vervangen door de volgende artikelen:

Artikel 1

Aan Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. wordt een winningsvergunning voor koolwaterstoffen verleend.

Artikel 2

De winningsvergunning geldt voor het gebied met een gezamenlijke oppervlakte van ongeveer 228428 hectaren dat begrensd is als volgt:

Ten noorden:

De provinciegrens tussen Drenthe en Groningen, van het knooppunt van de provinciegrenzen tussen Drenthe, Friesland en Groningen tot het punt waar deze provinciegrens de rijksgrens bereikt;

Ten oosten:

Vervolgens de rijksgrens van het onder ten noorden laatstgenoemde snijpunt in zuidelijke richting tot het punt waar de rijksgrens de noordelijke grens van de winningsvergunning Schoonebeek bereikt;

Ten zuiden:

Vervolgens de noordelijke grens van de winningsvergunning Schoonebeek van het onder ten oosten genoemde snijpunt in westelijke richting tot het punt waar deze grens de provinciegrens tussen Drenthe en Overijssel bereikt;

Ten westen:

a. Vervolgens de provinciegrens tussen Drenthe en Overijssel van het onder ten zuiden genoemde snijpunt in noordwestelijke richting tot het knooppunt van de provinciegrenzen tussen Drenthe, Overijssel en Friesland;

b. Vervolgens in noordoostelijke richting de provinciegrens tussen Drenthe en Friesland van het onder a genoemde knooppunt tot het punt waar de rechte lijn tussen punt A met de coördinaten x = 221.169,80 en y = 555.150,00 en punt B met de coördinaten x = 223.370,00 en y = 551.400,00 deze grens snijdt;

c. Vervolgens in noordwestelijke richting van het onder b genoemde snijpunt de rechte lijn tot het punt A;

d. Vervolgens vanaf punt A de y = 555.150,00 lijn in oostelijke richting tot het punt waar deze lijn de provinciegrens van Friesland en Drenthe snijdt;

e. Vervolgens de onder d genoemde provinciegrens in noordnoordwestelijke richting van het onder d genoemde snijpunt tot het onder ten noorden eerstgenoemde punt.

De coördinaten zijn vermeld volgens het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting (RD).

De provinciegrenzen waarnaar wordt verwezen zijn de grenzen zoals die golden op 4 november 1968.

Artikel 3

1. Voor de toepassing van artikel 62, tweede lid, respectievelijk artikel 66, eerste lid, van de Mijnbouwwet worden tot “in het vergunninggebied gewonnen aantal eenheden aardolie en aardgas” en “opbrengsten” mede gerekend de hoeveelheden aardgas en delfstoffen, die door de houder van de winningsvergunning Groningen ter uitvoering van de door de Minister van Economische Zaken goedgekeurde overeenkomst inzake de ondergrondse gasberging Norg van 18 december 1995, op het Slochteren-veld aan de houder van de winningsvergunning ter beschikking zijn gesteld voor verkoop en levering door de houder van de winningsvergunning aan de NV Nederlandse Gasunie onder de overeenkomsten voor koop/verkoop respectievelijk levering van hoogcalorisch aardgas uit de vergunningsgebieden Drenthe en Groningen.

2. Voor de toepassing van artikel 62, tweede lid, respectievelijk artikel 66, eerste lid, van de Mijnbouwwet worden tot “in het vergunninggebied gewonnen aantal eenheden aardolie en aardgas” respectievelijk “opbrengsten” niet gerekend de hoeveelheden van dat aardgas en van die delfstoffen, die ter uitvoering van de in het eerste lid eerstgenoemde overeenkomst aan de houder van de winningsvergunning Groningen ter beschikking zijn gesteld.

Artikel 4

1. De eigenaren van binnen het gebied van de winningsvergunning gelegen grond hebben recht op een jaarlijkse uitkering door de houders van de winningsvergunning naar de maatstaf van € 0,22689 per hectare of op een uitkering ineens van € 5,67225 per hectare, naar verkiezing van de houders van de winningsvergunning.

2. Het recht geldt niet voor eigenaren, als bedoeld in het eerste lid, die reeds een eenmalige uitkering hebben ontvangen op grond van artikel 3 van de winningsvergunning Drenthe.

