Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en SportStaatscourant 2011, 13935Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, nr. MEVA/ABA-3072441, houdende regels voor het subsidiëren van stageplaatsen in de zorg vanaf studiejaar 2011/2012 (Subsidieregeling stageplaatsen zorg 2011/2012)

20 juli 2011

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Gelet op de artikelen 3 en 5 van de Kaderwet VWS-subsidies;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. minister:

minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

b. onderwijsinstelling:
  • 1°. instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, onder 1° en 2°, van de Wet educatie en beroepsonderwijs die ingevolge artikel 2.1.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs voor bekostiging in aanmerking is gebracht;

  • 2°. instelling met een diploma-erkenning als bedoeld in artikel 1.4.1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

  • 3°. hogeschool als bedoeld in artikel 1.2, onderdeel a, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

  • 4°. hogeschool als bedoeld in artikel 1.2, onderdeel b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

c. zorgopleiding:
  • 1°. beroepsopleidende leerweg als bedoeld in artikel 7.2.2, tweede lid, onderdeel a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs van een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel i, van de Wet educatie en beroepsonderwijs die met een in bijlage 1 van deze regeling genoemde code wordt vermeld in het Centraal register beroepsopleidingen, bedoeld in artikel 6.4.1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

  • 2°. beroepsbegeleidende leerweg als bedoeld in artikel 7.2.2, tweede lid, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs van een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel i, van de Wet educatie en beroepsonderwijs die met een in bijlage 2 van deze regeling genoemde code wordt vermeld in het Centraal register beroepsopleidingen, bedoeld in artikel 6.4.1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

  • 3°. voltijds of deeltijds opleiding als bedoeld in artikel 7.7, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek die met een in bijlage 3 van deze regeling genoemde code wordt vermeld in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, bedoeld in artikel 6.13 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

  • 4°. duale opleiding als bedoeld in artikel 7.7, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek die met een in bijlage 4 van deze regeling genoemde code wordt vermeld in het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, bedoeld in artikel 6.13 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

d. stageplaats:
  • 1°. de praktijkuren van de deelnemer in het kader van de beroepspraktijkvorming, bedoeld in artikel 7.2.8 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, bij een leerbedrijf als bedoeld in artikel 4.1.2, onderdeel b, van het Uitvoeringsbesluit WEB voor een zorgopleiding als bedoeld in onderdeel c, onder 1° of 2°;

  • 2°. de tijdsduur gedurende welke een deelnemer als onderdeel van een zorgopleiding als bedoeld onderdeel c, onder 3° of 4°, ingevolge artikel 7.6, derde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek een bepaald vak onder leiding in praktijk brengt op grondslag van een overeenkomst, gesloten door de deelnemer, de stageaanbieder en de onderwijsinstelling, waarin ten minste is opgenomen de aanvangsdatum en einddatum van de periode en het aantal te volgen praktijkuren;

e. studiejaar:

tijdvak dat aanvangt op 1 augustus en eindigt op 31 juli van het daarop volgende jaar voor zover het betreft een zorgopleiding, bedoeld in onderdeel c, onder 1° of 2°, of tijdvak dat aanvangt op 1 september en eindigt op 31 augustus van het daarop volgende jaar voor zover het betreft een zorgopleiding, bedoeld in onderdeel c, onder 3° of 4°;

f. deelnemer:

natuurlijke persoon die in het studiejaar bij een onderwijsinstelling ingeschreven staat of heeft gestaan voor een volledige zorgopleiding waarbij, indien het een zorgopleiding betreft als bedoeld in onderdeel c, onder 1°, blijkens de overeenkomst, bedoeld in artikel 8.1.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, de studielast op jaarbasis ten minste 300 uren omvat en indien het een zorgopleiding betreft als bedoeld in onderdeel c, onder 2°, blijkens de overeenkomst, bedoeld in artikel 8.1.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, de studielast van het door de onderwijsinstelling verzorgde onderwijsprogramma op jaarbasis ten minste 300 uren omvat;

g. stageaanbieder:
  • 1°. zorgaanbieder als bedoeld in artikel 1 van de Kwaliteitswet zorginstellingen;

  • 2°. degene die:

    • in een register als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg staat ingeschreven of een beroep uitoefent waarvan de opleiding krachtens artikel 34, eerste lid, van die wet is geregeld of aangewezen,

