Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 19 juni 2012, nr. 2012-0000347094, CZW/S&B, houdende wijziging van de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001, de Paspoortuitvoeringsregeling Buitenland 2001 en de Paspoortuitvoeringsregeling Koninklijke Marechaussee 2001 in verband met een wijziging in de wijze van uitgifte van identificatiekaarten voor het aanvraagstation, het afschaffen van de bijschrijving en enkele andere wijzigingen

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Buitenlandse Zaken;

Gelet op Verordening (EG) nr. 444/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 28 mei 2009 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2252/2004 van de Raad betreffende normen voor de veiligheidskenmerken van en biometrische gegevens in door de lidstaten afgegeven paspoorten en reisdocumenten (PbEU 2009, L142) en de artikelen 3, eerste en vierde lid, 27, en 59 van de Paspoortwet;

Besluit:

ARTIKEL I

De Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. De onderdelen s en t vervallen onder verlettering van de onderdelen u tot en met hh tot respectievelijk de onderdelen s tot en met ff.

2. In onderdeel u (nieuw) vervalt ‘dan wel een bijschrijvingssticker, bedoeld in artikel 37’.

3. In de onderdelen y (nieuw) en cc (nieuw) vervalt ‘, bijschrijvingsstickers’.

B

Aan artikel 3 worden twee leden toegevoegd, luidende:

  • 7. Op de houderpagina van de in het eerste lid, onder a, derde lid en vierde lid, genoemde modellen van reisdocumenten wordt, indien de aanvrager Nederlander is en als ingezetene staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, bedoeld in artikel 2 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, het burgerservicenummer van de houder vermeld. In afwijking van de eerste zin wordt geen burgerservicenummer vermeld op een voorlopig reisdocument, dat wordt verstrekt als model laissez-passer.

  • 8. De woonplaats en het adres worden niet opgenomen in de in het eerste tot en met vierde lid genoemde modellen.

C

Artikel 21, vierde lid, vervalt onder vernummering van het vijfde lid tot het vierde lid.

D

In artikel 26, eerste lid, wordt ‘dan wel van de reisdocumenten waarin hij staat bijgeschreven’ vervangen door: dan wel van de buitenlandse reisdocumenten waarin hij staat vermeld.

E

Hoofdstuk III, paragraaf 3, vervalt onder vernummering van de paragrafen 4 tot en met 6 tot respectievelijk de paragrafen 3 tot en met 5.

F

Artikel 37 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt ‘dan wel om een versnelde plaatsing van een bijschrijvingssticker in zijn reisdocument’.

2. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Indien de aanvrager verzoekt om de versnelde uitreiking van het aangevraagde reisdocument, wordt in de aanvraag voor het reisdocument een vermelding opgenomen waaruit blijkt dat het een spoedopdracht betreft.

3. In het derde lid vervalt ‘dan wel de te plaatsen bijschrijvingssticker’.

G

In artikel 39, tweede lid, en in artikel 42 vervalt telkens ‘dan wel de aangevraagde bijschrijving kan plaatsvinden’.

H

Artikel 42, tweede volzin, komt te luiden: Het te verzenden aanvraagbestand wordt met gebruikmaking van de aan hem toegekende identificatiekaart voorzien van een digitale handtekening.

I

Artikel 43 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt ‘, bijschrijvingsstickers’.

2. In het tweede lid vervalt ‘of met een Nederlands rijbewijs’.

J

Artikel 43a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt ‘, bijschrijvingsstickers’.

2. In het derde lid wordt ‘artikel 81a, eerste lid’ vervangen door: artikel 82, eerste lid.

K

In artikel 45, tweede lid, vervalt ‘of bijschrijvingssticker’.

L

In het opschrift bij artikel 46 en bij artikel 47 vervalt telkens ‘en bijschrijvingsstickers’.

M

In artikel 46, eerste lid, en artikel 47, eerste, derde en vierde lid, vervalt telkens ‘of bijschrijvingsstickers’.

N

In artikel 48 vervallen ‘of een bijschrijvingssticker’ en ‘, op de daarin opgenomen bijschrijving of op de bijschrijvingssticker’.

O

In artikel 49, aanhef, vervalt ‘en bijschrijvingsstickers’.

P

In het opschrift van Hoofdstuk V vervalt ‘en bijschrijvingssticker’.

Q

Artikel 50 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid alsmede de aanduiding ‘1.’ voor het eerste lid vervallen.

2. De zinsdelen ‘of plaatsing van een bijschrijvingssticker’ en ‘en de aanvrager de in het document weergegeven persoonsgegevens op juistheid heeft gecontroleerd’ vervallen.

R

Artikel 51 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede en derde lid vervallen onder vernummering van het vierde tot en met zevende lid tot het tweede tot en met vijfde lid.

2. In het tweede lid (nieuw) vervallen ‘of de bijschrijvingssticker’ en ‘dan wel de bij te schrijven persoon’.

3. In het derde lid (nieuw) wordt ‘bedoeld in het vierde lid’ vervangen door ‘bedoeld in het tweede lid’ en vervalt ‘of plaatsing van een bijschrijvingssticker’.

