Wijziging opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen P1a

Procesverloop:

  • Chevron Exploration and Production Netherlands B.V. en Taqa Offshore B.V. gezamenlijk zijn houder van de opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen voor een deel van het blok P1 van het continentaal plat, welk blok is aangegeven op de als bijlage 3 bij de Mijnbouwregeling gevoegde kaart, het blokdeel P1a, verleend bij besluit van respectievelijk de Minister van Economische Zaken van 28 juni 2007 met kenmerk ET/EM/ 7069795 (Staatscourant 2007, nr. 128) (P1) en 12 juli 2011 met kenmerk ETM/EM/ 11027198 (Staatscourant 2011, nr. 13517) (P1a);

  • bij brief van 12 april 2012, ontvangen op 17 april 2012, heeft de vergunninghouder een aanvraag ingediend om wijziging van de opsporingsvergunning P1a.

Overwegingen:

  • de vergunninghouder vraagt om uitstel van het uitvoeren van het werkprogramma en verlenging van de duur van de opsporingsvergunning P1a, zoals voorgeschreven in de artikelen 4 en 6 van het besluit van 28 juni 2007, zoals laatstelijk gewijzigd bij mijn besluit van 12 juli 2011 met kenmerk ETM/EM/ 11027198. Uit de aanvraag om wijziging van de opsporingsvergunning P1a blijkt dat er vertraging is opgelopen in de planning, waardoor verkrijging van belangrijke gegevens voor het plaatsen van een boring niet tijdig beschikbaar zijn onder het regime van de huidige vergunning. De duur van de verlenging valt samen met de voorziene duur voor het plaatsen van de boring;

  • op grond van artikel 18, derde lid, van de Mijnbouwwet (hierna: Mbw) heeft de Minister van EL&I de bevoegdheid het tijdvak waarvoor de opsporingsvergunning geldt te verlengen, indien het tijdvak onvoldoende is om de activiteiten waarvoor de vergunning geldt te voltooien en deze activiteiten zijn verricht in overeenstemming met de vergunning. Hieraan is voldaan, zodat er geen reden is om verlenging van het tijdvak waarvoor de vergunning geldt te weigeren, zodanig dat de vergunning een geldigheidsduur krijgt tot 1 juli 2014;

  • op grond van artikel 18, derde lid, in samenhang met artikel 11, derde en vierde lid, Mbw kan het gebied waarvoor de vergunning geldt bij verlenging worden beperkt. Voor een verkleining van het gebied is geen aanleiding, aangezien het gebied reeds is verkleind bij besluit van 12 juli 2011 met kenmerk ETM/EM/ 11027198 en de vergunninghouder in het gehele gebied van de vigerende vergunning actief bezig is met mijnbouwwerkzaamheden;

  • gelet op de Mijnbouwwet, de aanvraag kan met deze aanvraag worden ingestemd onder de hierna te stellen voorschriften en beperkingen

Gelet op artikel 18 van de Mijnbouwwet.

Besluit:

ARTIKEL 1

Artikel 4 van het besluit ET/EM/ 7069795 wordt gewijzigd als volgt:

Artikel 4

De vergunninghouder geeft uitvoering aan het werkprogramma dat onderdeel uitmaakt van de aanvraag om wijziging van de opsporingsvergunning P1a, zoals ontvangen op 17 april 2012.

ARTIKEL 2

Artikel 6 van het besluit ET/EM/ 7069795 wordt gewijzigd als volgt:

Artikel 6

De vergunning geldt vanaf het tijdstip van inwerkingtreding, nadat zij onherroepelijk is geworden, gedurende een tijdvak dat eindigt op 1 juli 2014 onder de voorwaarden dat:

  • vóór 1 juli 2013 aan de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie aannemelijk wordt gemaakt waar in het navolgende jaar een boring wordt geplaatst;

  • uiterlijk vóór 1 juli 2014 een boring wordt verricht.

ARTIKEL 3

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beschikking is bekendgemaakt.

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Van deze beschikking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, namens deze: P. Jongerius, Themacoördinator mijnbouw en mijnbouwklimaat directie Energiemarkt.

Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks is betrokken bij dit besluit binnen 6 weken na de dag van verzending van dit besluit een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Directie Wetgeving en Juridische Zaken (ALP: X/050), Postbus 20401, 2500 EK Den Haag. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.

Naar boven