    • zijn beroep uitoefent anders dan in het kader van een instelling als bedoeld in artikel 1 van de Kwaliteitswet zorginstellingen en

    • zorg als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet of de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten verleent;

  • 3°. zorgaanbieder als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Wet op de jeugdzorg.

h. gerealiseerde stageplaats:

het aantal uren tijdens de periode van de stageplaats volgens de overeenkomst, bedoeld in artikel 7.2.8 van de Wet educatie en beroepsonderwijs of onderdeel d, onder 2°, tot ten hoogste 1280 uren per studiejaar en 40 weken per studiejaar indien het een zorgopleiding betreft als bedoeld in onderdeel c, onder 2° of 4°, dan wel 1440 uren per studiejaar en 40 weken per studiejaar indien het een zorgopleiding betreft als bedoeld in onderdeel c, onder 1° of 3°, gedeeld door 1280 indien het een zorgopleiding betreft als bedoeld in onderdeel c, onder 2° of 4°, dan wel door 1440 indien het een zorgopleiding betreft als bedoeld in onderdeel c, onder 1° of 3°, en vermenigvuldigd met de periode van de stageplaats tijdens het studiejaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt gedeeld door de volledige periode van de stageplaats, met dien verstande dat uitsluitend acht wordt geslagen op de uren en de periode van de stageplaats die binnen de looptijd van de overeenkomst vallen.

Artikel 2

  • 1. De minister kan aan een stageaanbieder jaarlijks op aanvraag een subsidie verstrekken voor het realiseren van stageplaatsen. De subsidie voor een zorgopleiding als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 1° en 3°, bestaat uit een tegemoetkoming in de begeleidingskosten en voor een zorgopleiding als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 2° en 4°, uit een tegemoetkoming in de loonkosten.

  • 2. De subsidie wordt per studiejaar verstrekt.

  • 3. De subsidie wordt voor het eerst verstrekt voor het studiejaar dat begint in 2011.

  • 4. Het subsidieplafond voor het verstrekken van subsidies bedraagt per studiejaar € 99.000.000 waarvan:

    • a. € 39.600.000 gelijkelijk wordt verdeeld over het aantal gerealiseerde stageplaatsen voor zorgopleidingen die blijkens de bijlagen 1 tot en met 4 behoren tot categorie A, tot ten hoogste € 2.600 per gerealiseerde stageplaats;

    • b. € 32.500.000 gelijkelijk wordt verdeeld over het aantal gerealiseerde stageplaatsen voor zorgopleidingen die blijkens de bijlagen 1 tot en met 4 behoren tot categorie B, C of D, tot ten hoogste € 1.600 per gerealiseerde stageplaats;

    • c. € 26.400.000 gelijkelijk wordt verdeeld over het aantal gerealiseerde stageplaatsen voor zorgopleidingen die blijkens de bijlagen 1 tot en met 4 behoren tot categorie C, tot ten hoogste € 2.500 per gerealiseerde stageplaats.

    • d. € 500.000 gelijkelijk wordt verdeeld over het aantal gerealiseerde stageplaatsen voor zorgopleidingen die blijkens de bijlagen 1 tot en met 4 behoren tot categorie D, tot ten hoogste € 700 per gerealiseerde stageplaats.

  • 5. Tenzij de stageaanbieder bij de aanvraag een ander aantal gerealiseerde stageplaatsen opgeeft, ontleent de minister, door tussenkomst van Stichting Calibris, het aantal gerealiseerde stageplaatsen, bedoeld in het vorige lid:

    • a. voor een zorgopleiding bij een onderwijsinstelling als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 1°, aan het basisregister onderwijs, bedoeld in artikel 24b van de Wet op het onderwijstoezicht;

    • b. voor een zorgopleiding bij een onderwijsinstelling als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 2°, 3° of 4°, aan gegevens die de minister zijn verstrekt door de onderwijsinstelling.

