Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 6 juni 2012, nr. 333372, tot wijziging van de Regeling financiën hoger onderwijs mede in verband met wijzigingen als gevolg van de eerste suppletore begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen voor het begrotingsjaar 2012

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken, Landbouw, en Innovatie;

Gelet op artikelen 4.11, 4.23 en 4.25 van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008;

Besluit:

ARTIKEL I WIJZIGING VAN DE REGELING FINANCIËN HOGER ONDERWIJS PER 1 JANUARI 2012

De Regeling financiën hoger onderwijs wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 5 komt als volgt te luiden:

Artikel 5. Rentepercentage

Het rentepercentage bedoeld in artikel 4.25, vierde lid, van het besluit is voor de begrotingsjaren vanaf 1992 4,00 procent.

B

Bijlagen 1 tot en met 3, 5 en 6 komen te luiden:

Bijlage 1 bij artikel 3, eerste lid, onderdeel a

Bedragen onderwijsopslag universiteiten, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid van het besluit

universiteit

kwaliteit

kwetsbare opleidingen

bijzondere voorzieningen

totaalbedrag

21PB

Universiteit Leiden

€ 2.271.680

€ 2.111.585

€ 3.984.312

€ 8.367.577

21PC

Rijksuniversiteit Groningen

€ 2.828.601

€ 2.360.477

€ 1.576.856

€ 6.765.934

21PD

Universiteit Utrecht

€ 3.912.303

€ 5.296.672

€ 1.970.087

€ 11.179.062

21PE

Erasmus Universiteit Rotterdam

€ 2.183.786

€ 285.729

€ 9.731.142

€ 12.200.657

21PF

Technische Universiteit Delft

€ 2.077.905

€ 5.556.921

€ 10.904.875

€ 18.539.701

21PG

Technische Universiteit Eindhoven

€ 1.002.862

€ 2.970.306

€ 261.611

€ 4.234.779

21PH

Universiteit Twente

€ 1.118.206

€ 3.090.612

€ 15.769.805

€ 19.978.623

21PJ

Universiteit Maastricht

€ 1.760.893

€ 380.972

€ 608.304

€ 2.750.169

21PK

Universiteit van Amsterdam

€ 3.300.862

€ 2.516.362

€ 4.046.651

€ 9.863.875

21PL

Vrije Universiteit Amsterdam

€ 2.542.810

€ 1.000.873

€ 2.495.594

€ 6.039.277

21PM

Radboud Universiteit Nijmegen

€ 2.345.669

€ 1.864.212

€ 1.172.506

€ 5.382.387

21PN

Universiteit van Tilburg

€ 1.005.250

€ 402.026

€ 487.929

€ 1.895.205

22NC

Open Universiteit

€ 430.065

€ 369.944

€ 2.032.201

€ 2.832.210

00DV

Protestantse Theologische Universiteit

€ 87.197

 

€ 269.741

€ 356.938

21QO

Theologische Universiteit Apeldoorn

€ 16.754

   

€ 16.754

23BF

Universiteit voor Humanistiek

€ 43.447

   

€ 43.447

25AV

Theologische Universiteit Kampen

€ 15.311

   

€ 15.311

 

Totaal

€ 26.943.601

€ 28.206.691

€ 55.311.614

€ 110.461.906

Bedragen onderwijsopslag universiteiten met opleidingen op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid van het besluit

universiteit

kwaliteit

kwetsbare opleidingen

bijzondere voorzieningen

totaalbedrag

21PI

Wageningen University

€ 813.477

€ 15.000

€ 547.400

€ 1.375.877

Bijlage 2 bij artikel 3, eerste lid, onderdeel b

Percentages onderwijsopslag universiteiten, bedoeld in artikel 4.11, tweede lid, van het besluit

universiteit

percentage

21PB

Universiteit Leiden

9,84965%

21PC

Rijksuniversiteit Groningen

8,81978%

21PD

Universiteit Utrecht

12,69112%

21PE

Erasmus Universiteit Rotterdam

6,59465%

21PF

Technische Universiteit Delft

8,00708%

21PG

Technische Universiteit Eindhoven

5,16508%

21PH

Universiteit Twente

5,33485%

21PJ

Universiteit Maastricht

5,49766%

21PK

Universiteit van Amsterdam

12,55362%

21PL

Vrije Universiteit Amsterdam

6,99521%

21PM

Radboud Universiteit Nijmegen

8,70822%

21PN

Universiteit van Tilburg

3,68522%

22NC

Open Universiteit

4,70056%

00DV

Protestantse Theologische Universiteit

0,90966%

21QO

Theologische Universiteit Apeldoorn

0,12483%

23BF

Universiteit voor Humanistiek

0,24878%

25AV

Theologische Universiteit Kampen

0,11403%

Percentages onderwijsopslag universiteiten met opleidingen op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, bedoeld in artikel 4.11, tweede lid van het besluit

