Winningsvergunning koolwaterstoffen Zuid-Friesland III

8 maart 2010

Nr. ET/EM/10026556

Directoraat-generaal voor Energie, Telecommunicatie en Markten, Directie Energiemarkt

De Minister van Economische Zaken,

Procesverloop:

  • De Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V., Total E&P Nederland B.V., Petro-Canada Netherlands B.V. en Dyas B.V. (hierna genoemd NAM c.s.) hebben bij brief van 19 januari 2009, ingevolge artikel 6, van de Mijnbouwwet, een aanvraag ingediend voor het winnen van koolwaterstoffen in het gebied genaamd Zuid-Friesland III, gelegen in de provincie Friesland met een oppervlakte van 104,6 km2 voor een duur van 25 jaar;

  • De winningsvergunningaanvraag is op 30 april 2009 gepubliceerd in het Europees Publicatieblad (2009/C99/13). Op 27 mei 2009 is van deze uitnodiging melding gemaakt in de Staatscourant (Stcrt. 2009, nr. 95). Binnen de termijn van 91 dagen na publicatie van de aanvraag in het Publicatieblad zijn de drie hier navolgende concurrerende aanvragen ingediend;

  • Bij brief van 29 juli 2009 heeft Smart Energy Solutions B.V. (hierna genoemd SES) twee concurrerende aanvragen ingediend voor het winnen van koolwaterstoffen in de deelgebieden Woudsend met een oppervlakte van 31,9 km2 voor een duur van 45 jaar en Oppenhuizen met een oppervlakte van 31 km2 voor een duur van 20 jaar;

  • Bij brief van 30 juli 2009 heeft Vermilion Oil & Gas Netherlands B.V. (hierna genoemd Vermilion) een concurrerende aanvraag ingediend voor het winnen van koolwaterstoffen in het gebied genaamd Zuid-Friesland III met een oppervlakte van 104,6 km2. Op 2 december 2009 heeft Vermilion aangegeven de winningsvergunning aan te vragen voor een duur van 25 jaar;

  • Staatstoezicht op de mijnen (hierna genoemd Sodm) heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken op 25 mei 2009 en 10 november 2009 advies uitgebracht;

  • TNO Bouw en Ondergrond, adviesgroep EZ (hierna genoemd TNO) heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken op 20 november 2009 advies uitgebracht;

  • Energie Beheer Nederland B.V. (hierna genoemd EBN) heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken in november 2009 advies uitgebracht;

  • Het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Friesland (hierna genoemd GS) is op grond van artikel 16, van de Mijnbouwwet, om advies gevraagd. GS heeft per brief van 11 december 2009 advies uitgebracht;

  • De Mijnraad heeft op 25 januari 2010 advies uitgebracht (kenmerk: MIJR/9233070) op grond van artikel 105, derde lid, van de Mijnbouwwet.

Gelet op artikelen 6, 7, 8, 9, 11, eerste tot en met vierde lid, 15, 16, 17, 93, 105, derde lid, van de Mijnbouwwet, alsmede de artikelen 1.3.6 en 1.3.7 van de Mijnbouwregeling;

Besluit:

Artikel 1

Aan de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V., Dyas B.V., Total E&P Nederland B.V. en Petro-Canada Netherlands B.V. wordt een winningsvergunning voor koolwaterstoffen verleend.

Artikel 2

Het gebied ligt in de provincie Friesland en wordt begrensd door de rechte lijnen tussen de puntenparen A–B, B–C, C–D, D–E, E–A, waarbij het lijnstuk tussen de punten C en D samenvalt met de westelijke begrenzing van de winningsvergunning ‘Gorredijk’. De punten zijn als volgt gedefinieerd:

Punt

X

Y

A

174450,00

559650,00

B

179900,00

560750,00

C

183450,00

561231,79

D

172746,50

545447,70

E

167525,00

550570,00

De coördinaten zijn vermeld volgens het stelsel van de Rijksdriehoekmeting (RD).

Op basis van deze grensbeschrijving is de oppervlakte 104,6 km2.

Artikel 3

De vergunning geldt, vanaf het tijdstip van inwerkingtreding, gedurende een tijdvak van 20 jaar, nadat zij onherroepelijk is geworden.

Artikel 4

De Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. wordt aangewezen als de persoon die de feitelijke werkzaamheden verricht of daartoe opdracht geeft, als bedoeld in artikel 22, vijfde lid, van de Mijnbouwwet.

Artikel 5

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beschikking is bekendgemaakt.

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Van deze beschikking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

De Minister van Economische Zaken,

namens deze:

J.C. de Groot,

directeur Energiemarkt.

Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken binnen 6 weken na verzending van dit besluit een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, directie Wetgeving en Juridische Zaken (ALP: L/L204), Postbus 20101, 2500 EC ’s-Gravenhage. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.

Naar boven