4. In het vierde lid (nieuw) vervalt ‘of plaatsing van de bijschrijvingssticker’.

5. In het vijfde lid (nieuw) wordt ‘zoals bedoeld in het zesde lid’ vervangen door ‘als bedoeld in het vierde lid’ en vervalt ‘of de plaatsing van een bijschrijvingssticker’.

S

Artikel 53 vervalt.

T

Artikel 55 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt ‘of de bijschrijving in’.

2. In het tweede lid vervalt ‘of de bijschrijvingssticker’.

3. In het vierde lid vervalt ‘of plaatsing van een geleverde bijschrijvingssticker’.

U

Artikel 56, tweede, derde en vierde lid, alsmede de aanduiding ‘1.’ voor het eerste lid vervallen.

V

In artikel 65, eerste lid, vervalt ‘of waarin een bijschrijving is opgenomen die van rechtswege is vervallen’ en wordt ‘artikel 47, vierde lid, van de wet’ vervangen door: artikel 47, derde lid, van de wet.

W

In het opschrift van Hoofdstuk VIII vervalt ‘en ongedaan maken van bijschrijvingen’.

X

Artikel 67 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, onderdeel d, komt te luiden:

  • d. het na uitreiking als onbruikbaar is beschouwd ten gevolge van misdruk of verkeerde personalisatie en dientengevolge is ingehouden of ingeleverd.

2. Het achtste lid vervalt.

Y

Hoofdstuk VIII, paragraaf 2, alsmede het opschrift van die paragraaf, vervalt onder vernummering van paragraaf 3 tot paragraaf 2.

Z

Artikel 71, tweede lid, alsmede de aanduiding ‘1’ voor het eerste lid vervallen.

AA

Artikel 72 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt ‘respectievelijk van elke daarin opgenomen bijschrijving’.

2. In het vierde lid vervalt ‘dan wel de opneming van een bijschrijving in een reisdocument’.

BB

In artikel 74, eerste lid, vervalt ‘en daarin opgenomen bijschrijvingen’.

CC

In artikel 75, eerste lid, vervalt ‘dan wel d. het ongedaan maken van een bijschrijving in een reisdocument’.

DD

Artikel 77, derde lid, vervalt, onder vernummering van het vierde lid tot het derde lid.

EE

In artikel 79, tweede lid, vervalt ‘en deze gegevens doorgeeft aan de leverancier’.

FF

Artikel 80 wordt als volgt gewijzigd.

1. Het eerste, tweede en derde lid komen te luiden:

  • 1. Per reisdocumentenstation worden ten minste 2 en ten hoogste 20 identificatiekaarten beschikbaar gesteld aan de autorisatiebevoegde reisdocumentenstation.

  • 2. De autorisatiebevoegde reisdocumentenstation is, met inachtneming van de gebruikershandleiding bij het reisdocumentenstation, bedoeld in artikel 87, verantwoordelijk voor het autorisatiebeheer, de bewaring van de identificatiekaarten en de registratie van de personen aan wie hij in een bepaald tijdvak een kaart verstrekt. Identificatiekaarten worden slechts verstrekt aan ambtenaren, aangesteld door of vanwege het gemeentebestuur.

  • 3. De autorisatiebevoegde reisdocumentenstation registreert in het reisdocumentenstation met inachtneming van de gebruikershandleiding de intrekking van identificatiekaarten indien deze na verlies, diefstal of defect verloren zijn gegaan of onbruikbaar zijn geworden of anderszins niet langer gebruikt mogen worden. De autorisatiebevoegde draagt zorg voor de vernietiging van ingetrokken identificatiekaarten voor zover deze in zijn bezit zijn en geen nader onderzoek daaraan hoeft plaats te vinden.

2. Het vierde lid vervalt onder vernummering van het vijfde lid tot het vierde lid.

GG

Artikel 81 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, vervalt ‘, bijschrijvingsstickers, identificatiekaarten’ en wordt een zin toegevoegd, luidende: Identificatiekaarten en daarop betrekking hebbende codes worden uitsluitend in ontvangst genomen door een autorisatiebevoegde reisdocumentenstation.

2. In het tweede lid wordt ‘bedoeld in het eerste lid’ vervangen door: bedoeld in de eerste zin van het eerste lid.

3. In het derde lid wordt ‘artikel 88, eerste lid,’ vervangen door: artikel 88.

HH

Artikel 82 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het eerste lid wordt een zin toegevoegd, luidende:

Identificatiekaarten en daarop betrekking hebbende codes worden uitsluitend in ontvangst genomen door een autorisatiebevoegde reisdocumentenstation.

2. In het tweede lid wordt ‘bedoeld in het eerste lid’ vervangen door: bedoeld in de eerste zin van het eerste lid.

II

In het opschrift van Hoofdstuk XI, paragraaf 3, in het opschrift van artikel 85, alsmede in artikel 85, eerste en tweede lid, vervalt telkens ‘en bijschrijvingsstickers’.

