De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;
Gelet op de artikelen 3, tweede lid, 4, derde lid, 5, 5a, eerste lid, 5b, derde lid, en 7 van het Besluit vergoedingen Telecommunicatiewet,
artikel 65, eerste lid, van de Postwet 2009 en artikel 14 van het Postbesluit 2009;
Besluit:
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder besluit: Besluit vergoedingen Telecommunicatiewet.
Artikel 2
-
1. Het grensbedrag, bedoeld in artikel 5a, eerste lid, onderdeel a, van het besluit, bedraagt € 20.000.000.
-
2. Het minimum, bedoeld in artikel 5a, eerste lid, onderdeel b, van het besluit, bedraagt € 2.000.000.
Artikel 3
Voor de kosten van het door het college verrichten van werkzaamheden of diensten zijn met betrekking tot de categorieën en
subcategorieën van gelijksoortige werkzaamheden of diensten, genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage, voor het kalenderjaar
2012 de in de bijlage genoemde vergoedingen verschuldigd.
Artikel 4
-
1. Indien sprake is van een overdracht van activiteiten als bedoeld in artikel 5b, derde lid, van het besluit, en indien de
overdracht van activiteiten heeft plaatsgevonden na het jaar dat op grond van artikel 5c, eerste lid, van het besluit als
referentiejaar geldt, wordt de omzet van de vergoedingsplichtige aanbieder gebaseerd op:
-
a. bij een splitsing in de zin van artikel 334a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek: het relevante deel van de omzet van de
aanbieder waaruit de vergoedingsplichtige aanbieder is ontstaan;
-
b. bij een overdracht van activiteiten op een andere wijze dan bedoeld in onderdeel a: de omzet van de aanbieder of de aanbieders
wiens respectievelijk wier activiteiten zijn overgedragen aan de vergoedingsplichtige aanbieder.
-
2. Indien sprake is van een overdracht van activiteiten als bedoeld in artikel 5b, derde lid, van het besluit, en indien de
overdracht van activiteiten heeft plaatsgevonden in het jaar dat op grond van artikel 5c, eerste lid, van het besluit als
referentiejaar geldt, wordt de omzet van de vergoedingsplichtige aanbieder gebaseerd op:
-
3. Als relevant deel van de omzet, bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt in aanmerking genomen het gedeelte van de omzet
dat betrekking heeft op activiteiten die bij de splitsing zijn overgedragen aan de vergoedingsplichtige aanbieder, voor zover
deze activiteiten betrekking hebben op het in Nederland leveren van openbare elektronische communicatienetwerken, openbare
elektronische communicatiediensten of bijbehorende faciliteiten.
Artikel 5
De jaarlijkse vergoeding voor het toezicht genoemd in de bijlage voor het aanbieden of afgeven van gekwalificeerde certificaten
aan het publiek wordt over het eerste jaar van registratie berekend over het aantal aan het publiek afgegeven certificaten
per datum van registratie bij het college. Indien registratie heeft plaatsgevonden vóór 2012 geldt 1 januari 2012 als de peildatum
voor het vaststellen van het aantal aan het publiek afgegeven certificaten waarover de jaarlijkse vergoeding voor het toezicht
wordt berekend.
Artikel 6
Degene die de vergoeding verschuldigd is, behoeft de vergoeding voor werkzaamheden of diensten voor registratie, genoemd in
de bijlage onder de categorieën 1 en 3, niet bij vooruitbetaling te voldoen.
Artikel 7
Het kostencalculatiemodel, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel d, van het besluit, wordt door het college bekend gemaakt
door middel van ter inzage legging ten kantore van het college.
Artikel 8
De Regeling vergoedingen OPTA 2011 wordt ingetrokken, met dien verstande dat die regeling van toepassing blijft met betrekking
tot de in die regeling bedoelde werkzaamheden of diensten die in het kalenderjaar 2011 zijn verricht.
Artikel 9
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2012.
Artikel 10
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vergoedingen OPTA 2012.
TOELICHTING
I. Algemeen
1. Inleiding
In de onderhavige regeling zijn de vergoedingen vastgesteld die door het college van de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie
Autoriteit (verder: OPTA) in rekening zullen worden gebracht voor door OPTA jegens een marktpartij verrichte of te verrichten
werkzaamheden of diensten die voortvloeien uit de Telecommunicatiewet en de Postwet 2009. De vergoedingen betreffende de Telecommunicatiewet
worden onderscheiden naar de categorieën van gelijksoortige werkzaamheden of diensten die zijn genoemd in artikel 4, tweede
lid, van het Besluit vergoedingen Telecommunicatiewet. Sommige van deze categorieën worden weer verdeeld in subcategorieën.