Artikel 5

1. De houder van de winningsvergunning is verplicht de voorschriften op te volgen, die door de Minister van Economische Zaken kunnen worden gegeven tot zekerheid van mijnbouwwerken voor de winning van andere delfstoffen dan koolwaterstoffen, die eventueel binnen of in de onmiddellijke nabijheid van het winningsgebied worden aangelegd.

2. In het belang van andere voor het winningsgebied nog te verlenen opsporings- of winningsvergunningen kan de Minister van Economische Zaken terreinen aanwijzen, die door de houder van de winningsvergunning niet voor winning mogen worden gebruikt.

Artikel 6

De houders van de winningsvergunning zijn verplicht de winning van elk aardgasvoorkomen binnen het vergunninggebied te verrichten met inachtneming van een door de Minister van Economische Zaken goedgekeurde Overeenkomst van Samenwerking tussen de houders van de winningsvergunning en Energie Beheer Nederland B.V.

Onder aardgasvoorkomen wordt een voorkomen van koolwaterstoffen verstaan waarin zich naast het daarin voorkomende aardgas geen aardolie bevindt, die in een normaal uitgeoefend winningsbedrijf in aanmerking komt om zelfstandig te worden gewonnen en waarin zich aardgas bevindt dat dusdanig arm is aan condensaat, dat de winning van dat voorkomen in een normaal uitgeoefend winningsbedrijf gericht wordt op de winning van aardgas.

Artikel 7

De houders van de winningsvergunning zijn verplicht van elk plan aangaande het leggen of verleggen van een pijpleiding voor het transport van aan de diepe ondergrond onttrokken delfstoffen, dan wel andere stoffen ten dienste van of verband houdende met de opsporing of winning der delfstoffen mededeling te doen aan gedeputeerde staten van de betrokken provincie en aan de Minister van Economische Zaken.

Het plan bevat een duidelijke situatieschets van het tracé waarlangs de pijpleiding zal worden gelegd of verlegd.

Artikel 8

Het terrein ter plaatse moet, indien en voor zover de betrokken eigenaar zulks verlangt, weder in een toestand overeenkomstig het oorspronkelijk gebruik worden gebracht.

De Minister van Economische Zaken kan een termijn vaststellen binnen welke hieraan moet zijn voldaan.

Artikel 9

1. Onze Minister van Economische Zaken kan een regeringsvertegenwoordiger benoemen.

2. De houder van de winningsvergunning is verplicht de regeringsvertegenwoordiger inzage te verlenen van alle boeken, rapporten, registers en andere bescheiden, het winningsbedrijf van de winningsvergunninghouder betreffende, alsook toegang te verlenen tot alle kantoren en gebouwen bij de winningsvergunninghouder in gebruik, zomede tot de bij de winning in gebruik zijnde terreinen.

3. De regeringsvertegenwoordiger heeft toegang tot die vergaderingen van aandeelhouders en van commissarissen van aandeelhouders en van commissarissen van de winningsvergunninghouder, waar kwesties betreffende het verrichten van mijnbouwkundige onderzoekingen en de ontginning van de in artikel 1 bedoelde delfstoffen in het gebied van de winningsvergunning worden behandeld.

Artikel II (splitsing: winningsvergunning Drenthe II)

Artikel 1

Aan Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. wordt een winningsvergunning voor koolwaterstoffen verleend.

Artikel 2

De winningsvergunning geldt voor een gebied met een gezamenlijke oppervlakte van ongeveer 188827 hectaren, dat begrensd is als volgt:

Ten noorden:

De provinciegrens tussen Drenthe en Groningen, van het knooppunt van de provinciegrenzen tussen Drenthe, Friesland en Groningen tot het punt waar deze provinciegrens de rijksgrens bereikt;

Ten oosten:

Vervolgens de rijksgrens van het onder ten noorden laatstgenoemde snijpunt in zuidelijke richting tot het punt waar de rijksgrens de noordelijke grens van de winningsvergunning Schoonebeek bereikt;

Ten zuiden:

Vervolgens de noordelijke grens van de winningsvergunning Schoonebeek van het onder ten oosten genoemde snijpunt in westelijke richting tot het punt waar deze grens de provinciegrens tussen Drenthe en Overijssel bereikt;

