Toestemming overdracht winningsvergunning Zuid-Friesland III; uittreding Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. en toetreding Northern Petroleum Nederland B.V.

Nr. ETM/EM / 10044408

Procesverloop:

  • De Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. (hierna genoemd NAM), Dyas B.V. (hierna genoemd Dyas), Total E&P Nederland B.V. (hierna genoemd Total) en Petro-Canada Netherlands B.V. (hierna genoemd Petro-Canada) tezamen, zijn houder van de bij beschikking van de Minister van Economische Zaken van 8 maart 2010, kenmerk ET/EM/10026556 (Staatscourant 16 maart 2010, nr. 4016) verleende winningsvergunning Zuid-Friesland III;

  • De vergunninghouder heeft bij brieven van respectievelijk 10, 11 en 14 december 2009 gevraagd om toestemming op grond van artikel 20, van de Mijnbouwwet voor overdracht van de vergunning, zodanig dat na overdracht van de vergunning, de vergunninghouder zal bestaan uit Northern Petroleum Nederland B.V. (hierna genoemd NPN), Dyas, Total en Petro-Canada gezamenlijk.

Overwegingen:

  • Voor het gebied waarvoor de winningsvergunning wordt verleend, geldt niet een door een ander gehouden opslagvergunning. Hiermee is voldaan aan artikel 7, tweede lid, van de Mijnbouwwet;

  • De aanvraag wordt als volgt begrepen dat de huidige vergunninghouder de vergunning wil overdragen, zodanig dat de beoogde vergunninghouder bestaat uit NPN, Dyas, Total en Petro-Canada gezamenlijk;

  • De vergunninghouder vraagt om NPN aan te wijzen als de persoon die de feitelijke werkzaamheden verricht of daartoe opdracht verleent, zoals bedoeld in artikel 22, vijfde lid, van de Mijnbouwwet;

  • De technische of financiële mogelijkheden van de beoogde houder van de winningsvergunning Zuid-Friesland III geven geen aanleiding tot het weigeren van de toestemming tot overdracht aan deze beoogde vergunninghouder. Hiermee is voldaan aan artikel 20 eerste lid, van de Mijnbouwwet in samenhang met artikel 9, eerste lid, onder a, van de Mijnbouwwet;

  • In de brieven van 10, 11 en 14 december 2009 heeft de vergunninghouder aangegeven dat NPN voornemens is de ontwikkeling van de voorkomens Oppenhuizen en Woudsend voortvarend ter hand te nemen;

  • De manier waarop de beoogde vergunninghouder voornemens is de activiteiten, waarvoor de toestemming tot overdracht van de winningsvergunning Zuid-Friesland III wordt aangevraagd, te verrichten geeft geen aanleiding de toestemming tot overdracht te weigeren. Hiermee is voldaan aan artikel 20 eerste lid, van de Mijnbouwwet in samenhang met artikel 9, eerste lid, onder b, van de Mijnbouwwet;

  • De beoogde vergunninghouder van de winningsvergunning Zuid-Friesland III heeft niet onder een eerdere vergunning bij activiteiten als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Mijnbouwwet, blijk gegeven van gebrek aan efficiëntie en verantwoordelijkheidszin, daaronder mede verstaan maatschappelijke verantwoordelijkheidszin. Hiermee is voldaan aan artikel 20 eerste lid, van de Mijnbouwwet in samenhang met artikel 9, eerste lid, onder c, van de Mijnbouwwet.

Gelet op artikel 20, eerste lid, en artikel 22, derde en vijfde lid, van de Mijnbouwwet en artikel 1.3.7, derde lid, van de Mijnbouwregeling.

Besluit:

Artikel 1

Aan de houder van de winningsvergunning Zuid-Friesland III, verleend bij beschikking van de Minister van Economische Zaken van 8 maart 2010, kenmerk ET/EM/10026556 (Staatscourant 16 maart 2010, nr. 4016 ) wordt toestemming verleend tot overdracht van de vergunning, zodat Northern Petroleum Nederland B.V., Dyas B.V., Total E&P Nederland B.V. en Petro-Canada Netherlands B.V. gezamenlijk houder zullen worden van deze winningsvergunning.

Artikel 2

Northern Petroleum Nederland B.V. is de persoon als bedoeld in artikel 22, vijfde lid, van de Mijnbouwwet.

Artikel 3

De vergunning dient binnen één jaar na bekendmaking van deze beschikking daadwerkelijk te zijn overgedragen.

Artikel 4

De vergunninghouder doet van de overdracht onverwijld schriftelijk mededeling aan de Minister van Economische Zaken en aan Energie Beheer Nederland B.V., Postbus 19063, 3501 DB Utrecht.

Artikel 5

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beschikking is bekendgemaakt.

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Van deze beschikking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

De Minister van Economische Zaken,

namens deze:

P. Jongerius,

Themacoördinator mijnbouw en mijnbouwklimaat directie Energiemarkt.

Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken binnen 6 weken na de dag van verzending van dit besluit een gemotiveerd bezwaarschrift Indienen bij de Minister van Economische Zaken, Directie Wetgeving en Juridische Zaken (ALP: L/204), Postbus 20101, 2500 EC Den Haag.

Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.

Naar boven