Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Economische ZakenStaatscourant 2010, 4674Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Economische Zaken van 19 maart 2010, nr. WJZ/10043132, houdende vaststelling van de definitieve correcties voor de stimulering van duurzame energieproductie in het jaar 2009 (Regeling vaststelling definitieve correcties duurzame energieproductie 2009)

De Minister van Economische Zaken,

Gelet op de artikelen 14, vijfde lid, en 31, vierde lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie;

Besluit:

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. besluit:

het Besluit stimulering duurzame energieproductie;

b. regeling 2008:

de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2008;

c. regeling 2009:

de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2009;

d. basisbedrag:

het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, en 28, eerste lid, van het besluit.

§ 2. Correctiebedragen voorschotverlening Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2008

Artikel 2

  • 1. De correcties op het basisbedrag voor subsidie-ontvangers als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de regeling 2008 worden voor 2009 als volgt vastgesteld:

    • a. € 0,050 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

    • b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

  • 2. De correcties op het basisbedrag voor subsidie-ontvangers als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de regeling 2008 worden voor 2009 als volgt vastgesteld:

    • a. € 0,229 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

    • b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

  • 3. De correcties op het basisbedrag voor subsidie-ontvangers als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de regeling 2008 worden voor 2009 als volgt vastgesteld:

    • a. € 0,093 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

    • b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

  • 4. De correcties op het basisbedrag voor subsidie-ontvangers als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de regeling 2008 worden voor 2009 als volgt vastgesteld:

    • a. € 0,045 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

    • b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

  • 5. De correcties op het basisbedrag voor subsidie-ontvangers als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de regeling 2008 worden voor 2009 als volgt vastgesteld:

    • a. € 0,045 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

    • b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

Artikel 3

  • 1. De correcties op het basisbedrag voor subsidie-ontvangers als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de regeling 2008 worden voor 2009 als volgt vastgesteld:

    • a. € 0,303 per Nm3 voor wat betreft de gasprijs, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

    • b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

  • 2. De correcties op het basisbedrag voor subsidie-ontvangers als bedoeld in artikel 42a, eerste lid, van de regeling 2008 worden voor 2009 als volgt vastgesteld:

    • a. € 0,303 per Nm3 voor wat betreft de gasprijs, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

    • b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

§ 3. Correctiebedragen voorschotverlening Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2009

Artikel 4

  • 1. De correcties op het basisbedrag voor subsidie-ontvangers als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de regeling 2009 worden voor 2009 als volgt vastgesteld:

    • a. € 0,049 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

    • b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

  • 2. De correcties op het basisbedrag voor subsidie-ontvangers als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, van de regeling 2009 worden voor 2009 als volgt vastgesteld:

    • a. € 0,229 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

    • b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

  • 3. De correcties op het basisbedrag voor subsidie-ontvangers als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder b, van de regeling 2009 worden voor 2009 als volgt vastgesteld:

    • a. € 0,053 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

    • b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

  • 4. De correcties op het basisbedrag voor subsidie-ontvangers als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de regeling 2009 worden voor 2009 als volgt vastgesteld:

    • a. € 0,092 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

    • b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

  • 5. De correcties op het basisbedrag voor subsidie-ontvangers als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de regeling 2009 worden voor 2009 als volgt vastgesteld:

    • a. € 0,044 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

    • b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

  • 6. De correcties op het basisbedrag voor subsidie-ontvangers als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de regeling 2009 worden voor 2009 als volgt vastgesteld:

    • a. € 0,044 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

    • b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

  • 7. De correcties op het basisbedrag voor subsidie-ontvangers als bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder a en onder b, van de regeling 2009 worden voor 2009 als volgt vastgesteld:

    • a. € 0,044 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

    • b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

Artikel 5

  • 1. De correcties op het basisbedrag voor subsidie-ontvangers als bedoeld in artikel 44, eerste lid, van de regeling 2009 worden voor 2009 als volgt vastgesteld:

    • a. € 0,303 per Nm3 voor wat betreft de gasprijs, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

    • b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

  • 2. De correcties op het basisbedrag voor subsidie-ontvangers als bedoeld in artikel 51, eerste lid, van de regeling 2009 worden voor 2009 als volgt vastgesteld:

    • a. € 0,303 per Nm3 voor wat betreft de gasprijs, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

    • b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

§ 4. Slotbepalingen

Artikel 6

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 7

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaststelling definitieve correcties duurzame energieproductie 2009.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 19 maart 2010

De Minister van Economische Zaken,

M.J.A. van der Hoeven.

