Richtlijn voor strafvordering tarieven en feitomschrijvingen voor misdrijven, overtredingen en gedragingen als bedoeld in de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften

Categorie: Strafvordering

Rechtskarakter: Aanwijzing i.d.z.v. artikel 130 lid 4 Wet RO

Afzender: College van procureurs-generaal

Adressaat: Hoofden van de parketten

Registratienummer: 2011R008

Datum vaststelling: 06-06-2011

Datum inwerkingtreding: 01-07-2011

Geldigheidsduur: 30-06-2015

Publicatie in Stcrt.: PM

Vervallen:Richtlijn voor strafvordering tarieven en feitomschrijvingen

voor misdrijven, overtredingen en gedragingen als bedoeld in de Wet Administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (2011R001)

Relevante beleidsregels OM: Aanwijzing snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers

(2010A002)

Aanwijzing politiestrafbeschikking inzake eenvoudige winkeldiefstal- en verduistering (2011A012)

Richtlijn voor strafvordering rijden onder invloed, artikel 8 lid 2, 162 en 163 WVW 1994 (2011R004)

Richtlijn voor strafvordering eenvoudige diefstal (1999R038)

Richtlijn voor strafvordering verduistering (1999R039)

Aanwijzing inbeslagneming (2010A027)

Aanwijzing administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (2010A006)

Aanwijzing OM-afdoening (2011A011)

Wetsbepalingen: Artikel 74Sr, artikel 74c Sr, artikel 257a en 257b Sv, artikel 1-5 WAHV

Jurisprudentie:-

Bijlage(n): -

Samenvatting

Deze richtlijn voor strafvordering bevat het transactie- en strafvorderingsbeleid van het OM inzake misdrijven, overtredingen en gedragingen als bedoeld in de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV), waarvoor feitomschrijvingen (feitcodes) zijn vastgesteld.

In deze richtlijn wordt de gefaseerde inwerkingtreding van de Wet OM-afdoening gevolgd. Deze richtlijn heeft betrekking op de overgangsperiode en zal in de toekomst nogmaals worden aangepast.

Deze richtlijn omvat:

  • 1. Aanvullende aanwijzingen met betrekking tot de bijlage van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften;

  • 2. Het transactie- en strafvorderingsbeleid van het OM inzake misdrijven en overtredingen (bijlagen Transactiebesluit 1994 c.q. het Besluit OM-afdoening en de bijlage OM-feiten met tarieven), omvattende de volgende afdoeningsvormen:

    • a. de politiestrafbeschikking

    • b. de politietransactie

    • c. de OM-strafbeschikking

    • d. de OM-transactie

Ad 1

Deze feiten vallen onder de WAHV (de wet Mulder). In de richtlijn zijn deze feiten te herkennen aan een ‘m’ voor de feitcode. Bijvoorbeeld: m R 602, als weggebruiker niet stoppen voor rood licht bij een driekleurig verkeerslicht. Deze feiten worden vooralsnog alleen administratiefrechtelijk afgedaan (zie ook de Aanwijzing administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften).

Ad 2 onder a: de politiestrafbeschikking

De zaken ondergebracht in de bijlage van het Besluit OM-afdoening, worden via de strafbeschikking op grond van artikel 257b Sv afgedaan.

De feiten waarvoor de daartoe aangewezen opsporingsambtenaar strafbeschikkingsbevoegdheid heeft, zijn te herkennen aan een ‘p’ voor de feitcode. Bijvoorbeeld: p D 530, zich in kennelijke staat van dronkenschap op de openbare weg bevinden. Het bijbehorende tarief wordt achter de omschrijving vermeld.

Er kan geen politiestrafbeschikking worden uitgevaardigd, indien:

er sprake is van een contra-indicatie,zie paragraaf 3 Begrenzing strafbeschikkings-/transactiebevoegdheid opsporingsambtenaren. 1

In deze gevallen moet een politie transactie worden aangeboden (zie ad 2 onder b)

Ad 2 onder b: de politietransactie2

De in de bijlage bij het Transactiebesluit 1994 vermelde zaken kunnen in die gevallen waarin op grond van deze richtlijn geen politiestrafbeschikking wordt uitgevaardigd worden afgedaan door middel van een politietransactie (op grond van artikel 74c Sr). Deze bijlage is identiek aan de bijlage bij het Besluit OM-afdoening.

Ad 2 onder c: de OM-strafbeschikking

Ook de officier van justitie kan in zaken die binnen de scope van de OM-afdoening vallen een strafbeschikking uitvaardigen.

Daarbij geldt de beleidsafspraak dat niet tevens een proces-verbaal wordt opgemaakt voor een ander feit. Het bijbehorende tarief wordt achter de omschrijving vermeld. In het geval bij een feit geen tarief wordt vermeld, is mogelijk een specifieke Richtlijn voor strafvordering van toepassing, dan wel kan er vanwege bijzondere omstandigheden van het geval geen tarief worden aangegeven en zal elke zaak afzonderlijk moeten worden beoordeeld.

Wanneer geen sprake is van een of meer contra-indicatie(s),3 is het uitgangspunt dat voor overtreding van dit feit een strafbeschikking wordt uitgevaardigd.

Ad 2 onder d: de OM-transactie4

Voor de feitgecodeerde zaken waarvoor de opsporingsambtenaar geen transactie- of strafbeschikkingsbevoegdheid heeft, de officier van justitie volgens de beleidsregels geen strafbeschikking mag uitvaardigen of voor zaken die eveneens niet zijn opgenomen in de bijlage bij de WAHV, kan de officier van justitie een (OM-)transactie aanbieden. Soms wordt, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, meteen gedagvaard. De tarieven voor de OM-transactie of de eis ter zitting zijn in de bijlage bij deze richtlijn opgenomen. In sommige gevallen wordt geen tarief vermeld. Dan is er een specifieke Richtlijn voor strafvordering van toepassing, dan wel kan er vanwege de specifieke omstandigheden van het geval geen tarief worden aangegeven.

Op termijn zullen alle feiten waarvoor door de officier van justitie nog een transactie kan worden aangeboden, gefaseerd onder het bereik van de OM-strafbeschikking worden gebracht.