Ten westen:

a. Vervolgens de provinciegrens tussen Drenthe en Overijssel van het onder ten zuiden genoemde snijpunt in noordwestelijke richting tot het knooppunt van de provinciegrenzen tussen Drenthe, Overijssel en Friesland;

b. Vervolgens in noordoostelijke richting de provinciegrens tussen Drenthe en Friesland van het onder a genoemde knooppunt tot het punt waar de rechte lijn tussen punt A met de coördinaten x = 221.169,80 en y = 555.150,00 en punt B met de coördinaten x = 223.370,00 en y = 551.400,00 deze grens snijdt;

c. Vervolgens in noordwestelijke richting van het onder b genoemde snijpunt de rechte lijn tot het punt A;

d. Vervolgens vanaf punt A de y = 555.150,00 lijn in oostelijke richting tot het punt waar deze lijn de provinciegrens van Friesland en Drenthe snijdt;

e. Vervolgens de onder d genoemde provinciegrens in noordnoordwestelijke richting van het onder d genoemde snijpunt tot het onder ten noorden eerstgenoemde punt.

Van het hierboven omschreven gebied maken twee gebieden geen deel uit, te weten:

1) het gebied dat begrensd is als volgt:

Ten noorden:

a. De provinciegrens tussen Drenthe en Friesland, van het knooppunt van de provinciegrenzen tussen Drenthe, Friesland en Overijssel tot het punt A met de coördinaten x = 218.720,859 en y = 547.021,000. Dit punt ligt tevens op de genoemde provinciegrens;

b. Vervolgens de rechte lijn van het onder a genoemde punt A tot het punt B met de coördinaten x = 221.620,000 en y = 542.220,000;

c. Vervolgens de rechte lijn van het onder b genoemde punt B tot het punt C met de coördinaten x = 231.230,000 en y = 542.220,000;

Ten oosten:

a. Vervolgens de rechte lijn van het onder ten noorden sub c genoemde punt C tot het punt D met de coördinaten x = 240.350,000 en y = 528.560,000;

b. Vervolgens de rechte lijn van het onder a genoemde punt D tot het punt E met de coördinaten x = 240.350,000 en y = 525.030,000;

Ten zuiden:

a. Vervolgens de rechte lijn van het onder ten oosten sub b genoemde punt E tot het punt F met de coördinaten x = 212.500,000 en y = 534.353,000;

b. Vervolgens de rechte lijn van het onder a genoemde punt F tot het punt G met de coördinaten x = 209.939,344 en y = 534.353,812. Dit punt ligt tevens op de provinciegrens tussen Drenthe en Overijssel;

Ten westen:

a. Vervolgens de onder ten zuiden sub b genoemde provinciegrens tot het punt H met de coördinaten x = 206.181,425 en y = 538.616,182. Dit punt ligt tevens op de genoemde provinciegrens;

b. Vervolgens de rechte lijn van het onder a genoemde punt H tot het punt I met de coördinaten x = 207.675,830 en y = 538.757,300;

c. Vervolgens de rechte lijn van het onder b genoemde punt I tot het punt J met de coördinaten x = 209.034,100 en y = 539.096,430;

d. Vervolgens de rechte lijn van het onder c genoemde punt J tot het punt K met de coördinaten x = 207.076,710 en y = 540.971,380;

e. Vervolgens de rechte lijn van het onder d genoemde punt K tot het punt L met de coördinaten x = 205.801,510 en y = 541.430,340;

f. Vervolgens de rechte lijn van het onder e genoemde punt L tot het punt M met de coördinaten x = 204.553,382 en y = 540.790,641. Dit punt ligt tevens op de provinciegrens tussen Drenthe en Overijssel;

g. Vervolgens de onder f genoemde provinciegrens, van het punt M tot het onder ten noorden genoemde knooppunt; en

2) het gebied dat begrensd is door de volgende punten en de rechte lijnen daartussen:

A x = 240.920,00 y = 552.330,00

B x = 245.660,00 y = 550.800,00

C x = 243.630,00 y = 549.490,00

D x = 240.140,00 y = 551.340,00

De coördinaten zijn vermeld volgens het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting (RD).

De provinciegrenzen waarnaar wordt verwezen zijn de grenzen zoals die golden op 4 november 1968.