TOELICHTING

1. Doel

Deze ministeriële regeling is een nadere uitwerking van het Besluit stimulering duurzame energieproductie, hierna aangeduid als Besluit SDE. In deze regeling staan voor de verschillende categorieën productie-installaties hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbaar gas de definitieve correctiebedragen voor 2009. Deze regeling geeft daarmee invulling aan de artikelen 14, vijfde lid, en 31, vierde lid, van het Besluit SDE.

De jaarlijks vast te stellen correctiebedragen zijn van belang voor de berekening van de jaarlijkse subsidietarieven voor de verschillende categorieën productie-installaties. Voor een toelichting op de berekeningssystematiek van de subsidiehoogte en het gebruik van correctiebedragen hierbij wordt verwezen naar paragraaf 2.5 van de toelichting op het Besluit SDE (Stb. 2007, 410). De definitieve correctiebedragen worden na afloop van ieder kalenderjaar voor 1 april vastgesteld.

In de artikelen 14, eerste lid, en 31, eerste lid, van het Besluit SDE staan drie correcties, waarmee het basisbedrag kan worden gecorrigeerd. Voor 2009 wordt uitsluitend gecorrigeerd voor de jaargemiddelde marktwaarde van hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbaar gas opgewekt met een productie-installatie die valt onder een aangewezen categorie productie-installaties. Deze correctiebedragen kunnen per categorie productie-installaties verschillen.

De systematiek voor berekening van de definitieve correctiebedragen is identiek aan die van de correctiebedragen ten behoeve van de bevoorschotting. Het enige verschil is dat bij de correctiebedragen ten behoeve van de bevoorschotting gebruik wordt gemaakt van de verwachte jaargemiddelde waarde, terwijl bij de vaststelling van de definitieve correctiebedragen na afloop van het betreffende subsidiejaar gebruik zal worden gemaakt van de daadwerkelijk gerealiseerde jaargemiddelde marktwaarde over het betreffende subsidiejaar. De systematiek wordt nader toegelicht in paragraaf 2.

Voor de afgegeven beschikkingen op grond van het Besluit SDE en de regelingen van 2008 en 2009 blijft genoemde berekeningssystematiek ongewijzigd tijdens de subsidieduur van de installatie. Dit geldt zowel voor de correctiebedragen ten behoeve van bevoorschotting als voor de definitieve correctiebedragen.

2. Algemene toelichting systematiek correctiebedragen

De correctiebedragen voor de bevoorschotting representeren de voor de verschillende categorieën productie-installaties verwachte jaargemiddelde marktwaarde van hernieuwbaar gas of hernieuwbare elektriciteit in het volgende jaar. Deze bedragen worden vastgesteld door het prijsniveau van de meest relevante prijsindex van gas of elektriciteit te nemen.

Voor de categorieën wind op land en zon-pv wordt deze prijsindex gecorrigeerd voor een aantal prijsbepalende elementen. Bij wind op land gaat het daarbij om onbalanskosten en profielkosten, terwijl het bij zon-pv uitsluitend om onbalanskosten gaat. Daarnaast wordt bij de vaststelling van het correctiebedrag voor wind op land ook nog rekening gehouden met een vermenigvuldigingsfactor van 1,25 in verband met het uitkeren van de subsidie over 80% van het aantal vollasturen dat voor het referentieproject bij de berekening van het basisbedrag is aangenomen. Zie voor een nadere toelichting op laatstgenoemde correctiefactor paragraaf 4 van de toelichting op de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2009.

Voor het vaststellen van het correctiebedrag ten behoeve van de bevoorschotting wordt de gemiddelde waarde van de relevante prijsindex van elektriciteit of gas over de periode 1 oktober tot en met 30 september voorafgaand aan het betreffende subsidiejaar bepaald. Voor het vòòr 1 april na afloop van het betreffende subsidiejaar bepalen van het definitieve correctiebedrag zal de gemiddelde waarde van de relevante prijsindex van elektriciteit en gas worden genomen over alle twaalf maanden van het betreffende subsidiejaar.

Ook voor de berekening van de eerder bij wind op land genoemde profielkosten wordt bij het bepalen van de definitieve correctie de gemiddelde waarde over alle 12 maanden van het betreffende subsidiejaar genomen. Voor het jaar 2009 is deze factor op 0 vastgesteld.