Achtergrond strafbeschikking

Per 1 april 2010 is de politiestrafbeschikking voor politiestrafbeschikkingsfeiten (uitgezonderd de feitgecodeerde misdrijven G100a en G100b, goederen vanuit een winkel/vanaf een benzinestation wegnemen/toe-eigenen) met als basis artikel 257b van het Wetboek van Strafvordering gefaseerd, dat wil zeggen per arrondissement, ingevoerd. Sinds 1 december 2010 is de politiestrafbeschikking in elke arrondissement ingevoerd.

Per 1 maart 2011 zijn ook de overige feitgecodeerde zaken (uitgezonderd de feitgecodeerde misdrijven die geen overtreding van artikel 8 WVW 1994 inhouden, de feitgecodeerde misdrijven G100a en G100b, de feitgecodeerde zaken die op kenteken zijn geconstateerd alsmede de feitgecodeerde zaken die betrekking hebben op overtreding van artikel 30, tweede lid, van de Wet aansprakelijkheid motorrijtuigen) onder de werking van de wet OM Afdoening gebracht. Deze zaken kunnen met een strafbeschikking worden afgedaan, als enkel een geldboete en/of de maatregel onttrekking aan het verkeer wordt/worden opgelegd en/of de maatregel onttrekking aan het verkeer wordt opgelegd en/of waarbij aan de verdachte aanwijzingen worden geven die kunnen inhouden: afstand van voorwerpen die in beslag zijn genomen en vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer.

Het betreft hier de feiten die in de bijlage bij deze Richtlijn als *- of OM-feit worden aangeduid. Voor deze feiten kan door (buitengewoon) opsporingsambtenaren geen geldboete worden opgelegd. Indien bij deze feiten een tarief is vermeld, dan wordt door het CJIB (als er sprake is van een first offender) een strafbeschikking verzonden namens het OM. Als op de plaats van het tarief een * is vermeld, is geen tarief vastgesteld omdat a) de overtreding aan de hand van het proces-verbaal individueel moet worden beoordeeld of b) de tarieven zijn vastgesteld in een andere richtlijn. In dat geval wordt de zaak door het CJIB direct aan het OM overgedragen. Voor deze zaken geldt dat de invoer op 1 maart 2011 voor heel Nederland geldt.

Met betrekking tot deze zaken geldt voorts dat deze vanaf 1 maart 2011 met een strafbeschikking kunnen worden afgedaan als er sprake is van minderjarige verdachten, van verdachten die militair zijn of van beslag.

Vanaf 1 juli 2011 wordt de reikwijdte van de Wet OM Afdoening verder uitgebreid, vanaf die datum kunnen ook de overige feitgecodeerde misdrijven met een strafbeschikking worden afgedaan.

Opsporing/Vervolging

1. Uitgangspunten

Om ongewenste cumulatie van sancties te voorkomen wordt per gebeurtenis tegen de verdachte/betrokkene voor ten hoogste drie overtredingen of gedragingen proces-verbaal opgemaakt, dan wel aan hem een politietransactie aangeboden, een aankondiging van strafbeschikking uitgereikt of een administratieve sanctie opgelegd.

Afdoening langs één traject is daarbij het uitgangspunt. Indien zowel de strafrechtelijke als de administratiefrechtelijke weg wordt bewandeld, moet in het proces-verbaal melding worden gemaakt van de opgelegde administratieve sanctie(s) en op de aankondiging van beschikking van het/de opgemaakte proces(sen)-verbaal.5 Van deze mogelijkheid dient slechts in uitzonderlijke gevallen gebruik te worden gemaakt.

Indien een proces-verbaal wordt opgemaakt ter zake van overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) is het niet toegestaan om daarnaast administratieve sancties op te leggen of transactievoorstellen te doen voor feiten die in relatie staan tot het gevaarlijke c.q. het belemmerende gedrag op de weg. Deze bepaling is opgenomen omdat in het geval dat een proces-verbaal wordt opgemaakt ter zake overtreding van artikel 5 WVW 1994 en daarnaast aan dat artikel gerelateerde administratieve sancties worden opgelegd of strafrechtelijke reacties6 volgen, de kans bestaat dat de officier van justitie niet meer kan vervolgen. Dit vloeit voort uit het in artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) opgenomen ne bis in idem-beginsel, dat bepaalt dat niemand andermaal kan worden vervolgd voor feiten waarover te zijnen aanzien bij gewijsde van de rechter onherroepelijk is beslist.

Het voldoen aan een transactievoorstel wordt op grond van artikel 74, eerste lid Sr gelijkgesteld met een onherroepelijke veroordeling, zodat hier het ne bis in idem-beginsel geldt.7

Op grond van het arrest van de Hoge Raad van 23 juni 1998 (NJ 1999, 47) mag, indien voor een gedraging een administratieve sanctie is opgelegd, deze gedraging niet bij een vervolging wegens overtreding van artikel 5 WVW 1994 worden betrokken. Evenzeer is het volgens dit arrest zo, dat indien is vervolgd wegens overtreding van artikel 5 WVW 1994, niet nog eens een administratieve sanctie kan worden opgelegd voor zover deze gedraging in de vervolging was betrokken.

Als voorbeeld kan worden aangegeven het feit dat een bestuurder gevaarlijk rijgedrag vertoont (strafrechtelijk verwijt) en daarbij tevens een rood verkeerslicht negeert (Muldergedraging). Indien een beschikking wordt opgelegd voor het negeren van het rode verkeerslicht, dan zal dat feit geen onderdeel mogen uitmaken van de vervolging op grond van artikel 5 WVW 1994.

2. Tarieven

2.1 Administratief recht

2.1.1 Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)

De feiten (gedragingen) die in de bijlage van de WAHV zijn opgenomen, worden vooralsnog8 via een beschikking administratiefrechtelijk afgedaan. De bij de gedragingen behorende tarieven staan vast en hiervan kan niet worden afgeweken.

Halvering tarieven minderjarigen

Op grond van artikel 2, lid 4 van de WAHV dienen de bedragen voor minderjarigen van 12 tot 16 jaar te worden gehalveerd. Deze afronding geschiedt op hele euro’s naar boven.Voor minderjarigen van 16 tot 18 jaar gelden in beginsel dezelfde tarieven als voor meerderjarigen.

2.2 Strafrecht

2.2.1 Misdrijven

Voor de feitcodes die zijn gebaseerd op misdrijven is geen tarief opgenomen. (Er is een uitzondering voor een aantal op de overtreding van artikel 8 WVW 1994 en op eenvoudige winkeldiefstal en verduistering betrekking hebbende feitcodes.) Dit zijn zaken (OM-feiten), waarvoor specifieke strafvorderingsrichtlijnen zijn vastgesteld, dan wel waarvoor de specifieke omstandigheden van het geval maatwerk vereisen.