Universiteit

percentage

21PI

Wageningen University

100,00000%

Bijlage 3 bij artikel 3, tweede lid, onderdeel a

Bedragen onderwijsopslag hogescholen, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, van het besluit

hogeschool

kwaliteit

kwetsbare opleidingen

bijzondere voorzieningen

totaalbedrag

00IC

Katholieke PABO Zwolle

€ 92.934

 

€ 46.435

€ 139.369

00MF

Hogeschool voor de Kunsten Utrecht

€ 789.099

 

€ 920.976

€ 1.710.075

01VU

Christelijke Hogeschool Windesheim

€ 2.361.210

 

-€ 20.892

€ 2.340.318

02BY

Gerrit Rietveld Academie

€ 194.048

€ 245.828

€ 668.725

€ 1.108.601

02NR

Hotelschool Den Haag

€ 254.372

 

€ 39.280

€ 293.652

02NT

Design Academy Eindhoven

€ 118.624

 

€ 150.802

€ 269.426

04CS

Hogeschool Helicon

€ 66.117

 

€ 25.819

€ 91.936

07GR

Avans Hogeschool

€ 2.979.298

 

€ 944.198

€ 3.923.496

08OK

Hogeschool De Kempel

€ 120.779

 

€ 39.710

€ 160.489

08YJ

Hogeschool Edith Stein

€ 126.187

 

€ 249.018

€ 375.205

09OT

Iselinge Hogeschool

€ 64.754

 

€ 6.950

€ 71.704

10IZ

PC Hogeschool Marnix Academie

€ 160.008

 

€ 44.243

€ 204.251

14NI

Codarts, Hogeschool voor de Kunsten

€ 389.772

 

€ 409.276

€ 799.048

15BK

Christelijke Hogeschool Driestar

€ 162.325

 

€ 94.265

€ 256.590

21MI

Hogeschool Zeeland

€ 552.517

 

€ 325.569

€ 878.086

21QA

Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten

€ 1.013.406

 

€ 1.102.044

€ 2.115.450

21RI

Hogeschool Leiden

€ 973.735

 

€ 249.002

€ 1.222.737

21UG

Hs Interconfessionele PABO Amsterdam/Alkmaar

€ 148.983

 

€ 498.213

€ 647.196

21UI

NHTV internationaal hoger onderwijs Breda

€ 833.526

 

€ 96.051

€ 929.577

21WN

NHL Hogeschool

€ 1.172.163

 

€ 1.764.087

€ 2.936.250

22EX

Stenden Hogeschool

€ 1.263.542

 

€ 689.250

€ 1.952.792

22HH

Gereformeerde Hogeschool voor Beroepsonderwijs

€ 175.909

 

€ 273.765

€ 449.674

22OJ

Hogeschool Rotterdam

€ 3.693.982

 

€ 669.430

€ 4.363.412

23AH

Saxion Hogeschool

€ 2.516.767

 

€ 459.229

€ 2.975.996

23KJ

Hogeschool voor de Kunsten

€ 530.859

 

€ 743.872

€ 1.274.731

25BA

Christelijke Hogeschool Ede

€ 491.078

 

€ 1.268.231

€ 1.759.309

25BE

Hanzehogeschool Groningen

€ 3.183.289

 

€ 371.765

€ 3.555.054

25DW

Hogeschool Utrecht

€ 4.473.675

 

€ 1.443.513

€ 5.917.188

25JX

Hogeschool Zuyd

€ 2.228.837

 

€ 906.655

€ 3.135.492

25KB

Hogeschool van Arnhem en Nijmegen

€ 3.663.797

 

€ 1.074.393

€ 4.738.190

27NF

ArtEZ hogeschool

€ 865.288

 

€ 559.491

€ 1.424.779

27PZ

Hogeschool INHolland

€ 4.028.290

€ 125.555

€ 319.477

€ 4.473.322

27UM

De Haagse Hogeschool

€ 2.440.681

 

€ 353.988

€ 2.794.669

28DN

Hogeschool van Amsterdam

€ 4.782.983

 

€ 253.680

€ 5.036.663

30GB

Fontys Hogescholen

€ 4.789.058

 

€ 1.359.840

€ 6.148.898

 