  • 6. Indien de stageaanbieder bij de aanvraag een hoger aantal gerealiseerde stageplaatsen opgeeft en de aanvraag uitgaande van de maximumbedragen per gerealiseerde stageplaats een subsidie betreft van meer dan € 150.000, is de aanvraag voorzien van een assurancerapport van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, overeenkomstig een door de minister vastgesteld controleprotocol en modelassurancerapport, met betrekking tot alle gerealiseerde stageplaatsen waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

  • 7. Indien de stageaanbieder bij de aanvraag een hoger aantal gerealiseerde stageplaatsen opgeeft en de aanvraag uitgaande van de maximumbedragen per gerealiseerde stageplaats een subsidie betreft van niet meer dan € 150.000, is de aanvraag voorzien van een overzicht, overeenkomstig een door de minister vastgesteld model, van alle gerealiseerde stageplaatsen waarvoor de subsidie wordt aangevraagd alsmede afschriften van de overeenkomsten tussen de deelnemers, de stageaanbieder en de onderwijsinstellingen met betrekking tot alle gerealiseerde stageplaatsen waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

  • 8. Indien de aanvraag is voorzien van een assurancerapport, draagt de stageaanbieder er zorg voor dat de accountant meewerkt aan door of namens de Rijksauditdienst in te stellen onderzoeken naar de door de accountant verrichte (controle)werkzaamheden.

Artikel 3

  • 1. De subsidie wordt op aanvraag vastgesteld.

  • 2. Voor de aanvraag wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

  • 3. De aanvraag wordt uiterlijk 1 oktober na afloop van het desbetreffende studiejaar ontvangen.

  • 4. De aanvraag wordt ondertekend door een persoon die daartoe bevoegd is.

  • 5. Een aanvraag die na de datum, bedoeld in het derde lid, wordt ontvangen, blijft buiten behandeling.

  • 6. Een verzoek tot verhoging van het in de aanvraag vermelde aantal gerealiseerde stageplaatsen dat na de datum, bedoeld in het derde lid, wordt ontvangen, blijft buiten behandeling.

Artikel 4

Binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag geeft de minister een beschikking tot vaststelling van de subsidie.

Artikel 5

  • 1. De subsidieontvanger meldt meteen aan de minister als:

    • a. het aannemelijk is dat niet of niet geheel aan de subsidieverplichtingen zal worden voldaan of

    • b. zich andere omstandigheden zullen voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie.

  • 2. De melding wordt schriftelijk gedaan. De melding wordt voorzien van een toelichting. Bij de melding worden de relevante stukken overgelegd.

Artikel 6

  • 1. De stageaanbieder verstrekt aan de door de minister aangewezen personen op hun verzoek alle bescheiden en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor een juiste vervulling van hun taak.

  • 2. De stageaanbieder werkt mee aan de door of namens de minister ingestelde onderzoekingen die erop zijn gericht de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid.

Artikel 7

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 8

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling stageplaatsen zorg 2011/2012.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E.I. Schippers.

BIJLAGE 1. CODES BEROEPSOPLEIDENDE LEERWEG CENTRAAL REGISTER BEROEPSOPLEIDINGEN (BOL)

Code

Naam

Categorie

10426

Verpleegkundige niveau 4

A

92600

Verpleegkundige niveau 4

A

92601

Verpleegkundige niveau 4

A

92602

Verpleegkundige niveau 4

A

92603

Verpleegkundige niveau 4

A

92604

Verpleegkundige niveau 4

A

93510

Verpleegkundige niveau 4

A

95520

Verpleegkundige niveau 4

A

10427

Verzorgende niveau 3

A

92610

Verzorgende niveau 3

A

92611

Verzorgende niveau 3

A

92612

Verzorgende niveau 3

A

92613

Verzorgende niveau 3

A

92614

Verzorgende niveau 3

A

93260

Verzorgende niveau 3

A

94830

Verzorgende niveau 3

A

94831

Verzorgende niveau 3

A

94832

Verzorgende niveau 3

A

94833

Verzorgende niveau 3

A

94834

Verzorgende niveau 3

A

95530

Verzorgende niveau 3

A

10428

Helpende Zorg niveau 2

A

91340

Helpende Zorg niveau 2

A

91350

Helpende Zorg niveau 2

A

91351

Helpende Zorg niveau 2

A

10795

Zorghulp niveau 1

A

91420

Zorghulp niveau 1

A

92660

Maatschappelijke zorg niveau 4

A

92661

Maatschappelijke zorg niveau 4

A

92650

Maatschappelijke zorg niveau 3

A

92640

Helpende Zorg en Welzijn niveau 2

A

10743

Pedagogisch medewerker niveau 4

A

92630

Pedagogisch medewerker niveau 4

A

92631

Pedagogisch medewerker niveau 4

A

10742

Pedagogisch medewerker niveau 3

A

10745

Helpende welzijn niveau 2

A

91352

Helpende welzijn niveau 2

A

BIJLAGE 2. CODES BEROEPSBEGELEIDENDE LEERWEG CENTRAAL REGISTER BEROEPSOPLEIDINGEN (BBL)