De in de kop van deze richtlijn genoemde Aanwijzing politietransactie inzake eenvoudige winkeldiefstal en -verduistering beschrijft de uitoefening van de transactiebevoegdheid door de politie en de controle hierop door het OM.

Deze richtlijn geeft bij het misdrijf eenvoudige winkeldiefstal/-verduistering (artikel 310/321 Sr), in de gevallen dat daarvoor feitcodes zijn vastgesteld, opeenvolgend:

  • het tarief van de politietransactie;

  • het tarief dat doorgaans moet worden betaald bij transactie door het OM;

  • de geldboete die het OM doorgaans voor de politietransigabele feiten ter terechtzitting vordert, indien geen transactie wordt aangeboden of het aangeboden transactievoorstel niet wordt betaald.9

2.2.2. Overtredingen

Deze richtlijn geeft per overtreding en per categorie (bijvoorbeeld: een voetganger), opeenvolgend:

  • het tarief van de politietransactie/politiestrafbeschikking;

  • het tarief dat doorgaans moet worden betaald indien een transactie door het OM wordt aangeboden;

  • de geldboete die het OM doorgaans ter terechtzitting vordert.

2.2.3. Afwijking van de in deze richtlijn aangegeven tarieven

Berekening van bepaalde transactie- en geldboetetarieven

De strafbeschikking in relatie tot artikel 8 WVW 1994 en de overige feitgecodeerde zaken (uitgezonderd de feitgecodeerde zaken die betrekking hebben op overtreding van artikel 30, tweede lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen) die niet op kenteken zijn geconstateerd, kan naast een (kale) geldboete ook een ontzegging van de rijbevoegdheid omvatten. Tevens kan in deze strafbeschikking de maatregel onttrekking aan het verkeer worden opgelegd en/of kunnen aan de verdachte aanwijzingen worden gegeven die kunnen inhouden: afstand van voorwerpen die in beslag zijn genomen en vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer.

In deze richtlijn zijn tarieven afhankelijk gesteld van de zwaarte van de overtreding. Verder zijn bijvoorbeeld voor de overtreding van de voorschriften ten aanzien van de remvertraging van motorvoertuigen tarieven vastgesteld naar de mate waarin deze voorschriften zijn overschreden. Voorts is in de bijlage met OM-feiten bij enkele overtredingen een minimumtarief vermeld. De ernst van de gepleegde overtreding kan dan tot uitdrukking worden gebracht met inachtneming van de bedoelde tarieven.

Het OM mag afwijken binnen de wettelijke strafmaxima van de tarieven van de OM-transactie, de OM-strafbeschikking en/of eis ter zitting. Dat kan zowel naar beneden als naar boven, al naar gelang de omstandigheden daartoe aanleiding geven.10

De feitomschrijvingen met bijhorende tarieven bij de zogeheten OM-feiten in de bijlage bij deze richtlijn, zien toe op strafbare feiten die voor afdoening via een OM-transactie of OM-strafbeschikking in aanmerking komen.

Politiestrafbeschikking/politietransactie/OM-transactie/OM-strafbeschikking

Voor de feiten uit de bijlage bij het Besluit OM-afdoening c.q. het Transactiebesluit 1994 waarvoor de (buitengewoon) opsporingsambtenaar opsporingsbevoegdheid heeft, zijn de tarieven door het College van Procureurs-generaal vastgesteld. Het staat de opsporingsambtenaar derhalve niet vrij een ander transactievoorstel te doen of een ander tarief te hanteren in de aankondiging van de politiestrafbeschikking.

Cumulatie van overtredingen

Bij cumulatie van overtredingen verdient het aanbeveling bij de vaststelling van de tarieven rekening te houden met de draagkracht van de verdachte/bestrafte.

Minderjarigen

Aan de minderjarige die wordt verdacht van het plegen van een feitgecodeerd feit dat niet op kenteken is geconstateerd, kan een strafbeschikking worden uitgevaardigd.

Parallel aan hetgeen in de WAHV is vastgelegd, geldt dat ten aanzien van minderjarigen van 12 tot 16 jaar de vastgestelde tarieven worden gehalveerd met een afronding op hele euro’s naar boven. Voor minderjarigen van 16 tot 18 jaar gelden in beginsel dezelfde tarieven als voor meerderjarigen.

Artikel 489, lid 1 aanhef en onder b Sv bepaalt dat bij het uitvaardigen van een strafbeschikking van meer dan € 115, aan de minderjarige verdachte een raadsman moet worden toegevoegd. Deze bepaling is gewijzigd bij inwerkingtreding van de Wet OM-afdoening, maar geldt voor transacties nog steeds zoals de bepaling luidde voor de Wet OM-afdoening.11 Om deze reden wordt – analoog aan artikel 489 lid 1, aanhef en onder b Sv – door het CJIB geen politie- of OM-transactie verzonden als het transactiebedrag meer dan € 115 bedraagt. Deze zaken worden voor beoordeling naar het betreffende parket verzonden.

Inbeslagneming

Ook indien er sprake is van beslag kan in de in deze richtlijn beschreven gevallen een OM-strafbeschikking worden uitgevaardigd.

De officier van justitie kan met betrekking tot beslag de maatregel onttrekking aan het verkeer (artikel 257a, tweede lid, onder c, Sv) opleggen. Daarnaast kan de officier van justitie op grond van artikel 257a, derde lid, Sv, aan de verdachte aanwijzingen geven die kunnen inhouden: afstand van voorwerpen die in beslag zijn genomen en vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer.

Op grond van artikel 116 Sv zijn opsporingsambtenaren onder bepaalde voorwaarden bevoegd tot inbeslagneming van voorwerpen. Bij de zaken die onder de OM-afdoening vallen zal in de regel sprake zijn van ontdekking op heterdaad. Niet alleen opsporingsambtenaren in dienst van de politie zullen voorwerpen in beslag nemen. Ook buitengewoon opsporingsambtenaren in dienst van of werkzaam voor bestuursorganen kunnen voorwerpen in beslag nemen. De hulpofficier van justitie is op grond van artikel 116 Sv bevoegd onder bepaalde voorwaarden een juridische eindbeslissing over het beslag te nemen.