Totaal

€ 51.701.892

€ 371.383

€ 18.400.350

€ 70.473.625

Bedragen onderwijsopslag van hogescholen met opleidingen op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, van het besluit

hogeschool

kwaliteit

kwetsbare opleidingen

bijzondere voorzieningen

totaalbedrag

01DZ

STOAS Hogeschool

€ 91.746

€ 13.614

€ 922.062

€ 1.027.422

01MY

Christelijke Agrarische Hogeschool Dronten

€ 194.113

 

€ 1.441.950

€ 1.636.063

21CW

HAS Den Bosch

€ 263.020

 

€ 2.910.635

€ 3.173.655

27PZ

Hogeschool INHolland

€ 67.529

 

€ 855.168

€ 922.697

30HD

Hogeschool Van Hall Larenstein

€ 499.681

 

€ 2.996.129

€ 3.495.810

 

Totaal

€ 1.116.089

€ 13.614

€ 9.125.944

€ 10.255.647

Bijlage 5 bij artikel 4, eerste lid

Bedragen onderzoek universiteiten, bedoeld in artikel 4.23, eerste lid van het besluit

universiteit

toponderzoek-scholen

bijzondere voorzieningen

totaalbedrag

21PB

Universiteit Leiden

€ 2.010.740

€ 4.043.508

€ 6.054.248

21PC

Rijksuniversiteit Groningen

€ 5.931.507

€ 1.340.998

€ 7.272.505

21PD

Universiteit Utrecht

€ 5.207.455

€ 1.706.360

€ 6.913.815

21PE

Erasmus Universiteit Rotterdam

€ 780.709

€ 3.983.268

€ 4.763.977

21PF

Technische Universiteit Delft

€ 1.362.480

€ 4.429.179

€ 5.791.659

21PG

Technische Universiteit Eindhoven

€ 6.113.293

€ 1.314.901

€ 7.428.194

21PH

Universiteit Twente

 

€ 8.533.628

€ 8.533.628

21PJ

Universiteit Maastricht

     

21PK

Universiteit van Amsterdam

€ 3.327.217

€ 1.184.415

€ 4.511.632

21PL

Vrije Universiteit Amsterdam

€ 1.627.406

€ 1.164.340

€ 2.791.746

21PM

Radboud Universiteit Nijmegen

€ 474.267

€ 1.425.313

€ 1.899.580

21PN

Universiteit van Tilburg

     

22NC

Open Universiteit

 

€ 256.239

€ 256.239

00DV

Protestantse Theologische Universiteit

     

21QO

Theologische Universiteit Apeldoorn

     

23BF

Universiteit voor Humanistiek

     

25AV

Theologische Universiteit Kampen

     
 

Totaal

€ 26.835.074

€ 29.382.149

€ 56.217.223

Bedragen onderzoek universiteiten, met opleidingen op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, bedoeld in artikel 4.23, eerste lid van het besluit

universiteit

toponderzoek-scholen

bijzondere voorzieningen

totaalbedrag

21PI

Wageningen University

€ 3.147.957

€ 2.224.820

€ 5.372.777

Bijlage 6 bij artikel 4, tweede lid

Percentages onderzoek universiteiten, bedoeld in artikel 4.23, tweede lid van het besluit

universiteit

percentage

21PB

Universiteit Leiden

8,56761%

21PC

Rijksuniversiteit Groningen

8,59064%

21PD

Universiteit Utrecht

12,23197%

21PE

Erasmus Universiteit Rotterdam

5,23283%

21PF

Technische Universiteit Delft

16,24783%

21PG

Technische Universiteit Eindhoven

7,57408%

21PH

Universiteit Twente

6,47977%

21PJ

Universiteit Maastricht

4,80780%

21PK

Universiteit van Amsterdam

10,66191%

21PL

Vrije Universiteit Amsterdam

7,70526%

21PM

Radboud Universiteit Nijmegen

7,38678%

21PN

Universiteit van Tilburg

2,82460%

22NC

Open Universiteit

1,19825%

00DV

Protestantse Theologische Universiteit

0,31037%

21QO

Theologische Universiteit Apeldoorn

0,01821%

23BF

Universiteit voor Humanistiek

0,15326%

25AV

Theologische Universiteit Kampen

0,00883%

Percentages onderzoek universiteiten, met opleidingen op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, bedoeld in artikel 4.23, tweede lid van het besluit

universiteit

percentage

21PI

Wageningen University

100,00000%

Artikel II Inwerkingtreding

  • 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2012.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, H. Zijlstra.