De correctie uit hoofde van de onbalanskosten wordt vastgesteld als een vast percentage van de relevante prijsindex van elektriciteit. Dit percentage ligt vast voor de gehele looptijd van de subsidiebeschikking. Zowel voor de correctiebedragen ten behoeve van de bevoorschotting als voor de definitieve correctiebedragen wordt dit percentage gebruikt.

De definitieve correctiebedragen voor de marktwaarde van de garanties van oorsprong en eventuele andere, uit overheidshandelen voortvloeiende verschillen tussen de gemiddelde kostprijs van hernieuwbare energie en de relevante gemiddelde marktprijs van elektriciteit of gas, worden voor 2009 op € 0,00 vastgesteld voor alle categorieën productie-installaties.

In paragraaf 3 wordt de boven beschreven systematiek per categorie productie-installaties nader uitgewerkt en wordt toegelicht hoe de in deze regeling vastgestelde correctiebedragen voor de bevoorschotting zijn bepaald.

3. Systematiek correctiebedragen voorschotverlening per categorie

3.1. Hernieuwbare elektriciteit

3.1.1. Wind op land

Bij het bepalen van de definitieve correctiebedragen voor de categorie productie-installaties wind op land wordt de volgende formule gehanteerd:

Correctiebedrag

 

= marktindex(1) * profiel(2) * onbalans(3) * windfactor(4)

 

wind

 

Ad 1. De gemiddelde waarde van de meest relevante prijsindex/indices voor het verhandelen van elektriciteit opgewekt met behulp van windenergie over geheel 2009. Bij de keuze voor een index wordt in ieder geval rekening gehouden met:

  • a. transparante karakter van de index;

  • b. aantal partijen die de hoogte van de index bepalen;

  • c. liquiditeit van de index.

Voor de prijsindex is de uurgemiddelde prijs van de day ahead base load index op de APX als basis genomen. Deze index is de best beschikbare index om in dit geval het gerealiseerde prijsniveau voor elektriciteit in Nederland te bepalen. Deze index voldoet in voldoende mate aan de hiervoor genoemde criteria. De gemiddelde waarde van deze index bedroeg in 2009 € 0,0392 /kWh.

Ad 2. De profielkosten/opbrengsten van windenergie in het voorgaande jaar.

Voor het berekenen van profielkosten/opbrengsten wordt gebruik gemaakt van een windprofiel dat een representatief beeld geeft van het moment van levering van windenergie in Nederland. Dit windprofiel wordt gebruikt om de periodieke waarden van de gebruikte index zoals bedoeld onder ‘Ad 1.’ te koppelen aan de levermomenten van windturbines. In 2009 zijn geen profielmetingen voor de levering van wind verricht en daarom wordt er geen correctie op de APX waarden voor een profiel doorgevoerd in 2009.

Ad 3. De onbalanskosten van windenergie. Deze kosten worden verdisconteerd door een procentuele reductie op de marktindex. Dit percentage ligt vast voor de looptijd van een beschikking. Zowel voor de regeling 2008 als voor de regeling 2009 is de reductie vastgesteld op 11%.

Ad 4. Een vaste factor voor het jaarlijks uitkeren over slechts 80% van de vollasturen van de referentiecase die gebruikt is voor het berekenen van het basisbedrag. Deze factor bedraagt 1/0,8=1,25. Deze factor ligt vast voor de looptijd van een beschikking en is voor de regeling 2008 en de regeling 2009 identiek.

Met deze waarden levert de formule het volgende resultaat:

Correctiebedrag

 

= € 0,0392 / kWh * 1 * 0,89 * 1,25 = € 0,044 / kWh

 

wind

 

Het aldus berekende correctiebedrag is lager dan de basiselektriciteitsprijzen zoals deze zijn vastgelegd in de regelingen 2008 en 2009 en de daarop gebaseerde beschikkingen. De definitieve correcties worden daarom vastgesteld op het niveau van die basiselektriciteitsprijzen, te weten € 0,050 / kWh voor beschikkingen op grond van de regeling 2008 en € 0,049 / kWh voor beschikkingen op grond van de regeling 2009.

3.1.2. Fotovoltaïsche zonnepanelen

Bij het bepalen van de definitieve correctiebedragen voor de categorie productie-installaties fotovoltaïsche zonnepanelen met een vermogen groter dan 0,6 kWp en kleiner of gelijk aan 15 kWp wordt de volgende formule gehanteerd:

Correctiebedrag

 

= gemiddelde prijs kleinverbruiker

 

zon-pv 0,6 < kWp ≤ 15

 

Bij de prijs gaat het om de variabele kosten van levering aan kleinverbruikers, inclusief opslagen. Dat betreft de volgende kostenposten en bijbehorende waarden voor 2009:

  • het gemiddelde elektriciteitstarief, inclusief BTW, van € 0,098 /kWh;

  • netwerk en systeemdiensten, inclusief BTW, van € 0,002 /kWh;

  • energiebelasting, inclusief BTW, van € 0,129 /kWh.

