Vergunning voor de aanleg van ‘8 pijpleiding met een en 4’ piggyback pijpleiding tussen K18-G1 via K18-G4 naar nog te plaatsen Riser Acces Tower nabij K15-FA-1

18 maart 2011

Nr. ETM/EM/11036886

De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie:

Procesverloop:

  • Wintershall Noordzee B.V., gevestigd te Rijswijk, heeft op 17 februari 2011 een aanvraag ingediend om een vergunning ingevolge artikel 94 van het Mijnbouwbesluit (Stb. 2002, 604), voor het aanleggen van een pijpleiding met een diameter van 20,3 cm (8 inch) en een piggyback pijpleiding met een diameter van 10,2 cm (4 inch) op het continentaal plat in het hieronder in artikel 1, tweede lid, omschreven traject binnen de blokken K18 en K15 van het continentaal plat, welke blokken zijn aangegeven op de als bijlage 3 bij de Mijnbouwregeling (Stcrt. 2002, 245), gevoegde kaart.

  • De Inspecteur-generaal der Mijnen heeft op 24 februari 2011 advies uitgebracht (kenmerk 11027525). Van de zijde van Rijkswaterstaat-Noordzee is te kennen gegeven dat geen bezwaar is tegen de aanleg van deze leidingen.

  • De pijpleidingen worden aangelegd in een gebied als bedoeld in artikel 44 van het Mijnbouwbesluit, derhalve is de Minister van Defensie gevraagd om overeenstemming. De minister van Defensie heeft op 7 maart aangegeven Wintershall toe te staan om van 25 april tot en met 10 mei 2011 pijpleiding activiteiten te mogen uitvoeren in de EDH 41 (kenmerk 2011006867).

Overwegingen:

  • De pijpleidingen zullen op grond van artikel 93 van het Mijnbouwbesluit moeten bestaan uit pijpen die voldoende sterk zijn en op doelmatige wijze met elkaar zijn verbonden, en tegen corrosie en uitwendige krachten moeten worden beschermd.

  • De ligging van de pijpleidingen zullen op grond van voornoemd artikel zodanig moeten zijn dat geen schade wordt veroorzaakt of dat schade zoveel mogelijk wordt voorkomen.

  • De eigenschappen, de aanleg, de ligging en het onderhoud van de leidingen moeten op grond van voornoemd artikel voldoen aan de bij artikel 10.1 van de Mijnbouwregeling gestelde eisen.

  • Met het bij de aanvraag overlegde rapport van het voorontwerp van de pijpleiding en piggyback pijpleiding is aangetoond dat zal worden voldaan aan NEN 3650. Uit de aanvraag blijkt derhalve dat de pijpleiding en de piggyback pijpleiding zullen voldoen aan de bij en krachtens artikel 93, derde lid, van het Mijnbouwbesluit gestelde eisen.

Gelet op:

De artikelen 92, 93 en 94 van het Mijnbouwbesluit, alsmede op de artikelen 1.7.1 en 10.1 van de Mijnbouwregeling;

Besluit:

Artikel 1

  • 1. Aan Wintershall Noordzee B.V., gevestigd te Rijswijk, wordt vergunning verleend voor het aanleggen van een pijpleiding met een diameter van 20,3 cm (8 inch) en een piggyback pijpleiding met een diameter van 10,2 cm (4 inch) op het continentaal plat in het hieronder in het tweede lid omschreven traject;

  • 2. De vergunning geldt voor een traject tussen K18-G1 (subsea) via K18-G4 (subsea) naar de nog te plaatsen Riser Access Tower nabij K15-FA-1.

    De coördinaten van het begin en eindpunt zijn:

    K18-G1: 53° 09’ 23,792" NB en 3° 57' 47,044" OL

    K15-FA-1: 53° 14’ 51,370" NB en 3° 59’ 15,485" OL.

  • 3. De ligging van de in het tweede lid bedoelde punten is uitgedrukt in geografische coördinaten volgens het stelsel van de Europese vereffening.

Artikel 2

  • 1. De beheerder als bedoeld in artikel 92, onderdeel d, van het Mijnbouwbesluit, meldt uiterlijk 14 dagen voorafgaande aan de beoogde uitvoering van de aanlegwerkzaamheden de startdatum, tijdsduur, locatie, gebied en traject, betrokken schepen en 24 uurs contactpersonen aan de Inspecteur-generaal der Mijnen en de Chef Hydrografie.

  • 2. De beheerder als bedoeld in artikel 92, onderdeel d, van het Mijnbouwbesluit, meldt uiterlijk 24 uur voorafgaande aan de daadwerkelijke uitvoering van de aanlegwerkzaamheden de tijdsduur, locatie, gebied en traject, betrokken schepen en 24 uurs contactpersonen aan de Inspecteur-generaal der Mijnen en de directeur van de Kustwacht.

  • 3. De bij de aanlegwerkzaamheden betrokken schepen melden zich voor de daadwerkelijke aanvang en bij beëindiging van de werkzaamheden bij het Kustwachtcentrum te Den Helder.

Artikel 3

In de periode tussen leggen en begraven van de pijpleiding en de piggyback pijpleiding dient voor het op afstand houden van de scheepvaart minimaal 1 wachtschip aanwezig.

Artikel 4

De gronddekking voor de pijpleiding en de piggyback pijpleiding bedraagt minimaal 0,80 meter vanaf de bovenkant van de leiding.

Artikel 5

Bij gebruik van stortsteen of grind voor gronddekking geldt als maximum korreldiameter voor de afsluitende bovenlaag D90=85 mm

Artikel 6

De vrije waterkolom boven de pijleiding, kabel, stortsteen, grind en matrassen is te allen tijde minimaal -19 meter LAT.

Artikel 7

De Pijpleiding activiteiten in het defensiegebied EHD 41 mogen worden uitgevoerd van 25 april 2011 tot en met 10 mei 2011.

Artikel 8

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beschikking is bekendgemaakt. Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager.

De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

namens deze:

themacoördinator mijnbouw en mijnbouwklimaat, directie energiemarkt,

P. Jongerius.

Tegen dit besluit kan degene, wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen 6 weken na de dag, waarop dit besluit is verzonden, een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Directie Wetgeving en Juridische Zaken (ALP: X/50), Postbus 20101, 2500 EC ’s-Gravenhage. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.

Naar boven