Code

Naam

Categorie

10426

Verpleegkundige niveau 4

B

92600

Verpleegkundige niveau 4

B

92601

Verpleegkundige niveau 4

B

92602

Verpleegkundige niveau 4

B

92603

Verpleegkundige niveau 4

B

92604

Verpleegkundige niveau 4

B

93510

Verpleegkundige niveau 4

B

95520

Verpleegkundige niveau 4

B

10427

Verzorgende niveau 3

C

92610

Verzorgende niveau 3

C

92611

Verzorgende niveau 3

C

92612

Verzorgende niveau 3

C

92613

Verzorgende niveau 3

C

92614

Verzorgende niveau 3

C

93260

Verzorgende niveau 3

C

94830

Verzorgende niveau 3

C

94831

Verzorgende niveau 3

C

94832

Verzorgende niveau 3

C

94833

Verzorgende niveau 3

C

94834

Verzorgende niveau 3

C

95530

Verzorgende niveau 3

C

10428

Helpende Zorg niveau 2

B

91340

Helpende Zorg niveau 2

B

91350

Helpende Zorg niveau 2

B

91351

Helpende Zorg niveau 2

B

10795

Zorghulp niveau 1

B

91420

Zorghulp niveau 1

B

92660

Maatschappelijke zorg niveau 4

B

92661

Maatschappelijke zorg niveau 4

B

92650

Maatschappelijke zorg niveau 3

C

92640

Helpende Zorg en Welzijn niveau 2

B

10743

Pedagogisch medewerker niveau 4

B

92630

Pedagogisch medewerker niveau 4

B

92631

Pedagogisch medewerker niveau 4

B

10742

Pedagogisch medewerker niveau 3

C

10745

Helpende welzijn niveau 2

B

91352

Helpende welzijn niveau 2

B

BIJLAGE 3. CODES OPLEIDINGEN CENTRAAL REGISTER OPLEIDINGEN HOGER ONDERWIJS (VOLTIJD EN DEELTIJD)

Code

Naam

Categorie

34560

Verpleegkundige niveau 5

A

34617

Sociaal Pedagogisch Hulpverlening niveau 5

A

34616

Maatschappelijk Werk en Dienstverlening niveau 5

A

34116

B Social Work niveau 5

A

35158

Pedagogiek niveau 5

A

BIJLAGE 4. CODES OPLEIDINGEN CENTRAAL REGISTER OPLEIDINGEN HOGER ONDERWIJS (DUAAL)

Code

Naam

Categorie

34560

Verpleegkundige niveau 5

D

34617

Sociaal Pedagogisch Hulpverlening niveau 5

B

34616

Maatschappelijk Werk en Dienstverlening niveau 5

B

34116

B Social Work niveau 5

B

35158

Pedagogiek niveau 5

B

TOELICHTING

In 2008 is in het kader van het actieplan ‘Werken aan de zorg’ de Subsidieregeling stageplaatsen zorg tot stand gekomen. Met die tijdelijke subsidieregeling zijn zorginstellingen gestimuleerd om meer en betere stageplaatsen te realiseren. Uit de evaluatie van AEF1 blijkt dat zorginstellingen meer stageplaatsen hebben aangeboden en dat de kwaliteit verbeterd is. Mede op basis van deze positieve evaluatie is door het kabinet in het voorjaar van 2011 besloten om de subsidiëring met ingang van het studiejaar 2011/2012 structureel voort te zetten. Deze nieuwe ‘Subsidieregeling stageplaatsen zorg 2011/2012’ komt grotendeels overeen met de voorgaande tijdelijke subsidieregeling voor stageplaatsen in de zorgsector.

De doelstelling van de subsidieregeling is meerledig. Het is gericht op vergroting van het aantal aangeboden stageplaatsen en op een verbetering van de kwaliteit van de stagebegeleiding. Daarbij gaat het om instroom, zij-instroom en doorstroom. Instroom betreft jongeren die via een BBL een voor de zorg relevante opleiding volgen. Zij-instroom betreft volwassenen die via een BBL de overstap naar een zorgberoep maken. Doorstroom betreft zorgmedewerkers die een hogere functie willen verwerven bij de eigen werkgever. Het opleiden van eigen medewerkers om ze beter toe te rusten de eigen functie te vervullen valt daar nadrukkelijk niet onder.

