Besluit houdende wijziging van het Aanwijzingsbesluit hulpverleningsdiensten ministerie van Defensie

14 september 2012

Nummer: BS2012028097

De Minister van Defensie,

Gelet op artikel 1, tweede lid, onderdeel d, van de Regeling optische en geluidssignalen 2009;

Besluit:

ARTIKEL I

Artikel 1 van het Aanwijzingsbesluit hulpverleningsdiensten ministerie van Defensie wordt als volgt gewijzigd:

Aan het eind van onderdeel b worden, onder vervanging van de punt door een puntkomma, vijf onderdelen toegevoegd, luidende:

  • c. het Advies en Assistentieteam en het Radiologisch/Chemisch Verkenningsteam van de CBRN-responscapaciteit van het Commando Landstrijdkrachten;

  • d. de sectie Brandweerzorg van het Commando Landstrijdkrachten;

  • e. het bureau Brandweer van het Commando Luchtstrijdkrachten;

  • f. het Korps Marinebrandweer van het Commando Zeestrijdkrachten;

  • g. de bedrijfsbrandweer van de Defensie Materieel Organisatie.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 december 2012.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 14 september 2012

De Minister van Defensie, J.S.J. Hillen.

Toelichting

In artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 is het voeren van optische en geluidssignalen (voorrangssignalen) toegestaan aan politie, brandweer, diensten voor spoedeisende medische hulpverlening en andere door de minister van Infrastructuur en Milieu aangewezen hulpverleningsdiensten. De Regeling optische en geluidssignalen 2009 bevat hieromtrent een nadere regeling.

Op grond van artikel 1, tweede lid, onderdeel d, van de Regeling optische en geluidssignalen 2009 kan de betrokken minister onder zijn verantwoordelijkheid vallende diensten ten behoeve van crisisbeheersing en rampenbestrijding aanwijzen teneinde deze diensten de bevoegdheid te verlenen om zo nodig voorrangssignalen te voeren. Voor het ministerie van Defensie heeft deze aanwijzing plaatsgevonden in het Aanwijzingsbesluit hulpverleningsdiensten ministerie van Defensie. In dit aanwijzingsbesluit waren tot op heden de explosieven opruimingsdiensten en het Coördinatiecentrum Expertise Militaire Gezondheidszorg als dienst ten behoeve van crisisbeheersing en rampenbestrijding aangewezen.

CBRN

Binnen het Commando Landstrijdkrachten beschikt Defensie over capaciteit voor het opsporen en bestrijden van chemische, biologische, radiologische en nucleaire (CBRN) dreigingen. Deze capaciteit wordt uitgebreid, hetgeen ik in mijn brief van 23 september 2011 aan de Tweede Kamer heb toegelicht (TK 2011-2012, 32 733, nr. 39). Onderdeel van deze capaciteitsuitbreiding is het opzetten van een CBRN-responscapaciteit, bestaande uit het Advies en Assistentieteam en het Radiologisch/Chemisch Verkenningsteam. Deze capaciteit dient in geval van incidenten zo spoedig mogelijk ter plaatse te zijn. Daartoe moeten zij optische en geluidssignalen voeren. Met het voorliggende besluit wordt hen de bevoegdheid daartoe verleend.

Overige eenheden

Naast de aanwijzing van de CBRN-capaciteit worden met dit besluit eenheden van het Commando Landstrijdkrachten, het Commando Luchtstrijdkrachten, het Commando Zeestrijdkrachten en de Defensie Materieel Organisatie aangewezen voor het voeren van optische en geluidssignalen. Binnen deze eenheden zijn brandweervoertuigen in gebruik die kunnen worden ingezet voor o.a. rampenbestrijding. Deze voertuigen vallen reeds onder het begrip “brandweer” als bedoeld in artikel 29 RVV 1990. Het betreft in beginsel militaire voertuigen, die echter afwijkende striping kunnen voeren ten opzichte van de civiele rampenbestrijdingsvoertuigen. In voorkomende gevallen moeten zij wel ingezet kunnen worden bij een calamiteit in Nederland. Om ieder mogelijk misverstand met de afwijkende (of ontbrekende) striping te voorkomen worden deze eenheden thans separaat aangewezen teneinde optische en geluidssignalen te mogen voeren.

Inwerkingtreding

De inwerkingtreding van dit besluit is voorzien op 1 december 2012. Er wordt daarmee afgeweken van de data voor de Vaste Verandermomenten. De reden hiervoor is dat de CBRN-responscapaciteit formeel vanaf 1 december 2012 inzetbaar is. Voor die tijd bereidt de capaciteit zich voor op daadwerkelijke inzet, maar vindt nog geen inzet plaats. Aanwijzing voor 1 december 2012 ligt om die reden niet voor de hand. Aanwijzing op een latere datum dan 1 december 2012 is onwenselijk, omdat de responscapaciteit vanaf 1 december 2012 ingezet zou kunnen worden en in het verkeer dus ook bevoegd moet zijn tot het voeren van de optische en geluidssignalen.

De Minister van Defensie, J.S.J. Hillen.

Naar boven