Opsporingsvergunning aardwarmte Mijdrecht

31 januari 2012

Nr. ETM/EM/12003016

De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

Procesverloop:

  • SC Johnson Europlant B.V. (hierna genoemd Johnson) heeft per brief van 5 juli 2010, ontvangen op 7 juli 2010, een (deels) concurrerende aanvraag ingediend voor een opsporingsvergunning voor aardwarmte, ingevolge artikel 6 van de Mijnbouwwet. Het aangevraagde open gebied, genaamd Mijdrecht, ligt in de gemeenten De Ronde Venen, Ouder-Amstel, Amstelveen, Uithoorn, Nieuwkoop en Woerden. De oppervlakte van het aangevraagde open gebied bedraagt 73,59 km2 De aangevraagde geldigheidsduur van de vergunning is vier jaar;

  • Johnson heeft zijn aanvraag aangevuld per brieven van 6 september 2011 en 3 november 2011;

  • In de Staatscourant van 18 augustus 2010 (Stcrt. 2010, nr. 12818) is een uitnodiging geplaatst voor het indienen van concurrerende aanvragen;

  • Binnen de termijn van dertien weken na publicatie van de aanvraag in de Staatscourant is geen concurrerende aanvraag ingediend;

  • Onderhavige aanvraag is in concurrentie met de aanvraag voor een opsporingsvergunning voor aardwarmte voor het gebied genaamd Aalsmeer en deels in concurrentie met de aanvraag voor een opsporingsvergunning voor aardwarmte voor het gebied Amstelveen;

  • Staatstoezicht op de Mijnen (hierna genoemd Sodm) heeft op verzoek van de Minister Economische Zaken, Landbouw en Innovatie op 26 november 2010 advies uitgebracht (kenmerk: 10177498);

  • TNO adviesgroep EZ (hierna genoemd TNO) heeft op verzoek van de Minister Economische Zaken, Landbouw en Innovatie op 19 november 2010 advies uitgebracht (kenmerk: AGE 10-10.065). Op 8 november 2011 heeft TNO een aanvulling op het hiervoor genoemde advies uitgebracht;

  • De Colleges van Gedeputeerde Staten (hierna genoemd GS) van de provincies Zuid-Holland, Noord-Holland en Utrecht zijn, op grond van artikel 16 van de Mijnbouwwet, om advies gevraagd. GS van de provincie Noord-Holland heeft per brief van 30 juni 2011, ontvangen op 1 juli 2011, advies uitgebracht (kenmerk: 2011-34823). GS van de provincie Utrecht heeft per brief van 20 juli 2011, ontvangen op 26 juli 2011, advies uitgebracht (kenmerk: 8095D49F). Van GS van de provincie Zuid-Holland is geen advies ontvangen;

  • De Mijnraad is, op grond van artikel 105, derde lid van de Mijnbouwwet, om advies gevraagd en heeft per brief, van 14 maart 2011, advies uitgebracht (kenmerk: MIJR/11012041).

  • Naar aanleiding van het advies van de Mijnraad heeft op 19 augustus 2011 een nader overleg tussen aanvrager en vertegenwoordigers van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie plaatsgevonden, resulterend in een aangepast vergunningengebied, voortvloeiend uit de aanvullingen op de vergunningaanvraag, zoals hierboven reeds genoemd, van 6 september 2011 en 3 november 2011.

Gelet op de artikelen 6, 7, 9, 11, eerste tot en met derde lid en vierde lid, eerste volzin, 12, 13, tweede lid, 16, 17,eerste lid en 105, derde lid, van de Mijnbouwwet, alsmede artikel 1. 3.1 van de Mijnbouwregeling;

Besluit:

Artikel 1

Aan SC Johnson Europlant B.V. (hierna genoemd de vergunninghouder) wordt een opsporingsvergunning voor aardwarmte verleend voor het gebied Mijdrecht.

Artikel 2

De vergunning geldt voor een gebied dat ligt in de gemeenten De Ronde Venen, Amstelveen, Uithoorn en Nieuwkoop en wordt begrensd door de volgende punten en de rechte lijnen daartussen:

Punt

X

Y

1

117172.390

471917.613

2

118600.000

472800.000

3

119265.081

473465.081

4

124236.000

469068.000

5

120428.054

464962.353

6

114388.302

470196.805

Bovenstaande coördinaten zijn weergegeven volgens het stelsel van de Rijksdriehoekmeting (RD) zoals vermeld in Artikel 1.2.2, onder a, van de Mijnbouwregeling (Stcrt. 19-12-2002, nr. 245).

Op basis van deze grensbeschrijving is de oppervlakte 40,675 km2.

Artikel 3

De vergunninghouder geeft uitvoering aan het werkprogramma dat onderdeel uitmaakt van de op 7 juli 2010 ontvangen en op 6 september 2011 en 3 november 2011 aangevulde aanvraag.

Artikel 4

De vergunninghouder wijst tijdig voor de aanvang van de opsporingsactiviteiten een persoon aan met boortechnische en operationele ervaring, die leiding geeft aan boor- en aanverwante activiteiten en doet hiervan schriftelijk mededeling aan Staatstoezicht op de mijnen. Bovendien moet die persoon de bevoegdheid hebben om uitvoering te geven aan instructies van inspecteurs van Staatstoezicht op de mijnen. De vergunninghouder stelt Staatstoezicht op de mijnen van eventuele wijzigingen schriftelijk vooraf tijdig op de hoogte.

Artikel 5

De vergunninghouder neemt bij de uitvoering van het werkprogramma de volgende voorwaarden in acht:

  • Binnen twee jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning deelt de vergunninghouder schriftelijk mee aan de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, onder vermelding van tijdstip, geologische structuur en diepte, de plaats waar de boringen zullen worden verricht;

  • De vergunninghouder legt daarbij tevens over een risicoanalyse over het injecteren in een breukzone en fraccen van de ondergrond;

  • Uiterlijk in het derde jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning wordt een boring geplaatst.

Artikel 6

De vergunning geldt vanaf het tijdstip waarop zij in werking is getreden tot vier jaar na het tijdstip waarop zij onherroepelijk is geworden.

Artikel 7

De vergunning treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beschikking is bekendgemaakt.

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Van deze beschikking wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, namens deze: P. Jongerius, Themacoördinator mijnbouw en mijnbouwklimaat directie Energiemarkt.

Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken binnen 6 weken na verzending van dit besluit een gemotiveerd bezwaarschrift Indienen bij de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Directie Wetgeving en Juridische Zaken (ALP: X/050), Postbus 20101, 2500 EC Den Haag.

Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.

Naar boven