Als de hulpofficier van justitie een juridische eindbeslissing12 over het beslag heeft genomen, wordt dit als afgehandeld beschouwd en kan de feitgecodeerde zaak als ‘zaak zonder beslag’ bij het CJIB worden aangeboden. Op de combibon vermeldt de opsporingsambtenaar onder ‘opmerking verbalisant’ zijn bevindingen met betrekking tot de afdoening van het beslag door de hulpofficier van justitie. Als er geen sprake is van een contra-indicatie verzendt het CJIB bij politiestrafbeschikkingsfeiten volgens de gebruikelijke werkwijze een strafbeschikking namens de (buitengewoon) opsporingsambtenaar.

In de gevallen waarin door de hulpofficier van justitie geen juridische eindbeslissing over het beslag is genomen, wordt de zaak met vermelding van het beslag aangeboden bij het CJIB. Het CJIB zal daarop bij de opsporingsinstantie het proces-verbaal (waarbij in elk geval de geactualiseerde KVI moet zijn gevoegd) opvragen. Na ontvangst van het proces-verbaal draagt het CJIB de zaak aan de CVOM over voor een inhoudelijke beoordeling en een beslissing over de juridische bestemming van het beslag.

3. Begrenzing strafbeschikkings-/transactiebevoegdheid opsporingsambtenaren

In artikel 3.2 van het Besluit OM-afdoening zijn de opsporingsambtenaren aangewezen aan wie strafbeschikkingsbevoegdheid op grond van artikel 257b WvSv is verleend. Op grond van artikel 74c, Sr kan aan een opsporingsambtenaar transactiebevoegdheid worden verleend. In artikel 2 van het Transactiebesluit 1994 zijn de opsporingsambtenaren aangewezen aan wie transactiebevoegdheid is verleend.

In de identieke bijlagen van het Besluit OM-afdoening en het Transactiebesluit 1994 zijn de zaken aangewezen die voor een politiestrafbeschikking dan wel voor een politietransactie in aanmerking komen. Opsporingsambtenaren met strafbeschikkings-/transactiebevoegdheid maken van die bevoegdheid gebruik volgens door het OM te geven richtlijnen (artikel 257b lid 3 Sv, artikel 74c lid 4 Sr).

In deze richtlijn wordt bepaald dat een politietransactie niet mag worden aangeboden of een politiestrafbeschikking niet mag worden uitgevaardigd indien:

  • a. de opsporingsambtenaar of een van zijn naaste familieleden bij het feit of de gevolgen daarvan betrokken is;

  • b. verschil van inzicht bestaat tussen de opsporingsambtenaar en de verdachte omtrent de feiten en/of de strafbaarheid;

  • c. het feit schade ten gevolge heeft gehad of overigens te ernstig van aard is;

  • d. inbeslagneming plaatsvindt en er door de hulpofficier van justitie geen juridische eindbeslissing over al het beslag is genomen;13

  • e. de militaire rechter uitsluitend bevoegd is.

De hoofdofficier van justitie kan bepalen dat in bepaalde gebieden of op bepaalde openbare wegen binnen het arrondissement of in bepaalde categorieën zaken door de bevoegde ambtenaren geen gebruik wordt gemaakt van de transactiebevoegdheid (artikel 5 Transactiebesluit 1994) dan wel geen gebruik wordt gemaakt van de strafbeschikkingsbevoegdheid (artikel 3.5 Besluit OM-afdoening).

4. Bijzonderheden voor enkele soorten overtredingen

Let op: bij feitgecodeerde OM-feiten waarbij een staandehouding heeft plaatsgevonden kan een OM-strafbeschikking volgen. Indien er sprake is van een constatering op kenteken valt de zaak nog onder het transactieregime.

Van recidive is sprake indien de overtreding wordt begaan binnen de recedivetermijn die voor dat feit geldt na afdoening14 van de vorige overtreding. Door het OM wordt via raadpleging van het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) vastgesteld of sprake is van recidive.

4.1.1 Recidiveregeling overtredingen artikelen 30 en 34 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM)(uitgezonderd bromfietsen)

Let op deze recidiveregeling is alleen van toepassing voor zover de overtredingen langs het strafrechtelijke traject worden afgedaan!

Bij inwerkingtreding van de wet ‘Vermulderen 30 WAM’15 zullen overtredingen van artikel 30 WAM lid 2 met een Mulderbeschikking worden afgedaan.Dit betreft de feitcodes A 902 en A 915. Op deze zaken is de recidiveregeling niet van toepassing.

De recidiveregeling t.a.v. de overtredingen van artikelen 30 en 34 WAM luidt voor de met motorrijtuigen, uitgezonderd bromfietsen,16 gepleegde overtredingen als volgt:

   

Eerste overtreding:

OM-transactie of OM-strafbeschikking: € 440

Eis ter zitting: geldboete € 500

Tweede overtreding (binnen twee jaar na afdoening van de eerste overtreding):

Geen transactie. OM-strafbeschikking of eis ter zitting: geldboete € 600 en vier maanden ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk

Derde overtreding (binnen vier jaar na afdoening van de eerste overtreding):

Geen transactie of strafbeschikking, eis ter zitting: twee weken hechtenis onvoorwaardelijk17 en zes maanden ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk; eventueel verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen voertuig

4.1.2 Recidiveregeling overtredingen artikelen 30 en 34 WAM (bromfietsen)

Voor de met een bromfiets gepleegde overtreding van de artikelen 30 en 34 WAM (feitcodes A 901a t/m d, A 902, A 903a t/m c en A 904) geldt de volgende recidiveregeling:

   

Eerste overtreding:

OM-transactie of OM-strafbeschikking: € 310

Eis ter zitting: € 370

Tweede overtreding (binnen twee jaar na afdoening van de eerste overtreding):

Geen transactie. OM-strafbeschikking of eis ter zitting: geldboete € 440 en vier maanden ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk

Derde overtreding (binnen vier jaar na afdoening van de eerste overtreding):

Geen transactie, eis ter zitting: tien dagen hechtenis onvoorwaardelijk en zes maanden ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk; eventueel verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen voertuig

4.2 Recidiveregeling rijden zonder rijbewijs

De recidiveregeling voor het rijden zonder rijbewijs (overtreding van artikel 107 lid 1 WVW 1994) heeft betrekking op motorvoertuigen uit de voertuigcategorieën 1 tot en met 3 van categorie-indeling B. Tevens is deze recidiveregeling van toepassing op bestuurders van motorrijtuigen waarvan het rijbewijs zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur met meer dan één jaar (feitcode K 060f).