JJ

Artikel 86 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1. In het opschrift vervalt ‘en bijschrijvingsstickers’.

  • 2. In het eerste lid vervallen ‘of bijschrijvingssticker’ en ‘of bijschrijvingsstickers’.

  • 3. In het tweede lid valt ‘en bijschrijvingsstickers’.

KK

Artikel 88, tweede lid, alsmede de aanduiding ‘1’ voor het eerste lid vervallen.

LL

In artikel 90 en artikel 91, eerste, tweede en derde lid, vervalt telkens ‘, bijschrijvingsstickers’ dan wel ‘de bijschrijvingsstickers’.

MM

Artikel 93 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onder a, vervalt ‘de bijschrijvingsstickers’.

2. In het eerste lid, onder c, in het derde lid, onder c, en in het vierde lid vervalt telkens ‘en bijschrijvingsstickers’.

3. Het veertiende lid vervalt.

NN

In artikel 95, eerste en tweede lid, vervallen ‘, bijschrijvingsstickers’ en ‘en bijschrijvingsstickers’.

OO

In artikel 99, tweede lid, onder b, vervalt ‘of bijschrijvingsstickers’

PP

Artikel 103 vervalt.

QQ

Het opschrift van bijlage C3 komt te luiden:

C3 Kennisgeving uitreiking, onttrekking reisdocument.

RR

Bijlage F wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder 1 vervalt telkens ‘/ bijschrijving’, en vervalt ‘- Bijschrijven kinderen (aantal kb)’.

2. Onder 2 vervalt telkens ‘/ bijschrijving’.

SS

Bijlage I vervalt.

ARTIKEL II

De Paspoortuitvoeringsregeling Buitenland 2001 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. De onderdelen t en u vervallen onder verlettering van de onderdelen v tot en met ff tot respectievelijk de onderdelen t tot en met dd.

2. In onderdeel y (nieuw) vervalt ‘, bijschrijvingsstickers’.

B

Aan artikel 3 worden twee nieuwe leden toegevoegd, luidende:

  • 7. Op de houderpagina van de in het eerste lid, onder a, derde lid en vierde lid, genoemde modellen van reisdocumenten wordt, indien de aanvrager Nederlander is en als ingezetene staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, bedoeld in artikel 2 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, het burgerservicenummer van de houder vermeld. In afwijking van de eerste zin wordt geen burgerservicenummer vermeld op een voorlopig reisdocument, dat wordt verstrekt als model laissez-passer.

  • 8. De woonplaats en het adres worden niet opgenomen in de in het eerste tot en met vierde lid genoemde modellen.

C

Artikel 35 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt de zin ‘De gegevens voor de aanvraag van een reisdocument worden opgenomen met behulp van het aanvraagstation.’ vervangen door: De foto, vingerafdrukken en handtekening van de aanvrager worden opgenomen met behulp van het aanvraagstation.

2. Het vierde lid vervalt onder vernummering van het vijfde lid tot vierde lid.

D

In artikel 40, eerste lid, wordt ‘dan wel van de reisdocumenten waarin hij staat bijgeschreven’ vervangen door: dan wel van de buitenlandse reisdocumenten waarin hij staat vermeld.

E

Hoofdstuk III, paragraaf 3, vervalt onder vernummering van de paragrafen 4 tot en met 6 tot de paragrafen 3 tot en met 5.

F

In artikel 52, tweede lid, en artikel 56 vervalt telkens ‘dan wel de aangevraagde bijschrijving kan plaatsvinden’

G

In artikel 56 komt de tweede zin te luiden: Het te verzenden aanvraagbestand wordt met gebruikmaking van de aan hem toegekende identificatiekaart voorzien van een digitale handtekening.

H

In artikel 57, eerste lid, en artikel 58, zevende lid, vervalt telkens ‘, bijschrijvingsstickers’.

I

In artikel 57, tweede lid, vervalt ‘of met een Nederlands rijbewijs’.

J

In artikel 62 vervalt ‘of een bijschrijvingssticker’ en ‘, op de daarin opgenomen bijschrijving of op een bijschrijvingssticker’.

K

In artikel 63 en in het opschrift van Hoofdstuk V vervalt ‘en bijschrijvingsstickers’, dan wel ‘en bijschrijvingssticker’.

L

Artikel 64 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid alsmede de aanduiding ‘1.’ voor het eerste lid vervallen.

2. De zinsneden ‘dan wel tot plaatsing van een bijschrijvingssticker’ en ‘en de aanvrager de in het document weergegeven persoonsgegevens op juistheid heeft gecontroleerd’ vervallen.

M

Artikel 66 vervalt.

N

Artikel 68 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt ‘of de bijschrijving in’.

