ARTIKEL I
Artikel 54, eerste lid, van de Vrijstellingsregeling Wft wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan onderdeel b wordt na de puntkomma toegevoegd: of
2. Aan het eind van onderdeel c wordt ‘; of’ vervangen door een punt.
ARTIKEL II
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
TOELICHTING
Artikel 54, eerste lid, onderdeel d, van de Vrijstellingsregeling Wft bood een vrijstelling van de prospectusplicht voor het
aanbieden van effecten aan het publiek indien de effecten uitsluitend in het kader van verhandeling op een multilaterale handelsfaciliteit
(MTF) worden aangeboden en de effecten reeds in overeenstemming met het in die staat geldende recht zijn toegelaten tot de
handel op een handelsplatform.
Aan deze vrijstelling lag de gedachte ten grondslag dat het bekendmaken van handelsinformatie over verhandelde effecten op
een MTF leidt tot een aanbieding van effecten aan het publiek als bedoeld in artikel 5:1, onderdeel a, van de Wft, waardoor
er in beginsel sprake is van een prospectusplicht. In de toelichting bij de regeling van de Minister van 5 maart 2009 (Stcrt. 2009 nr. 51) werd hieromtrent opgemerkt dat het aanbieden van informatie in het kader van de secundaire handel die uitsluitend het gevolg
is van de verhandeling, zoals bijvoorbeeld de informatie over de bied- en laatprijzen en de diepte van het orderboek, kan
worden aangemerkt als een aanbieding aan het publiek. De vrijstelling in artikel 54, eerste lid, onderdeel d, van de Vrijstellingsregeling
Wft strekte ertoe dichter aan te sluiten bij de wijze waarop de richtlijn prospectus in andere lidstaten van de Europese Unie
was geïmplementeerd waardoor een gelijk speelveld zou ontstaan tussen MTF’s uit Nederland en andere lidstaten met betrekking
tot de (secundaire) verhandeling op een dergelijke MTF.
In de praktijk bleek er alsnog geen gelijk speelveld te bestaan tussen MTF’s uit Nederland en andere lidstaten met betrekking
tot de (secundaire) verhandeling op een dergelijke MTF. Dit kwam doordat de vrijstelling beperkt was waardoor er in een aantal
situaties waar die beperking zich voordeed alsnog sprake is van een prospectusplicht bij de secundaire handel op een MTF.
Door veel andere lidstaten en door de Europese Commissie wordt het bekendmaken van handelsinformatie in zijn geheel niet beschouwd
als een aanbieding van effecten aan het publiek. Dit blijkt onder meer uit het ‘Background Document, Review of Directive 2003/71/EC on the prospectus to be published when securities are offered to the public
or admitted to trading and amending Directive 2001/34/EC (Prospectus Directive)
1’ van de Europese Commissie en het antwoord op vraag 74 van het document ‘Frequently asked questions regarding Prospectuses: Common positions agreed by CESR Members, 12th Updated Version – November
2010
2’. Hierdoor is duidelijk geworden dat dergelijke communicaties niet vallen onder de definitie van ‘aanbieding van effecten
aan het publiek’ uit de richtlijn prospectus. Deze uitleg van de definitie van een ‘aanbieding van effecten aan het publiek’
laat onverlet dat effecten die op een MTF zijn genoteerd toch het voorwerp kunnen zijn van een ‘aanbieding aan het publiek’
wanneer zich andere feiten of omstandigheden voordoen dan het enkel publiceren van de hiervoor genoemde communicaties.
Aangezien het begrip ‘aanbieden van effecten aan het publiek’ in artikel 5:1 van de Wft beoogt om hetzelfde begrip uit de
richtlijn prospectus te implementeren, dient ook de uitleg van de Nederlandse bepalingen aan te sluiten bij de uitleg die
de Europese Commissie hier aan geeft. Nu is gebleken dat het niet langer de bedoeling is om het aanbieden van informatie in
het kader van de secundaire handel die uitsluitend het gevolg is van de verhandeling aan te merken als het aanbieden van effecten
aan het publiek, is een vrijstelling van het verbod van artikel 5:2 Wft niet meer nodig.
Met deze wijziging wordt volledig aangesloten bij de Europese uitleg van het begrip aanbieding van effecten aan het publiek,
en wordt een gelijk speelveld tussen MTF’’s uit Nederland en andere lidstaten gewaarborgd.
Wat betreft de bescherming van particuliere beleggers zijn de gevolgen van deze regeling beperkt. Net als voor de wijziging
kunnen beleggers op de website van bevoegde Europese toezichthouders nagaan of er voor de effecten die op een MTF worden verhandeld,
wel of geen goedgekeurd prospectus algemeen verkrijgbaar is gesteld. Uit artikel 5:2 van de Wft volgt ondubbelzinnig dat de
prospectusplicht wel geldt voor effecten die op een gereglementeerde markt worden toegelaten.
De Minister van Financiën,
J.C. de Jager.