Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rijkswaterstaat | Staatscourant 2012, 4874 | Onteigeningen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rijkswaterstaat | Staatscourant 2012, 4874 | Onteigeningen |
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Ingevolge de artikelen 77 en 78 van de onteigeningswet kan onteigening uit kracht van een koninklijk besluit plaatsvinden onder meer ten behoeve van de uitvoering van een bestemmingsplan.
Het verzoek tot aanwijzing ter onteigening
De raad van de gemeente Peel en Maas verzoekt Ons bij besluit van 21 december 2010, nummer 2010-148, om ten name van die gemeente over te gaan tot aanwijzing van een gedeelte van een onroerende zaak ter onteigening.
Op 18 januari 2011 heeft de raad van Peel en Maas zijn verzoek aan Ons ter besluitvorming voorgedragen.
Planologische grondslag
De onroerende zaak waarop het verzoek van de raad van Peel en Maas betrekking heeft, is begrepen in het bestemmingsplan ‘Partiële herziening Algemeen Bestemmingsplan – gedeelte Industrieterrein Beringe 1996’ van de gemeente Peel en Maas (verder te noemen: het bestemmingsplan).
Het bestemmingsplan is op 29 januari 1996 vastgesteld door de raad van de voormalige gemeente Helden en is op 3 september 1996 goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Limburg. Het bestemmingsplan is onherroepelijk van kracht.
Het in het verzoek om onteigening begrepen onroerende zaaksgedeelte is in het bestemmingsplan aangewezen voor de bestemming ‘Industrieterrein’. Op gronden met deze bestemming is de bouw voorzien in de bouw van gebouwen en andere bouwwerken ten behoeve van industrie en handel, c.q. handelsbedrijven, niet zijnde detailhandelsbedrijven.
Toepassing uniforme openbare voorbereidingsprocedure
Overeenkomstig artikel 78, tweede lid, van de onteigeningswet en artikel 3:11, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), hebben het ontwerp koninklijk besluit en de in artikel 79 van de onteigeningswet bedoelde stukken en gegevens, vanaf donderdag 18 augustus 2011 tot en met woensdag 28 september 2011 in de gemeente Peel en Maas en bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu, locatie Rijnstraat 8 te Den Haag, ter inzage gelegen.
Overeenkomstig artikel 3:12 van de Awb, heeft de burgemeester van Peel en Maas van het ontwerp koninklijk besluit en de terinzagelegging daarvan, op 17 augustus 2011 openbaar kennis gegeven in het plaatselijk verschijnende ‘Peel en Maas Nieuws’. Onze minister van Infrastructuur en Milieu (Onze Minister) heeft daarvan openbaar kennis gegeven in de Staatscourant van 17 augustus 2011, no. 14853.
Verder heeft Onze Minister overeenkomstig artikel 3:13 van de Awb, het ontwerp koninklijk besluit met brief van 11 augustus 2011, kenmerk BJZ 2011051989) toegezonden aan belanghebbenden, waaronder verzoeker. Daarbij zijn de belanghebbenden gewezen op de mogelijkheid tot het naar keuze schriftelijk of mondeling naar voren brengen van zienswijzen tegen het ontwerpbesluit.
Overwegingen
Noodzaak en urgentie
Het bestemmingsplan voorziet in de eindontwikkeling van een thans nagenoeg gerealiseerd bedrijventerrein. Met de verwerving van de in het onteigeningsverzoek begrepen grond zal het bestemmingsplan volledig worden gerealiseerd. Het belang van de voorgenomen onteigening is gelegen in de optimale ontsluiting en benutting van het areaal aan industriebestemmingen. In concreto gaat het om de voltooiing van een ontsluitingsweg alsmede de afronding van een daaraan grenzende bedrijfskavel. Een deel van de als bos ingerichte achtertuin behorend bij de woning Meijelseweg 49 te Beringe staat daaraan nog in de weg.
In de door de gemeente Peel en Maas voorgestane wijze van planuitvoering wordt inzicht verschaft door het bestemmingsplan met de daarbij behorende voorschriften, toelichting en plankaart.