Op basis van artikel 3, eerste lid, onder a, van het Besluit vergoedingen Telecommunicatiewet worden directe en indirecte
kosten die worden toegerekend aan de betreffende categorieën en subcategorieën geraamd voor het kalenderjaar waarvoor de vergoeding
geldt. Uitgangspunt is een zo volledig mogelijke kostendekking door middel van doorberekening van de geraamde kosten per categorie.
De verdeling van de kosten binnen een (sub)categorie geschiedt op basis van het aantal registraties, de relatieve omzet van
aanbieders, het aantal aanbieders met een omzet binnen een bepaalde bandbreedte, het aantal afgegeven certificaten, c.q. het
aantal toegekende nummers binnen die (sub)categorie. Indien na afloop van een kalenderjaar blijkt dat de gerealiseerde kosten
en opbrengsten afwijken van de geraamde kosten en opbrengsten, komt het positieve of negatieve saldo ten goede aan respectievelijk
ten laste van de balanspost ‘te verrekenen met de markt’. Dit saldo wordt betrokken bij de vaststelling van de vergoedingen
voor latere jaren. Dit laatste is ook van toepassing voor de post.
Postvervoerbedrijven betalen een percentage van de relevante omzet; de verlener van de universele postdienst betaalt daarnaast
ook een vast bedrag voor het toezicht op de uitvoering van de universele postdienst.
De kosten van de behandeling van bezwaar- en beroepschriften en van de beoordeling van ontwerpen van regelgeving, z.g. uitvoeringstoetsen,
worden niet doorberekend. Dit is in lijn met het kabinetsstandpunt naar aanleiding van het in het kader van de operatie marktwerking
deregulering en wetgevingskwaliteit (MDW) opgesteld rapport ‘Maat houden, een kader voor doorberekening van toelatings- en
handhavingskosten’ (Kamerstukken II 1995/96, 24 036, nr. 22). Dit vloeit ook voort uit het feit dat deze werkzaamheden niet als werkzaamheden of diensten in de zin van artikel 16.1
Telecommunicatiewet kunnen worden aangemerkt.
2. De hoogte van de vergoedingen
In de toelichting bij artikel 3 wordt ingegaan op de specifieke wijzigingen in de hoogte van de vergoedingen voor 2012 ten
opzichte van de vergoedingen die zijn vastgesteld in de Regeling vergoedingen OPTA 2011. Bij het bepalen van de hoogte van
de vergoedingen is uitgegaan van de begroting van OPTA voor 2012, zoals goedgekeurd in 2011.
3. Administratieve lasten en regeldruk
Deze regeling heeft geen gevolgen voor regeldruk van de vergoedingsplichtige marktpartijen.
4. Vaste verandermomenten
Op grond van het kabinetsbeleid inzake Vaste verandermomenten treden ministeriële regelingen in werking met ingang van 1 januari,
1 april, 1 juli of 1 oktober. Bekendmaking geschiedt uiterlijk twee maanden voor inwerkingtreding.
In deze regeling wordt bepaald dat de Regeling vergoedingen OPTA 2012 in werking treedt met ingang van 1 januari 2012, een
van de vaste veranderdata. De nieuwe tarieven moeten met ingang van die datum door het college kunnen worden toegepast. De
bekendmaking van deze regeling geschiedt echter niet ten minste twee maanden voor inwerkingtreding maar enkele weken daarvoor.
Deze afwijkende bekendmaking houdt verband met het feit dat de in de regeling opgenomen vergoedingen pas konden worden vastgesteld
nadat de begroting van OPTA voor 2012 op 24 oktober 2011 was vastgesteld in de openbare collegevergadering.
