Beleidsregel vereenvoudigde vergunningverlening voor een bijzonder transport over de binnenwateren in beheer bij het rijk

De directeur-generaal Rijkswaterstaat,

Gelet op artikel 1.21, tweede lid, van het Binnenvaartpolitiereglement en artikel 1.21, eerste lid, van het Rijnvaartpolitiereglement;

Besluit:

Artikel 1

Aan een bijzonder transport op een vaarweg in beheer bij het rijk, behoudens op een rijksvaarweg gelegen binnen het beheergebied van het openbaar lichaam Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied, wordt een vergunning als bedoeld in artikel 1.21, tweede lid, van het Binnenvaartpolitiereglement, onderscheidenlijk artikel 1.21, eerste lid, van het Rijnvaartpolitiereglement, door elektronische toezending daarvan verleend, wanneer:

a. het bijzonder transport voldoet aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de van deze beleidsregel deel uitmakende bijlage 1; en

b. het bijzonder transport minimaal vierentwintig uur voordat het aanvangt is aangemeld bij het loket bijzondere transporten van Rijkswaterstaat, door middel van digitale verzending van het volledig ingevulde formulier dat als bijlage 2 deel uitmaakt van deze beleidsregel, naar het adres: bijzondertransport@rws.nl, en dat formulier daar tijdig is ontvangen.

Artikel 2

Aan een bijzonder transport op een vaarweg als bedoeld in artikel 1, wordt een vergunning als bedoeld in artikel 1.21, tweede lid, van het Binnenvaartpolitiereglement, onderscheidenlijk artikel 1.21, eerste lid, van het Rijnvaartpolitiereglement, geacht ambtshalve te zijn verleend, wanneer:

a. het bijzonder transport voldoet aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de van deze beleidsregel deel uitmakende bijlage 1;

b. het bijzonder transport maximaal één uur duurt; en

c. het bijzonder transport minimaal vier uur voordat het aanvangt is aangemeld bij de VTS-post van Rijkswaterstaat die zich het dichtst bij de plaats bevindt waar het bijzonder transport aanvangt, door middel van digitale verzending als pdf-file of verzending per fax van de volledig ingevulde Kennisgeving bijzonder transport van zeer korte duur, die als bijlage 3 deel uitmaakt van deze beleidsregel, en die kennisgeving tijdig op die VTS-post is ontvangen.

Artikel 3

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 oktober 2008.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De directeur-generaal Rijkswaterstaat,
namens deze,
de directeur Scheepvaartverkeerscentrum,
C. Venema.

Toelichting

Gebleken is dat de meeste bijzondere transporten in de vorm van drijvende voorwerpen en drijvende inrichtingen, om zich veilig op de vaarweg te kunnen begeven, kunnen volstaan met een aantal gestandaardiseerde voorzieningen.

Dit heeft ertoe geleid het mogelijk te maken, de voor dergelijke bijzondere transporten op grond van artikel 1.21 van het Binnenvaart- en het Rijnvaartpolitiereglement benodigde vergunning op een vereenvoudigde manier te verlenen. Aan een bijzonder transport dat voldoet aan de voorwaarden bij de onderhavige beleidsregel en dat minimaal vierentwintig uur voordat het transport aanvangt is gemeld bij het loket bijzondere transporten van Rijkswaterstaat door middel van het bij deze beleidsregel gevoegde formulier op het daarin vermelde adres, wordt een vergunning in principe verleend en wordt deze elektronisch toegezonden.

Aan een bijzonder transport dat maximaal één uur duurt, dat voldoet aan de voorwaarden bij de onderhavige beleidsregel en dat minimaal vier uur voordat het transport aanvangt is gemeld bij de VTS-post van Rijkswaterstaat die zich het dichtst bij de plaats bevindt waar het bijzonder transport aanvangt, door middel van de bij deze beleidsregel gevoegde Kennisgeving bijzonder transport van zeer korte duur, wordt een vergunning geacht ambtshalve te zijn verleend. Deze wordt niet elektronisch toegezonden.

