Wijziging opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen P1 (P1a)

12 juli 2011

Nr. ETM/EM/11053402

De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

Procesverloop:

  • Chevron Exploration and Production Netherlands B.V. en Taqa Offshore B.V. zijn houder van de bij beschikking van de Minister van Economische Zaken (thans: Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, hierna: EL&I) van 28 juni 2007 met kenmerk ET/EM/7069795 (Staatscourant 2007, nr. 128) verleende opsporingsvergunning voor het blok P1 van het continentaal plat, welk blok is aangegeven op de als bijlage 3 bij de Mijnbouwregeling gevoegde kaart. De opsporingsvergunning P1 is nadien gewijzigd bij beschikking van de Minister van Economische Zaken van 15 april 2010 met kenmerk ETM/EM/10053266;

  • bij brief van 28 oktober 2010, ontvangen op 29 oktober 2010, heeft de vergunninghouder een aanvraag ingediend om wijziging van de opsporingsvergunning P1. Deze aanvraag is op 13 april 2011 aangevuld;

  • TNO Adviesgroep EZ heeft op verzoek van de Minister van EL&I op 2 mei 2011, 14 juni 2011 en 30 juni 2011 advies uitgebracht over deze aanvraag.

Overwegingen:

  • de vergunninghouder vraagt om uitstel van het uitvoeren van het werkprogramma, verlenging van de duur van de vergunning en verkleining van het gebied van de opsporingsvergunning P1, zoals voorgeschreven in de artikelen 3, 4 en 6 van de besluiten van 28 juni 2007 met kenmerk ET/EM/7069795 en 15 april 2010 met kenmerk ETM/EM/10053266. In de aanvraag om wijziging van de opsporingsvergunning P1 is de verwachting uitgesproken een boring te zullen plaatsen vóór 1 oktober 2013;

  • op grond van artikel 18, derde lid, van de Mijnbouwwet (hierna: Mbw) heeft de Minister de bevoegdheid het tijdvak van de opsporingsvergunning te verlengen, indien het tijdvak onvoldoende is om de activiteiten waarvoor de vergunning geldt te voltooien en deze activiteiten zijn verricht in overeenstemming met de vergunning. Hieraan is voldaan, zodat er geen reden is om verlenging van het tijdvak tot 1 oktober 2013 te weigeren. De duur van de verlenging valt samen met de voorziene duur voor het plaatsen van de boring;

  • op grond van artikel 18, derde lid, in samenhang met artikel 11, derde en vierde lid, Mbw kan het gebied waarvoor de opsporingsvergunning geldt bij verlenging worden beperkt. Met de onderhavige aanvraag is door vergunninghouder zelf gevraagd om het gebied van de opsporingsvergunning P1 te verkleinen. TNO heeft in zijn advies aangegeven dat het door vergunninghouder aangevraagde gebied adequaat lijkt. Voor een verdere verkleining van het gebied is geen aanleiding, aangezien de vergunninghouder in het gehele gebied actief bezig is met mijnbouwwerkzaamheden;

  • het is realistisch dat door het verkleinen van het gebied er onvoldoende ruimte resteert voor het plaatsen van een tweede boring. Een gewijzigd werkprogramma -dat ziet op het plaatsen van één boring in dit verkleinde gebied- is met onderhavige aanvraag ingediend. De artikelen 3, 4 en 6 van de opsporingsvergunning P1 worden overeenkomstig de onderliggende aanvraag gewijzigd;

  • gelet op de Mijnbouwwet, de aanvraag en het uitgebrachte advies kan met deze aanvraag worden ingestemd.

Gelet op artikel 18 van de Mijnbouwwet;

Besluit:

ARTIKEL I

Artikel 3 van het besluit ET/EM/7069795 wordt gewijzigd als volgt:

Het blokdeel P1a wordt begrensd door de breedtecirkel door het puntenpaar A-B, door de lengtecirkel tussen het puntenpaar B-C, door de grootcirkels tussen de puntenparen C-D en D-E en door de lijn zoals deze is beschreven in de Mijnbouwwet. De punten zijn als volgt gedefinieerd:

  • A.* 53° 00' 00,000" NB en 03° 08' 31,200" OL

  • B. 53° 00' 00,000" NB en 03° 20' 00,000" OL

  • C. 52° 51' 30,000" NB en 03° 20' 00,000" OL

  • D. 52° 53' 52,200" NB en 03° 14' 01,800" OL

  • E. 52° 57' 10,700" NB en 03° 09' 19,090" OL

* Punt is gelegen in de nabijheid van de lijn zoals deze is beschreven in de Mijnbouwwet

De ligging van de bovengenoemde punten is uitgedrukt in geografische coördinaten berekend volgens het stelsel van de Europese vereffening (ED-50).

De oppervlakte van blokdeel P1a bedraagt 136,8 km2.

ARTIKEL II

Artikel 4 van het besluit ET/EM/7069795 wordt gewijzigd als volgt:

De vergunninghouder geeft uitvoering aan het werkprogramma dat onderdeel uitmaakt van de aanvraag om wijziging van de opsporingsvergunning P1 van 28 oktober 2010.

ARTIKEL III

Artikel 6 van het besluit ET/EM/7069795 wordt gewijzigd als volgt:

Artikel 6

De vergunning geldt vanaf het tijdstip van inwerkingtreding, nadat zij onherroepelijk is geworden, gedurende een tijdvak dat eindigt op 1 oktober 2013 onder de voorwaarden dat:

  • vóór 1 oktober 2012 aan de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie aannemelijk wordt gemaakt waar in het navolgende jaar een boring wordt geplaatst;

  • uiterlijk vóór 1 oktober 2013 een boring wordt verricht.

ARTIKEL IV

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beschikking is bekendgemaakt.

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Van deze beschikking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

namens deze:

P. Jongerius,

Themacoördinator mijnbouw en mijnbouwklimaat directie Energiemarkt.

Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks is betrokken bij dit besluit binnen 6 weken na verzending van dit besluit een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Directie Wetgeving en Juridische Zaken (ALP: X/050), Postbus 20101, 2500 EC ’s-Gravenhage. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.

Naar boven