Voor de voertuigcategorieën 1 (bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen18), 2 (bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen) en 3 (brom- en snorfietsers, inclusief bestuurders van brommobielen18) geldt onderstaande recidiveregeling:

   

Eerste overtreding:

OM-strafbeschikking vast tarief feitcode K055

Tweede overtreding (binnen vier jaar na afdoening van de eerste overtreding:

Dagvaarden, eis ter zitting: geldboete categorie 1 en 2 vanaf € 360 en categorie 3 vanaf € 250 en voor alle categorieën één week hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar

Derde overtreding (binnen vier jaar na afdoening van de eerste overtreding):

Dagvaarden, eis ter zitting: twee weken hechtenis onvoorwaardelijk

Vierde overtreding (binnen vier jaar na afdoening van de eerste overtreding):

Dagvaarden, eis ter zitting: drie weken hechtenis onvoorwaardelijk

Vijfde en volgende overtreding (binnen vier jaar na afdoening van de eerste overtreding):

Dagvaarden, eis ter zitting: vier weken hechtenis onvoorwaardelijk

4.3.1 Recidiveregeling gedocumenteerde overtredingen maximumsnelheid RVV 1990 (weg)

Deze recidiveregeling wordt toegepast bij overtreding van de, in paragraaf 8, maximumsnelheid, van het RVV 1990 opgenomen, artikelen 19 (niet voldoende afstand houden, 20, 21, 22 en 62 jo. de borden A1 en A3 (overschrijding maximumsnelheid), voor zover deze overtredingen niet administratiefrechtelijk worden afgedaan.

De recidiveregeling luidt als volgt:

Van recidive is alleen sprake indien de overtreding wordt begaan binnen twee jaar na betaling van een transactie of na een onherroepelijke geworden strafbeschikking/veroordeling voor één eerdere gedocumenteerde overtreding van artikel 19, 20, 21, 22 en 62 jo. de borden A1 en A3 van het RVV 1990.

De categorie-indeling voor maximumsnelheid is ook van toepassing op de recidiveregeling snelheid.

Categorie-indeling C (maximumsnelheid)

  • 1. Motorvoertuigen (uitgezonderd categorie 2: vrachtauto’s, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg en motorvoertuigen met aanhangwagen);

  • 2. Vrachtauto’s, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg. en motorvoertuigen met aanhangwagen;

  • 3. Bromfietsen, brommobielen, snorfietsen en gehandicaptenvoertuigen met motor;

  • 4. Landbouwtrekkers en motorvoertuigen met beperkte snelheid.

NB Gelet op de bijlage 2 van de Aanwijzing inbeslagneming kan na overleg met de officier van justitie het motorvoertuig, waarmee de snelheidsovertreding is gepleegd, in beslag worden genomen, indien een overschrijding van de maximumsnelheid met meer dan 100% in samenhang met geconcretiseerde gevaarzetting is geconstateerd.

Overzicht weg

Recidiveregeling niet voldoende afstand houden

Tabel 120

Recidiveregeling niet voldoende afstand houden

Categorie 1:

Motorvoertuigen (uitgezonderd categorie 2: vrachtauto’s, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg en motorvoertuigen met aanhangwagen)

Categorie 2:

Vrachtauto's, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg. en motorvoertuigen met aanhangwagen.

Categorie 3:

Bromfietsen, brommobielen, snorfietsen en gehandicaptenvoertuigen met motor

   

Niet voldoende afstand houden bij een:

   

snelheid van 80 km/h – 100 km/h

snelheid van 100 km/h – 120 km/h

snelheid van meer dan 120 km/h

   

volgafstand 3 m of meer of vanaf 0,5 sec t/m 0,2/0,1 sec en volgafstand < 3 m of < 0,2/0,1 sec

ongeacht afstand of ≤ 0,5 sec

Eerste overtreding

OM-transactie/OM- strafbeschikking

vast tarief

vast tarief

nvt

 

eis ter zitting

vast tarief

vast tarief

dagv eis € 560 (cat 1/2) /€ 360 (cat 3)

       

+ 3 mnd OBM ov

Tweede overtreding

OM-transactie/OM- strafbeschikking

nvt

nvt

nvt

 

OM-strafbeschikking of eis ter zitting

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20%

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20%

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20%

         
   

+ OBM 4 mnd ov

+ OBM 5 mnd ov

+ OBM 6 mnd ov

Derde overtreding

OM-transactie

nvt

nvt

nvt

 

OM-strafbeschikking of eis ter zitting

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20%

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20%

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20%

         
   

+ OBM 6 mnd ov

+ OBM 8 mnd ov

+ OBM 10 mnd ov

Vierde overtreding

OM-transactie /

OM-strafbeschikking

nvt

nvt 

nvt

 

eis ter zitting

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20%

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20%

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20%

         
   

+ OBM 8 mnd ov

+ OBM 10 mnd ov

+ OBM 12 mnd ov

Recidiveregeling snelheidsovertredingen (weg)

Tabel 221

Recidiveregeling snelheidsovertredingen motorvoertuigen

Categorie 1:

Motorvoertuigen (uitgezonderd categorie 2: vrachtauto’s, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg en motorvoertuigen met aanhangwagen)

Categorie 2:

Vrachtauto's, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg. en motorvoertuigen met aanhangwagen.

   

Snelheidsovertredingen met een overschrijding van:

   

31 t/m 49 km/h

50 t/m 69 km/h

70 t/m 99 km/h

100 km/h of meer

   

 

 

 

 

Eerste overtreding

OM-transactie / OM- strafbeschikking

vast tarief

nvt

nvt

nvt

 

eis ter zitting

vast tarief

vast tarief +

vast tarief +

tarief 95 tot 100 km/h + € 200 per 5 km/h overschrijding +

     

 OBM 2 mnd ov

OBM 4 mnd ov

OBM 6 mnd ov

           

Tweede overtreding

OM-transactie

nvt

nvt

nvt

nvt

 

OM-strafbeschikking of eis ter zitting

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% +

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% +

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% +

recidivetarief 95 tot 100 km/h + € 200 per 5 km/h overschrijding +

   

OBM 2 mnd ov

OBM 4 mnd ov

OBM 6 mnd ov

OBM 8 mnd ov

           

Derde overtreding

OM-transactie

nvt

nvt

nvt

nvt

 

OM-strafbeschikking of eis ter zitting

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% +

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% +

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% +

recidivetarief 95 tot 100 km/h + € 200 per 5 km/h overschrijding +

   