Een print van een elektronisch toegezonden vergunning als vorenbedoeld kan als bewijs voor handhavende instanties dienen dat een vergunning is verleend. Met betrekking tot een ambtshalve verleende vergunning voor bijzondere transporten van maximaal één uur kan een print van de kennisgeving van dat transport per e-mail of per fax als zodanig dienen. Handhavende instanties kunnen controleren of aan de vergunningvoorwaarden is voldaan.

Het betreffende bijzonder transport moet zich natuurlijk om operationele redenen ook melden op grond van de Regeling communicatie rijksbinnenwateren of artikel 12.01 van het Rijnvaartpolitiereglement.

De vereenvoudigde vergunningverlening voor bijzondere transporten is vooralsnog niet van toepassing voor:

a. De rijksvaarwegen gelegen binnen het beheergebied van het Openbaar Lichaam Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied;

b. De Oude Maas benedenstrooms kilometerraai 998, en de Nieuwe Maas benedenstrooms kilometerraai 991.7;

c. De Marinehaven Willemsoord, de Rijkszeehaven het Nieuwe Diep, de Veerhaven van Den Helder en de rede van Den Helder, aan de oostzijde begrensd door een denkbeeldige lijn, die de volgende geografische punten verbindt:

1. 53E01’.45 NB, 04E48’.75 OL;

2. 53E00’.75 NB, 04E50’.80 OL;

3. 52E59’.75 NB, 04E52’.35 OL;

4. 52E59’.30 NB, 04E52’.65 OL;

5. 52E58’.28 NB, 04E50’.00 OL;

6. 52E57’.90 NB, 04E48’.18 OL;

Op de onder a genoemde vaarwegen wordt de vergunning voor bijzondere transporten in ondermandaat van de hoodingenieur-directeur Rijkswaterstaat Noord-Nederland verleend door de havenmeester van de gemeente Amsterdam.

Voor de onder b genoemde vaarwegen wordt de vergunning voor bijzondere transporten verleend door de havenmeester van Havenbedrijf Rotterdam N.V. die daartoe als bevoegde autoriteit voor het Binnenvaartpolitiereglement is aangewezen. Voor de onder c genoemde vaarwegen wordt de vergunning voor bijzondere transporten verleend door de Souschef Faciliteren van de Koninklijke Marine te Den Helder die daartoe eveneens als bevoegde autoriteit voor het Binnenvaartpolitiereglement is aangewezen.

Het loket bijzondere transporten van Rijkswaterstaat houdt met deze instanties contact om de vergunningverlening voor bijzondere transporten op rijksvaarwegen zo soepel en zo efficiënt mogelijk te laten verlopen.

De directeur-generaal Rijkswaterstaat,

namens deze,

de directeur Scheepvaartverkeerscentrum,

C. Venema.

Bijlage 1, bedoeld in artikel 1, onderdeel a

Voorwaarden voor de vereenvoudigde vergunningverlening voor een bijzonder transport over de binnenwateren in beheer bij het rijk

Het bijzonder transport,

1. is een drijvend voorwerp of een drijvende inrichting als bedoeld in het Binnenvaartpolitiereglement of het Rijnvaartpolitiereglement;

2. is voorzien van voldoende sleep- en/of duwboten met voldoende motorvermogen om het transport onder alle te verwachten omstandigheden goed te kunnen manoeuvreren en is voorzien van een geldig Certificaat van Onderzoek (CvO). De sleep- en/of duwboten moeten slepen of duwen overeenkomstig het betreffende CvO;

3. heeft een veiligheidsafstand - zoals bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel y, van het Binnenschepenbesluit1 ‐ van minimaal 75 centimeter;

4. is voorzien van voldoende deugdelijk en valklaar ankergerei om desgewenst het transport tijdig te kunnen stilleggen, zonder belemmering van de scheepvaart als bedoeld in artikel 7.01 van het Binnenvaart- en het Rijnvaartpolitiereglement, en zonder schade aan kunstwerken e.d. Onder transport wordt het geheel van het drijvende voorwerp of de drijvende inrichting, inclusief sleep- en/of duwboten verstaan;

