Regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie van 1 juni 2011, nr. DGV/Politie/Personeel en Materieel, houdende wijziging van de Regeling vredesmissies politie in verband met de harmonisatie van de arbeidsvoorwaarden van politiepersoneel

De Minister van Veiligheid en Justitie,

Gelet op artikel 3 van het Besluit beschikbaarstelling politieambtenaren ten behoeve van vredesmissies;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling vredesmissies politie wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel b, komt te luiden:

b. operationeel gezag:

de head of mission, aangewezen door een volkenrechtelijke organisatie of aangewezen in het kader van een internationale overeenkomst waarbij Nederland partij is;

2. Na onderdeel f worden, onder vervanging van de punt door een punt komma aan het eind van onderdeel f, twee onderdelen toegevoegd, luidende:

g. inschepingsverlof:

het verlof dat betrokkene wordt toegekend om zich voor te bereiden op de missie;

h. ontschepingsverlof:

het verlof dat betrokkene wordt toegekend na afloop van de uitzending.

B

In de artikelen 2, 13, en 19 wordt ‘de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties’ vervangen door: de Minister van Veiligheid en Justitie.

C

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, onderdeel b, komt te luiden:

  • b. een tegemoetkoming in de onkosten ten bedrage van € 27,21, indien geen aanspraak bestaat op een volledige dagvergoeding inclusief huisvesting, voeding en overige onkosten van derden.

2. Aan het slot van het tweede lid wordt ‘de Reisregeling buitenland politie’ vervangen door: het Besluit reis-, verblijf- en verhuiskosten politie.

D

Artikel 9, tweede volzin, komt te luiden:

De vergoeding is vastgesteld in de vorm van een afkoopsom, en bedraagt € 83,81 per dag.

E

Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het vierde lid komt te luiden:

  • 4. Op verzoek van de betrokkene kan het operationeel gezag, indien de uitzendduur tenminste zes maanden bedraagt, toestaan dat de recuperatie elders wordt doorgebracht. Deze recuperatie brengt de betrokkene alsdan door voor eigen risico en rekening. Er bestaat geen aanspraak op reis- en verblijfkosten. Voor de vaststelling van de duur van de recuperatie wordt per maand inzet 2,5 dag recuperatie opgebouwd.

2. In het vijfde lid wordt ‘twaalf werkdagen’ vervangen door: zes werkdagen.

F

Na artikel 10 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 10a

Naast de periode van de missie waarvoor buitengewoon verlof wordt verleend, bestaat een aanspraak op buitengewoon verlof tot een maximum van veertien dagen in de volgende gevallen:

  • a. ernstige ziekte van de echtgenote of echtgenoot van de betrokkene, de persoon met wie de betrokkene ongehuwd samenwoont of een van zijn bloed- of aanverwanten in de eerste graad;

  • b. de bevalling van zijn echtgenote of de persoon met wie de betrokkene ongehuwd samenwoont;

  • c. het overlijden en de lijkbezorging van de echtgenote of echtgenoot van de betrokkene, de persoon met wie de betrokkene ongehuwd samenwoont of een van zijn bloed- en aanverwanten in de eerste graad.

G

Na artikel 12 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 12a

  • 1. De betrokkene die naar verwachting ten minste zes maanden achtereen buiten Nederland zal verblijven, wordt inschepingsverlof verleend voor vijf werkdagen.

  • 2. Ten aanzien van de betrokkene die inschepingsverlof heeft genoten en die door eigen wil of toedoen zijn bestemming niet volgt, kan het operationeel gezag dat verlof aanmerken als verleend vakantieverlof.

Artikel 12b

  • 1. Betrokkene heeft na een verblijf buiten Nederland gedurende een maand of langer achtereen, aanspraak op ontschepingsverlof van een werkdag voor elke maand dat het verblijf buiten Nederland heeft geduurd, met een maximum van twintig werkdagen.

  • 2. Het ontschepingsverlof, bedoeld in het eerste lid, wordt aaneengesloten of in gedeelten aan betrokkene verleend zo spoedig mogelijk nadat hij in Nederland is teruggekeerd.

H

In artikel 15, eerste lid, wordt ‘het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties’ vervangen door: het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

I

In artikel 16, eerste lid, wordt ‘Regeling uitkering dienstongevallen politie’ vervangen door: Regeling smartengeld dienstongevallen politie.