II. Artikelen
Artikel 2
In dit artikel zijn overeenkomstig de Regeling vergoedingen OPTA 2011 de minimale en de maximale omzet voor aanbieders die
een forfaitaire vergoeding verschuldigd zijn, bepaald op € 2 miljoen respectievelijk € 20 miljoen. Bij de bepaling van de
bovengrens van € 20 miljoen heeft voorop gestaan dat het grootste deel van de relevante toezichtskosten naar rato van omzet
wordt omgeslagen over de grote partijen door middel van een vergoeding die een promillage van de omzet bedraagt. De overige
kosten worden gelijkelijk (onafhankelijk van de omzet) toegerekend aan de kleine en middelgrote bedrijven. Het omzetbedrag
waaronder de vergoeding op nihil wordt gesteld (€ 2 miljoen), dient ertoe zeer kleine aanbieders te ontlasten, alsmede om
te voorkomen dat de vergoeding de toegang tot de markt kan belemmeren.
Artikel 3
In dit artikel wordt voor een aanduiding van de vergoedingen die per categorie of subcategorie van gelijksoortige werkzaamheden
of diensten in rekening worden gebracht verwezen naar de bijlage. De vergoedingen bestaan uit eenmalige vergoedingen voor
werkzaamheden of diensten van OPTA ter uitvoering van de Telecommunicatiewet en uit vergoedingen voor het toezicht door OPTA
op de naleving van de Telecommunicatiewet die jaarlijks in rekening worden gebracht. De per categorie en subcategorie geraamde
directe en indirecte kosten van deze werkzaamheden en diensten worden vertaald in een desbetreffende vergoeding, rekening
houdend met het aantal keren dat de vergoeding naar verwachting zal worden opgelegd.
De vergoedingen die in 2012 in rekening zullen worden gebracht aan de marktcategorie elektronische communicatie zijn gelijk
aan de vergoedingen die in 2011 zijn toegepast.
Sinds de wijziging van het Postbesluit 2009 per 1 juli 2010 brengt OPTA ook een vergoeding van de kosten voor het houden van
toezicht op het postvervoer buiten de universele postdienst in rekening. Voor postvervoerbedrijven buiten de universele postdienst
wordt een lager percentage toegepast dan vorig jaar. In dit segment hebben de geïnde vergoedingen een overschot opgeleverd.
In 2012 wordt een tekort begroot om zo het ontstane overschot te verminderen.
Met betrekking tot onderdeel 4 van de bijlage geldt dat de tarieven voor nagenoeg alle nummers met 10% zijn verhoogd ten opzichte
van 2011. Dit wordt met name veroorzaakt doordat in eerdere jaren sprake is geweest van een verlaging van de tarieven in verband
met een voor die periode opgebouwd overschot. Dit overschot was ontstaan doordat de kosten voor het toezicht op nummers een
aantal jaren lager zijn uitgevallen dan begroot. Inmiddels is dat overschot verrekend met de markt door gedurende de afgelopen
jaren tarieven te hanteren die onder het kostendekkende niveau liggen. In 2009 is reeds aangekondigd dat de tarieven in stappen
verhoogd zouden worden om de tarieven weer kostendekkend te maken.
In afwijking van de generieke tariefstijging worden de tarieven voor toekenning en jaarlijks toezicht van betaalde informatienummers
(090X-nummers) met 15% verhoogd ten opzichte van 2011. De reden hiervoor is dat de toezichtwerkzaamheden op het gebied van
betaalde informatienummers ten opzichte van andere nummers sterker zijn toegenomen.
Daarnaast is er voor gekozen het verschil in de tarieven tussen de lange informatienummers (tariefklassen 4 en 6) en de korte
informatienummers (tariefklassen 3 en 5) te verkleinen. De toetsing bij korte informatienummers is vereenvoudigd door aanpassing
van het uitgiftebeleid. Daarbij komt dat de tarieven in de afgelopen jaren op basis van relatieve verhogingen zijn berekend.
Hierdoor is het absolute verschil toegenomen. Het is wenselijk dit absolute verschil te verkleinen, hetgeen ook wordt gerechtvaardigd
door de genoemde aanpassing van het uitgiftebeleid.
De nummerreeksen 12-, 13- en 14- gaan van tariefklasse 1 naar tariefklasse 3. De ervaring leert dat de toezichtswerkzaamheden
voor deze drie reeksen minder beslag leggen op OPTA, hetgeen ook de verwachting voor de toekomst is; vaststelling van de vergoeding
volgens tariefklasse 1 voor deze nummers is daarom, in tegenstelling tot de overige nummers in de 1-serie, niet meer gerechtvaardigd.