2. In het tweede lid vervalt ‘of de bijschrijvingssticker’.

3. In het derde lid vervalt ‘of plaatsing van een geleverde bijschrijvingssticker’.

O

In artikel 76, eerste lid, vervalt ‘of waarin een bijschrijving is opgenomen die van rechtswege is vervallen’ en wordt ‘artikel 47, vierde lid, van de wet’ vervangen door: artikel 47, derde lid, van de wet.

P

In het opschrift van Hoofdstuk VIII vervalt ‘en ongedaan maken van bijschrijvingen’.

Q

Artikel 78 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, onderdeel d, komt te luiden:

d. het na uitreiking als onbruikbaar is beschouwd ten gevolge van misdruk of verkeerde personalisatie en dientengevolge is ingehouden of ingeleverd.

2. Het achtste lid vervalt.

R

Hoofdstuk VIII, paragraaf 2, vervalt onder vernummering van de paragrafen 3 en 4 tot de paragrafen 2 en 3.

S

Artikel 79, tweede lid, alsmede de aanduiding ‘1.’ voor het eerste lid vervallen.

T

Artikel 82 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt ‘respectievelijk van elke daarin opgenomen bijschrijving’.

2. In het vierde lid vervalt ‘dan wel de opneming van de bijschrijving in een reisdocument’.

U

In artikel 87, tweede lid, vervalt ‘en deze gegevens doorgeeft aan de leverancier’.

V

Artikel 88 wordt als volgt gewijzigd.

1. Het eerste, tweede en derde lid komen te luiden:

  • 1. Per reisdocumentenstation worden ten minste 2 en ten hoogste 20 identificatiekaarten beschikbaar gesteld aan de autorisatiebevoegde reisdocumentenstation.

  • 2. De autorisatiebevoegde reisdocumentenstation is, met inachtneming van de gebruikershandleiding bij het reisdocumentenstation, bedoeld in artikel 101, verantwoordelijk voor het autorisatiebeheer, de bewaring van de identificatiekaarten en de registratie van de personen aan wie hij in een bepaald tijdvak een kaart verstrekt. Identificatiekaarten worden slechts verstrekt aan ambtenaren, aangesteld door of vanwege de Minister van Buitenlandse Zaken.

  • 3. De autorisatiebevoegde reisdocumentenstation registreert in het reisdocumentenstation met inachtneming van de gebruikershandleiding de intrekking van identificatiekaarten indien deze na verlies, diefstal of defect verloren zijn gegaan of onbruikbaar zijn geworden of anderszins niet langer gebruikt mogen worden. De autorisatiebevoegde draagt zorg voor de vernietiging van ingetrokken identificatiekaarten voor zover deze in zijn bezit zijn en geen nader onderzoek daaraan hoeft plaats te vinden.

2. Het vierde lid vervalt onder vernummering van het vijfde lid tot het vierde lid.

W

Artikel 89 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het eerste lid wordt een zin toegevoegd, luidende: Identificatiekaarten en daarop betrekking hebbende codes worden uitsluitend in ontvangst genomen door een autorisatiebevoegde reisdocumentenstation.

2. In het tweede lid wordt ‘bedoeld in het eerste lid’ vervangen door: bedoeld in de eerste zin van het eerste lid.

X

In het opschrift van Hoofdsstuk X, paragraaf 3, het opschrift van de artikelen 93 en 94, artikel 93, eerste, tweede en derde lid, en artikel 94, tweede lid, vervalt telkens ‘en bijschrijvingsstickers’.

Y

In artikel 94, eerste lid, vervalt ‘of bijschrijvingssticker’ en ‘of bijschrijvingsstickers’.

Z

In artikel 104, artikel 105, eerste, tweede en derde lid, artikel 107, eerste lid, onder a en c, en artikel 109, eerste en tweede lid, onder b, vervalt ‘, bijschrijvingsstickers’, ‘de bijschrijvingsstickers’, ‘bijschrijvingsstickers’ dan wel ‘en bijschrijvingstickers’.

AA

Artikel 115 vervalt.

BB

Het opschrift van bijlage C3 komt te luiden:

C3 Kennisgeving uitreiking, onttrekking reisdocument.

CC

Bijlage F wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder 1 vervalt telkens ‘/ bijschrijving’, en vervalt ‘- Bijschrijven kinderen (aantal kb)’.

2. Onder 2 vervalt telkens ‘/ bijschrijving’.

DD

Bijlage I vervalt.

ARTIKEL III

De Paspoortuitvoeringsregeling Koninklijke Marechaussee 2001 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel u vervalt ‘, bijschrijvingsstickers’.

2. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel v door een puntkomma worden de volgende onderdelen toegevoegd:

  • w. aanvraagstation: de door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangewezen apparatuur en programmatuur voor het ondersteunen van het aanvraag- en uitgifteproces van reisdocumenten;

  • x. foto- en handtekeningformulier: het in de bijlagen bij deze regeling opgenomen standaardformulier B8, dat bestemd is voor het in de aanvraag opnemen van de foto en handtekening, bedoeld in artikel 22, eerste en tweede lid;

  • y. aanvraagstationlocatie: de locatie waar de bevoegde autoriteit met inachtneming van artikel 53 één of meerdere aanvraagstations heeft geplaatst.