Met de eigenaar van het in het onteigeningsverzoek begrepen onroerende zaaksgedeelte heeft de gemeente Peel en Maas overleg gevoerd om de eigendom minnelijk te kunnen verwerven.
Met de eigenaar was ten tijde van het verzoekbesluit nog geen overeenstemming bereikt. Omdat het ten tijde van het verzoek niet aannemelijk was dat het minnelijk overleg op afzienbare termijn alsnog zou leiden tot vrijwillige eigendomsoverdracht, heeft de raad van Peel en Maas tot zijn verzoek besloten om de tijdige verwezenlijking van het bestemmingsplan zeker te stellen.
Met de realisering van het desbetreffende onderdeel van het bestemmingsplan wenst de gemeente Peel en Maas zo spoedig mogelijk na de verwerving van de in het onteigeningsverzoek begrepen grond een aanvang te nemen. Daarmee wordt voldaan aan het voor de beoordeling van de urgentie van de verzochte onteigening door Ons gehanteerde tijdvak van vijf jaar na de datum van dit besluit.
Zienswijzen
Gedurende de termijn van terinzagelegging van het ontwerp koninklijk besluit heeft de heer G.A.L. Peeters (hierna: reclamant) op 27 september 2011 mondeling zijn zienswijze daartegen naar voren gebracht. Reclamant is op deze datum tevens overeenkomstig artikel 78, vierde lid, van de onteigeningswet gehoord.
Overwegingen naar aanleiding van de zienswijzen
Reclamant is eigenaar van de onroerende zaak kadastraal bekend gemeente Helden, Sectie A, nummer 7289 (grondplannummer 1). Op deze onroerende zaak staat een woonhuis. Het resterende gedeelte is voorzien van beplanting (onder meer bomen en struiken) en hiervan is ongeveer een derde deel nodig voor de aanleg van een ontbrekend gedeelte in de op het industrieterrein gelegen weg genaamd Schuurkenspad alsmede voor de afronding van de achterliggende bedrijfskavel.
Reclamant voert in de eerste plaats aan dat de weg Schuurkenspad niet over zijn grond hoeft te worden aangelegd. De gemeente had deze weg naast zijn perceel moeten projecteren. In de tweede plaats stelt reclamant dat het bod dat de gemeente voor de aankoop van het benodigde perceelsgedeelte heeft gedaan te laag is. Hij wenst dat de gemeente hem met rust laat.
Deze zienswijzen van reclamant geven Ons aanleiding tot de volgende overwegingen.
Het in de eerste plaats gestelde over de situering van het Schuurkenspad staat in de onderhavige procedure niet ter beoordeling, aangezien dit planologisch van aard is. Reclamant had zijn zienswijze over de situering van de weg en een gedeelte van het industrieterrein op zijn grond destijds naar voren kunnen en moeten brengen in het kader van de procedure gericht op de totstandkoming van het bestemmingsplan op grond van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.
Het in de tweede plaats door reclamant gestelde ziet op de schadeloosstelling. Uit de overgelegde stukken en het ingestelde onderzoek is Ons gebleken dat de verzoeker reclamant verschillende aanbiedingen heeft gedaan gericht op de aankoop van het benodigde gedeelte van zijn onroerende zaak. Reclamant heeft deze echter als veel te laag afgewezen. Wij merken op, dat zulks niet kan leiden tot de afwijzing van het verzoek om onteigening. De onteigeningswet waarborgt belanghebbenden op grond van artikel 40 een volledige schadeloosstelling. De hoogte daarvan staat echter in het kader van de onderhavige administratieve onteigeningsprocedure niet ter beoordeling, aangezien de bevoegdheid tot de vaststelling daarvan is voorbehouden aan de onteigeningsrechter in het kader van de gerechtelijke onteigeningsprocedure.