Artikel 3

1. Voor de toepassing van artikel 62, tweede lid, respectievelijk artikel 66, eerste lid, van de Mijnbouwwet worden tot “in het vergunninggebied gewonnen aantal eenheden aardolie en aardgas” en “opbrengsten” mede gerekend de hoeveelheden aardgas en delfstoffen, die door de houder van de winningsvergunning Groningen ter uitvoering van de door de Minister van Economische Zaken goedgekeurde overeenkomst inzake de ondergrondse gasberging Norg van 18 december 1995, op het Slochteren-veld aan de houder van de winningsvergunning ter beschikking zijn gesteld voor verkoop en levering door de houder van de winningsvergunning aan de NV Nederlandse Gasunie onder de overeenkomsten voor koop/verkoop respectievelijk levering van hoogcalorisch aardgas uit de vergunningsgebieden Drenthe en Groningen.

2. Voor de toepassing van artikel 62, tweede lid, respectievelijk artikel 66, eerste lid, van de Mijnbouwwet worden tot “in het vergunninggebied gewonnen aantal eenheden aardolie en aardgas” respectievelijk “opbrengsten” niet gerekend de hoeveelheden van dat aardgas en van die delfstoffen, die ter uitvoering van de in het eerste lid eerstgenoemde overeenkomst aan de houder van de winningsvergunning Groningen ter beschikking zijn gesteld.

Artikel 4

1. De eigenaren van binnen het gebied van de winningsvergunning gelegen grond hebben recht op een jaarlijkse uitkering door de houders van de winningsvergunning naar de maatstaf van € 0,22689 per hectare of op een uitkering ineens van € 5,67225 per hectare, naar verkiezing van de houders van de winningsvergunning.

2. Het recht geldt niet voor eigenaren, als bedoeld in het eerste lid, die reeds een eenmalige uitkering hebben ontvangen op grond van artikel 3 van de winningsvergunning Drenthe.

Artikel 5

1. De houder van de winningsvergunning is verplicht de voorschriften op te volgen, die door de Minister van Economische Zaken kunnen worden gegeven tot zekerheid van mijnbouwwerken voor de winning van andere delfstoffen dan koolwaterstoffen, die eventueel binnen of in de onmiddellijke nabijheid van het winningsgebied worden aangelegd.

2. In het belang van andere voor het winningsgebied nog te verlenen opsporings- of winningsvergunningen kan de Minister van Economische Zaken terreinen aanwijzen, die door de houder van de winningsvergunning niet voor winning mogen worden gebruikt.

Artikel 6

De houders van de winningsvergunning zijn verplicht de winning van elk aardgasvoorkomen binnen het vergunninggebied te verrichten met inachtneming van een door de Minister van Economische Zaken goedgekeurde Overeenkomst van Samenwerking tussen de houders van de winningsvergunning en Energie Beheer Nederland B.V.

Onder aardgasvoorkomen wordt een voorkomen van koolwaterstoffen verstaan waarin zich naast het daarin voorkomende aardgas geen aardolie bevindt, die in een normaal uitgeoefend winningsbedrijf in aanmerking komt om zelfstandig te worden gewonnen en waarin zich aardgas bevindt dat dusdanig arm is aan condensaat, dat de winning van dat voorkomen in een normaal uitgeoefend winningsbedrijf gericht wordt op de winning van aardgas.

Artikel 7

De houders van de winningsvergunning zijn verplicht van elk plan aangaande het leggen of verleggen van een pijpleiding voor het transport van aan de diepe ondergrond onttrokken delfstoffen, dan wel andere stoffen ten dienste van of verband houdende met de opsporing of winning der delfstoffen mededeling te doen aan gedeputeerde staten van de betrokken provincie en aan de Minister van Economische Zaken.

Het plan bevat een duidelijke situatieschets van het tracé waarlangs de pijpleiding zal worden gelegd of verlegd.

Artikel 8

Het terrein ter plaatse moet, indien en voor zover de betrokken eigenaar zulks verlangt, weder in een toestand overeenkomstig het oorspronkelijk gebruik worden gebracht.

De Minister van Economische Zaken kan een termijn vaststellen binnen welke hieraan moet zijn voldaan.

Artikel 9

1. Onze Minister van Economische Zaken kan een regeringsvertegenwoordiger benoemen.

2. De houder van de winningsvergunning is verplicht de regeringsvertegenwoordiger inzage te verlenen van alle boeken, rapporten, registers en andere bescheiden, het winningsbedrijf van de winningsvergunninghouder betreffende, alsook toegang te verlenen tot alle kantoren en gebouwen bij de winningsvergunninghouder in gebruik, zomede tot de bij de winning in gebruik zijnde terreinen.