OBM 4 mnd ov

OBM 6 mnd ov

OBM 8 mnd ov

OBM 10 mnd ov

           

Vierde overtreding

OM-transactie

nvt

nvt

nvt 

nvt

 

OM-strafbeschikking of eis ter zitting

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% +

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% +

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% +

recidivetarief 95 tot 100 km/h + € 200 per 5 km/h overschrijding +

 

 

OBM 6 mnd ov

OBM 8 mnd ov

OBM 10 mnd ov

OBM 12 mnd ov

Tabel 322

Recidiveregeling snelheidsovertredingen bromfietsen

Categorie 3:

Bestuurders van bromfietsen, brommobielen, snorfietsen en gehandicaptenvoertuigen met motor

   

Snelheidsovertredingen met een overschrijding van:

   

30 t/m 49 km/h

50 t/m 69 km/h

70 t/m 99 km/h

100 km/h of meer

           

Eerste overtreding

OM-transactie

nvt

nvt

nvt

nvt

 

OM-strafbeschikking of eis ter zitting

vast tarief +

vast tarief +

vast tarief +

tarief 95 tot 100 km/h + € 200 per 5 km/h overschrijding +

   

OBM 2 mnd ov

OBM 4 mnd ov

+OBM 6 mnd ov

+ OBM 8 mnd ov

           

Tweede overtreding

OM-transactie

nvt

nvt

nvt

nvt

 

OM-strafbeschikking of eis ter zitting

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% +

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% +

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% +

recidivetarief 95 tot 100 km/h + € 200 per 5 km/h overschrijding +

   

OBM 4 mnd ov

OBM 6 mnd ov

OBM 8 mnd ov

OBM 10 mnd ov

           

Derde en volgende overtreding

OM-transactie

nvt

nvt

nvt 

nvt

 

OM-strafbeschikking of eis ter zitting

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% +

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% +

tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% +

recidivetarief 95 tot 100 km/h + € 200 per 5 km/h overschrijding +

   

OBM 6 mnd ov

OBM 8 mnd ov

OBM 10 mnd ov

OBM 12 mnd ov

Voorbeeld bepaling tarief/eis ter zitting:

Indien de bestuurder van een motorvoertuig uit categorie 1 voor de eerste maal de maximumsnelheid overschrijdt, bijvoorbeeld met 50 km/h binnen de bebouwde kom, dan wordt hem voor het in het voorbeeld genoemde geval een OM-transactie aangeboden van € 590 als het feit op kenteken is geconstateerd (zie de feitcodes * VA 055, * VB 055 of * VC 055). In geval er eenstaandehouding heeft plaatsgevonden vaardigt de officier van justitie een strafbeschikking uit waarin aan de verdachte een geldboete van € 590 wordt opgelegd. Dat is het vaste tarief dat bij deze overtreding behoort. De daarbij behorende eis ter zitting is volgens kolom 3 van de op JKS/OM-tranet opgenomen Tarieventabel snelheidsovertredingen een geldboete van € 700. Indien de eerste overtreding een overtreding van artikel 19 RVV 1990 (niet voldoende afstand houden) betreft dan dient dezelfde werkwijze te worden gehanteerd aan de hand van de hierop betrekking hebbende feitcodes S 005a t/m S026a.

  • a. Begaat deze bestuurder vervolgens een tweede onder de recidiveregeling vallende snelheidsovertreding, bijvoorbeeld door overschrijding van de maximum snelheid binnen de bebouwde kom met 69 km/h (feitcode * VA 070, * VB 070 of * VC 070), dan dient tot dagvaarden te worden overgegaan (zie tabel 2). De geldboete die moet worden geëist, wordt afgeleid van de geldboete die zou worden geëist indien deze overtreding voor de eerste maal zou zijn begaan, vermeerderd met 20%. De eerste overtreding kent volgens de feitcodes * VA 070, * VB 070 en * VC 070 een OM-transactie van € 930. De daarbij behorende eis ter zitting is een geldboete van € 1110 (zie voornoemde tarieventabel, kolom 3). Nu de snelheidsovertreding in het voorbeeld reeds een tweede snelheidsovertreding betreft, wordt een eis ter zitting van € 1110 + 20% voorgeschreven. Voorts wordt een OBM van 4 maanden onvoorwaardelijk geëist.

  • b. Begaat deze bestuurder als tweede overtreding een overtreding van artikel 19 RVV 1990 (niet voldoende afstand houden) dan dient analoog aan het gestelde onder a gehandeld te worden waarbij de tabel 1 geraadpleegd dient te worden.

4.3.2 Recidiveregeling maximumconstructiesnelheid brom- en snorfietsen

Voor zover het ‘Muldergedragingen’ betreft zijn de tarieven en feitcodes voor het overtreden van artikel 5.6.8, lid 1, van de RV, zoals opgenomen in de geldende bijlage bij de Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersvoorschriften, van toepassing. Dit betreft de feitcodes N 083 a/b. Het in de onderstaande tabel vermelde vaste tarief betreft de tarieven zoals deze zijn opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen bij de feitcodes N 083 c t/m f.

   

Overschrijding maximumconstructiesnelheid met

Overtreding

 

> 15 t/m 20 km/h

> 20 t/m 25 km/h

> 25 t/m 30 km/h

> 30 km/h

1e Eerste overtreding

Transactie/strafbeschikking

Vast tarief

Vast tarief (minderjarigen € 115)

Vast tarief (minderjarigen € 115)

Vast tarief (minderjarigen € 115)

eis ter zitting

€ 130

€ 190

€ 280

€ 380

2e Tweede overtreding

Transactie

nvt

nvt

nvt

nvt

OM-strafbeschikking of eis ter zitting

€ 170 /OBM 2 mnd ov

€ 240 / OBM 2 mnd ov

€ 330 / OBM 2 mnd ov

€ 430 / OBM 2 mnd ov

3e Derde en volgende overtreding(en)

Transactie

nvt

nvt

nvt

nvt

OM-strafbeschikking of eis ter zitting

€ 200 / OBM 4 mnd ov / OAV brom-/snorfiets

€ 280 / OBM 4 mnd ov / OAV brom-/snorfiets

€ 390 / OBM 4 mnd ov / OAV brom-/snorfiets

€ 490 / OBM 4 mnd ov / OAV brom-/snorfiets

ov : onvoorwaardelijk

OBM : ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen

OAV : onttrekking aan het verkeer

Recidive/herhaald plegen

Van recidive is alleen sprake indien de overtreding wordt begaan binnen twee jaar na afdoening23 van de vorige overtreding. Door het OM wordt via raadpleging van het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) vastgesteld of sprake is van recidive.