B

Aan artikel 3 worden twee nieuwe leden toegevoegd, luidende:

  • 7. Op de houderpagina van de in het eerste lid, onder a, derde lid en vierde lid genoemde modellen van reisdocumenten wordt, indien de aanvrager Nederlander is en als ingezetene staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, bedoeld in artikel 2 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, het burgerservicenummer van de houder vermeld. In afwijking van de eerste zin wordt geen burgerservicenummer vermeld op een voorlopig reisdocument, dat wordt verstrekt als model laissez-passer.

  • 8. De woonplaats en het adres worden niet opgenomen in de in het eerste tot en met vierde lid genoemde modellen.

C

Artikel 6, tweede lid, alsmede de aanduiding ‘1’ voor het eerste lid vervallen.

D

Artikel 13 komt te luiden:

  • 1. Bij het opmaken van de aanvraag van een reisdocument wordt, indien beschikbaar, gebruik gemaakt van het aanvraagstation. Bij het opmaken van een aanvraag voor een reisdocument kan, in nader door de Commandant van de Koninklijke Marechaussee te bepalen gevallen, gebruik worden gemaakt van een daartoe bestemd aanvraag-informatieformulier.

  • 2. Indien geen gebruik kan worden gemaakt van het aanvraagstation, worden de in bijlage F genoemde aanvraaggegevens rechtstreeks dan wel door overname van deze gegevens uit het aanvraag-informatieformulier, opgenomen in:

    • a. de reisdocumentenmodule van het District Koninklijke Marechaussee Schiphol, dan wel

    • b. het reisdocumentenstation van de andere aangewezen brigades van de Koninklijke Marechaussee, en vervolgens met een daartoe bestemde printer vermeld in het aanvraagformulier.

  • 3. In de aanvraag wordt de in artikel 42, vierde lid, bedoelde locatiecode, behorend bij de uitgiftelocatie, en het aanvraagnummer vermeld.

E

In artikel 15, eerste lid, wordt ‘dan wel van de reisdocumenten waarin hij staat bijgeschreven’ vervangen door: dan wel van de buitenlandse reisdocumenten waarin hij staat vermeld.

F

De derde paragraaf van hoofdstuk III komt te luiden:

§ 3 Het opnemen van de foto en handtekening

Artikel 22
  • 1. De daartoe aangewezen ambtenaar vergelijkt bij de aanvraag voor een noodpaspoort, behoudens in het artikel 19 bedoelde geval, nauwkeurig de overgelegde foto van de aanvrager dan wel van degene ten behoeve van wie de aanvraag wordt ingediend met de persoon die voor hem staat en brengt deze foto op de bestemde plaats in het foto- en handtekeningformulier aan, of, indien geen gebruik kan worden gemaakt van het aanvraagstation, op de bestemde plaats op het aanvraagformulier.

  • 2. De in het eerste lid bedoelde ambtenaar ziet, behoudens in het in artikel 18 bedoelde geval, er op toe dat in het foto- en handtekeningformulier dan wel op het aanvraagformulier op de bestemde plaats de duidelijk leesbare handtekening wordt geplaatst van de aanvrager dan wel van de persoon ten behoeve van wie de aanvraag van het reisdocument wordt gedaan. In de gevallen waarin gebruik wordt gemaakt van een aanvraag-informatieformulier, wordt dit formulier door de aanvrager ondertekend.

  • 3. Het foto- en handtekeningformulier wordt door de in het eerste lid bedoelde ambtenaar met gebruikmaking van het aanvraagstation gedigitaliseerd, waarna de in het aanvraagstation vastgelegde gegevens worden verwerkt en doorgezonden naar het reisdocumentenstation.

G

Artikel 23, derde lid, komt te luiden:

  • 3. De daartoe aangewezen ambtenaar vermeldt in de aanvraag de verstrekkende autoriteit. Indien bij de aanvraag geen gebruik wordt gemaakt van het aanvraagstation, parafeert de daartoe aangewezen ambtenaar ten bewijze van verstrekking op de bestemde plaats het aanvraagformulier.

H

Artikel 25 komt te luiden:

Artikel 25. Het toevoegen van de foto en handtekening aan de aanvraag.

  • 1. De in het aanvraagstation vastgelegde foto en handtekening worden met de overige aanvraaggegevens samengevoegd tot een aanvraagbestand in het reisdocumentenstation. Het aanvraagbestand wordt voorzien van een digitale handtekening van de bevoegde ambtenaar die akkoord is met de verstrekking.