3. De regeringsvertegenwoordiger heeft toegang tot die vergaderingen van aandeelhouders en van commissarissen van aandeelhouders en van commissarissen van de winningsvergunninghouder, waar kwesties betreffende het verrichten van mijnbouwkundige onderzoekingen en de ontginning van de in artikel 1 bedoelde delfstoffen in het gebied van de winningsvergunning worden behandeld.

Artikel III (splitsing: winningsvergunning Drenthe III)

Artikel 1

Aan Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. wordt een winningsvergunning voor koolwaterstoffen verleend.

Artikel 2

De winningsvergunning geldt voor het gebied met een oppervlakte van ongeveer 38890 hectaren, dat begrensd is als volgt:

Ten noorden:

a. De provinciegrens tussen Drenthe en Friesland, van het knooppunt van de provinciegrenzen tussen Drenthe, Friesland en Overijssel tot het punt A met de coördinaten x = 218.720,859 en y = 547.021,000. Dit punt ligt tevens op de genoemde provinciegrens;

b. Vervolgens de rechte lijn van het onder a genoemde punt A tot het punt B met de coördinaten x = 221.620,000 en y = 542.220,000;

c. Vervolgens de rechte lijn van het onder b genoemde punt B tot het punt C met de coördinaten x = 231.230,000 en y = 542.220,000;

Ten oosten:

a. Vervolgens de rechte lijn van het onder ten noorden sub c genoemde punt C tot het punt D met de coördinaten x = 240.350,000 en y = 528.560,000;

b. Vervolgens de rechte lijn van het onder a genoemde punt D tot het punt E met de coördinaten x = 240.350,000 en y = 525.030,000;

Ten zuiden:

a. Vervolgens de rechte lijn van het onder ten oosten sub b genoemde punt E tot het punt F met de coördinaten x = 212.500,000 en y = 534.353,000;

b. Vervolgens de rechte lijn van het onder a genoemde punt F tot het punt G met de coördinaten x = 209.939,344 en y = 534.353,812. Dit punt ligt tevens op de provinciegrens tussen Drenthe en Overijssel;

Ten westen:

a. Vervolgens de onder ten zuiden sub b genoemde provinciegrens tot het punt H met de coördinaten x = 206.181,425 en y = 538.616,182. Dit punt ligt tevens op de genoemde provinciegrens;

b. Vervolgens de rechte lijn van het onder a genoemde punt H tot het punt I met de coördinaten x = 207.675,830 en y = 538.757,300;

c. Vervolgens de rechte lijn van het onder b genoemde punt I tot het punt J met de coördinaten x = 209.034,100 en y = 539.096,430;

d. Vervolgens de rechte lijn van het onder c genoemde punt J tot het punt K met de coördinaten x = 207.076,710 en y = 540.971,380;

e. Vervolgens de rechte lijn van het onder d genoemde punt K tot het punt L met de coördinaten x = 205.801,510 en y = 541.430,340;

f. Vervolgens de rechte lijn van het onder e genoemde punt L tot het punt M met de coördinaten x = 204.553,382 en y = 540.790,641. Dit punt ligt tevens op de provinciegrens tussen Drenthe en Overijssel;

g. Vervolgens de onder f genoemde provinciegrens, van het punt M tot het onder ten noorden genoemde knooppunt.

De coördinaten zijn vermeld volgens het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting (RD).

De provinciegrenzen waarnaar wordt verwezen zijn de grenzen zoals die golden op 4 november 1968.

Artikel 3

1. De eigenaren van binnen het gebied van de winningsvergunning gelegen grond hebben recht op een jaarlijkse uitkering door de houders van de winningsvergunning naar de maatstaf van € 0,22689 per hectare of op een uitkering ineens van € 5,67225 per hectare, naar verkiezing van de houders van de winningsvergunning.

2. Het recht geldt niet voor eigenaren, als bedoeld in het eerste lid, die reeds een eenmalige uitkering hebben ontvangen op grond van artikel 3 van de winningsvergunning Drenthe.

Artikel 4

1. De houder van de winningsvergunning is verplicht de voorschriften op te volgen, die door de Minister van Economische Zaken kunnen worden gegeven tot zekerheid van mijnbouwwerken voor de winning van andere delfstoffen dan koolwaterstoffen, die eventueel binnen of in de onmiddellijke nabijheid van het winningsgebied worden aangelegd.