J

Na artikel 16 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 16a

Indien een politieambtenaar, of indien deze is overleden de weduwe of weduwnaar van wie de overleden persoon niet duurzaam gescheiden leefde of de daarmee gelijkgestelde persoon, bedoeld in artikel 1, tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie, schade lijdt doordat de levensverzekering die hij ten behoeve van een hypotheek heeft gesloten niet of niet geheel tot uitbetaling komt doordat de verzekeraar een molestclausule inroept, staat de Minister van Veiligheid en Justitie ervoor in dat deze schade wordt vergoed tot een maximum van 400.000 euro.

K

Na artikel 18 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 18a

  • 1. Bij iedere vredesmissie waarbij politieambtenaren worden ingezet, bevordert de Minister van Veiligheid en Justitie dat voldoende rekening is gehouden met de volgende aspecten:

    • a. de veiligheid van politieambtenaren direct voorafgaand aan, tijdens en direct na afloop van de missie;

    • b. de bewapening en de regels met betrekking tot geweldgebruik tijdens de missie;

    • c. de medische zorg voor politieambtenaren direct voorafgaand aan, tijdens en direct na afloop van de missie;

    • d. de uitrusting, kleding en huisvesting tijdens de missie.

  • 2. Tevens bevordert de Minister van Veiligheid en Justitie dat voldoende rekening is gehouden met de wijze waarop wordt omgegaan met politieambtenaren die ervan verdacht worden tijdens de missie een tuchtrechtelijk of strafrechtelijk vergrijp te hebben begaan en de wijze waarop civielrechtelijke aansprakelijkheid is geregeld.

  • 3. De Minister van Veiligheid en Justitie brengt de omstandigheden, bedoeld in het eerste en tweede lid, onverwijld ter kennis van de politievakorganisaties zodra deze hem ter kennis zijn gekomen.

L

De bijlage vervalt.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Veiligheid en Justitie,

I.W. Opstelten.

TOELICHTING

Algemeen

Inleiding

De Regeling vredesmissies politie regelt de arbeidsvoorwaardelijke aanspraken die behoren bij de situatie van politieambtenaren die worden uitgezonden naar een missie voor het begeleiden van de politie ter plaatse. Deze uitzendingen komen voort uit het Besluit beschikbaarstelling politieambtenaren ten behoeve van vredesmissies. De onderhavige wijziging van deze regeling zorgt voor verdergaande harmonisatie van de arbeidsvoorwaarden van politiepersoneel ten opzichte van de uitgezonden militaire ambtenaar.

Uitzending vindt plaats op basis van vrijwilligheid en met behoud van buitengewoon verlof voor de duur van de duur van de uitzending. Tijdens de uitzending is de onverkorte toepassing van de rechtspositie aan de orde.

De Regeling vredesmissies politie is onderwerp van evaluatie geweest. Uit de evaluatie is naar voren gekomen dat er op een aantal elementen van de regeling materiële verschillen bestaan tussen de politiemedewerker en zijn militaire collega die onder gelijke omstandigheden werkt.

De verschillen hebben betrekking op de tegemoetkoming in de onkosten (voor de politie was dit het bedrag in dollars terwijl militair personeel het bedrag in euro’s krijgt), de tegemoetkoming voor de afkoop van de overwerkvergoeding, de recuperatie, het buitengewoon verlof en het in- en ontschepingsverlof.

Door deze verschillen weg te nemen, ontstaat er een materieel gelijke regeling voor uit te zenden politiepersoneel en uit te zenden militair personeel.

Financiële aspecten

De Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) is een aparte budgettaire constructie binnen de rijksbegroting, waarin buitenlandactiviteiten van verschillende departementen zijn gebundeld. De additionele kosten die verband houden met deze uitzendingen, worden volledig gefinancierd uit het HGIS-budget. De Minister van Veiligheid en Justitie draagt de werkgeverslasten van uitgezonden politieambtenaren en uitgekeerde smartengelden.

Administratieve lasten burgers en bedrijfsleven

De regeling leidt niet tot administratieve lastenverzwaring bij burgers en bedrijfsleven.

Overleg

Als vervolg op de evaluatie van de Regeling vredesmissies politie is er overeenstemming bereikt met de vakbonden in het Centraal Georganiseerd Overleg Politie over de concrete voorstellen voor de aanpassing van deze regeling.