  • 2. Indien bij de aanvraag geen gebruik wordt gemaakt van het aanvraagstation, wordt het aanvraagformulier door de daartoe aangewezen ambtenaar met gebruikmaking van de daartoe bestemde apparatuur gescand, zodat de foto en de handtekening van de aanvrager en de paraaf van de bevoegde ambtenaar die akkoord is met de verstrekking worden gedigitaliseerd en met de aanvraaggegevens, bedoeld in artikel 24, worden samengevoegd tot een aanvraagbestand in het reisdocumentenstation.

I

Hoofdstuk VII, paragraaf 2, alsmede het opschrift van Hoofdstuk VII, paragraaf 1, vervallen.

J

In artikel 38, tweede lid, vervalt ‘en deze gegevens doorgeeft aan de leverancier’.

K

Artikel 39 wordt als volgt gewijzigd.

1. Het eerste, tweede en derde lid komen te luiden:

  • 1. Per reisdocumentenstation worden ten minste 2 en ten hoogste 20 identificatiekaarten beschikbaar gesteld aan de autorisatiebevoegde reisdocumenten.

  • 2. De autorisatiebevoegde reisdocumenten is, met inachtneming van de gebruikershandleiding bij het reisdocumentenstation, bedoeld in artikel 49, verantwoordelijk voor het autorisatiebeheer, de bewaring van de identificatiekaarten en de registratie van de personen aan wie hij in een bepaald tijdvak een kaart verstrekt. Identificatiekaarten worden slechts verstrekt aan ambtenaren, aangesteld door of vanwege de commandant.

  • 3. De autorisatiebevoegde reisdocumenten registreert in het reisdocumentenstation met inachtneming van de gebruikershandleiding de intrekking van identificatiekaarten indien deze na verlies, diefstal of defect verloren zijn gegaan of onbruikbaar zijn geworden of anderszins niet langer gebruikt mogen worden. De autorisatiebevoegde draagt zorg voor de vernietiging van ingetrokken identificatiekaarten voor zover deze in zijn bezit zijn en geen nader onderzoek daaraan hoeft plaats te vinden.

2. Het vierde lid vervalt onder vernummering van het vijfde lid tot het vierde lid.

L

Na artikel 39 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 39a

  • 1. Per aanvraagstationlocatie worden door de leverancier twee opstartkaarten verstrekt, waarmee het aanvraagstation in werking kan worden gesteld.

  • 2. De autorisatiebevoegde aanvraagstation is, met inachtneming van de gebruikershandleiding bij het aanvraagstation, bedoeld in artikel 49, verantwoordelijk voor de bewaring en het gebruik van de opstartkaart.

  • 3. Bij defect of verlies van een opstartkaart wordt terstond contact opgenomen met de leverancier.

  • 4. Een defecte opstartkaart wordt terstond aan de leverancier toegestuurd.

M

Aan artikel 41, tweede lid, wordt een zin toegevoegd, luidende: Identificatiekaarten en daarop betrekking hebbende codes worden uitsluitend in ontvangst genomen door een autorisatiebevoegde reisdocumenten.

N

In artikel 44, vierde lid, vervalt ‘of met een rijbewijs’.

O

Artikel 50, tweede lid, alsmede de aanduiding ‘1’ voor het eerste lid, vervalt.

P

Artikel 62 vervalt.

Q

Het opschrift van bijlage C3 komt te luiden:

C3 Kennisgeving uitreiking, onttrekking reisdocument.

R

Bijlage F wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder 1 vervalt telkens ‘/ bijschrijving’, en vervalt ‘- bijschrijven kinderen (aantal kb)’.

2. Onder 2 vervalt telkens ‘/ bijschrijving’.

S

Bijlage I vervalt.

ARTIKEL IV

Deze regeling treedt in werking met ingang van 26 juni 2012.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J.W.E. Spies.

TOELICHTING

1. Algemeen

Deze wijziging strekt ertoe de volgende onderwerpen te regelen:

a. Wijzigingen met betrekking tot identificatiekaarten voor het aanvraagstation

Deze wijziging van de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001 (PUN), de Paspoortuitvoeringsregeling Buitenland 2001 (PUB) en de Paspoortuitvoeringsregeling Koninklijke Marechaussee 2001 (PUKMAR) voorziet in de eerste plaats in een wijziging met betrekking tot de identificatiekaarten waarmee op elektronische wijze toegang kan worden gekregen tot het aanvraagstation. Per reisdocumentenstation (RAAS) zullen ten minste 2 en ten hoogste 20 identificatiekaarten beschikbaar worden gesteld. Met de toegang tot RAAS moet terughoudendheid worden betracht, gelet op de gevoeligheid van de gegevens die daarin zijn opgeslagen. Uitgevende instanties dienen daarom zeer kritisch te zijn bij het verlenen van autorisaties. De uitgevende instanties dienen als uitgangspunt te hanteren dat zo weinig mogelijk personen toegang tot de persoonsgegevens in het RAAS hebben.