De subsidie wordt na afloop van elk studiejaar op aanvraag zonder voorafgaande verlening direct vastgesteld. De subsidie bestaat uit een bedrag voor elke stageplaats die in het betreffende studiejaar is gerealiseerd. Het aantal stageplaatsen wordt bepaald aan de hand van informatie die afkomstig is van de onderwijsinstellingen, waarbij zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van reeds verzamelde data in het Basisregister Onderwijs (BRON) voor MBO-opleidingen. Bij het ontwerp van de regeling is rekening gehouden met het zo laag mogelijk houden van de administratieve lasten voor de zorginstellingen. Stageaanbieders ontvangen jaarlijks een aanvraagformulier waarop zoveel mogelijk van de benodigde gegevens reeds zijn ingevuld. Dit kan door gebruik te maken van bestaande gegevens over het aantal aangeboden stageplaatsen van onderwijsinstellingen. Stageaanbieders die in aanmerking wensen te komen voor de subsidie dienen het aanvraagformulier ondertekend en tijdig in te sturen. Stageaanbieders die geen aanvraagformulier hebben ontvangen, maar op basis van de voorwaarden van onderhavige subsidieregeling mogelijk in aanmerking komen voor de subsidieregeling, kunnen zelf een aanvraagformulier opvragen en insturen.

De bovengeschreven wijze van subsidiëren wijkt af van de manier zoals vastgelegd in de Kaderregeling VWS-subsidies. Om die reden is op basis van de Kaderwet VWS-subsidies een afzonderlijke subsidieregeling vastgesteld.

Net zoals voorgaande jaren wordt de subsidie per zorginstelling berekend op basis van een P * Q – benadering: een bedrag vermenigvuldigd met het aantal daadwerkelijk gerealiseerde stageplaatsen. Daarbij worden vier categorieën opleidingen onderscheiden, aangeduid met de letters A, B, C en D. Voor elke categorie wordt jaarlijks het subsidiebedrag per stageplaats bepaald door het beschikbare budget per categorie opleiding te delen door het landelijk totaal van het aantal gerealiseerde stageplaatsen. In de regeling is geen normbedrag opgenomen; wel is het subsidiebedrag per stageplaats gemaximeerd.

De administratieve lasten zullen met de nieuwe subsidieregeling stageplaatsen zorg 2011/2012 niet hoger zijn dan de voorgaande tijdelijke subsidieregeling voor stageplaatsen in de zorgsector.

Artikelsgewijs

Artikel 1

De stages waarvoor een subsidie op grond van deze regeling wordt verstrekt, worden gevolgd in het kader van een zorgopleiding bij onderwijsinstellingen in het middelbaar en hoger beroepsonderwijs op grond van de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW). Deze afbakening is neergelegd in onderdeel b.

In de regeling worden de zorgopleidingen in onderdeel c aangeduid door gebruik te maken van de registers die ingevolge de WEB en de WHW worden bijgehouden. Dit zijn het Centraal register beroepsopleidingen (Crebo) en het Centraal register opleidingen hoger onderwijs (Croho). In die registers zijn opleidingen opgenomen onder zogenaamde Crebo- en Crohonummers. Dit zijn de nummers die vermeld worden in de bijlagen bij de regeling. In samenspraak met sociale partners is besloten om niet af te wijken van de keuze die is gemaakt bij de vorige subsidieregeling.