5. heeft voldoende deugdelijke bevestigingspunten ten behoeve van het slepen, die zodanig zijn dat ze tijdens het slepen overeenkomstig hun doestelling gebruikt kunnen blijven worden. Indien geduwd, is het bijzonder transport hecht gekoppeld aan de duwboot;

6. is uitgerust met voldoende onafhankelijke pompen met voldoende capaciteit om vervulling van het transport te voorkomen. Hiertoe dienen alle voor vervulling risicolopende ruimtes/compartimenten met een pomp bereikbaar te zijn. De pompen moeten gebruiksklaar zijn, zodat in geval van een calamiteit er direct gebruik van kan worden gemaakt.

1 Na de inwerkingtreding van de Binnenvaartregeling: artikel 1 van Bijlage 4.1: Metingsvoorschriften van de Binnenvaartregeling.

Bijlage 2, bedoeld in artikel 1, onderdeel b

stcrt-2008-186-p18-SC87689-1.gif

Bijlage 3, bedoeld in artikel 2, onderdeel c

KENNISGEVING

bijzonder transport van zeer korte duur

Naam transporteur: ..................................................

Adres transporteur:...................................................

Telefoonnummer transporteur: ......................................

Naam slepende/duwende vaartuigen: .............................

Verklaart een bijzonder transport uit te gaan voeren dat voldoet aan de onderstaande voorwaarden en dat 1maximaal één uur zal duren.

Plaats en locatie van vertrek: .......................................

Datum en tijdstip van vertrek: ......................................

Plaats en locatie aankomst: .........................................

Geplande tijd van aankomst bestemming: ......................

Voorwaarden Het bijzonder transport:

1. is een drijvend voorwerp of een drijvende inrichting als bedoeld in het Binnenvaartpolitiereglement of het Rijnvaartpolitiereglement;

2. is voorzien van voldoende sleep- en/of duwboten met voldoende motorvermogen om het transport onder alle te verwachten omstandigheden goed te kunnen manoeuvreren en is voorzien van een geldig Certificaat van Onderzoek (CvO). De sleep- en/of duwboten moeten slepen of duwen overeenkomstig het betreffende CvO;

3. heeft een veiligheidsafstand - zoals bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel y, van het Binnenschepenbesluit - van minimaal 75 centimeter;

4. is voorzien van voldoende deugdelijk en valklaar ankergerei om desgewenst het transport tijdig te kunnen stilleggen, zonder belemmering van de scheepvaart als bedoeld in artikel 7.01 van het Binnenvaart- en het Rijnvaartpolitiereglement, en zonder schade aan kunstwerken e.d. Onder transport wordt het geheel van het drijvende voorwerp of de drijvende inrichting, inclusief sleep- en/of duwboten verstaan;

5. heeft voldoende deugdelijke bevestigingspunten ten behoeve van het slepen, die zodanig zijn dat ze tijdens het slepen overeenkomstig hun doestelling gebruikt kunnen blijven worden. Indien geduwd, is het bijzonder transport hecht gekoppeld aan de duwboot;

6. is uitgerust met voldoende onafhankelijke pompen met voldoende capaciteit om vervulling van het transport te voorkomen. Hiertoe dienen alle voor vervulling risicolopende ruimtes/compartimenten met een pomp bereikbaar te zijn. De pompen moeten gebruiksklaar zijn, zodat in geval van een calamiteit er direct gebruik van kan worden gemaakt.

Datum: ...-...-..... Handtekening transporteur:

Plaats: ................................

1 Als het transport voldoet aan bovenstaande voorwaarden, maar langer dan één uur duurt, moet het vierentwintig uur tevoren gemeld worden bij het loket bijzondere transporten van Rijkswaterstaat. Het aanmeldingsformulier hiervoor vindt u op www.rijkswaterstaat.nl/bijzondertransportberoepsvaart.

Naar boven