In totaal komt dit op € 0,229, hetgeen hoger is dan de basiselektriciteitsprijs voor deze categorie in zowel de regeling 2008 als de regeling 2009. Het definitieve correctiebedrag voor 2009 wordt daarom vastgesteld op € 0,229 /kWh.

Bij het bepalen van het definitieve correctiebedrag voor de categorie productie-installaties fotovoltaïsche zonnepanelen met een vermogen groter dan 15 kWp en kleiner of gelijk aan 100 kWp wordt de volgende formule gehanteerd:

Correctiebedrag

 

= marktindex(1) * onbalans(2)

 

zon-pv 15 < kWp ≤ 100

 

Ad 1. De gemiddelde waarde van de meest relevante prijsindex/indices voor het verhandelen van elektriciteit opgewekt met behulp van fotovoltaïsche zonnepanelen over geheel 2009. Bij de keuze voor een index wordt in ieder geval rekening gehouden met:

  • a. transparante karakter van de index;

  • b. aantal partijen die de hoogte van de index bepalen;

  • c. liquiditeit van de index.

Voor de prijsindex is de uurgemiddelde prijs van de day ahead peak load index op de APX als basis genomen. Deze index is de best beschikbare index om in dit geval het gerealiseerde prijsniveau voor elektriciteit in Nederland te bepalen. Deze index voldoet in voldoende mate aan de hiervoor genoemde criteria. De gemiddelde waarde van deze index bedroeg in 2009 € 0,0454.

Ad 2. De onbalanskosten van zonne-energie. Deze kosten worden verdisconteerd door een procentuele reductie op de marktindex. Dit percentage ligt vast voor de looptijd van een beschikking. In de regeling 2009 is de reductie vastgesteld op 6%.

Met deze waarden levert de formule het volgende resultaat:

Correctiebedrag

 

= € 0,0454 /kWh *0,94 = € 0,043 /kWh

 

zon-pv 16 < kWp ≤ 100

 

Het aldus berekende correctiebedrag is lager dan de basiselektriciteitsprijs zoals deze is vastgelegd in de regeling 2009 en de daarop gebaseerde beschikkingen. De definitieve correcties worden daarom vastgesteld op het niveau van die basiselektriciteitsprijs, te weten € 0,053 / kWh.

3.1.3. Afvalverbranding

Bij het bepalen van de definitieve correctiebedragen voor 2009 voor alle categorieën productie-installaties waarbij elektriciteit wordt opgewekt met behulp van afvalverbranding wordt de volgende formule gehanteerd:

Correctiebedrag

 

= marktindex (1) / hernieuwbaar aandeel (2).

 

avi

 

Ad 1. De gemiddelde waarde van de meest relevante prijsindex/indices voor het verhandelen van elektriciteit opgewekt met behulp van afvalverbrandingsinstallaties over geheel 2009. Bij de keuze voor een index wordt in ieder geval rekening wordt gehouden met:

  • a. transparante karakter van de index;

  • b. aantal partijen die de hoogte van de index bepalen;

  • c. liquiditeit van de index.

Voor de prijsindex is de uurgemiddelde prijs van de day ahead base load index op de APX als basis genomen. Deze index is de best beschikbare index om in dit geval het gerealiseerde prijsniveau voor elektriciteit in Nederland te bepalen. Deze index voldoet in voldoende mate aan de hiervoor genoemde criteria. De gemiddelde waarde van deze index bedroeg in 2009 € 0,0392 /kWh.

Ad 2. Uit hoofde van de SDE wordt slechts voor de hernieuwbare elektriciteitsproductie van de afvalverbrandingsinstallatie subsidie verleend. Het basisbedrag wordt daarom ook op basis van uitsluitend het hernieuwbare deel van de elektriciteitsproductie van de installatie vastgesteld. De relevante waarde van de elektriciteitsopbrengsten waarmee het basisbedrag wordt gecorrigeerd heeft dientengevolge ook alleen betrekking op dit deel van de productie. Om de relevante waarde van de elektriciteitsopbrengsten te bepalen wordt de waarde van de elektriciteitsopbrengst voor de hele installatie toegeschreven aan het hernieuwbare deel. Het correctiebedrag voor afvalverbrandingsinstallaties wordt dan ook bepaald door de index te delen door het hernieuwbare aandeel van de productie. Deze factor is een inschatting voor het hernieuwbare deel van het afval voor de looptijd van de beschikking en ligt vast voor de looptijd van een beschikking. Voor de regelingen 2008 en 2008 is dit aandeel vastgesteld op 48%.