TOELICHTING

1. Algemeen

De Regeling financiën hoger onderwijs (verder regeling) strekt tot uitvoering van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 (verder besluit). De wijzigingsregeling bevat aanpassingen in verband met de herberekening van de rijksbijdrage 2012, in overeenstemming met de 1e suppletore begroting van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap samenhangend met de Voorjaarsnota 2012. Het betreft onder meer de toevoeging van € 10 miljoen per jaar voor de jaren 2012 t/m 2016 aan de onderwijsdelen wo en hbo onder de noemer Profileringsfonds van de instellingen, zodat onder meer ook deeltijders die langstudeerder zijn, aanspraak kunnen maken op dit fonds.

2. Gevoerd overleg

Een ontwerp van deze regeling is krachtens het besluit aan VSNU en HBO-raad voorgelegd leidend tot de voorliggende regeling.

3. Uitvoerings- en handhaafbaarheidstoets

DUO heeft aangegeven de regeling uitvoerbaar en handhaafbaar te achten.

4. Financiële gevolgen

De wijzigingen in deze regeling hebben geen gevolgen voor de Rijksbegroting. Wijziging mede vanwege de tweede suppletore (ontwerp)begroting 2012 kan op grond van artikel 2.5, vierde lid, van de WHW leiden tot nadere vaststelling van de in deze regeling opgenomen bedragen en percentages.

5. Gevolgen administratieve lasten

De regeling heeft geen gevolgen voor administratieve lasten.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel I Wijziging van de Regeling financiën hoger onderwijs per 1 januari 2012

Onderdeel A

In artikel 5 van de Regeling financiën hoger onderwijs is de meerjarige rente, bedoeld in artikel 4.25, vierde lid, van het besluit, die wordt benut bij de berekening van de rijksbijdrage voor het deel onderzoek geneeskundig onderwijs en onderzoek inzake investeringen bij academische ziekenhuizen omwille van de transparantie en voorspelbaarheid voor elk van de begrotingsjaren vanaf 1992 bepaald op 4,00%.

Onderdeel B

De bedragen en percentages in de bijlagen bij deze regeling wijzigen om een aantal redenen.

  • a. De bedragen onder de noemer in bijlage 1 bedragen onderwijsopslag universiteiten, en de percentages in bijlage 2 percentages onderwijsopslag universiteiten en bijlage 6 percentages onderzoek universiteiten zijn aangepast conform het gestelde in de brief aan VSNU van 16 december 2011 over bama en ijking bekostiging met kenmerk 339662.

  • b. De bedragen in bijlage 1 bedragen onderwijsopslag universiteiten en in bijlage 3 bedragen onderwijsopslag hogescholen zijn aangepast in verband met de overbruggingsmaatregel opdat instellingen studenten, die vanwege bijzondere omstandigheden (familieomstandigheden e.d.) en vanwege problemen als gevolg van de studeerbaarheid van het opleidings-programma langstudeerder zijn, via het profileringsfonds een financiële tegemoetkoming worden geacht te geven (Tweede Kamer, vergaderjaar 2011–2012 31 288, nr. 285). Voor de jaren 2012 tot en met 2016 is hiervoor jaarlijks een bedrag van € 10 miljoen beschikbaar dat is verdeeld over de universiteiten en hogescholen op basis van het aantal langstudeerders ingeschreven bij een deeltijd opleiding per 30 september 2010.

  • c. De percentages in bijlage 2 percentages onderwijsopslag universiteiten en de bedragen in bijlage 3 bedragen onderwijsopslag hogescholen zijn aangepast vanwege een correctie op het aantal langstudeerders per 30 september 2010, in lijn met de berichtgeving daarover aan universiteiten en hogescholen bij brief van 30 maart 2012 over vaststelling aantal langstudeerders per 2010.

  • d. Aan de bedragen in bijlage 5 bedragen onderzoek universiteiten zijn conform de brief van 27 januari 2012 met kenmerk 371481 omwille van de transparantie de bedragen vanwege toponderzoeksscholen toegevoegd, eerder verstrekt op basis van artikel 4.22, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008. De huidige financiering van de toponderzoekscholen loopt tot en met 2013, uitgezonderd voor de toponderzoeksscholen NOVA en Zernike waarvan het de bedoeling is dat zij tot en met 2018 gefinancierd blijven. Voor de overige vier toponderzoeksscholen is de huidige verdeling over de deelnemende instellingen gehandhaafd. Dit leidt tot de volgende verdeling:

    penvoerder

    toponderzoekschool

    totaalbedrag

    verdeling over deelnemende instellingen

    Universiteit van Leiden

    NOVA – Astrofysica: de geschiedenis van het universum

    € 5.038.554

    Universiteit Leiden

    € 1.259.638

    Rijksuniversiteit Groningen

    € 1.259.638

    Universiteit Utrecht

    € 1.259.638

    Universiteit van Amsterdam

    € 1.259.638

    Rijksuniversiteit Groningen

    Zernike – Materiaalkunde

    € 4.162.120

    Rijksuniversiteit Groningen

    € 4.162.120

    Technische Universiteit Eindhoven

    COBRA – Fotonica in communicatietechnologie

    € 4.600.605

    Technische Universiteit Eindhoven

    € 4.600.605

    Universiteit Utrecht

    CBG – Biomedische genetica

    € 4.381.094

    Universiteit Leiden

    € 520.473

    Universiteit Utrecht

    € 1.778.730

    Erasmus Universiteit Rotterdam

    € 780.709

    Universiteit van Amsterdam

    € 1.301.182

    Technische Universiteit Eindhoven

    NIOK – Chemisch ontwerpen van katalysatoren

    € 4.709.556

    Universiteit Leiden

    € 230.629

    Rijksuniversiteit Groningen

    € 509.748

    Universiteit Utrecht

    € 591.356

    Technische Universiteit Delft

    € 311.053

    Technische Universiteit Eindhoven

    € 1.512.687

    Universiteit van Amsterdam

    € 766.397

    Vrije Universiteit Amsterdam

    € 313.418

    Radboud Universiteit Nijmegen

    € 474.267

    Vrije Universiteit Amsterdam

    ISES – Geïntegreerde aardwetenschappen

    € 3.943.146

    Universiteit Utrecht

    € 1.577.731

    Technische Universiteit Delft

    € 1.051.427

    Vrije Universiteit Amsterdam

    € 1.313.988

    Ook bij Wageningen University is het onder de noemer toponderzoekscholen verstrekte bedrag toegevoegd aan deze bijlage.

  • e. Tot slot is sprake van enkele instellingsspecifieke aanpassingen.

    • Het bedrag onder de noemer bijzondere voorzieningen in bijlage 1 bedragen onderwijs-opslag universiteiten is aangepast vanwege de toevoeging van een bedrag van structureel € 200.000 vanaf 2012 aan de rijksbijdrage van Universiteit Utrecht, conform de brief aan Roosevelt Academy van 25 november 2011 over Bijdrage van OCW aan Roosevelt Academy met kenmerk 341789 in verband met de belangrijke factor die Roosevelt Academy vormt bij de ontwikkeling van duurzaam hoger onderwijs in de Zeeuwse regio.

    • Het bedrag onder de noemer bijzondere voorzieningen in bijlage 1 bedragen onderwijs-opslag universiteiten is aangepast vanwege de toevoeging een bedrag van € 250.000 voor de jaren 2012 tot en met 2015 van aan de rijksbijdrage van Universiteit Leiden, conform de beschikking aan deze universiteit van 18 januari 2012 over Programma ENCOMPASS II met kenmerk 370932. Dit programma betreft de verankering van het eerste ENCOMPASS programma met als doel studenten uit Zuid: Zuidoost en Oost-Azië te voorzien van een solide basis om de Nederlandstalige archieven die op tal van plaatsen in de wereld worden bewaard te kunnen gebruiken.

    • Het bedrag onder de noemer bijzondere voorzieningen in bijlage 3 bedragen onderwijs-opslag hogescholen is aangepast vanwege de toevoeging van een bedrag van incidenteel van € 245.828 voor 2012 van de rijksbijdrage van Gerrit Rietveld Academie, in verband met de specifieke situatie bij deze instelling bij overgang naar de bekostigingssystematiek die per 2011 van kracht is geworden, conform de brief aan deze hogeschool van 6 maart 2012 over Rijksbijdrage 2012 Gerrit Rietveld Academie met kenmerk 352215.

    • De percentages in bijlage 6 percentages onderzoek zijn aangepast vanwege de toevoeging van een bedrag van structureel € 180.000 aan de rijksbijdrage van Radboud Universiteit Nijmegen, conform de brief aan deze universiteit van 24 november 2011 over Onderzoeksprogramma Geschiedenis van het Nederlandse Katholicisme met kenmerk 344409, in lijn met het evaluatierapport van het Onderzoeksprogramma Geschiedenis van het Nederlands Katholicisme.

Artikel II Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met terugwerkende kracht aangezien deze betrekking heeft op de rijksbijdrage die voor het begrotingsjaar 2012 beschikbaar wordt gesteld.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, H. Zijlstra.

Naar boven