Indien aan de voorwaarden m.b.t. inbeslagneming zoals genoemd in C 6 van de Aanwijzing maximumconstructiesnelheid brom- en snorfietsen is voldaan, wordt van dit ‘recidivebeginsel’ afgeweken en wordt de ‘recidive’ bepaald aan de hand van het aantal door de verdachte gepleegde identieke overtredingen. Hiervan is sprake indien door dezelfde verdachte voor de derde keer een onder strafrecht vallende overtreding van artikel 5.6.8 RV binnen een tijdbestek van twee jaar is begaan en aan de verdachte is bij één van de voorgaande overtredingen een waarschuwingsbrief uitgereikt of toegezonden.

Minderjarigen

Voor minderjarigen wordt een aangepaste regeling getroffen. Ingevolge artikel 489, lid 1, aanhef en onder b van het Wetboek van strafvordering dient aan minderjarigen ambtshalve een raadsman te worden toegevoegd indien het OM een transactie wil aanbieden dan wel een strafbeschikking hoger dan € 115 wil aanbieden/uitvaardigen24. Aan minderjarigen wordt voor de 1e overtreding bij een overschrijding van de maximum constructiesnelheid met meer dan 25 km/h een aangepaste transactie, conform het in de bovenstaande tabel vermelde tarief, aangeboden. Voor de daaropvolgende overtredingen wordt de geldboete in de eis ter terechtzitting gehalveerd.

Inbeslagneming

Bij inbeslagneming van het voertuig zijn er de volgende mogelijkheden (zie ook de bijlage 2 bij de Aanwijzing inbeslagneming

  • 1. De eigenaar/houder doet vrijwillig afstand ter vernietiging.

  • 2. De eigenaar/houder voldoet aan het schikkingsvoorstel of doet geen verzet tegen de strafbeschikking (waarin het voertuig wordt onttrokken verklaard aan het verkeer of aanwijzing aan de verdachte wordt gegeven tot afstand van voorwerpen die in beslag zijn genomen en vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer) van de officier van justitie en doet daarmee afstand van het in beslag genomen voertuig. Het voertuig dient hierna te worden vernietigd.

  • 3. De officier vordert ter zitting de onttrekking aan het verkeer van het niet in Nederland toegelaten voertuig of de verbeurdverklaring van het in Nederland wel toegelaten voertuig. De officier van justitie bepaalt aan de hand van de vermelde waarde van het voertuig of van de hierboven genoemde standaardeis wordt afgeweken en een meer op de situatie toegesneden eis moet worden geformuleerd.

4.3.3 Recidiveregeling gedocumenteerde snelheidsovertredingen water

De recidiveregeling gedocumenteerde snelheidsovertredingen water wordt toegepast bij snelheidsovertredingen op het water, begaan door kleine schepen, bij overschrijding van de maximum toegestane snelheid vanaf 25 kilometer per uur. De recidiveregeling luidt als volgt:

Van recidive is alleen sprake indien de overtreding wordt begaan binnen twee jaar na betaling van een transactie, of als er sprake is van een onherroepelijke veroordeling voor één van de vorige gedocumenteerde snelheidsovertreding(en).

De recidiveregeling voor kleine schepen is weergegeven in het overzicht water.

De tarieven die in de overzichten zijn weergegeven hebben betrekking op de overschrijding van de maximum toegestane snelheid.

Overzicht water

Recidiveregeling snelheidsovertredingen water25

Categorie 1:

Gezagvoerder/schipper

klein schip

Snelheidsovertredingen met een overschrijding van:

25 tot 35 km/h

35 tot 45 km/h

45 km/h of meer

eerste overtreding:

OM-transactie/strafbeschikking

Vast tarief

Vast tarief

Vast tarief

 

eis ter zitting

€ 270,–

€ 420,–

€ 600,–

tweede overtreding:

OM-transactie/strafbeschikking

€ 270,–

€ 420,–

€ 600,–

 

eis ter zitting

€ 320,–

€ 500,–

€ 700,– 

derde overtreding:

OM-transactie

nvt

nvt

nvt

 

eis ter zitting

> € 390,– en voorwaardelijke hechtenis

> € 600,– en voorwaardelijke hechtenis

> € 800,– en voorwaardelijke hechtenis 

vierde overtreding:

OM-transactie

nvt

nvt

nvt

 

eis ter zitting

> € 460,– en onvoorwaardelijke hechtenis

> € 700,– en onvoorwaardelijke hechtenis 

> € 950,– en onvoorwaardelijke hechtenis 

5. Overtredingen begaan door militairen op militaire terreinen

5.1 Beperkte bevoegdheid

Op grond van het bepaalde in artikel 3 onder c van het Transactiebesluit 1994 is de transactiebevoegdheid in handen van de Koninklijke Marechaussee (KMAR) op militaire terreinen beperkt tot verdachten die militair zijn.26 Voorts beperkt de transactiebevoegdheid zich tot uitsluitend die feiten die zijn opgenomen in de bijlage van het Transactiebesluit 1994. Met de inwerkingtreding van de WAHV zijn veel feiten vanuit de diverse Transactiebesluiten, waaronder het Besluit transactie Koninklijke Marechaussee ondergebracht in de bijlage van de WAHV. Deze bijlage is met uitzondering van de feitcodes K 035, K 040 a t/m e, K 075 t/m K 106, K 120, K 140, K 155 niet van toepassing op militaire terreinen. Voornoemde feitcodes zijn uitgezonderd, doordat het begrip ‘weg’ niet van toepassing is op deze codes.

Het is echter gewenst dat de afdoening van deze zaken zoveel mogelijk via de geautomatiseerde systemen bij de KMAR en het CJIB verloopt, waarna de zaakgegevens (bij niet betalen) elektronisch worden overgedragen aan het Openbaar Ministerie.

5.2 Specifieke werkwijze

Om de verwerking via de geautomatiseerde systemen mogelijk te maken wordt bij het opmaken van een mini proces-verbaal gebruik gemaakt van dezelfde feitcodes als in de bijlage bij de WAHV, onder toevoeging van de hoofdletter K. Bijv. De feitcode R 549a (niet stoppen bij een stopbord) wordt KR 549a. De verbaliserende ambtenaar van de KMAR maakt na het constateren van een overtreding een mini proces-verbaal op en reikt bij staandehouding een afschrift uit aan de verdachte. Vanwege het feit dat het een OM-transactie betreft wordt geen tarief ingevuld op het mini proces-verbaal.