Artikelsgewijs

Artikel I, onderdeel A

In artikel 1, onderdeel b, wordt de definitie van ‘operationeel gezag’ aangepast aan een wijziging in artikel 1, onderdeel c, van het Besluit beschikbaarstelling politieambtenaren vredesmissies (Stb. 2010, 467) en worden de definities van inschepingsverlof en ontschepingsverlof toegevoegd.

Artikel I, onderdelen B en I

Dit betreft een technische aanpassing. Vanaf 14 oktober 2010 is de Minister van Veiligheid en Justitie belast met de behartiging van aangelegenheden op het terrein van veiligheid behoudens de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, voor zover deze voor 14 oktober 2010 was opgedragen aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. (Stcrt. 2010, nr. 16528).

Artikel I, onderdelen C, D,en L

De wijziging van artikel 8, eerste lid, onderdeel b,(onderdeel C ) betreft het overnemen van de bedragen genoemd in tabel 1, in het artikel zelf. Bovendien zijn de bedragen gelijkgesteld aan die voor het militair personeel.

Verder wordt in artikel 8, tweede lid, verwezen naar het thans geldende besluit, nl. het Besluit reis-, verblijf- en verhuiskosten politie. De Reisregeling buitenland politie waarnaar werd verwezen, is vervallen.

In artikel 9 (onderdeel D) wordt de vergoeding voor de bij de missie ondervonden onregelmatige diensten en overuren vastgesteld. Het bedrag is gelijk aan het bedrag dat is opgenomen in artikel 6 van de Regeling voorzieningen bij vredes- en humanitaire operaties.

Nu de bedragen uit de tabellen 1 en 2 in de artikelen zelf zijn opgenomen, kan de bijlage vervallen (onderdeel L).

Artikel I, onderdeel E

Artikel 10 van de Regeling vredesmissies politie regelt het recht op recuperatie. De wijzigingen hebben tot doel het recht op recuperatie meer aan te laten sluiten bij de recuperatie van militairen. Hierbij is aangesloten bij artikel 7 van de Regeling voorzieningen bij vredes- en humanitaire operaties. De wijziging van artikel 10, vierde lid, regelt de aanspraak op recuperatie, indien de uitzending naar het missiegebied langer dan zes maanden duurt. Er ontstaat dan recht op recuperatie voor 2,5 dagdelen per maand. Mocht bij terugkeer uit het missiegebied blijken dat geen recuperatie heeft plaatsgevonden, ontstaat recht op recuperatie voor één dag per maand dat de missie heeft geduurd.

Artikel I, onderdeel F

Artikel 10a bevat een aanspraak op buitengewoon verlof naast de periode waarbinnen de betrokkene buitengewoon verlof is verleend voor de duur van de missie. In de Regeling voorzieningen bij vredes- en humanitaire operaties is deze aanspraak al geregeld. In de Regeling vredesmissies wordt eenzelfde aanspraak geregeld voor politieambtenaren. Het betreft de mogelijkheid om verlof aan te vragen in geval van bijzondere omstandigheden. Het aantal dagen dat betrokkene buitengewoon verlof mag opnemen is gemaximeerd op veertien. Dit komt overeen met het aantal dagen dat een militaire ambtenaar in soortgelijke omstandigheden mag opnemen.

Artikel I, onderdeel G

Artikel 12a bevat de mogelijkheid om inschepingsverlof op te nemen. Voor de militaire ambtenaar is inschepingsverlof geregeld in artikel 83 van het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR). Betrokkene krijgt – net als de militaire ambtenaar – de mogelijkheid om verlof op te nemen om zich voor te bereiden op de missie. Het aantal dagen is gesteld op vijf werkdagen, net als in artikel 83 van het AMAR.

Inschepingsverlof is verlof dat voorafgaat aan de uitzending.

Artikel 12b bevat de mogelijkheid om ontschepingsverlof op te nemen. Voor de militaire ambtenaar is ontschepingsverlof neergelegd in artikel 84 van het AMAR. Dat artikel is materieel overgenomen in het nieuwe artikel 12b. Ontschepingsverlof is vooral gericht op het fysiek en mentaal bijkomen van de uitzending.