De autorisatiebevoegde reisdocumentenstation van de uitgevende instantie koppelt – anders dan voorheen – een beschikbaar gestelde identificatiekaart aan een persoon die door de betreffende uitgevende instantie als bevoegd is aangewezen om handelingen te verrichten waarvoor toegang tot het RAAS is vereist, en hij draagt zorg voor de veilige bewaring van de kaarten. De koppeling van een kaart aan een persoon kan worden gewijzigd door de autorisatiebevoegde reisdocumentenstation. De uitgevende instantie is hierdoor in staat beter in te spelen op personele wijzigingen. Dit komt de continuïteit van het aanvraag- en uitgifteproces ten goede. In het RAAS wordt geregistreerd aan wie de identificatiekaart is gekoppeld, waardoor personele wijzigingen niet langer via een formulier hoeven te worden doorgegeven aan de leverancier. Nieuw is ook dat identificatiekaarten alleen in ontvangst mogen worden genomen door autorisatiebevoegden.

b. Gebruik van aanvraagstations door de KMAR

Voorts wordt in de wijziging van de artikelen 1, 13, 22, 23, 25 en 39a van de PUKMAR het gebruik van aanvraagstations door de Koninklijke Marechaussee geregeld. Alle andere uitgevende instanties maken sinds februari 2009 binnen het reisdocumentenproces reeds gebruik van het zogenaamde aanvraagstation (Stcrt. 2009, nr. 24). Dit was voor wat betreft de uitgifte van nooddocumenten door de Koninklijke Marechaussee nog niet het geval. Een aanvraagstation wordt gebruikt voor digitaliseren van de handtekening en de foto, voor het opnemen en verifiëren van vingerafdrukken alsmede voor het uitlezen van de chip in het paspoort en de Nederlandse identiteitskaart om de daarin opgeslagen gegevens te tonen en te controleren. De Koninklijke Marechaussee zal het aanvraagstation gaan gebruiken voor het digitaliseren van de foto en de handtekening die op de houderpagina van het noodpaspoort wordt geprint. Het noodpaspoort bevat geen chip. Ook worden er bij de aanvraag van een noodpaspoort geen vingerafdrukken opgenomen. Andere reisdocumenten dan noodpaspoorten worden niet uitgegeven door de Koninklijke Marechaussee. De Koninklijke Marechaussee kan, indien de aanvrager van een noodpaspoort een verlopen nationaal paspoort of Nederlandse identiteitskaart bezit, de chip uitlezen en de daarin opgeslagen gegevens verifiëren. De aanvraagstations worden geleidelijk bij de verschillende locaties van de Koninklijke Marechaussee geplaatst. In de bepalingen wordt rekening gehouden met de situatie dat er wel of geen aanvraagstation aanwezig is.

c. Vervallen van de bijschrijving

Tenslotte zijn in de artikelen in de uitvoeringsregelingen de verwijzingen naar de mogelijkheid tot bijschrijving van kinderen geschrapt. Deze wijzigingen vloeien voort uit Verordening (EG) nr. 444/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 28 mei 2009 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2252/2004 van de Raad betreffende normen voor de veiligheidskenmerken van en biometrische gegevens in door de lidstaten afgegeven paspoorten en reisdocumenten (PbEU 2009, L142) (hierna: de wijzigingsverordening). Vanaf 26 juni 2012 is het op grond van de wijzigingsverordening niet langer mogelijk kinderen bij te schrijven in reisdocumenten. De bepalingen in de Paspoortwet inzake bijschrijving worden aangepast in de Wijziging van de Paspoortwet in verband met het vervallen van de mogelijkheid tot bijschrijving van kinderen (kamerstukken 32860). Omdat deze wijziging voortvloeit uit de wijzigingsverordening en de eerdergenoemde wijziging van de Paspoortwet, zijn deze wijzigingen van de paspoortuitvoeringsregelingen technisch van karakter.

De overige kleinere wijzigingen en herstelde omissies worden toegelicht in het artikelgewijze deel van deze toelichting.

2. Artikelgewijs

Artikel I, onderdeel B, artikel II, onderdeel B, en artikel III, onderdeel B

Aan artikel 3 van de PUN, artikel 3 van de PUB en artikel 3 van de PUKMAR wordt een nieuw zevende en achtste lid toegevoegd.

In artikel 3, eerste lid, van de Paspoortwet is bepaald welke persoonsgegevens in elk reisdocument worden vermeld. Tevens kan de minister van BZK bepalen in welke gevallen wordt afgezien van de vermelding van respectievelijk de geboorteplaats, woonplaats, adres en lengte. De woonplaats en het adres worden op dit moment niet in de reisdocumenten vermeld en is uitsluitend geregeld door de aanwijzing van de modellen van de reisdocumenten. Dit wordt duidelijkheidshalve nu ook vermeld in de paspoortuitvoeringsregelingen.

Daarnaast kan de minister op grond van artikel 3, vierde lid, van de wet reisdocumenten aanwijzen waarin het burgerservicenummer (BSN) wordt vermeld indien de houder Nederlander is en als ingezetene in de Gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens is ingeschreven. Het BSN wordt vermeld in het nationaal paspoort, het noodpaspoort, het faciliteitenpaspoort, het tweede paspoort, de Nederlandse identiteitskaart en in het voorlopig reisdocument voor zover dit wordt verstrekt als model noodpaspoort. Ook daarin wordt alsnog voorzien.