Indien de verdachte niet (volledig) betaalt binnen de daarvoor gestelde termijn, wordt een proces-verbaal opgemaakt dat, met tussenkomst van het CJIB, via de gebruikelijke wijze aan het Openbaar Ministerie te Arnhem, unit militaire zaken, wordt aangeboden.

Waar het CJIB in bovengenoemde zaken nu namens de officier van justitie een transactie kan aanbieden aan militairen, zal het CJIB per 1 maart 2011 namens de officier van justitie een strafbeschikking verzenden. Als het CJIB geen strafbeschikking kan verzenden, kan de officier van justitie van het parket Arnhem in deze zaken een strafbeschikking uitvaardigen.

5.3. Artikel 3, onder c, van het Transactiebesluit 1994

Artikel 3, onder c, van het Transactiebesluit 1994 blijft van kracht omdat het voorziet in de mogelijke verwerking van enige strafbare feiten (bijvoorbeeld fout parkeren van een fiets, feitcode R 412) die niet als gedraging in de bijlage bij de WAHV zijn opgenomen.

Overgangsrecht

Deze richtlijn voor strafvordering is van toepassing op feiten gepleegd op en na 1 juli 2011.

Bijlagen

De OM-feiten en p-feiten met bijbehorende tarieven zijn niet als bijlage bij deze richtlijn voor strafvordering opgenomen, maar geïntegreerd opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen. In deze bundel worden de zaken die afkomstig zijn uit de bijlage met OM-feiten en tarieven voorafgegaan door een * (asterisk). De politietransigabele feiten/overtredingen waarvoor een politiestrafbeschikking kan worden uitgevaardigd, worden voorafgegaan door de (kleine) letter p.


X Noot
1

Zie voor meer contra-indicaties de Aanwijzing OM Afdoening.

X Noot
2

De politietransactie wordt alleen in uitzonderingsgevallen aangeboden. De politiestrafbeschikking is het uitgangspunt.

X Noot
3

Zoals bijvoorbeeld benoemd in de Aanwijzing of het Besluit OM-afdoening, deze Richtlijn en het Wetboek van Strafvordering.

X Noot
4

Er is in deze gevallen geen sprake van een WAHV-beschikking (ad 1), een politiestrafbeschikking (ad 2 onder a), een politietransactie (ad 2 onder b), noch een OM-transactie (ad 2 onder c).

X Noot
5

Ook in geval een strafbeschikking is uitgevaardigd.

X Noot
6

Bijvoorbeeld een strafbeschikking of een transactie.

X Noot
7

Dit geldt uiteraard ook voor een strafbeschikking die is betaald.

X Noot
8

Op grond van artikel 2, eerste lid WAHV kunnen ter zake van de in de bijlage van die wet omschreven gedragingen, administratieve sancties worden opgelegd. In tegenstelling tot de vorige redactie van dit artikel, wordt door de wetgever nu de mogelijkheid geopend de in de bijlage vermelde feiten in plaats van administratief, strafrechtelijk af te doen (zie Stb. 2006, 330). Door deze wijziging kunnen bijvoorbeeld recidivisten strafrechtelijk worden aangepakt. Uitgangspunt blijft echter vooralsnog, dat de feiten die in de bijlage bij de WAHV zijn opgenomen, ook volgens de WAHV worden afgedaan. In nadere beleidsregels zal op een later tijdstip worden uiteengezet voor welke feiten in welke gevallen voor de strafrechtelijke weg moet worden gekozen. 

X Noot
9

De strafmaatrichtlijn is opgenomen in BOS-polaris.

X Noot
10

In zaken waarin een strafbeschikking is uitgevaardigd, doch waarvan verdachte in verzet is gekomen, eist de officier van justitie dezelfde geldboete als initieel opgelegd. Zie tevens Aanwijzing OM-afdoening.

X Noot
11

Stb. 2008, nr. 160 artikel VIII (Wet OM-afdoening).

X Noot
12

Zie tevens de Aanwijzing inbeslagneming (artikel 94 WvSv) (2010A027).

X Noot
13

De enige uitzondering hierop betreft het aanbieden van een politietransactie bij winkeldiefstal c.q. – verduistering. Voor een dergelijke transactie mag worden aangeboden dient het goed te zijn teruggegeven dan wel de schade te zijn vergoed (zie aanwijzing politietransactie inzake eenvoudige winkeldiefstal en – verduistering).

X Noot
14

Afdoening houdt in: een onherroepelijke strafbeschikking, een onherroepelijk vonnis óf een betaalde transactie.

X Noot
15

Wet van 31 maart 2011 tot wijziging van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften en de Gemeentewet in verband met het onder de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften brengen van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen en enkele technische verbeteringen Stb 2011, 170

X Noot
16

Onverzekerd rijden: zie in de bijlage de feitnummers A 914a t/m d, A 915, A 917a t/m c en A 918.

X Noot
17

Hechtenis kan in geval van een overtreding door een minderjarig niet worden geëist.

X Noot
18

Aangezien het hier bepalingen uit de WVW 1994 betreft, wordt de bestuurder van de brommobiel hiervan uitgezonderd. Deze valt onder categorie 3.

X Noot
18

Aangezien het hier bepalingen uit de WVW 1994 betreft, valt ook de bestuurder van de brommobiel hieronder.

X Noot
20

De tarieven in deze tabel staan vermeld bij de van toepassing zijnde feitcodes en de tarieventabel zoals opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen.

X Noot
21

De tarieven in deze tabel staan vermeld bij de van toepassing zijnde feitcodes en de tarieventabel zoals opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen.

X Noot
22

De tarieven in deze tabel staan vermeld bij de van toepassing zijnde feitcodes en de tarieventabel zoals opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen.

X Noot
23

Afdoening houdt in: een onherroepelijke strafbeschikking, een onherroepelijk vonnis óf een betaalde transactie.

X Noot
24

Voor zover het Mulderfeiten betreft is de toevoeging van een raadsman overbodig.

X Noot
25

De tarieven in deze tabel staan vermeld bij de van toepassing zijnde feitcodes en de tarieventabel zoals opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen.

X Noot
26

Zie tevens ad. 2 in de paragraaf ‘SAMENVATTING’.

Naar boven