Opsporingsvergunning aardwarmte Purmerend

17 december 2010

Nr. ETM/EM/10156735

De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

Procesverloop:

  • Stadsverwarming Purmerend B.V. (hierna genoemd Purmerend) heeft per brief van 4 februari 2010, ontvangen op 11 februari 2010, een aanvraag ingediend voor een opsporingsvergunning voor aardwarmte, ingevolge artikel 6 van de Mijnbouwwet. Het aangevraagde gebied, genaamd Purrmerend, ligt in de gemeenten Purmerend, Waterland, Landsmeer, Wormerland, Beemster, Zeevang en Edam-Volendam. De oppervlakte van het aangevraagde gebied bedraagt 59,27 km2. De aangevraagde geldigheidsduur van de vergunning is vier jaar;

  • In de Staatscourant van 16 maart 2010 (Stcrt. 2010, nr. 4020) is een uitnodiging geplaatst voor het indienen van concurrerende aanvragen;

  • Binnen de termijn van dertien weken dagen na publicatie van de aanvraag in de Staatscourant is geen concurrerende aanvraag ingediend.

  • Staatstoezicht op de Mijnen (hierna genoemd Sodm) heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken (thans Economische Zaken, Landbouw en Innovatie) op 7 juni 2010 advies uitgebracht (kenmerk: 10086408);

  • TNO Bouw en Ondergrond, adviesgroep EZ (hierna genoemd TNO) heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken op 1 september 2010 advies uitgebracht (kenmerk: AGE 10-10.050). Op 15 september 2010 heeft TNO een addendum bij het hiervoor genoemde advies uitgebracht (kenmerk: AGE 10-10.58);

  • Het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland (hierna genoemd GS) is op grond van artikel 16 van de Mijnbouwwet om advies gevraagd en heeft per brief van 31 augustus 2010, ontvangen op 1 september 2010 advies uitgebracht (kenmerk: 2010-51159);

  • De Mijnraad is op grond van artikel 105, derde lid van de Mijnbouwwet om advies gevraagd en heeft per brief van 8 november 2010 advies uitgebracht (kenmerk: MIJR/ 10146103).

Gelet op de artikelen 6, 7, 9, 11, eerste tot en met derde lid en vierde lid, eerste volzin, 12, 13, tweede lid, 16, 17,eerste lid en 105, derde lid, van de Mijnbouwwet, alsmede artikel 1. 3.1 van de Mijnbouwregeling.

Besluit

Artikel 1

Aan Stadsverwarming Purmerend B.V. (hierna genoemd de vergunninghouder) wordt een opsporingsvergunning voor aardwarmte verleend voor het gebied Purmerend.

Artikel 2

De vergunning geldt voor een gebied dat ligt in de gemeenten Purmerend, Waterland, Landsmeer, Wormerland, Beemster, Zeevang, Edam-Volendam en wordt begrensd door de volgende punten en de rechte lijnen daartussen:

Punt

X

Y

A

125200,000

506500,000

B

127950,000

505000,000

C

128700,000

506175,000

D

131900,000

504250,000

E

127000,000

496250,000

F

121200,000

500075,000

Bovenstaande coördinaten zijn weergegeven volgens het stelsel van de Rijksdriehoekmeting (RD) zoals vermeld in Artikel 1.2.2, onder a, van de Mijnbouwregeling (Stcrt. 19-12-2002, nr. 245).

Op basis van deze grensbeschrijving is de oppervlakte 59,27 km2.

Artikel 3

De vergunninghouder geeft uitvoering aan het werkprogramma dat onderdeel uitmaakt van de op 11 februari 2010 ontvangen aanvraag.

Artikel 4

De vergunninghouder wijst tijdig voor de aanvang van de opsporingsactiviteiten een persoon aan met boortechnische en operationele ervaring, die leiding geeft aan boor- en aanverwante activiteiten en doet hiervan schriftelijk mededeling aan Staatstoezicht op de mijnen. Bovendien moet die persoon de bevoegdheid hebben om uitvoering te geven aan instructies van inspecteurs van Staatstoezicht op de mijnen. De vergunninghouder stelt Staatstoezicht op de mijnen van eventuele wijzigingen schriftelijk vooraf tijdig op de hoogte.

Artikel 5

De vergunninghouder neemt bij de uitvoering van het werkprogramma de volgende voorwaarden in acht:

  • Binnen twee jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning deelt de vergunninghouder schriftelijk mee aan de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, onder vermelding van tijdstip, geologische structuur en diepte, de plaats waar de boringen zullen worden verricht;

  • Uiterlijk in het derde jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning wordt een boring geplaatst.

Artikel 6

De vergunning geldt vanaf het tijdstip waarop zij in werking is getreden tot vier jaar na het tijdstip waarop zij onherroepelijk is geworden.

Artikel 7

De vergunning treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beschikking is bekendgemaakt.

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Van deze beschikking wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

namens deze:

P. Jongerius,

Themacoördinator mijnbouw en mijnbouwklimaat directie Energiemarkt.

Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken binnen 6 weken na verzending van dit besluit een gemotiveerd bezwaarschrift ndienen bij de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Directie Wetgeving en Juridische Zaken (ALP: X/050), Postbus 20101, 2500 EC Den Haag.

Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.

Naar boven