Aanbieders van beroepspraktijkvormingsplaatsen (BPV-plaatsen) voor de MBO-opleidingen zoals genoemd in bijlage 1 en 2 van de regeling komen slechts in aanmerking voor subsidie voor zover de stageaanbieder een wettelijke erkenning als leerbedrijf heeft van Calibris en een BPV-overeenkomst tussen de stageaanbieder, de onderwijsinstelling en de deelnemer ten grondslag ligt aan de stageplaats (onderdeel d, sub 1°). Dit valt samen met de wettelijke verplichting voor onderwijsinstellingen en stageaanbieders dat BPV-plaatsen alleen kunnen worden vervuld bij erkende leerbedrijven. Aanbieders van stageplaatsen voor de HBO-opleidingen zoals genoemd in bijlage 3 en 4 van de regeling komen in aanmerking voor subsidie als er een stagecontract is tussen de deelnemer, de stageaanbieder en de onderwijsinstelling (onderdeel d, sub 2°). Het studiejaar voor het MBO begint op 1 augustus en voor het HBO op 1 september (onderdeel e). Een student die op enig moment in het studiejaar stond ingeschreven wordt in de regeling aangeduid als ‘deelnemer’ (onderdeel f). Een deelnemer in de zin van de subsidieregeling is een student die voor een volledige opleiding ingeschreven staat; dat geldt ook voor een deelnemer die een overeenkomst als bedoeld in artikel 7.2.8 van de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) heeft gesloten. Een inschrijving voor een volledige opleiding houdt in dat de inschrijving betrekking heeft op een opleiding waarvan de afronding een diploma oplevert. Dat betekent overigens niet dat altijd de volledige opleiding gevolgd moet worden. Het is mogelijk dat de student, bijvoorbeeld op basis van een EVC-traject, vrijstelling krijgt voor verschillende onderdelen van de opleiding. Indien de student ingeschreven is voor een gedeelte van de opleiding, zonder dat die gedeeltelijke opleiding leidt tot een diploma, vallen de stageplaatsen van die student niet onder deze regeling. Ten aanzien van de beroepsopleidende leerweg (BOL) geldt bovendien de eis dat de studielast op jaarbasis ten minste 300 uren omvat. Ten aanzien van de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) geldt dat de studielast van het door de onderwijsinstelling verzorgde onderwijsprogramma op jaarbasis ten minste 300 uren omvat. Het is niet noodzakelijk dat de deelnemer voor bekostiging in aanmerking is gebracht bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Het maakt ook niet uit of de particulier bekostigde studenten onderwijs volgen bij een door het Rijk bekostigde instelling of bij een particuliere onderwijsinstelling. De doelstelling van de regeling is immers het vergroten van de mogelijkheden stages in de zorg te lopen in het kader van de opleidingen die uit het oogpunt van arbeidsmarktbeleid van belang zijn voor de zorgsector.

De branches verschillen in de mate waarin werkgevers fungeren als opleider van personeel en ook de behoefte aan personeel varieert per branche. De ziekenhuissector heeft bijvoorbeeld een minder groot tekort aan verpleegkundigen, maar vervult wel de rol van opleidingsbedrijf voor verpleegkundigen die later naar verpleging en verzorging uitstromen. Daarom kunnen alle zorgbranches in aanmerking komen: ziekenhuizen en revalidatiecentra, GGZ, Gehandicaptenzorg, Huisartsen(posten), Verpleeg- en verzorgingshuizen, Thuiszorg en Jeugdzorg. Degenen die in aanmerking komen voor een subsidie zijn dus aanbieders van zorg als omschreven bij of krachtens artikel 1 van de Kwaliteitswet zorginstellingen. In onderdeel g worden zij aangeduid als ‘stageaanbieder’.

De subsidie wordt bepaald aan de hand van het aantal gerealiseerde stageplaatsen (onderdeel h). De omvang van een gerealiseerde stageplaats wordt als volgt bepaald. De gerealiseerde stageplaats is een stageplaats uitgedrukt in een voltijdseenheid. Uitgangspunt daarbij is het aantal uren volgens de beroepspraktijkvormings- of stageovereenkomst. Deze overeenkomst wordt door de onderwijsisntelling, de stageaanbieder en deelnemer afgesloten ingevolge artikel 7.2.8 van de WEB dan wel artikel 1, onderdeel d, onder 2°, van de subsidieregeling. Het bevat onder andere de periode en het aantal uren dat de deelnemer stage loopt bij de stageaanbieder. Om tot de gerealiseerde stageplaats voor het betreffende studiejaar te kunnen komen, wordt een aantal stappen doorlopen:

  • Ten eerste wordt het totaal aantal uren over de gehele stageperiode bepaald. De stageperiode staat in de overeenkomst die bij aanvang van de stage wordt afgesloten. Het subsidiabele aantal weken stage per studiejaar is gelimiteerd op 40 weken en het maximum aantal uren stage per studiejaar bedraagt 1280 of 1440 uur, afhankelijk van het type zorgopleiding. Een hoger aantal gecontracteerde uren per studiejaar wordt buiten beschouwing gelaten.

  • Ten tweede wordt de stageplaats omgezet in een voltijdsequivalent. Dat geschiedt door het totaal aantal subsidiabele uren stage te delen door 1280 of 1440 uur, afhankelijk van het type zorgopleiding.