Met deze waarden levert de formule het volgende resultaat:

Correctiebedrag

 

= € 0,0392 /kWh / 0,48 = € 0,082 /kWh.

 

avi

 

Het aldus berekende correctiebedrag is lager dan de basiselektriciteitsprijzen zoals deze zijn vastgelegd in de regelingen 2008 en 2009 en de daarop gebaseerde beschikkingen. De definitieve correcties worden daarom vastgesteld op het niveau van die basiselektriciteitsprijzen, te weten € 0,093 / kWh voor beschikkingen op grond van de regeling 2008 en € 0,092 / kWh voor beschikkingen op grond van de regeling 2009.

3.1.4. Stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties, biomassa en waterkracht

Bij het bepalen van de definitieve correctiebedragen voor 2009 voor de categorieën productie-installaties stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties, biomassa en waterkracht wordt de volgende formule gehanteerd:

Correctiebedrag

 

= marktindex

 

overig-elektr.

 

Onder marktindex wordt verstaan de gemiddelde waarde van de meest relevante prijsindex/indices voor het verhandelen van elektriciteit opgewekt met behulp van de overige categorieën over geheel 2009. Bij de keuze voor een index wordt in ieder geval rekening gehouden met:

  • a. transparante karakter van de index;

  • b. aantal partijen die de hoogte van de index bepalen;

  • c. liquiditeit van de index.

Voor de prijsindex is de uurgemiddelde prijs van de day ahead base load index op de APX als basis genomen. Deze index is de best beschikbare index om in dit geval het gerealiseerde prijsniveau voor elektriciteit in Nederland te bepalen. Deze index voldoet in voldoende mate aan de hiervoor genoemde criteria. De gemiddelde waarde van deze index bedroeg in 2009 € 0,0392.

Het aldus berekende correctiebedrag van € 0,039 is evenwel lager dan de basiselektriciteitsprijzen zoals deze voor de betrokken categorieën zijn vastgelegd in de regelingen 2008 en 2009 en de daarop gebaseerde beschikkingen. De definitieve correcties worden daarom vastgesteld op het niveau van die basiselektriciteitsprijzen, te weten € 0,045 / kWh voor beschikkingen op grond van de regeling 2008 en € 0,044 / kWh voor beschikkingen op grond van de regeling 2009.

3.2. Hernieuwbaar gas

3.2.1. Stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties

Bij het bepalen van het definitieve correctiebedrag voor 2009 voor de categorieën productie-installaties hernieuwbaar gas uit stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties wordt de volgende formule gehanteerd:

Correctiebedrag

 

= marktindex

 

stortgas-AWZI/RWZI

 

Onder marktindex wordt verstaan de gemiddelde waarde van de meest relevante prijsindex/indices voor het verhandelen van gas opgewekt met behulp van biomassa over geheel 2009. Bij de keuze voor een index wordt in ieder geval rekening gehouden met:

  • a. transparante karakter van de index;

  • b. aantal partijen die de hoogte van de index bepalen;

  • c. liquiditeit van de index.

Voor de prijsindex is de gemiddelde year ahead TTF prijs voor het verhandelen van G+ gas als basis genomen. Deze index is de best beschikbare index om het gerealiseerde prijsniveau voor gas in Nederland te bepalen. Deze index voldoet in voldoende mate aan de hiervoor genoemde criteria. De gemiddelde waarde van deze index bedroeg in 2009 € 0,303 /Nm3. Dit is hoger dan de basiselektriciteitsprijs voor deze categorie in zowel de regeling 2008 als de regeling 2009. Het definitieve correctiebedrag voor 2009 wordt daarom vastgesteld op € 0,303 /Nm3.

3.2.2. Biogas uit co-vergisting van dierlijke mest of met gebruik van vergisting van groente-, fruit- en tuinafval

Bij het bepalen van het correctiebedrag voor 2009 voor deze categorieën productie-installaties wordt de volgende formule gehanteerd:

Correctiebedrag

 

= marktindex

 

biomassa-biogas

 

Onder martkindex wordt verstaan de gemiddelde waarde van de meest relevante prijsindex/indices voor het verhandelen van gas opgewekt met behulp van biomassa over geheel 2009. Bij de keuze voor een index wordt in ieder geval rekening gehouden met:

  • a. transparante karakter van de index;

  • b. aantal partijen die de hoogte van de index bepalen;

  • c. liquiditeit van de index.