Artikel I, onderdeel I

Artikel 16, eerste lid, van de Regeling vredesmissies politie bevatte een onjuiste verwijzing. Dat is nu hersteld.

Artikel I, onderdeel J

De toezegging, bedoeld in artikel 16a, wordt gedaan door de Minister van Veiligheid en Justitie. Verzekeraars kunnen bij hypotheekgebonden levensverzekeringen een molestclausule toepassen, waardoor ze niet te hoeven uitkeren als verzekerden als gevolg van gevechtshandelingen om het leven komen. De toezegging van de Minister behelst, dat hij in deze gevallen garant staat tot een bedrag van maximaal € 400.000,–.

Met betrekking tot het begrip nabestaande is aansluiting gezocht bij de terminologie van artikel 16, tweede lid.

Artikel I, onderdeel K

Eerste lid

In internationaal verband worden de in artikel 18a, eerste en tweede lid, genoemde aspecten geregeld en deze zijn terug te vinden in het operationele plan (oplan) dat voor iedere vredesmissie door een multilaterale organisatie (Europese Unie, Verenigde Naties of Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa) wordt opgesteld. De Minister van Veiligheid en Justitie bevordert dat met deze aspecten voldoende rekening wordt gehouden door de oplannen zorgvuldig ten aanzien van deze aspecten te (laten) toetsen. Dit is een inspanningsverplichting die op de Minister van Veiligheid en Justitie rust. Gelet op het internationale karakter van oplannen, is meer niet mogelijk. Indien de Minister van Veiligheid en Justitie zich niet kan verenigen met het desbetreffende concept-oplan, kan hij dit amenderen, hetgeen tot wijziging(en) kan leiden, afhankelijk uiteraard van overeenstemming in internationaal verband.

In het oplan worden met name die zaken beschreven die relevant zijn tijdens de missie.

In elk oplan wordt in ruime mate aandacht besteed aan de wijze waarop de veiligheid van politieambtenaren tijdens de missie is geborgd. Dit is sterk afhankelijk van de situatie ter plaatse.

Een ander punt van aandacht is de bewapening en de regels die in het missiegebied gelden voor geweldgebruik: hierbij toetst de Minister van Veiligheid en Justitie met name in hoeverre de internationale regels voor de desbetreffende missie overeenkomen met de Nederlandse regels. Daarbij gelden de Nederlandse regels voor het geweldgebruik als uitgangspunt.

In ruime mate wordt aandacht besteed aan de wijze waarop de medische zorg is geregeld.

Ook dient voorzien te zijn in uitrusting, kleding en huisvesting.

Tweede lid

Tevens worden in elk oplan regels opgenomen over de wijze waarop wordt omgegaan met politieambtenaren die ervan worden verdacht tijdens de missie een tuchtrechtelijk of strafrechtelijk vergrijp te hebben begaan en de wijze waarop wordt omgegaan met civielrechtelijke aansprakelijkheid.

In geval van een tuchtrechtelijk vergrijp legt de Head of mission in overleg met het naar Nederlands recht bevoegd gezag zonodig een passende disciplinaire maatregel op. In geval van een strafrechtelijk vergrijp doet de Koninklijke marechaussee het onderzoek en wordt de zaak voorgelegd aan het Nederlandse openbaar ministerie. Een mogelijke vervolging geschiedt dan in Nederland.

Civiele aansprakelijkheid geschiedt overeenkomstig Nederlands recht.

Vanzelfsprekend treft de Minister van Veiligheid en Justitie voorafgaand aan en na de missie de nodige maatregelen: dit is geregeld in de Overeenkomst inzake de samenwerking tussen het Ministerie van Defensie, het Ministerie van Veiligheid en Justitie en het Ministerie van Buitenlandse Zaken bij Nederlandse deelname aan civiele vredesmissies. Zo draagt de Minister van Veiligheid en Justitie bijvoorbeeld zorg voor de voorbereiding van uit te zenden politieambtenaren door middel van een opleidingstraject en voor de nodige vaccinaties. Na afloop van de missie wordt zorg gedragen voor de opvang van politieambtenaren.

Derde lid

Ingevolge het derde lid worden de politievakorganisaties in een vroeg stadium geïnformeerd over de aspecten van iedere vredesmissie, genoemd in het eerste en tweede lid.

De Minister van Veiligheid en Justitie,

I.W. Opstelten.

Naar boven