  • Ten derde wordt bepaald welk deel van de stage valt in het studiejaar waarvoor de subsidie bestemd is. Dat geschiedt door het voltijdsequivalent van de volledige stageplaats te vermenigvuldigen met het aandeel van het desbetreffende studiejaar in de volledige stageperiode.

Bij deze drie stappen dient iedere keer uitgegaan te worden van de stageuren en de stageperiode voor zover die binnen de looptijd van de stageovereenkomst vallen. Ter verduidelijking een voorbeeld:

in een BBL-stageovereenkomst is opgenomen dat de stage loopt van 1 augustus 2011 tot en met 31 juli 2013 en dat het om 20 uur per week gaat. Het subsidiejaar loopt van 1 augustus 2011 tot en met 31 juli 2012.

De stageperiode is in dat geval 2 studiejaren en het totaal aantal uren over de gehele stageperiode bedraagt dan 2 * 40 weken * 20 uur/week = 1.600 uur. In voltijdequivalenten is dat 1.600 / 1.280 = 1,25. Om te bepalen welk deel daarvan voor het subsidiejaar subsidiabel is wordt deze 1,25 vermenigvuldigd met 1/2, zijnde de periode in het subsidiejaar gedeeld door de totale stageperiode. Daarmee komt de gerealiseerde stageplaats in dit voorbeeld uit op 0,625.

In dit voorbeeld is ervan uitgegaan dat de daadwerkelijke looptijd van de stageovereenkomst gelijk is aan de in de stageovereenkomst overeengekomen looptijd. Als de stage echter eerder afloopt dan dienen alleen de uren en de periode van de daadwerkelijke looptijd in acht genomen te worden. Stel dat in bovenstaande situatie de stage afloopt na 10 weken. Dan komt de gerealiseerde stageplaats uit op 0,156 (10 weken * 20 uur / 1.280 * 1/1).

Artikel 2

De subsidie wordt jaarlijks, meer precies na afloop van het studiejaar, verstrekt. De subsidie is bestemd om een stageaanbieder een vergoeding te bieden voor in het voorgaande studiejaar gerealiseerde stageplaatsen. Voor BBL’ers en duale studenten is de subsidie een tegemoetkoming in de loonkosten. Omdat de loonkosten voor BOL’ers en voltijd studenten veel geringer zijn, is de subsidie voor dergelijke stagiaires een tegemoetkoming in de begeleidings- en studiekosten.

Voor de berekening van het te verlenen subsidiebedrag per stageaanbieder wordt gebruik gemaakt van een P * Q benadering. Hierbij staat P voor een bedrag per stageplaats en Q voor het aantal stageplaatsen die in het studiejaar zijn gerealiseerd. Per categorie zorgopleiding wordt het beschikbare budget verdeeld over het aantal gerealiseerde stageplaatsen; aldus wordt het bedrag per stageplaats berekend. De subsidie per gerealiseerde stageplaats bedraagt echter niet meer dan een bepaald maximum. Het maximumbedrag is bepaald door de normbedragen ten behoeve van het studiejaar 2009/2010 te verhogen met een marge van ongeveer 20%.

Het totale budget in het studiejaar 2011-2012 bedraagt € 99 miljoen. Het budget wordt als volgt verdeeld over de vier categorieën zorgopleidingen, die in de bijlagen worden aangeduid met de letters A, B, C en D:

  • Voor opleidingen waarbij gebruik wordt gemaakt van BOL-opleidingen in het MBO en voor de voltijd- en deeltijdopleidingen in het HBO, aangeduid met een ‘A’ in bijlage 1 t/m 4, is € 39,6 miljoen beschikbaar. Het maximum bedrag per gerealiseerde stageplaats voor de opleidingen die behoren tot categorie ‘A’ is € 2.600.

  • € 32,5 miljoen wordt verdeeld over alle andere opleidingen, aangeduid met een ‘B’, ‘C’ of ‘D’ in bijlagen 1 t/m 4. Het maximum bedrag per gerealiseerde stageplaats uit dit bedrag voor opleidingen in de categorieën ‘B’, ‘C’ of ‘D’ is € 1.600.

  • Voor opleidingen waarbij gebruik wordt gemaakt van BBL-opleidingen op niveau 3 (de met een ‘C’ aangeduide opleidingen in de bijlagen 1 t/m 4) is extra budget beschikbaar om de doorstroom naar niveau 3 te stimuleren, aangezien op dat niveau de arbeidsmarktknelpunten het meest pregnant worden. Hiervoor is € 26,4 miljoen beschikbaar. De maximum toeslag per gerealiseerde stageplaats voor opleidingen die behoren tot categorie ‘C’ is € 2.500.