Marktgefinancierd toezicht is het uitgangspunt van alle taken die OPTA uitvoert. De tarieven voor het toezicht op ondernemingen
die gekwalificeerde certificaten uitgeven (certificatendienstverleners of TTP’s) worden vanaf 2012 stapsgewijs verhoogd. Sinds
2006 zijn de tarieven op hetzelfde lage niveau gehouden om de ontwikkeling van de markt te bevorderen. De tarieven worden
verhoogd omdat inmiddels niet langer sprake is van een startende markt en door de toenemende kosten van het toezicht. De hogere
kosten voor het toezicht zijn een gevolg van de invoering van de Vertrouwenslijst in 2010. Met de Vertrouwenslijst kunnen
Nederlandse en buitenlandse overheden en bedrijven, de handtekeningen van Nederlandse certificatiedienstverleners op echtheid
beoordelen. Aan het bijhouden van deze lijst zijn kosten verbonden. Daarnaast zal OPTA als gevolg van de gebeurtenissen rond
DigiNotar, binnen de bestaande wettelijke kaders, intensiever toezicht houden.
Ondanks de verhoging van de tarieven is het toezicht op certificatendienstverleners nog steeds niet kostendekkend. Het ministerie
van EL&I heeft de afgelopen jaren een substantieel deel van de kosten van het toezicht voor zijn rekening genomen en zal dat
ook in 2012 doen als gevolg van de toegenomen inspanningen op dit onderwerp. Daarnaast heeft het ministerie van EL&I alle
kosten voor het opzetten van de Vertrouwenslijst voor zijn rekening genomen. Het ministerie van EL&I zal zijn bijdrage aan
het toezicht de komende jaren geleidelijk afbouwen. Dit betekent dat de tarieven de komende jaren verder zullen worden verhoogd.
Artikel 4
Dit artikel bevat een nadere regeling voor de wijze waarop de omzet moet worden bepaald indien de vergoedingsplichtige aanbieder
recentelijk de activiteiten van een andere aanbieder heeft overgenomen, voor zover de desbetreffende registratie op grond
van artikel 2.1 van de Telecommunicatiewet daarbij is overgegaan. Op grond van artikel 5b, derde lid, van het Besluit vergoedingen
Telecommunicatiewet wordt de hoogte van de vergoeding dan bepaald met inachtneming van de omzet van de aanbieder of aanbieders
waaruit de vergoedingsplichtige aanbieder is voortgekomen. Voor de oplegging van een vergoeding voor jaar t geldt jaar t-2
als referentiejaar en indien de overdracht van activiteiten plaats heeft gevonden in jaar t-1, is alleen de omzet van die
voorgaande aanbieder of aanbieders relevant. Op deze situatie heeft het eerste lid betrekking. Indien de overdracht van activiteiten
heeft plaatsgevonden in jaar t-2, dient de omzet van de voorgaande aanbieder of aanbieders tot het tijdstip van overdracht
te worden samengeteld met de omzet die de vergoedingsplichtige aanbieder vanaf dat tijdstip heeft behaald. Het tweede lid
heeft op deze situatie betrekking.
Bij een splitsing vindt een overdracht van activiteiten plaats aan meer dan één aanbieder. De omzet van het gesplitste bedrijf
dient dan naar rato van de overgedragen activiteiten te worden betrokken bij de omzetbepaling in het kader van de toezichtsvergoeding.
Deze maatstaf is in het derde lid tot uitdrukking gebracht. Bij andere gevallen van overdracht van activiteiten, zoals in
geval van fusie, dient de omzet van het bedrijf dat de activiteiten heeft overgedragen ten volle te worden betrokken bij de
omzetbepaling, althans voor zover deze activiteiten betrekking hebben op het in Nederland aanbieden van een openbaar elektronisch
communicatienetwerk, openbare elektronische communicatiediensten of bijbehorende faciliteiten.
Artikel 6
Ingevolge artikel 7 van het Besluit vergoedingen Telecommunicatiewet dient de vergoeding door degene die de vergoeding is
verschuldigd bij vooruitbetaling te worden voldaan, tenzij hiervan wordt afgeweken bij ministeriële regeling. Evenals in de
Regeling vergoedingen OPTA 2011 wordt in de onderhavige regeling bepaald dat vooruitbetaling niet is vereist bij vergoedingen
voor de categorieën van werkzaamheden of diensten inzake elektronische communicatie en TTP-diensten.
De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,
M.J.M. Verhagen.