Voor de prijsindex is de gemiddelde year ahead TTF prijs voor het verhandelen van G+ gas als basis genomen. Deze index is de best beschikbare index om het gerealiseerde prijsniveau voor gas in Nederland te bepalen. Deze index voldoet in voldoende mate aan de hiervoor genoemde criteria. De gemiddelde waarde van deze index bedroeg in 2009 € 0,303 /Nm3. Dit is hoger dan de basiselektriciteitsprijs voor deze categorie in zowel de regeling 2008 als de regeling 2009. Het definitieve correctiebedrag voor 2009 wordt daarom vastgesteld op € 0,303 /Nm3.

4. Administratieve lasten

Op basis van het Besluit SDE zullen subsidieaanvragen worden ingediend voor in complexiteit en investeringsbedrag zeer uiteenlopende projecten. Het bepalen van de administratieve lasten verbonden aan dit Besluit is alleen mogelijk door van in omvang gemiddelde projecten uit te gaan. Kenmerkend voor het Besluit SDE is dat er voor een lange periode subsidie wordt verleend. Een producent doet eenmaal een subsidieaanvraag en ontvangt vervolgens voor vele jaren subsidie. De administratieve lasten zullen zich daarom concentreren in het jaar van aanvraag van de subsidie. De jaren erop dient men slechts (voor het betreffende jaar) een subsidievoorschot aan te vragen en indien relevant te rapporteren over de duurzaamheid van de gebruikte biomassa. In die jaren zullen de administratieve lasten daarom beperkt zijn.

Omdat zon-pv projecten qua investeringskosten en administratieve lasten over het algemeen sterk zullen afwijken van projecten uit de andere categorieën, zijn voor zon-pv projecten de administratieve lasten afzonderlijk bepaald. De administratieve lasten voor deze regeling zijn slechts in samenhang te zien met de bepalingen uit de overige regelingen die voortvloeien uit het Besluit SDE. In de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie zijn de administratieve lasten per € 100 miljoen opengesteld subsidiebudget berekend, waarbij rekening is gehouden met alle administratieve lasten die samenhangen met de onderliggende regelgeving van het Besluit SDE. In de toelichting bij de Regelingen aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2008 en bij de Regelingen aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2009 zijn de administratieve lasten die samenhangen met alle onderliggende regelgeving van het Besluit SDE opgenomen.

Uit de desbetreffende paragrafen in de toelichting blijkt dat het percentage administratieve lasten voor de regeling 2008 3,5% is voor de categorie zon-pv voor niet particulieren, respectievelijk 0,19% is voor de overige categorieën. Voor zon-pv voor particulieren zijn voor de regeling 2008 per project de administratieve lasten 16,5 uur over de volledige periode van het project,

Voor de regeling 2009 is het aandeel administratieve lasten voor de categorie zon-pv voor niet particulieren 1,54% voor kleinschalige zon-pv, 0.55% voor middelgrote zon-pv en voor de overige categorieën 0,18%. Voor zon-pv voor particulieren zijn de administratieve lasten indicatief 5,2 uur over de volledige periode van 15 jaar van het project.

5. Inwerkingtreding

Op grond van de artikelen 14, vijfde lid, en 31, vierde lid, van het Besluit SDE dienen de definitieve correcties voor 1 april volgend op het kalenderjaar waar ze betrekking op hebben te worden vastgesteld. Op grond van artikel 8, tweede lid, van de Algemene uitvoeringsregeling duurzame energieproductie stelt de minister binnen zes maanden na afloop van het betreffende kalenderjaar de hoogte van het voorschot vast. De vaste verandermomenten zouden tot gevolg hebben dat onderhavige regeling op 1 juli 2010 in werking zou kunnen treden. Dat tijdstip is te laat om de hoogte van de voorschotten tijdig vast te kunnen stellen. De regeling kon echter niet in januari worden vastgesteld (zodat inwerkingtreding op 1 april mogelijk zou zijn) omdat de cijfers omtrent de energieprijzen over 2009 op dat moment nog niet beschikbaar waren. Om deze redenen wordt afgeweken van de vaste verandermomenten en treedt deze regeling de dag na publicatie in de Staatscourant in werking.

De Minister van Economische Zaken,

M.J.A. van der Hoeven.