2. In het belang van andere voor het winningsgebied nog te verlenen opsporings- of winningsvergunningen kan de Minister van Economische Zaken terreinen aanwijzen, die door de houder van de winningsvergunning niet voor winning mogen worden gebruikt.

Artikel 5

De houders van de winningsvergunning zijn verplicht de winning van elk aardgasvoorkomen binnen het vergunninggebied te verrichten met inachtneming van een door de Minister van Economische Zaken goedgekeurde Overeenkomst van Samenwerking tussen de houders van de winningsvergunning en Energie Beheer Nederland B.V.

Onder aardgasvoorkomen wordt een voorkomen van koolwaterstoffen verstaan waarin zich naast het daarin voorkomende aardgas geen aardolie bevindt, die in een normaal uitgeoefend winningsbedrijf in aanmerking komt om zelfstandig te worden gewonnen en waarin zich aardgas bevindt dat dusdanig arm is aan condensaat, dat de winning van dat voorkomen in een normaal uitgeoefend winningsbedrijf gericht wordt op de winning van aardgas.

Artikel 6

De houders van de winningsvergunning zijn verplicht van elk plan aangaande het leggen of verleggen van een pijpleiding voor het transport van aan de diepe ondergrond onttrokken delfstoffen, dan wel andere stoffen ten dienste van of verband houdende met de opsporing of winning der delfstoffen mededeling te doen aan gedeputeerde staten van de betrokken provincie en aan de Minister van Economische Zaken.

Het plan bevat een duidelijke situatieschets van het tracé waarlangs de pijpleiding zal worden gelegd of verlegd.

Artikel 7

Het terrein ter plaatse moet, indien en voor zover de betrokken eigenaar zulks verlangt, weder in een toestand overeenkomstig het oorspronkelijk gebruik worden gebracht.

De Minister van Economische Zaken kan een termijn vaststellen binnen welke hieraan moet zijn voldaan.

Artikel 8

1. Onze Minister van Economische Zaken kan een regeringsvertegenwoordiger benoemen.

2. De houder van de winningsvergunning is verplicht de regeringsvertegenwoordiger inzage te verlenen van alle boeken, rapporten, registers en andere bescheiden, het winningsbedrijf van de winningsvergunninghouder betreffende, alsook toegang te verlenen tot alle kantoren en gebouwen bij de winningsvergunninghouder in gebruik, zomede tot de bij de winning in gebruik zijnde terreinen.

3. De regeringsvertegenwoordiger heeft toegang tot die vergaderingen van aandeelhouders en van commissarissen van aandeelhouders en van commissarissen van de winningsvergunninghouder, waar kwesties betreffende het verrichten van mijnbouwkundige onderzoekingen en de ontginning van de in artikel 1 bedoelde delfstoffen in het gebied van de winningsvergunning worden behandeld.

Artikel IV (splitsing: winningsvergunning Drenthe IV)

Artikel 1

Aan Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. wordt een winningsvergunning voor koolwaterstoffen verleend.

Artikel 2

De winningsvergunning geldt voor het gebied met een oppervlakte van ongeveer 711 hectaren dat begrensd is door de volgende punten en de rechte lijnen daartussen:

A x = 240.920,00 y = 552.330,00

B x = 245.660,00 y = 550.800,00

C x = 243.630,00 y = 549.490,00

D x = 240.140,00 y = 551.340,00

De coördinaten zijn vermeld volgens het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting (RD).

Artikel 3

1. De eigenaren van binnen het gebied van de winningsvergunning gelegen grond hebben recht op een jaarlijkse uitkering door de houders van de winningsvergunning naar de maatstaf van € 0,22689 per hectare of op een uitkering ineens van € 5,67225 per hectare, naar verkiezing van de houders van de winningsvergunning.

2. Het recht geldt niet voor eigenaren, als bedoeld in het eerste lid, die reeds een eenmalige uitkering hebben ontvangen op grond van artikel 3 van de winningsvergunning Drenthe.

Artikel 4

1. De houder van de winningsvergunning is verplicht de voorschriften op te volgen, die door de Minister van Economische Zaken kunnen worden gegeven tot zekerheid van mijnbouwwerken voor de winning van andere delfstoffen dan koolwaterstoffen, die eventueel binnen of in de onmiddellijke nabijheid van het winningsgebied worden aangelegd.

2. In het belang van andere voor het winningsgebied nog te verlenen opsporings- of winningsvergunningen kan de Minister van Economische Zaken terreinen aanwijzen, die door de houder van de winningsvergunning niet voor winning mogen worden gebruikt.