  • In overleg met sociale partners is besloten om voor de duale opleiding HBO verpleegkunde (aangeduid met ‘D’ in de bijlagen 1 t/m 4) € 500.000 extra budget beschikbaar te stellen. De maximum toeslag per gerealiseerde stageplaats voor opleidingen die behoren tot categorie ‘D’ is € 700.

Het aantal gerealiseerde stageplaatsen wordt berekend op basis van de door onderwijsinstellingen aangeleverde gegevens. Stichting Calibris verzamelt en verwerkt in opdracht van de minister deze gegevens. Wanneer een stageaanbieder een hogere aanvraag wil indienen omdat ze meer stageplaatsen hebben gerealiseerd dan kan een zelf ingevuld aanvraagformulier worden ingediend. Om de administratieve lastendruk bij stageaanbieders te verlagen is besloten om niet alle stageaanbieders die een aanvullende aanvraag indienen om een assurancerapport te vragen. Stageaanbieders die met hun aanvullende aanvraag onder de € 150.000,– uitkomen, uitgaande van de maximum bedragen, dienen een overzicht van alle stages inclusief de BPV en/of stage overeenkomsten bij te voegen. Dit overzicht zal overeen moeten komen met een door de minister vastgesteld model. Bij aanvullende aanvragen die boven de € 150.000,– uitkomen, uitgaande van de maximum bedragen, zal de stageaanbieder wel een assurancerapport moeten overleggen. Dit assurancerapport zal overeenkomstig moeten zijn aan de door de minister vastgestelde controleprotocol en modelassurancerapport. In de Aanwijzingen voor subsidieverstrekking mag voor subsidies onder de € 125.000 geen assurancerapport ter controle wordt gevraagd. Aangezien de grens in deze subsidieregeling uitgaat van maximumbedragen die ongeveer 20% hoger zijn ingeschat, wordt de grens voor het verplichten van een assurancerapport opgehoogd naar € 150.000,–.

Artikel 3

De subsidie wordt jaarlijks vastgesteld en betaald na afloop van het betreffende studiejaar. Er is geen voorafgaande verlening en bevoorschotting. Elk jaar in augustus worden de stageaanbieders die blijkens de beschikbare gegevens in aanmerking komen voor een subsidie, uitgenodigd een aanvraag in te dienen. Daartoe wordt de stageaanbieders een aanvraagformulier gezonden. Op het formulier staat reeds vermeld hoeveel stageplaatsen de stageaanbieder volgens de beschikbare gegevens heeft gerealiseerd. Voor dit aantal heeft de stageaanbieder in ieder geval recht op subsidie. Het aanvraagformulier dient volledig ingevuld, correct ondertekend en uiterlijk op 1 oktober na het betreffende studiejaar door VWS te zijn ontvangen. De stageaanbieder is verantwoordelijk voor het tijdig indienen van het aanvraagformulier. Aanvraagformulieren die na 1 oktober door VWS worden ontvangen worden buiten behandeling gesteld.

Artikel 4

Op de aanvraag wordt binnen dertien weken een besluit genomen over de vaststelling van de subsidie.

Artikelen 5 en 6

Deze artikelen bevatten enkele verplichtingen met betrekking tot de informatievoorziening. De stageaanbieder dient uit eigen beweging informatie te verschaffen die relevant zou kunnen zijn voor het verstrekken van de subsidie. Dat kan variëren van administratieve gegevens, zoals adres- of organisatiegegevens, tot inlichtingen over het aantal gerealiseerde stageplaatsen. Op www.stagefondszorg.nl staat vermeld welke wijzigingen aan welk adres dienen te worden doorgegeven. Voorts zijn stageaanbieders gehouden deel te nemen aan onderzoek ten behoeve van beleidsontwikkeling, bijvoorbeeld naar de kwaliteit van de gerealiseerde stageplaatsen.

Artikel 7

Met dit artikel wordt afgeweken van de Vaste Verander Momenten. De subsidieregeling dient in werking te treden voor aanvang van het studiejaar 2011/2012 dat begint op 1 augustus 2011.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E.I. Schippers.


X Noot
1

AEF (2011), ‘Evaluatie Stagefonds Zorg’.