De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Handelende in overeenstemming met de Minister van Veiligheid en Justitie en de Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op artikel 3, aanhef en onder b, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten;
Besluit:
Artikel 1
De bijzondere opsporingsdienst, bedoeld in artikel 2, aanhef en onder d, van de Wet
op de bijzondere opsporingsdiensten, heeft mede tot taak;
-
a. het opsporen van strafbare feiten die verband houden met de verstrekking van persoonsgebonden
budgetten als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Regeling subsidies AWBZ, en
-
b. het opsporen van strafbare feiten die verband houden met de verstrekking van aanspraken
op zorg krachtens artikel 6, tweede lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten,
voor zover gepleegd in samenhang met de strafbare feiten, bedoeld onder a, en voor
zover eerstbedoelde strafbare feiten niet zijn te beschouwen als hoofdbestanddeel
van het complex van geconstateerde strafbare feiten.
Artikel 2
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.
Artikel 3
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling toedeling opsporingstaken persoonsgebonden
budgetten.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
M.J. van Rijn.
TOELICHTING
Deze regeling wijst de directie Opsporing van de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid
(verder: Inspectie SZW) aan als bijzondere opsporingsdienst die belast wordt met de
strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde, voor zover het onderdelen van de AWBZ
betreft, op het terrein van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Als gevolg van diverse fraudezaken met persoonsgebonden budgetten die op grond van
de AWBZ worden verleend (hierna: pgb’s), zoals de ‘Marque’ fraudezaak, is in het Begrotingsakkoord
voor de jaren 2013 en 2014 € 15 miljoen vrijgemaakt voor de intensivering van de aanpak
van fraude met pgb’s. Een van de maatregelen die de aanpak van pgb-fraude op korte
termijn moet tegengaan is het aanwijzen van een (aparte eenheid binnen) de Inspectie
SZW die zich bezig gaat houden met de opsporing van pgb-gerelateerde fraude. Dit is
toegelicht in een brief aan de Tweede Kamer d.d. 2 december 2012 (Kamerstukken II,
2012/13, 25 657, nr. 96).
Uit de praktijk blijkt dat in veel gevallen van uitkeringsfraude ook sprake is van
pgb-fraude. De Inspectie SZW voert onderzoeken uit naar uitkeringsfraude op het beleidsterrein
van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Bij deze onderzoeken komt
derhalve samenloop voor met mogelijke zorgfraude. Gelet op de aard van de fraude en
de specifieke deskundigheid van de Inspectie SZW op dit terrein is na overleg met
de Minister van Veiligheid en Justitie en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
besloten de opsporingsbevoegdheid voor pgb-fraude mede neer te leggen bij de Inspectie
SZW. De directie Opsporing van de Inspectie SZW is een bijzondere opsporingsdienst,
bedoeld in artikel 2, aanhef en onder d, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten
(artikel 13, tweede lid, van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2009).
Met de Inspectie SZW is afgesproken dat zij voor de jaren 2013 en 2014 € 2,5 miljoen
krijgen voor de intensivering van opsporingsonderzoeken naar ‘pgb-fraude’.
Artikel 1 van deze regeling geeft aan dat de Inspectie SZW strafbare feiten opspoort
die verband houden met de verstrekking van persoonsgebonden budgetten als bedoeld
in artikel 1.1.1 van de Regeling subsidies AWBZ. Indien in het kader van een opsporingsonderzoek
naar pgb-fraude ook sprake is van fraude met zorg in natura (artikel 6 AWBZ), is de
Inspectie SZW ook bevoegd om die fraude op te sporen voor zover deze feiten gepleegd
zijn in samenhang met de fraude met de pgb’s en de eerstbedoelde strafbare feiten
niet zijn te beschouwen als het hoofdbestanddeel van het complex van geconstateerde
strafbare feiten (artikel 1, onderdeel b). Deze regeling schept dus geen bevoegdheid
voor de Inspectie SZW om strafbare feiten op te sporen die enkel verband houden met
de verstrekking van zorg in natura.
Naast de opsporing van bovengenoemde fraude is de Inspectie SZW reeds op grond van
de artikelen 17, eerste lid, onderdeel 1°, van de Wet op de economische delicten (Wed)
juncto artikel 141, onderdeel d, van het Wetboek van strafvordering juncto artikel
2, onderdeel d, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten reeds belast met de
opsporing van economische delicten. Op
het beleidsterrein van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is de
Inspectie SZW daarmee opsporingsbevoegd voor wat betreft overtredingen van een aantal
voorschriften gesteld bij of krachtens de Wet marktordening gezondheidszorg (artikel
1, onder 2°, van de Wed).
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
M.J. van Rijn.