Artikel 5

De houders van de winningsvergunning zijn verplicht de winning van elk aardgasvoorkomen binnen het vergunninggebied te verrichten met inachtneming van een door de Minister van Economische Zaken goedgekeurde Overeenkomst van Samenwerking tussen de houders van de winningsvergunning en Energie Beheer Nederland B.V.

Onder aardgasvoorkomen wordt een voorkomen van koolwaterstoffen verstaan waarin zich naast het daarin voorkomende aardgas geen aardolie bevindt, die in een normaal uitgeoefend winningsbedrijf in aanmerking komt om zelfstandig te worden gewonnen en waarin zich aardgas bevindt dat dusdanig arm is aan condensaat, dat de winning van dat voorkomen in een normaal uitgeoefend winningsbedrijf gericht wordt op de winning van aardgas.

Artikel 6

De houders van de winningsvergunning zijn verplicht van elk plan aangaande het leggen of verleggen van een pijpleiding voor het transport van aan de diepe ondergrond onttrokken delfstoffen, dan wel andere stoffen ten dienste van of verband houdende met de opsporing of winning der delfstoffen mededeling te doen aan gedeputeerde staten van de betrokken provincie en aan de Minister van Economische Zaken.

Het plan bevat een duidelijke situatieschets van het tracé waarlangs de pijpleiding zal worden gelegd of verlegd.

Artikel 7

Het terrein ter plaatse moet, indien en voor zover de betrokken eigenaar zulks verlangt, weder in een toestand overeenkomstig het oorspronkelijk gebruik worden gebracht.

De Minister van Economische Zaken kan een termijn vaststellen binnen welke hieraan moet zijn voldaan.

Artikel 8

1. Onze Minister van Economische Zaken kan een regeringsvertegenwoordiger benoemen.

2. De houder van de winningsvergunning is verplicht de regeringsvertegenwoordiger inzage te verlenen van alle boeken, rapporten, registers en andere bescheiden, het winningsbedrijf van de winningsvergunninghouder betreffende, alsook toegang te verlenen tot alle kantoren en gebouwen bij de winningsvergunninghouder in gebruik, zomede tot de bij de winning in gebruik zijnde terreinen.

3. De regeringsvertegenwoordiger heeft toegang tot die vergaderingen van aandeelhouders en van commissarissen van aandeelhouders en van commissarissen van de winningsvergunninghouder, waar kwesties betreffende het verrichten van mijnbouwkundige onderzoekingen en de ontginning van de in artikel 1 bedoelde delfstoffen in het gebied van de winningsvergunning worden behandeld.

Artikel V (overdracht winningsvergunning Drenthe III)

Artikel 1

Aan de houder van de winningsvergunning Drenthe III, als vermeld in Artikel III, artikel 1, wordt toestemming verleend deze over te dragen aan de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. en Northern Petroleum Nederland B.V.

Artikel 2

Northern Petroleum Nederland B.V. is de persoon als bedoeld in artikel 22, lid 5, van de Mijnbouwwet.

Artikel 3

De toestemming geldt, indien de overdracht binnen zes maanden na verzending van dit besluit plaats vindt.

Artikel 4

De houder van de winningsvergunning deelt de Minister van Economische Zaken de datum van overdracht van de vergunning mede binnen 2 weken nadat de overdracht heeft plaatsgevonden.

Artikel VI (overdracht winningsvergunning Drenthe IV)

Artikel 1

Aan de houder van de winningsvergunning Drenthe IV, als vermeld in Artikel IV, artikel 1, wordt toestemming verleend deze over te dragen aan Northern Petroleum Nederland B.V.

Artikel 2

De toestemming geldt, indien de overdracht binnen zes maanden na verzending van dit besluit plaats vindt.

Artikel 3

De houder van de winningsvergunning deelt de Minister van Economische Zaken de datum van overdracht van de vergunning mede binnen 2 weken nadat de overdracht heeft plaatsgevonden.

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Van deze beschikking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

De Minister van Economische Zaken,namens deze:
J.C. De Groot,
directeur Energiemarkt.

Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken binnen 6 weken na de dag van toezending van dit besluit een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, Directie Wetgeving en Juridische Zaken (ALP: L/1410), Postbus 20101, 2500 EC, ’s-Gravenhage. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.

Naar boven