Indien reclamant met zijn verzoek om met rust te worden gelaten nog de bevoegdheid van de gemeente Peel en Maas tot het in gang zetten van de onteigeningsprocedure in twijfel trekt, overwegen Wij dat het bestemmingsplan, zoals uit het voorgaande blijkt, reeds in 1996 overeenkomstig de daarvoor geldende procedure door de voormalige raad van de gemeente Helden is vastgesteld. Voor zover het bestemmingsplan nog moet worden uitgevoerd, staat het de gemeente vrij om hiertoe over te gaan. Hoe zeer de wens van reclamant wellicht valt te begrijpen vanuit zijn optiek, kan dit evenwel geen aanleiding geven om aan de noodzaak tot onteigening te twijfelen.
Alles overziende geven de zienswijzen van reclamant Ons geen aanleiding om het verzoek om onteigening af te wijzen.
Overige overwegingen
Uit de bij het verzoek overgelegde stukken blijkt, dat het in het onteigeningsplan begrepen onroerende zaaksgedeelte bij de uitvoering van het bestemmingsplan bezwaarlijk kan worden gemist.
Ons is overigens niet gebleken van feiten en omstandigheden die aan de toewijzing van het verzoek in de weg kunnen staan. Het moet in het belang van een goede ruimtelijke ontwikkeling worden geacht, dat de gemeente Peel en Maas de vrije eigendom van de door Ons ter onteigening aan te wijzen onroerende zaaksgedeelte verkrijgt.
Wij kunnen derhalve, met inachtneming van het hierboven gestelde, het verzoek van de raad van Peel en Maas tot het nemen van een besluit krachtens artikel 78, eerste lid, van de onteigeningswet, toewijzen.
Beslissing
Gelet op de onteigeningswet,
Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu van 30 november 2011, nr. RWSCD BJV 2011/1450, Rijkswaterstaat Corporate Dienst, Eenheid Bestuurlijk Juridische Zaken en Vastgoed;
Gelezen het besluit van de raad van Peel en Maas van 21 december 2010, nummer 2010-148;
Gelezen de brief van de raad van Peel en Maas van 10 januari 2011, verzonden 18 januari 2011, kenmerk 1894/2010/12968;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, advies van 9 februari 2012, no. W14.11.0517/IV, en gezien het nader rapport van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu van 20 februari 2012, nr. RWSCD BJV 2012/398, Rijkswaterstaat Corporate Dienst, Eenheid Bestuurlijk Juridische Zaken en Vastgoed.
Hebben Wij goedgevonden en verstaan:
Ten behoeve van de uitvoering van het bestemmingsplan ‘Partiële herziening Algemeen Bestemmingsplan – gedeelte Industrieterrein Beringe 1996’ van de gemeente Peel en Maas, ten name van die gemeente ter onteigening aan te wijzen de onroerende zaak, zoals aangeduid op de grondtekening (d.d. 6/1/2009, laatst gewijzigd 27/4/2011, tekeningnummer 0928) die ingevolge artikel 78 van de onteigeningswet in de gemeente Peel en Maas en bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu ter inzage heeft gelegen en die is vermeld op de bij dit besluit behorende lijst.
Onze Minister van Infrastructuur en Milieu is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in de Staatscourant zal worden geplaatst en waarvan afschrift aan de Afdeling advisering van de Raad van State zal worden gezonden.
’s-Gravenhage, 25 februari 2012
Beatrix
De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus.
Verzoekende instantie: Gemeente Peel&Maas
Naam onteigeningsplan: Onteigening perceel Helden A 7289 gedeeltelijk
|
Van de onroerende zaak, kadastraal bekend, gemeente Helden |
|||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
Grondplan nr. |
Te onteigenen grootte |
Als |
Ter grootte van |
Sectie en nr. |
Ten name van |
||||
|
ha |
a |
ca |
ha |
a |
ca |
||||
|
1 |
00 |
14 |
62 |
Wonen-erf-tuin |
00 |
51 |
76 |
A 7289 |
De heer Gerardus Antonius Leonardus Peeters Meijelseweg 49 5986 NH BERINGE |
Behoort bij koninklijk besluit van 25 februari 2012, nr. 12.000404
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2012-4874.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.