Artikel I, onderdeel H en artikel II, onderdeel G

In artikel 42 van de PUN en artikel 56 van de PUB wordt bepaald dat de digitale handtekening bij het aanvraagbestand dient te worden aangebracht met gebruikmaking van de toegekende identificatiekaart. Over het aanvraagbestand dat naar de producent van de reisdocumenten wordt gestuurd, wordt met de identificatiekaart een digitale handtekening gezet, die met het aanvraagbestand mee naar de producent wordt gestuurd. De producent controleert of het aanvraagbestand is getekend met een identificatiekaart die in omloop mag zijn. Tevens wordt gecontroleerd of de betreffende identificatiekaart ten tijde van ondertekenen is gekoppeld aan een ambtenaar van de uitgiftelocatie die de aanvraag doet.

Artikel I, onderdeel I, artikel II, onderdeel H, en artikel III, onderdeel N

In artikel 43, tweede lid, van de PUN, artikel 57, tweede lid, van de PUB en artikel 44, vierde lid, van de PUKMAR vervalt de verwijzing naar een Nederlands rijbewijs, omdat een rijbewijs is aangewezen als identiteitsdocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. Aparte vermelding is dus overbodig.

Artikel I, onderdeel J

In artikel 43a, derde lid, van de PUN wordt een foutieve verwijzing hersteld. De wijziging in het eerste lid betreft het niet langer bestaan van bijschrijvingsstickers, die daarom uit het lid geschrapt worden.

Artikel I, onderdeel Q, en artikel II, onderdeel L

In artikel 50, eerste lid, van de PUN en artikel 64, eerste lid, van de PUB vervalt de zinsnede ‘en de aanvrager de in het document opgenomen gegevens op juistheid heeft gecontroleerd’. Het is namelijk de uitgevende instantie die verantwoordelijk is voor de controle of het uitgereikte reisdocument de juiste persoonsgegevens bevat. De controle daarvan kan niet bij de aanvrager die het document in ontvangst neemt worden neergelegd.

De overige wijzigingen in deze artikelen houden verband met het vervallen van de bijschrijving.

Artikel I, onderdeel EE, artikel II, onderdeel U, en artikel III, onderdeel J

De programmatuur van het RAAS is zo gewijzigd dat geautomatiseerd (via het RAAS) aan de leverancier wordt bijgehouden welke personen ‘autorisatiebevoegde reisdocumentenstation’ zijn. Gelet daarop is het verplicht doorgeven van de namen van autorisatiebevoegden reisdocumentenstation door de burgemeester of gezaghebber aan de leverancier niet meer noodzakelijk. Het doorgeven van de namen van autorisatiebevoegden aanvraagstation aan het agentschap BPR dient daarnaast nog te worden geformaliseerd met behulp van standaardformulier B3. artikel 79, tweede lid, van de PUN, artikel 87, tweede lid, van de PUB en artikel 38, tweede lid, van de PUKMAR worden met het oog hierop aangepast.

Artikel I, onderdelen FF, GG, HH en SS, artikel II, onderdelen V, W en DD, en artikel III, onderdelen K, M en S

In het algemene deel van de toelichting is ingegaan op de wijzigingen met betrekking tot de identificatiekaart waarmee op elektronische wijze toegang tot het RAAS kan worden verkregen. Onderhavige wijziging van artikel 80, 81 en 82 van de PUN, artikel 88 en 89 van de PUB en artikel 39 en 41 van de PUKMAR geeft daar invulling aan. Als gevolg van die wijziging kan bijlage I van genoemde regelingen vervallen.

Artikel I, onderdeel MM

Artikel 93, veertiende lid, is een overgangsbepaling in verband met de invoering van het aanvraagstation bij de gemeenten. Alle overgangsbepalingen, die nog rekening houden met de situatie dat geen gebruik wordt gemaakt van een aanvraagstation, zijn toen vervallen (Stcrt. 2009, 13960) waarbij abusievelijk het onderhavige artikellid is vergeten. Dit wordt hersteld. De overige wijzigingen van dit artikel houden verband met het vervallen van de bijschrijving.

Artikel II, onderdeel C

De wijziging van artikel 35, eerste lid, van de PUB houdt in dat niet alle aanvraaggegevens worden opgenomen met behulp van het aanvraagstation, maar alleen de vingerafdrukken, de foto en de handtekening. De overige gegevens kunnen niet worden opgenomen met behulp van het aanvraagstation, maar worden opgenomen op de reguliere wijze. Dit betreft het herstel van een omissie.

Artikel III, onderdelen A, D, F, G en H

Deze onderdelen worden toegelicht in het algemene deel van deze toelichting.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J.W.E. Spies.

Naar boven